No, we can’t

Barack Obama (Foto: Flickr/jmtimages)

“No, we can’t,” zo wordt het eerste regeringsjaar van Barack Obama wel omschreven, zelfs in zijn eigen achterban. Gisteren probeerde hij het tij te keren in een state of the union die zich concentreerde op werkgelegenheid. Ook de steun aan banken verdedigde hij in dat licht: er zijn banen mee gered. De grote banengolf moet komen uit een verdubbeling van de export in de komende vijf jaar.

Dat was een mooie vlucht naar voren, want verder had Obama vooral veel dingen te verdedigen die hij nog niet voor elkaar heeft gekregen. Gezondheidszorg voor alle Amerikanen: nog niet geregeld, kan alsnog mislukken. Broeikasgassen: geen deal. Immigratiebeleid, homo’s in het leger: ja, daar wil hij wat aan veranderen, maar het is er nog niet van gekomen. Afghanistan, Iran, Guantanamo: kleine stapjes. De verkiezingsbelofte van verandering hangt nog in de lucht, maar ze is nog niet waargemaakt. Met de exportgroei heeft hij het lijstje verwachtingen alleen maar langer gemaakt.

De reacties waren gemengd. En allicht is het te vroeg om na een jaar waarin al te optimistische verwachtingen gelogenstraft werden, te concluderen dat Obama meer iemand van de retoriek is dan van de resolute daden. Maar je kunt niet eeuwig naar voren blijven vluchten.

  1. 1

    Mee eens: hij is de decider!

    Maar anders dan ‘links’ denkt, betekent dat niet dat hij alles zomaar door gaat voeren. Hij zit er ook dankzij conservadems in de swing states en zelf is hij ook lang niet zo liberaal als de meeste liberalen zelf dachten. Alleen wat don’t-ask-don’t-tell breekt hij keihard een verkiezingsbelofte door niet eens een poging in de richting van afschaffing te doen.

    Maar het is waar: Obama moet doorpakken en de Democraten moeten niet doen alsof geen super-mayority gelijk staat aan en minority.