Nubische kunst in Assen

RECENSIE - Ten zuiden van Aswan in Egypte begint het landschap dat in de Oudheid “Nubië” werd genoemd: een gebied dat zich uitstrekte langs de Nijl, ruwweg tot aan Khartoum. De Egyptenaren moesten maar niets hebben van de bewoners en schreven in vrij negatieve termen over Nubië. Een aantredende farao diende, ongeacht de feitelijke politieke situatie, eerst even naar het zuiden te gaan om, zoals men het uitdrukte, “die verdorven Nubiërs in het zuiden respect voor Horus bij te brengen en ze te pacificeren”.

Er wordt al sinds de negentiende eeuw onderzoek gedaan naar Nubië, dat met Egypte een belangrijke verbindende schakel vormt tussen enerzijds subsaharaal Afrika en anderzijds de culturen van het Middellandse Zee-gebied en de culturen aan de Rode Zee. Eén ding is duidelijk: in het noordoosten van Afrika lag langs de Nijl een van de oudste beschavingen ter wereld, en deze bestond niet uit slechts Egypte, maar uit twee koninkrijken, en Nubië deed aan macht en kracht en pracht niet onder voor zijn noorderbuur. Het probleem is alleen dat we de teksten van die noorderbuur beter begrijpen, wat één van de verklaringen is waarom alle aandacht is uitgegaan naar Egypte en Nubië wat minder goed bekend is.

Pectoraal (een soort sieraad gedragen op de borst) met de godin Isis, uit de collectie van het Boston Museum of Fine Arts (@Livius.org)

Pectoraal (een soort sieraad gedragen op de borst) met de godin Isis

Eén reden waarom het ongewenst is dat alleen de noordelijke helft van die gedeelde cultuur alle aandacht krijgt, is dat dan als een totale verrassing komt dat “die verdorven Nubiërs” in de achtste eeuw v.Chr. de macht in Egypte konden overnemen. Aan die periode is al vaak aandacht besteed – onder andere door exposities in het Haags Gemeentemuseum en in de Amsterdamse Nieuwe Kerk – maar daarbij lag de nadruk toch weer op de Nubische aanwezigheid in Egypte en niet op Nubië als Nubië. Op het moment waarop dit stukje online gaat, begint in het Drents Museum in Assen een expositie die het zuidelijke rijk in zijn eigen recht presenteert.

Hoezo Egyptisch?

Wat mij bij de perspresentatie opviel, was dat veel voorwerpen er zo Egyptisch uitzagen – en pas toen begreep ik echt hoezeer er sprake was van een gedeelde cultuur. De Egyptische aanblik toont geen Egyptisch cultureel imperialisme en documenteert ook niet dat de Nubiërs leentjebuur speelden, maar is een uiting van wat gewoon één groot cultuurgebied was, dat zich uitstrekte van Khartoum tot de Middellandse Zee.

Koning Amanitenmomide (Neues Museum, Berlijn; @Livius.org)

Koning Amanitenmomide

Toch zie je soms wel wat verschillen. Het bovenstaande reliëf van koning Amanitenmomide, dat overigens niet is te zien in Assen, oogt in alles Egyptisch: de portrettering en profil, de diadeem, de dubbele cartouche waarin ’s konings namen staan geschreven, de beschermende godin Isis die rechts nog net zichtbaar is. Wat anders is dan in Egypte, is de wat gedrongen lichaamsbouw en de gespierdheid van deze man. Daarin zit toch iets van het eigen karakter van de zuidelijke cultuur.

Reisner in Nubië

Het Assense museum toont nu ruim 300 voorwerpen, die vrijwel allemaal afkomstig zijn uit het Boston Museum of Fine Arts. Dat deze instelling de grootste Nubische collectie Nubische voorwerpen heeft buiten Soedan, heeft een verklaring: een Amerikaanse archeoloog, George Reisner, heeft aan het begin van de twintigste eeuw de archeologie van Nubië geprofessionaliseerd en een deel van de voorwerpen kwam daardoor in Amerika terecht.

Je kunt een discussie voeren – en dat is ook wenselijk – over de repatriëring van die voorwerpen, want dat de toenmalige autoriteiten in Soedan ermee hebben ingestemd en dat de selectie is gemaakt in overleg met het Sudan National Museum in Khartoum, tja, je mag daarbij wat vraagtekens plaatsen. Soedan was destijds immers een Brits-Egyptisch condominium. Feit is wel dat Reisner, welke fouten hij verder gehad mag hebben, geen plunderaar is geweest en dat alle voorwerpen die u in Assen kunt zien, uit goed-gedocumenteerde opgravingen komen en daardoor een schat aan informatie overdragen.

Kristallen hanger met hoofd van Hathor: dit voorwerp is maar vier centimeter groot

Mooi of interessant?

Zie ik het goed, dan staat de conservator van een oudheidkundige tentoonstelling elke keer voor de keuze tussen enerzijds het tonen wat interessant is, zodat de bezoeker een beeld krijgt van een verdwenen cultuur, en anderzijds het tonen wat mooi is, zodat de bezoeker wat oogstrelende voorwerpen krijgt te zien. Anders gezegd: appelleer je als museum aan iemands intellect of aan iemands gevoel voor esthetiek?

Het museum in Assen heeft een duidelijke keuze gemaakt voor het eerste: het is een prachtige expositie geworden, waarin je loopt van het ene elegante object naar het andere. Eén ding word je wel duidelijk: de Nubische vorsten deden voor hun noordelijke collega’s niet onder. Dat Nubië ook interessant is, blijkt dan weer uit de begeleidende catalogus, met een reeks goede essays.

Beelden van dienaren, meegegeven in het graf van koning Taharqo

***

De tentoonstelling “Nubië – Land van de Zwarte Farao’s” opent vandaag en duurt tot 5 mei. Bij de tentoonstelling hoort de gelijknamige catalogus (€24,95). Ook de moeite waard is Unearthing Ancient Nubia van Lawrence Berman, waarin de adembenemend mooie foto’s zijn te zien die Reisners Egyptische fotografen hebben gemaakt.

Piramide 3 bij Gebel Barkal; foto van Mohammedani Ibrahim Ibrahim

  1. 4

    Is er eigenlijk iets bekend over hoe ‘zwart’ de Nubiërs waren ten opzichte van de Egyptenaren? Maakt natuurlijk niet uit, maar ik vroeg me af of die titel (“black farao’s”; als tegengesteld aan de niet-zwarte, Egyptische farao’s, veronderstel je dan) wel ergens op slaat.