Onderbuikgevoelens

COLUMN - Afgelopen zondagmiddag had ik een belangrijke afspraak. Met een grote tas liep ik de trap af, mijn huis uit, de straat op, klaar om weg te rijden. Maar waar was mijn fiets?

Gestolen dus. Een delict dat klaarstond om gepleegd te gaan worden. De gemeente Amsterdam heeft namelijk in haar oneindige wijsheid enkele fietsenrekken uit mijn straat weggehaald, terwijl er juist meer mensen zijn die zich fietsend verplaatsen. De fiets vastzetten aan de brug, aan een regenpijp of wat dies meer zij, is al heel, heel lang niet meer mogelijk. Een dief heeft het hier voor het uitzoeken en dat gebeurt dan ook regelmatig. Je pakt gewoon een losstaande fiets mee, loopt een stukje verder en schroeft het slot daar op je gemak los.

Gegeven de voorspelbaarheid van de diefstal kon ik er eigenlijk niet eens echt mee zitten. De dief deed gewoon z’n werk. Het was de gemeente waarop ik kwaad was. En dat is natuurlijk een typische onderbuikreactie, want zelfs al waren er helemaal geen rekken meer en zelfs al stond mijn fiets niet op slot, dan nog heeft een dief met z’n jatten van mijn spullen af te blijven.

Toen ik een paar uur later thuis kwam, zag ik dat een briefje was geprikt op de boom waarachter mijn fiets had gestaan. Iemand schreef dat hij de dief aan het slot had zien morrelen en hem had tegengehouden. Mijn karretje stond nu bij een van mijn straatgenoten op de trap.

Daar heb ik het zondagavond afgehaald. Bloemetje meegenomen, kopje koffie gedronken, kennis gemaakt met een straatgenoot die ik voordien alleen van gezicht kende. Geconcludeerd dat de dief dom was geweest om het slot ter plekke te forceren in plaats van de fiets mee te nemen en het klusje om de hoek te doen.

En verder: de constatering dat het goed was dat niet ikzelf de dief had gezien. Ik mocht dan vooral de gemeente verantwoordelijk houden, ik zou de dief desondanks een doodschop hebben kunnen geven. Als hij van de kade zou zijn gevallen, zou ik geen vinger hebben uitgestoken om hem uit het water te halen. Ik zou hem desnoods hebben laten verdrinken.

Ik schrijf dit een dag later, op maandagmorgen. In het volle bewustzijn dat dit een onderbuikgevoel is. Wetend dat dat wat ik denk, niet is zoals het hoort. En toch voel ik geen enkele spijt van deze gedachte en zou ik de fietsendief met liefde en voorbedachten rade in de gracht gooien. Daar staat, zo lees ik, een werkstraf op van zestig uur en een boete van driehonderd euro, maar dat heb ik er wel voor over om mijn onderbuikwoede te kunnen uitleven.

Dat ik de onderbuikgevoelens heb, soit. Dat ze zo hardnekkig zijn, dat zit me dus niet lekker.

  1. 1

    Zeer herkenbaar gevoel. Overigens is de gemeente Amsterdam niet erg fiets-vriendelijk. Ns ook niet. Dit land heeft weinig ambitie als het op milieu aankomt. Fietsers zouden omarmd moeten worden.

  2. 2

    Verdikkeme. Denk ik een lekker positief feel good stuk aan het lezen te zijn, over hoe je door een goede daad een onbekende buur ontmoette, eindigt het er mee dat je de dief had willen hoeken.

    Overigens alle begrip voor het (onderbuik)gevoel.

  3. 3

    Het zou mij ook niet lekker zitten, dergelijke onderbuikgevoelens.
    Díe zouden mij gestolen kunnen worden. Maar zelfs al leg je onderbuikgevoelens aan een regenpijp vast, er is niemand die ze steelt. Dat komt omdat de meeste mensen al in ruime mate voorzien zijn van onderbuikgevoelens. Ach, de onderbuikgevoelens en het venijn, laat ze lekker zijn. Als je er niet op let, dan verdwijnen ze vanzelf, gestolen door een onzichtbare dief.

