Ophelderingspercentage politie daalt weer, maar is dat erg?

ANALYSE - Het leek even goed te gaan, maar het ophelderingspercentage van de politie is vorig jaar weer iets gedaald. Maar is het ophelderingspercentage wel een nuttige maatstaf?

Voor de politie en de minister is het gisteren gepubliceerde rapport Criminaliteit en Rechtshandhaving 2011 geen fijn leesvoer. De dalende trend van het aantal geregistreerde misdrijven is gestopt. Jammer genoeg is het ophelderingspercentage wel gedaald tot 24,2 procent.

Dat betekent dat 40.693 gewelds- en seksuele misdrijven niet zijn opgelost. Dat 618.813 vermogensmisdrijven nog op de plank liggen. En dat 145.459 vernielingen voorlopig onbestraft blijven. De cijfers lijken simpel.

Deze daling is vreemd en een tikkeltje onwelkom voor de minister, omdat juist de laatste jaren erg is ingezet op meer blauw op straat. Maar zoals Bart de Koning, auteur van Operatie Blauw (over de krakende politie-organisatie), meent: met blauw op straat alleen ben je er nog niet.

Pennelikkers

In een interessant opiniestuk wijst hij erop dat het aantal fte in twintig jaar met ruim 20.000 mensen is toegenomen. ,,Wat zijn die bijna 20 duizend extra mensen gaan doen? Wie de beloften van de Nederlandse politiek de afgelopen jaren gevolgd heeft, zal waarschijnlijk denken: op straat lopen en boeven vangen. Dat valt tegen. De groei van de Nederlandse politie is voor het grootste deel gaan zitten in de ondersteuning, die meer dan verdubbelde tussen 1994 en 2009. De ‘primaire uitvoering’ – dus de mensen die het echte politiewerk doen: blauw en recherche – steeg met 11 procent. Die groei zat ‘m vooral in de verdubbeling van het aantal wijk- en districtsrechercheurs naar zo’n 3200 man. Het echte blauw op straat groeide met slechts 3 procent: van 17.967 naar 18.583 agenten. De ondersteuning (bijvoorbeeld meldkamer) groeide met 107 procent en de leiding en overhead met 43 procent. Ondanks een flinke groei heeft de Nederlandse politie van heel Europa de minste recherche: 12,8 procent van alle mensen, tegen bijvoorbeeld 17,2 procent in Duitsland.”

En wat doen die rechercheurs dan weer? ,,Naast de wijk- en districtrechercheurs zitten er zo’n 1200 rechercheurs op zware criminaliteit, nog eens zo’n 1200 doen milieu, jeugd & zeden en andere specialismen en 393 houden zich bezig met fraude, ‘plukken’ van criminelen en computercriminaliteit. Na ‘blauw’ is ‘leiding en overhead’ verreweg de grootste categorie bij de politie: zij slokken maar liefst 28,9 procent van al het personeel op, waarmee Nederland internationaal heel hoog zit”

Blindstaren

Maar staren we ons wellicht blind op dit percentage?  In een studie uit 2003 van het WODC (het onderzoekscentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie) worden er kanttekeningen geplaatst. Een oplossingspercentage zegt namelijk niets over het succes. Het blijft onduidelijk of de dader daadwerkelijk is veroordeeld. Ook wordt er geen rekening gehouden met het feit dat delicten door een relatief klein aantal verdachten wordt gepleegd. Het is maar de vraag of veelplegers al hun delicten bekennen, waardoor een hoop zaken onopgelost blijven, terwijl de dader mogelijk wel achter slot en grendel zit. Daarnaast vonden de onderzoekers grote verschillen in diverse registratiesystemen, waardoor de uiteindelijke percentages mogelijk niet kloppen.

De onderzoekers keken ook naar andere Europese landen, die hogere ophelderingspercentages hadden. Ze constateren dat in Nederland de aangiftebereidheid relatief groot is. Dat zorgt voor een lager ophelderingspercentage. Daarnaast wordt in Nederland tamelijk veel geregistreerd. De politie in Frankrijk en Duitsland hebben bijvoorbeeld de mogelijkheid om bepaalde zaken die kansloos worden geacht niet te registreren. Tot slot zijn er grote verschillen in telmethoden. In Zweden is een zaak opgehelderd als er een dader is veroordeeld. In Nederland hoeft er alleen maar een verdachte bekend te zijn.

Of de daling van het oplossingspercentage slecht is, valt dus nog maar te bezien. Al maakt ’t voor die 900.000 slachtoffers van aan het begin van dit stukje wel degelijk veel uit of het recht zijn beloop krijgt.

  1. 1

    Bijna 1 op de 3 politiemensen is ‘leiding en overhead’. Verbijsterend. Overigens de ziekte van Nederland, het speelt in vrijwel alle publieke organen. Onderwijs, zorg, jeugdhulp, OV: een dikke en dure laag management tussen top en werkvloer, waardoor er steeds minder geld overblijft voor die werkvloer, waardoor de werkdruk daar stijgt en het serviceniveau t.o.v. de burger daalt.

  2. 4

    @1
    Het bedrijfsleven heeft er ook een handje van hoor.
    Door de hele samenleving is het beeld verweven dat als je een beetje talent hebt je carrière moet maken. En carrière maken staat gelijk aan management.

    Gewoon goed in je werk zijn is voor sukkels.

  3. 5

    leiding = overhead
    maar
    overhead ≠ leiding, althans, er is meer overhead dan alleen leiding.
    Ik wil niet zeggen dat de cijfers fout zijn, maar je moet ze wel in perspectief plaatsen. Een inkoopmedewerker is ook overhead.

  4. 7

    @3 Joop: goeie vraag. Ik breek me er al tijden het hoofd over, heb de verklaring niet. Iemand een idee? Wellicht hangt het samen met de doorgeschoten verantwoordingscultuur, “targets”, marktwerking. Gewoon een klus verrichten waar dan (publiek) geld voor beschikbaar is, is er steeds minder bij. Een conducteur op de tram is – ineens, na tientallen jaren – te duur, dus bedenken we OV-chipkaarten. Alleen: de bedenkers daarvan kosten méér geld dan die conducteurs. Zoiets?