Ongelijk en onwetend

COLUMN - Economische ongelijkheid is de laatste 40 jaar in bijna alle Westerse landen sterk toegenomen. Als het electoraat met de portemonnee stemde, zou de vraag naar herverdeling navenant moeten stijgen. Een serie recente artikelen laat echter zien dat een combinatie van onwetendheid en wantrouwen die vraag afremt.

Economen Thomas Piketty en Emanuel Saez belichten in meerdere artikelen de trends in ongelijkheid. De toename daarvan is het grootst in de VS: verdienden de top 1% rijkste Amerikanen in het midden van de jaren 70% nog 9% van het totale bruto inkomen, in 2012 was dat 22%. In Europa is de ongelijkheid kleiner, maar wijzen de trends in dezelfde richtin. Ook de vermogensongelijkheid neemt in alle Westerse landen al decennia toe.

Ondanks deze cijfers laten surveys in de VS en andere landen een stabiele steun voor herverdeling zien. Voor zouden juist een groei van die steun verwachten, want in een ongelijker systeem pakt een progressieve inkomstenbelasting voor meer mensen voordelig uit.

Eén mogelijke oorzaak is onwetendheid. De auteurs van een studie uit 2011 vroegen een representatieve steekproef van meer dan 5000 Amerikanen om een schatting maken van de vermogensdistributie. De Amerikanen bleken die sterk te onderschatten. Deelnemers van alle politieke overtuigingen waren het daarnaast eens dat de ideale inkomensverdeling veel gelijker is dan de daadwerkelijke verdeling (“Americans prefer Sweden” aldus de onderzoekers).

Niet alleen weten mensen weinig van ongelijkheid in het algemeen, ze kunnen ook geen goede inschatting maken van hun eigen positie in de inkomensdistributie. Studies in meerdere landen laten zien dat mensen vaak denken dat ze ergens in het midden van de distributie zitten, waardoor arme mensen hun relatieve inkomen overschatten. Dat geeft een mogelijke verklaring waarom zij voor belastingverlagingen stemmen waarvan ze niet profiteren.

Een nieuwere studie uit 2015 laat echter zien dat betere informatie echter niet automatisch leidt tot meer steun voor concrete herverdelingsmaatregelen. De studie confronteerde Amerikanen met informatie over de inkomensverdeling. Dat leidde tot een toename van 35 procent in het aantal mensen dat ongelijkheid een “serieus probleem” vond, maar nauwelijks tot meer animo voor hogere belastingen voor de rijken of een hoger minimum loon.

Een belangrijke reden daarvoor was dat proefpersonen de overheid niet vertrouwden: 89% van de steekproef was het eens met de stelling dat politici vooral zichzelf verrijken. Dat wantrouwen bleek de steun aan herverdelingsmaatregelen sterk te ondermijnen. Daarnaast bleken veel mensen weinig verband te leggen tussen beleidsmaatregelen zoals het food stamp programma en het tegengaan van ongelijkheid.

Uit onderzoek in opdracht van het SCP blijkt dat ook in Nederland het percentage voorstanders van nivellering de laatste jaren redelijk constant rond de 60% blijft. Dat reflecteert wellicht het feit dat de ongelijkheid in ons land de laatste 15 jaar stabiel is gebleven, terwijl de vermogensongelijkheid wel is toegenomen.

Hoewel er niet veel data voorhanden zijn, lijken wij in Nederland ook de ongelijkheid te onderschatten. Mensen denken dat de een directeur van een grote onderneming ongeveer 11 keer meer verdiend dan een fabrieksarbeider, terwijl ze vinden dat dat ruim 5 keer meer zou moeten zijn. In werkelijkheid is de ratio ongeveer 17. Daarnaast is het vertrouwen in de politiek ook in ons land laag, hoewel ik geen bewijs heb gevonden dat dit de vraag naar herverdeling beïnvloedt.

De trends van de afgelopen decennia in Westerse democratieën zijn dus nog lang niet in alle huiskamers doorgedrongen. Daarnaast kunnen wantrouwen en onwetendheid over de relatieve inkomenspositie voor terughoudendheid zorgen. Op die manier doen veel mensen zichzelf financieel tekort in het stemhokje.