  4. 4

    Jeetje wat een lang verhaal om aan te geven dat je gewoon emoties hebt (en dat je eigenlijk geen idee hebt hoe je zou reageren als je daadwerkelijk geconfronteerd zou worden met een small time psychopaat).

  5. 5

    Dan kop ik hem wel in.

    Jona, wat deug je toch ontzettend, niet, deugmensch!!

    Geen enkel gevoel voor die arme sloeber die elke dag moet sappelen om aan een broodje te komen, maar meestal een oude korst! Dezelfde die jij geen eurootje geeft op het stationsplein en die je dochter niet mag trouwen. Ja, als het een tijdmachine-Romein uit Trier was 300 AD, dan lag het voorlopig anders he?

    Ga je schamen!

    /van deugendermens tot deugmens & elkaar de maat nemen

  6. 7

    “En verder: de constatering dat het goed was dat niet ikzelf de dief had gezien. Ik mocht dan vooral de gemeente verantwoordelijk houden, ik zou de dief desondanks een doodschop hebben kunnen geven. Als hij van de kade zou zijn gevallen, zou ik geen vinger hebben uitgestoken om hem uit het water te halen. Ik zou hem desnoods hebben laten verdrinken.”

    Weet je het zeker? Veel mensen denken van zichzelf dat ze de drempel naar (extreem) geweld eenvoudig kunnen passeren, maar in de praktijk valt dat vaak nog reuze mee. Als je geen lange lijst geweldsdelicten op je naam hebt staan is de kans dat je tot dodelijk geweld overgaat echt niet zo groot.

  7. 10

    @9

    Zie–> @3

    Ach, de onderbuikgevoelens en het venijn, laat ze lekker zijn.

    Racisten zijn niet minderwaardig, Johan. Jij bent gelijkwaardig aan mij. Heel lastig te begrijpen voor je, maar alle mensen zijn gelijkwaardig. Niemand uitgezonderd, geen één mens.

    Maar mensen zijn niet gelijk. De wijze van uiten van dhr. Wilders is niet gelijk aan de wijze van uiten van (laten we zeggen) dhr. Klaver. De een richt zich op het vertrappen en beledigen van mensen, de ander wil de wereld verbeteren. Voor zover er sprake is van compassie bij mij, gaat die uit naar dhr. Wilders. Dhr. Klaver, die redt zich namelijk wel.

  8. 11

    Tijdens een uiterst hectisch weekend bleek mijn fiets, een fraai gerestaureerd antiek exemplaar met 34mm inslagcups en koperen vork- en balhoofdafwerking, uit het trappenhuis verdwenen. Waarschijnlijk in de haast het beugelslot vergeten. Twee dagen later ben ik op de parkeerplaats bij mijn auto bezig en ik zie een buurjongen op die fiets ons trappenhuis uitrijden, zowaar in mijn richting. Voordat hij doorhad wat er gebeurde lag hij al met een bloedneus op de grond en moet er een in de ogen van beoefenaars van martiale kunsten tenenkrommend schouwspel zijn gevolgd. De fiets is later op het Spui samen met alle andere in het rek voor Waterstone’s professioneel in een busje verdwenen. Twintig jaar later heb ik nog steeds geen spijt van die muilpeer. Ook al mag het voorval van mij een unicum blijven.

    O, Jona, wat mij betreft is het ook geen voorbedachte rade. Met zo’n rijwiel waar je dagelijks in alle vertrouwen je achterste op neervlijt ontwikkel je immers een intieme relatie. En dan is zo’n dief met een beroepsrisico confronteren een crime passionnel.
    Bovendien is het effectiever een communicatie te kiezen die zo’n dief begrijpt.🙃