Orlando

COLUMN - Wat de slachting in Orlando zo gruwelijk maakte, was niet alleen de schaal ervan – zelfs al was het een van de grootste individuele aanslagen die het westen de afgelopen decennia heeft gezien. Eén enkele schutter: 50 doden en 50 gewonden.

Waar Breivik het op socialistische jongeren had voorzien, de broers Tsarnaev op deelnemers en toeschouwers van de Boston Marathon, en in Parijs satirici, concertbezoekers en terrasgangers werden neergemaaid, was nu voor het eerst een groep het doelwit die al van oudsher en van vele kanten onder vuur ligt: lesbiennes, homoseksuelen, transgenders en biseksuelen.

Ja, het was een terroristische aanslag; ja, de dader riep dat hij dit uit naam van ISIS deed. Maar deze dader richtte zijn haat – meer nog: zijn machinegeweer – anders dan eerdere aanslagplegers heel specifiek op al wie niet netjes heteroseksueel was. Op lesbiennes, homoseksuelen, transgenders en biseksuelen.

Niemand die tot die groep behoort, is in zijn of haar persoonlijk leven gevrijwaard gebleven van angst, pesterijen, lastigvallerij of bedreigingen. Werkelijk iedereen die tot die groep behoort, schudt desgevraagd uit de losse mouw een akelige serie anekdotes van schrijnende discriminatie, gevaarlijke situaties, en confrontaties die nog maar net goed afliepen. Plus dat iedereen die tot die groep behoort, te veel verhalen kent van lotgenoten die op straat om niets in elkaar zijn getimmerd. Of nou ja, om niets – nee, zuiver omdat ze niet heteroseksueel zijn.

Iedereen die tot deze groep behoort, moet zichzelf dag in, dag uit wapenen. Tegen politici die beweren dat ze de jeugd perverteren. Tegen gelovigen die beweren dat ze hun god ontheiligen, en dus geen rechten verdienen. Tegen macho’s die ze wel even een lesje zullen leren. Geen homo, geen lesbo, geen transgender loopt ooit volkomen frank en vrij op straat.

Dat was het allerergste van de aanslag in Orlando: hij versterkte een reële, alledaagse angst door middel van een extreme daad. Er bestaat een continuüm tussen homoseksualiteit niet accepteren en potenrammerij, en dat continuüm werd afgelopen weekend tot zijn uiterste consequenties opgerekt.

Homofobie is niet voorbehouden aan de islam. Drie Amerikaanse presidentskandidaten spraken eerder dit jaar op een manifestatie waar een predikant de doodstraf voor homoseksuelen bepleitte. Amerikaanse christenen hebben jarenlang in tal van Afrikaanse landen gelobbied om er de doodstraf voor homoseksuelen in te voeren. Marco Rubio en Ted Cruz zeggen nu zalvend: ‘Our prayers are with you’, maar hebben zich hun hele politieke carrière ingespannen om van homoseksuelen tweederangsburgers te maken.

Ik weet het. Er zit een verschil tussen iemand zijn of haar rechten ontzeggen, en diezelfde mensen botweg doodschieten. Maar dat verschil is kleiner dan buitenstaanders wel denken, en dat is precies waarom de massamoord in Orlando er zo in hakt – onder mijn soort mensen.

Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool.

  1. 1

    Homofobie is, wereldwijd en in de VS een probleem. En ja, dat geeft slachtoffers, van mensen die gepest, mishandeld en gedood worden, vrij structureel. Natuurlijk is dat zo: moedig haat aan en je zult geweld oogsten, in allerlei vormen.

    Maar

    was nu voor het eerst een groep het doelwit die al van oudsher en van vele kanten onder vuur ligt:

    gaat me toch iets te ver, na bv Charleston.

  2. 3

    “satirici”, ja, dat waren duidelijk mensen die iets gedaan hebben waar IS last van had.
    “Concertbezoekers en terrasgangers” zou je nog als westerse decadente alcoholconsumenten kunnen opvoeren waar IS tegen is.
    “Deelnemers en toeschouwers van de Boston Marathon”? Sorry, dit zie ik in de verste verte niet als een “groep”, dit is m.i. gewoon een makkelijk doelwit, net als de Parijse voetbaltoeschouwers die ook doelwit waren.

  3. 4

    Mag ik het een beetje raar vinden om “incidenten” waar mensen vermoord worden te categoriseren in “erg” en “erger”?
    Of “gewone mensen” of LGBT-er: Ik denk dat het voor de families die achtergebleven zijn weinig verschil maakt. De families rouwen. Ik denk dat het voor de samenleving weinig uitmaakt. Die voelen zich in gevaar “het kan mij overkomen”.