Noorwegen blijft verdeeld

ELDERS - Noorwegen gaat op 11 september naar de stembus. Grote verschuivingen worden niet verwacht.

Sinds 2013 zit er in Oslo een minderheidsregering van conservatieven en populisten onder leiding van premier Erna Solberg met gedoogsteun van de christendemocraten en liberalen. De socialisten, de grootste partij in het parlement, staan in de polls op licht verlies.  Solberg doet het beter als beoogd premier dan haar socialistische rivaal Jonas Gahr Støre. De voorspellingen wijzen niet op grote veranderingen. Het zal er vooral om gaan welke partij de grootste wordt. Sommige peilingen voorspellen dat de conservatieven de socialisten voor het eerst sinds 1927 in grootte voorbij zullen streven.

Peilingen door TV2 van deze week geven de socialisten 26,7% (was in 2013 30,8%), Solberg’s Høyre (conservatieven) staat hier op 24,7% (26,8%), de Fremskrittspartiet (Vooruitgangspartij, populisten) zou op 15,4% uitkomen (16,3%). Van de grote partijen staat alleen de Centrumpartij op winst (11.1% tegen 5,5% in 2013). Lichte winst wordt voorspeld voor de Christendemocraten, Socialistisch Links en de Groenen.  De Miljøpartiet De Grønne blijft met 3,5% in de polls nog net onder de kiesdrempel van 4%, net als Venstre (Liberalen).

De verkiezingscampagne heeft een zeldzaam conflict opgeleverd met buurland Zweden vanwege uitlatingen van de Noorse minister van immigratie Sylvi Listhaug (Vooruitgangspartij) die deze week in Zweden op bezoek was. Listhaug zei dat Noorwegen het voorbeeld van Zweden op het gebied van integratie van nieuwkomers niet moet volgen. Na een bezoek aan Rinkeby, een voorstad van Stockholm met veel geweldsincidenten, zei ze dat er in Zweden wel zestig ‘no go’-gebieden zijn en dat Noorwegen hiervan moet leren. Helene Fritzon, de Zweedse minister voor immigratie, noemde haar uitspraak complete nonsense en zegde onmiddellijk een afspraak met haar af omdat ze niet wilde figureren in de verkiezingscampagne van Listhaug. In een televisiedebat gebruikte de leider van de socialisten Støre het voorval dezelfde dag nog om premier Solberg uit te dagen over haar leiderschap. Zijn voornaamste verwijt aan de premier is dat zij in de coalitie met de Vooruitgangspartij het land verdeeld heeft en mensen tegen elkaar opzet. Maar zijn tegenvallende populariteit lijkt er op te wijzen dat ook deze socialist niet in staat is het tij te keren.

De nieuwe Noorse regering -hoe die er ook uit gaat zien- zal belangrijke beslissingen moeten nemen over de toekomst van de olie- en gaswinning, voor Noorwegen tot nu toe de belangrijkste inkomstenbron. Die inkomsten worden tot nu toe in een staatsfonds gestort dat inmiddels de magische grens van 1 biljoen dollar heeft overschreden. De Volkskrant: ‘De Noren vullen het staatsfonds met de opbrengsten van concessies voor de oliewinning. Ook winstbelasting op de oliebedrijven vinden sinds de jaren negentig hun weg naar het fonds. Het fonds belegt twee derde van het vermogen in aandelen. Voor het overige maken staatsleningen deel uit van de portefeuille en het fonds heeft 2,5 procent van het vermogen gestoken in vastgoed.’ De lage olieprijs, de crisis van 2008 en het voorspelde einde van de fossiele industrie leveren veel discussie op over de toekomst van het fonds. Voorzichtiger beleggen, anders beleggen? Duurzaam beleggen is ook in Noorwegen een issue. Het oliefonds bouwt beleggingen in oliemaatschappijen af en heeft nu al 5-8 miljard dollar geïnvesteerd in hernieuwbare energie, maar dat is volgens milieugroepen nog veel te weinig.

Dan is er nog de oliewinning zelf. Op de Lofoten, een eilandengroep voor de kust van Noorwegen, hebben milieugroepen en vissers onlangs een protestweek gehouden tegen nieuwe boringen naar olie in het gebied. Ze bepleiten een moratorium vanwege de ecologische waarde van het gebied en de betekenis voor de visserij. Hier bevindt zich ’s werelds grootste koudwater koraalrif. De zee rond de Lofoten is de kraamkamer voor 70% van de vis die in Noorwegen wordt gevangen. Vis, die ook een voorname voedselbron is voor zeehonden en walvissen. De actievoerders betogen verder dat Noorwegen de olie-industrie toch zal moeten afbouwen om de klimaatdoelen te halen die in 2015 in Parijs zijn afgesproken. Bijna de helft van de bevolking is het met hen eens blijkens een recente poll. Maar de economische argumenten wegen zwaar. De lage olieprijs kan er ook toe leiden dat de Noren een potentiële inkomstenbron van 65 miljard dollar niet willen laten liggen.

Socialistenleider Støre zei gisteren dat hij eventueel bereid is een minderheidsregering te vormen met steun van de Centrumpartij en de kleinere rode en groene partijen. Als het zover komt zullen deze onderwerpen ongetwijfeld op tafel komen.

Reacties zijn uitgeschakeld