Niks vertederends aan

COLUMN - In boeken over Alzheimer lees je steeds wat een leuke vader of moeder je ervoor terugkrijgt. Dat ze zo aanhankelijk worden. Dat je gezellig samen kleurplaten kunt inkleuren. Hoe grappig ze zich uit de taallacunes in hun hoofd redden. Hoe ontwapenend direct hun gedrag is. Dat het zich dubbel en dwars loont, die ziekte.

Voor mij hoeft het niet. Die veelgeroemde toenadering tussen zieke ouder en zorgend kind komt me voor als een doekje voor het bloeden: net als zeggen dat het voordeel van kanker is dat je elke nieuwe dag zo intens gaat waarderen.

Bovendien: ik hád al ontzettend leuke ouders. En die zijn momenteel helaas ver te zoeken, dankzij haar Alzheimer.

Mijn vader is gereduceerd tot een berg zorgen om zijn rap dementerende vrouw. Hij valt enorm af, uit grenzeloze loyaliteit met haar. Eten, daar vindt ze niks meer aan, koken gaat niet meer, en dus bepalen ze zich tot boterhammen, yoghurt en soep. ‘Mam, kunnen jullie niet af en toe beneden eten? ‘ opper ik eens per week. Er zit een restaurant bij het zorgcomplex waar ze nu wonen. ‘Het is te duur en ik vind het eten daar niet lekker,’ snibt ze.

Net zoals alcohol een kwade dronk kan geven, levert Alzheimer soms balsturige wanen op. Dagenlang is ze woedend op haar man. Ze wordt nergens in gekend, hij helpt haar ook nooit, hij luistert niet. Ze loopt weg, ze scheldt hem uit, ze schopt hem zelfs. Het is allemaal onmacht: ze is vergeten dat elke beslissing te uit en te na met haar wordt besproken, ze vergeet dat hij dovig is en haar niet altijd goed hoort, temeer niet daar ze tegenwoordig zo zacht spreekt. Ze vergeet dat als je haar iets voorlegt, ze tegenwoordig vooral geërgerd ‘nee’ zegt.

Ze wil vooral vergeten dat ze Alzheimer heeft. Dat lukt niet zo best, en mijn vader wordt dan de bliksemafleider: hij krijgt de schuld van alles dat niet gaat zoals zij het wil. Want beseffen dat het flink mis is met haar, is een vreselijke stap.

Meestal weet ik zo’n bui wel te doorbreken, dan verdwijnt de weerbarstigheid. Het kost een paar uur, maar haar woede smelt. Ineens bevalt het nieuwe huis haar goed, is het uitzicht mooi, en zijn de kinderstemmen van de school buiten geen bron van irritatie, maar vertederen ze haar. Ik kam haar haren, blader met haar een fotoboek door, kook voor twee dagen voor ze en ben blij: het is weer pais en vree tussen die twee.

Maar niets, werkelijk niets – samen kleurplaten maken al helemaal niet – kan ooit het verlies van mijn allereigenste moeder goedmaken; niets kan mijn vader de prachtige vrouw teruggeven met wie hij bijna zestig jaar lang getrouwd was.

Er is niks vertederends aan Alzheimer: dement worden is een langdurige onttakeling, leven met een schim van iemand, een tragisch uitgesmeerd afscheid.

De volgende die me vertelt dat-ie zo genoten heeft van de laatste jaren van zijn dementerende moeder, kan een welgemeende schop krijgen. Mede namens mijn moeder.

Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool.

  1. 2

    Ik heb dan ook echt nog nooit iemand horen zeggen dat het zo leuk is. Bizar.

    Gebeurt dat echt zo frequent, of is het een zinnetje dat iemand zo af en toe laat vallen als onhandige manier om steun uit te drukken, dat vervolgens eerder irriterend en kwetsend werkt?

  2. 4

    Goed geformuleerd, as always, van Karin. Zelf van vrij nabij iemand ernstig zien dementeren. Was geen land mee te bezeilen en terroriseerde, meer nog dan normaal, haar naaste omgeving. Is god zij dank uiteindelijk gedwongen opgenomen in een gesloten kliniek maar is veel te ver gekomen.

    mbmb: http://www.trouw.nl/tr/nl/4468/Schrijf/article/detail/4262090/2016/03/12/Mijn-vader-had-geen-talent-voor-het-vaderschap.dhtml
    Zie hier een voorbeeld. Zou me zelfs niet verbazen als Karin op dit interview met Jelle BC doelt.

  3. 6

    Fijn dat je fijne ouders had, dan is het naar om ze te zien veranderen tot mensen die niet meer zijn zoals je Ze kent.

    Mijn ouders waren niet zo fijn, koel en afstandelijk is een positieve karakterisering van hun houding tov hun kinderen. En nu, nu ze “in de war zijn” komt hun ware aard boven. En zijn het leuke mensen. Mensen die ook een product zijn van hun opvoeding en opgroeien in de tweede wereldoorlog en de trauma’s van de bersiaptijd.

    Dat maakt mij milder ten opzichte van mijn ouders.