  1. 1

    Ik heb het al eerder gezegd, maar die paradox die je alsmaar hoort uit de mond van zelfs hooggeleerde professoren – de armen stemmen op miljardairs als Trump die de ongelijkheid alleen maar zullen vergroten – is helemaal geen paradox.

    Arme mensen zijn in de regel namelijk helemaal geen socialisten. Omgekeerd zijn socialisten overigens vaak goed opgeleid en verdienen dus vaak best goed. Arme mensen hebben meestal helemaal geen probleem met kapitalisme: niet omdat ze onwetend zijn, maar omdat zij vinden dat als je succes hebt en mooie prestaties levert je daar ook de vruchten van mag plukken. Het interesseert hen dus niet dat een goede voetballer of Trump veel geld verdient: ze gunnen hen gewoonweg al die miljoenen. Wie ze het grote geld echter niet gunnen, zijn de ‘graaiers’ en andere goedbetaalde managers e.d. die juist niet goed presteren maar toch hun zakken vullen. Arme mensen hebben een hekel aan de goedopgeleide, eloquente klasse die het goed voor zichzelf regelt maar waartoe ‘domme’ mensen – mensen die met hun handen werken in plaats van woorden op papier zetten – geen toegang toe hebben. De ironie is dan ook dat ze het vaak precies de socialisten – de gladde praters die niets presteren – niet gunnen…

    En waarom zijn juist arme mensen zo kapitalistisch? Omdat het hen een droom geeft: de droom dat zij – of anders hun kinderen – ook heel veel geld gaan verdienen, niet door te graaien of links te lullen maar door hard te werken en geluk te hebben. The American Dream trekt niet voor niets miljoenen arme sloebers naar de VS. En omgekeerd ‘weet’ het kapitalisme dat het de perfecte opium is voor het volk: het kapitalisme maakt van de hele samenleving één groot casino waarin iedereen een kans heeft een jackpot te winnen en – daar gaat het om – iedereen het accepteert als hij geen geluk heeft en blut naar huis gaat want morgen kan hij opnieuw een kans wagen! Juist een ‘rechtvaardige’ wereld, waarin iedereen krijgt wat hij echt verdient en waarnaar het socialisme/liberalisme streeft, maakt mensen diep ongelukkig en rancuneus omdat dan geen hoop meer is voor iets beters (zeker als ze niet van studeren houden en geen saaie kamergeleerde of corrupte apparatsjik willen zijn)…

  2. 3

    @2: Hierboven leg ik uit dat dat project geen kans van slagen heeft. Maar dat is natuurlijk toch de eeuwige hoop van socialisten: dat de mensen het eindelijk eens gaan begrijpen en socialistisch worden.

    Zo koestert iedereen zijn eigen hoop. :)

  3. 5

    Het helpt natuurlijk ook dat Tories, Republikeinen en werkgevers op de werkvloer jarenlang hebben gepropageerd dat socialisme en ‘overheidsbemoeienissen’ vieze dingen zijn en voor ‘losers’.

  4. 6

    Tel daarbij op dat de VVD in Nederland er erg goed in slaagt middels populistische slogans de steun van groot deel (lager verdienend) van Nederland te behalen. Die Nederlanders denken dat de VVD voor hen zal opkomen, niet doorhebbende dat de VVD alleen maar op komt voor de rijken (lees inkomen meer dan een ton) opkomt.

  5. 7

    @5.

    Zo zijn de vakbonden ook kapotgemaakt, of getransformeerd tot een fossiel voor grijze mannen in vaste dienst. Want voor werkgevers gemakkelijker als er geen collectief verzet is. Iedereen moet zelf de broek omhoog houden. Solidariteit is eruit geslagen in de huidige tijd. En dan komen met kerk. Dat ramt er weer lekker de normen en waarden erin van loyaal zijn aan de baas, want die is door onze lieve heer boven jou geplaatst.

  6. 8

    Daarnaast bleken veel mensen weinig verband te leggen tussen beleidsmaatregelen zoals het food stamp programma en het tegengaan van ongelijkheid.

    Ik zie het verband ook niet. Een aalmoes van de overheid maakt je niet meer gelijk, in tegendeel zou ik zeggen. Een vast contract of eigen huis daarentegen.

    verder vind ik het artikel erg kort door de bocht. alsof het belangrijkste aan je inkomen is dat het niet lager dan dat van een ander. ook het absolute niveau van het inkomen doet er toe.