Ook GeenStijl kan niet zonder dodebomenjournalistiek

DATA - Nieuwsblogs als GeenStijl halen graag uit naar ‘oude media’. Maar zijn deze nieuwe media wel zo vernieuwend?

Ergens halverwege de documentaire Page One: Inside The New York Times laat journalist David Carr een uitgeprinte versie van de website newser.com zien. Hij heeft alle verhalen eruit geknipt die afkomstig zijn uit de oude media en wat hij omhoog houdt is een rafelig blaadje met alleen maar grote gaten. Geen inhoud.

Het is het New-York-Times-effect: Ieder verhaal dat de krant schrijft, vind je uiteindelijk terug in de andere media. Vaak zonder dat de herkomst ervan duidelijk is. En zonder dat de krant ervoor wordt betaald.

Hetzelfde gebeurt in Nederland. Neem nou een blog als – ik noem maar wat – GeenStijl.

Sargasso schraapte alle linkjes uit alle posts die op GeenStijl zijn verschenen, ooit. Het zijn er meer dan 95 duizend, verspreid over een periode van meer dan negen jaar. Al die linkjes zijn verwijzingen naar stukjes op andere sites (meestal zonder die sites expliciet te noemen). Die stukjes vormen de basis, de aanleiding voor de blogpost op GeenStijl zelf. Zo werkt het internet nou eenmaal, die onderlinge verwevenheid is de kracht van de blogosfeer. Maar het zegt ook iets over de relatie tussen oude en nieuwe media.

Wie de onderlinge verbanden analyseert en goed kijkt naar de herkomst van de linkjes komt leuke dingen tegen. Stop GeenStijl in een excel-bestand en je ziet trends komen en gaan: De opkomst van Facebook, de ondergang van Hyves. Het verschuivende politiek-maatschappelijke landschap (is Geert Wilders over zijn hoogtepunt heen? Waarom kijkt niemand ooit meer op maroc.nl?)

Link naar de manyeyes grafiek.

Nog interessanter wordt het als je zoekt wanneer GeenStijl linkt naar de concurrentie. Het aantal keer dat je in een stukje naar de VARA kan klikken, zegt niet iets over de inhoud van dat stuk, maar met een dataset van bijna honderdduizend worden verbanden wel duidelijk. Het zal niet verbazen dat De Telegraaf een van de grootste inspiratiebronnen is, maar ook de Volkskrant en de NOS vormen een belangrijke grondstof voor de stukjes op GeenStijl. Sterker nog, de zogenaamde ‘linkse media’  zijn samen een grotere bron dan alle andere media bij elkaar (een bijzonder eervolle vermelding gaat naar De Pers, dat in zijn korte bestaan 411 keer tot het schrijven van een stukje wist te inspireren. Ze zullen gemist worden op de redactie van GeenStijl).

En er is nog iets. Terwijl je de invloed van sociale media ieder jaar ziet toenemen, blijft de invloed van de overige nieuwe media (de blogjes) achter. In de afgelopen tien jaar tijd heeft GeenStijl meer gehad aan nieuwsberichten afkomstig van de oude media dan aan collegabloggers zelf.

Het is misschien niet voor iedereen een verrassing maar hiermee wel aangetoond: Aan de basis van de meeste artikelen staat te vaak nog een ouderwetse (en betaalde) journalist. Nieuwe media kunnen niet zonder dode bomen. Of zoals Wikipedia-oprichter Jimmy Wales zegt in Page One: ‘Thousand bloggers all talking to each other doesn’t get you a report from Baghdad.’

Wilt u zelf pielen met de data? Download die hier (csv).

Update: Hier een voorbeeld van de het aandeel van de url’s (domeinen) in de posts per jaar gezien. De opkomst van Twitter is mooi zichtbaar. En in het begin waren er beduidend meer posts zonder url (roze) dan tegenwoordig.
gs_jaren2_475

  1. 1

    Geenstijl is sowieso kudt sinds De Telegraaf diarree steeds duidelijker naar voren komt in de berichtgeving. Waren ze vroeger nog tot actie in staat, nu mag een anonieme lafbek even zijn zegje doen en kunnen de reaguurders even vanuit kantoor lekker op hun high horse zitten.

    Waar ze vroeger de spot dreven met de Opel Astra-rijder is hij nu koning.

  2. 2

    Voor mijn gevoel wordt er ten onrechte vanuit gegaan dat online en offline twee verschillende dingen zijn. Goed, de verschijningsvorm is anders, de verdienmodellen werken niet hetzelfde, maar voor de rest is online gewoon offline. Content is king. Blogs vullen hun kolommen met links naar de al dan niet online dooie boom, kranten doen dat met artikeltjes van het ANP.

    Kijk in normale kranten naar het woordje “ANP” en je houdt ook bar weinig over.

    De conclusie is dan ook gewoon dat media andere media nodig hebben.

    De vraag is dus wat je van GS overhoudt als je alles dat in iets andere woorden overgeschreven nieuws is eruit haalt. Niet heel veel, maar niet niks. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor Sargasso.

  3. 3

    een bijzonder eervolle vermelding gaat naar De Pers, dat in zijn korte bestaan 411 keer tot het schrijven van een stukje wist te inspireren. Ze zullen gemist worden op de redactie van GeenStijl

    En niet alleen daar… :(

  4. 10

    @Peter666
    Dit is om adverteerders tevreden te houden, levert een hoop extra pageviews op. Vaak zie je aan het eind van het jaar dat het linken naar zichzelf explosief toeneemt, let daar maar eens op komende dagen.
    Overigens als je hier iets van zegt bij Geenstijl heb je linea recta een ban te pakken.
    Overigens is Geenstijl best aardig om te lezen, veel artikelen denk zo’n driekwart wekken niet mijn interesse, maar die andere een vierde lees ik met ‘plezier’ (meestal zal de onderwerpen niet plezierig).

  5. 14

    Wat is precies het nut van dat vergrootglas, is het niet handiger om aan te geven hoeveel procent en het betreffende medium als je erover heen gaat met je cursort.

    Vergrootglas slaat echt nergens op, doe dan niks…

  6. 21

    #19 Ik vermoed dat er een natuurlijk maximum zit aan het gebrabbel dat ze kunnen produceren. Ze moeten immers hun eigen spelfouten voortdurend vergelijken met de voorgeschreven spelfouten uit het Roze Stijlboekje om te kijken of ze nu wel of niet moeten corrigeren. Bij een hoger wordende productie zet dat een rem op de brabbelsnelheid.

    #16 Heeft het programmaatje dat de wordcloud maakt een ingebakken censuurfunctie? Want ik zie dat er van het woord feauteaufuck (linksonder) de laatste letters zijn afgeknipt.