Ook in 2015 regende het warmterecords in Nederland

DATA - Door een eindsprint in november en december kwam 2015 alsnog in de top 10 warmste jaren van Nederland te staan (sinds start metingen). Qua aantal warmterecords op dagbasis was het echter toch een bijzonder jaar.

Maar liefst 43 warmterecords, tegenover 44 in 2006. Het hoogste aantal was in 1990, toen waren het er 47. En dat is bijzonder. Want statistisch gezien moet het aantal records afnemen naarmate de referentieperiode langer wordt.
Dat fenomeen is overigens wel zichtbaar bij de kouderecords.

dagrecords_v2_475

Voor het bepalen van de records zijn alle dagmetingen van De Bilt sinds 1901 opgehaald bij het KNMI. Voor het minimum (TN), het maximum (TX) en het gemiddelde (TG) hebben we per dag gekeken of deze hoger was op diezelfde dag van alle voorgaande jaren (telt als warmterecord) of lager (telt als kouderecord). Die hebben we voor u in bovenstaande diagram geplaatst.

Omdat de eerste jaren uiteraard de meeste records opleveren, geeft dat een heel vertekend beeld. Dus we tonen alleen de jaren vanaf 1950.

Wanneer we dezelfde gegevens presenteren als verdeling naar 100% per jaar, is de verschuiving naar warmterecords nog evidenter.
verhouding_debilt_475

[via]

  1. 1

    “statistisch gezien moet het aantal records afnemen naarmate de referentieperiode langer wordt.”

    Dat geldt alleen als je uitgaat van een onderliggend constant gemiddelde en constante standaarddeviatie. Ik dacht dat op een enkeling na iedereen het er inmiddels wel mee eens was dat daar geen sprake van is.

  2. 2

    Vanaf een jaar of tien geleden kun je een dalende lijn zien in het aantal warmterecords, wat je kunt verwachten op een interval van ruwweg constante temperatuur. Het afgelopen jaar springt er een beetje uit.

  3. 3

    @2: Als je naar de laatste 5 jaar kijkt, neemt het aantal warmterecords toe.
    Dat geldt zelfs als je naar de laatste 6 jaar, of 7 jaar kijkt.

    Een vraag is dus wat een relevante periode is.

    Statistisch gezien lijkt 47 warmterecords in 1997 mij overigens al best veel, als al sinds 1901 gemeten wordt.
    Blijkbaar was het broeikaseffect in f1997 al begonnen.

  4. 4

    Ja, zoiets had ik een jaar geleden ook al eens gemaakt. Omdat het werken met “records” altijd wat ongemakkelijk is, koos ik de lengte van warme en koude periodes. Gemaakt aug. 2014:

    [img]http://www.mrooijer.nl/stats/wp-content/uploads/2014/08/langere-perioden-001.png[/img]

    Veel meer dan een rechte lijn er door te trekken is niet mogelijk. De temperaturen hier fluctueren nu eenmaal te veel.

  5. 8

    Indien het zeker 1,5 graad is opgewarmd in Nederland sinds 1950 dan lijkt het mij volkomen logisch dat het warmterecords regent. Welke rampen heeft ons land daardoor eigenlijk ondergaan? Ik heb alleen zomer 2003 staan op het lijstje ongemakken. Voor de rest was het fantastisch! Neem nu eens afgelopen maand: De verwarming hoefde niet eens aan, en niet eens overlast van die kut sneeuw! Ja natuurlijk, strak blauwe lucht en vrieskou…. wie wil dat niet…. Maar hoeveel dagen per decennia hadden wij dat eigenlijk?

  6. 9

    Naast de CO2-concentratie is er nog veel meer veranderd in Nederland. Er is vanaf 1950 veel gebouwd en al dat beton en steen houdt meer warmte vast dan het gras dat er in het verleden groeide.
    Helaas kun je geen onderscheid maken tussen de invloed van de CO2-concentratie en de invloed van de verstedelijking van Nederland.

  7. 10

    Misschien hebben we geluk en kunnen we een koude records tegemoet zien in 2016. Bedenk wel; al is het een warme periode het gemiddeld het in andere gebieden flink kouder is dan normaal. De spreiding rond het gemiddelde is behoorlijk. Er is veel ruis op het signaal van globale opwarming.
    Overigens mooie grafieken en informatief zoals je gewend ben van de auteurs van dit BLOG.

  8. 12

    @11 There are two ways to consider the impact of climate change. We can predict the future based on current trends or we can study a well-documented episode of the past.

  9. 13

    @9

    Helaas kun je geen onderscheid maken tussen de invloed van de CO2-concentratie en de invloed van de verstedelijking van Nederland.

    Je had daar beter eerste persoon enkelvoud kunnen gebruiken. Nu zou de indruk kunnen ontstaan dat je je eigen onwetendheid / desinteresse op anderen projecteert.

    Het KNMI heeft wel degelijk onderzocht welke veranderingen aan het meetstation zelf, of de omgeving ervan, invloed kunnen hebben op de metingen. Zie paragraaf 5.1 van dit rapport (pdf). Ze vinden twee sprongen in de data: in 1950 en in 1976. Het zijn twee sprongen van vergelijkbare grootte, maar in tegengestelde richting. Tussen 1950 en 1976 zijn de metingen wat te laag t.o.v. de periode ervoor en erna.

    De oorzaak van de sprong in 1950 is bekend: een nieuwe behuizing (Stevenson screen) van het meetpunt. Hierdoor zouden vooral de gemeten maxima lager uit kunnen vallen en in mindere mate de daggemiddelden. Voor gemeten minima zou het niet uit moeten maken. Ofwel: als dit invloed heeft op zouden er in de periode na 1950 relatief veel maximumtemperaturen in de kouderecords moeten zitten, en juist weinig in de warmterecords.

    De oorzaak van de sprong in 1976 is niet bekend (of hij zou na het verschijnen van dat rapport in 2009 gevonden moeten zijn, dat weet ik niet).

  10. 14

    @13: een voorspoedig en gezond 2016, Hans.
    Het rapport waar je naar verwijst handelt specifiek over etmaalgemiddelden en niet over dagextremen (het onderwerp waar Steeph naar kijkt).

    De oorzaak van de sprong in 1976 is niet bekend

    In de grafiek van Steeph zie ik geen sprong in het aantal warmterecords na 1976. De sprong in de gemiddelde etmaaltemperatuur, die in dit rapport wordt besproken, zie je niet terug in het aantal warmterecords. Het jaar 1976 telt wel veel warmterecords, maar in de jaren 1978, 1979 en 1980 is het aantal kouderecords weer in de meerderheid.
    Het valt mij wel op dat er vanaf 1989 meer warmte records optreden in De Bilt: alle jaren na 1989 telden meer warmterecords dan kouderecords.

    Ik acht het nog altijd plausibel dat de toegenomen bebouwing in de omgeving van Utrecht er aan heeft bijgedragen dat het ’s nachts minder snel afkoelt in de wijde omgeving van De Bilt dan voor 1950. En daarnaast speelt natuurlijk de gestegen CO2-concentratie een rol.

  11. 16

    @14

    Het rapport waar je naar verwijst handelt specifiek over etmaalgemiddelden en niet over dagextremen.

    Volgens mij zijn het zelfs maandgemiddelden. Maar in die analyse kijken ze ook hoe, zoals ik al zei veranderingen aan het meetstation zelf, of de omgeving ervan, invloed kunnen hebben op de metingen.” Het lijkt me niet zo aannemelijk dat er veranderingen zijn geweest die wel invloed hebben gehad op extremen, maar totaal niet op dag- of maandgemiddelden.

    In de grafiek van Steeph zie ik geen sprong in het aantal warmterecords na 1976. blablabla

    Nee, natuurlijk zie je die sprong niet. De discontinuïteit in de metingen is veel kleiner dan de jaarlijkse variatie.

    Ik acht het nog altijd plausibel dat de toegenomen bebouwing in de omgeving van Utrecht er aan heeft bijgedragen dat het ’s nachts minder snel afkoelt in de wijde omgeving van De Bilt dan voor 1950.

    Ofwel: de deskundigen hebben daar geen enkele aanwijzing voor gevonden, maar Hans Verbeek weet het beter. Waarmee het weer duidelijk is dat verder discussiëren zinloos is. Dat ben ik dan ook niet van plan.

  12. 17

    @15: je link werkt niet, Bismarck.
    Het artikel waar je naar wilde verwijzen staat hier
    Het is getiteld:

    Empirical estimation of the effect of urban heat advection on the temperature series of De Bilt (The Netherlands)

    De auteurs schatten dat de bijdrage van de verstedelijking aan de totale opwarming slechts 10% is.

    Based on the present work, we estimate that this effect may have raised the annual mean temperatures of De Bilt by 0.10 ± 0.06 °C during the 20th century, being almost the full value of the present-day urban heat advection. The 0.10 ± 0.06 °C rise due to urban heat advection corresponds to about 10% of the observed temperature rise of about 1.0 °C in the last century.

    Ik kan me daar wel in vinden.
    Maar een schatting maken is iets anders dan onderscheid maken tussen de verschillende factoren die aan de opwarming bijdragen. De verstedelijking trad immers tegelijkertijd op met de stijgende CO2-concentratie.