Nijmegen 1944

ACHTERGROND - Operatie Market Garden was groter dan alleen de Slag om Arnhem. Mevrouw Corry Tolhuizen vertelt over de strijd om Nijmegen.

Zondag 17 september 1944

Mijn vader is jarig. Als we uit de kerk terug komen, zien we de lucht ineens vol parachutisten. Er wordt geschoten.

Na het bombardement [op Nijmegen op 22 februari 1944] is een discussie ontstaan, of je in een kelder wel zo veilig bent voor bommen. Je kunt levend begraven worden. Er wordt besloten, dat we gaan schuilen in de inpandige ruimtes in huis. Er wordt een tekenplank op het toilet gelegd. Daar zit moeder met mijn zusje op schoot. Ik kan er net dwars bij zitten. Halverwege de middag moet ik ruilen met mijn andere zus. Vader staat dan met mij gearmd in de ruimte boven aan de keldertrap.

Na enkele uren gaan we weer naar de huiskamer. Op straat lopen vluchtelingen voorbij, richting westen. Ze vertellen dat de Hitlerjugend hun huizen in brand stak.

Ik heb de euvele moed te vragen wanneer we de taartjes gaan eten. Daarvoor heb ik eerder margarine, suiker en bloem naar de bakker gebracht. Moeder reageert verontwaardigd: “Op straat lopen vluchtelingen!”

We gaan niet naar bed. Mijn zusje en ik mogen op de divan liggen. Niet comfortabel met kleren en schoenen aan. De ouderen zitten in fauteuils. Ik slaap nauwelijks, hoor buiten schieten en in de kamer het gefluister van de anderen.

Maandag 18 september 1944

We leven in het onzekere. Aan wie zijn we overgeleverd? Aan de overkant van de straat loopt een Amerikaan, beladen met wapens. Voor hem lopen twee heel jonge Duitse soldaten met de handen boven hun hoofden. Waar worden die krijgsgevangenen naar toe gebracht?

Er sluipen Duitsers door onze straat. Ze loeren naar binnen, waarschijnlijk bang voor scherpschutters. We gaan achter de kasten staan om niet gezien te worden.

We weten van radio Oranje dat de infanterie van het Tweede Britse Leger onderweg is. Eindhoven is al bevrijd. Maar er wordt richting Nijmegen fel gevochten.

Op schoten ver weg na, is het stil. We wachten.

Dinsdag 19 september 1944

Ik sta bij de bakker in de zijstraat in de rij. Dan horen we aanzwellend gejuich. Aanvankelijk wil niemand haar plaats in de rij opgeven, maar plotseling lost de rij zich op. We rennen naar de hoek van de straat. In de verte komen twee rijen Engelse soldaten over de fietspaden aan. Ze dragen hun geweren over hun ene schouder en bloemen in de andere hand. Mensen plukken inderhaast bloemen uit hun tuinen.

In Nijmegen liggen de spoorrails merendeels dieper dan de straten. Veel bruggen zijn vernield. Het geallieerde verkeer dat over het Maas- en Waalkanaal via de Graafseweg Nijmegen binnenkomt, moet noodgedwongen via onze straat naar de St. Annastraat en vervolgens via het Keizer Karelplein en de Oranjesingel richting Waalbrug. Deze is gespaard gebleven door sabotage van een broer van een schoolgenote. Sabotage in de ogen van de Duitsers.

Behalve tanks rijden enorme boten op wielen voorbij, zogenaamde ducks [DUKW‘s]. Ze moeten zo snel mogelijk naar Arnhem. Iedereen staat op straat. Ik til mijn zusje op. We krijgen chocolade, die thuis gedeeld wordt. De buurman heeft z’n radio met verlengsnoeren in de voortuin gezet. De Engelse zender staat luid aan. Dan vliegen Duitse vliegtuigen over. Iedereen rent zijn huis in. De radio staat buiten verlaten flink wat geluid te produceren. Vlaggen worden snel in huis gehaald.

Vanwege de militaire route langs ons huis lopen we extra risico van bommen en granaten. We zijn in de kelder gaan slapen. Oude tapijten op het beton en daarop twee stel tweepersoonsmatrassen. We slapen gekleed. Alleen de schoenen mogen boven het hoofdkussen staan. Ik voer een discussie met moeder: “welke jurk is voor overdag, welke voor ’s nachts?”

Op straat duiken nu de voormalige illegalen op met een oranje band om de arm met de letters BS van “binnenlandse strijdkrachten”. Ze gebruiken ook wel auto’s van de GG en GD. Ze komen niet altijd sympathiek over. Er is weliswaar geen bijltjesdag, zoals aangekondigd, maar hun rol is niet altijd verheven. Ze arresteren mensen waarvan aangenomen wordt dat zij verraders waren. Een verzamelpunt is de (voormalige) tuchtschool aan de Berg en Dalseweg. Een collega van vader is (gedwongen?) aangesteld als directeur.

Een buurman van de overkant loopt ook met een oranje band en een geweer tot er een incident plaatsvindt. We horen tumult op straat. BS-ers arresteren iemand uit de buurt en nemen zijn geweer in beslag. Zijn vrouw loopt huilend en roepend achter hen aan. Vader vertelt ons dat de man namens de Duitsers tractoren had gevorderd ten behoeve van de oogst in de Oekraïne.

Op een moment, dat er weer een rij tanks voorbijtrekt, lopen twee BS-ers met geweren achter een meisje langs de juichende menigte. Ze moet een karton met “moffengek” boven haar hoofd houden. Ze heeft kortgeknipt haar en een sjofel jasje. Ik denk verontwaardigd: “Misschien hield ze echt van een Duitser.” Ik ben woedend op de broers met hun geweren. Ze wonen vlakbij, maar ik groet ze nadien niet meer. Het meisje huilt. Ik ook.

Meer ooggetuigenverslagen, in de vorm van in het Engels vertaalde brieven, zijn hier te lezen.

Afbeelding: Nijmegen op 28 september 1944, na afloop van de gevechten (Wikipedia)

  1. 1

    (…) Waalbrug. Deze is gespaard gebleven door sabotage van een broer van een schoolgenote. Sabotage in de ogen van de Duitsers.

    De grap is dat die brug, destijds slechts 4 jaar oud, tijdens de invasie in 1940 vakkundig was opgeblazen door onze vaderlandse genie in een ietwat misplaatste poging de Duitse invasie tegen te houden. Dat ging natuurlijk nergens over; de Duitsers moesten van oost naar west terwijl de brug noord en zuid verbindt.

    De Duitsers gingen meteen ijverig aan de slag met de herbouw. In 1943 stond ie weer overeind. Precies op tijd voor de geallieerden;-)

  2. 2

    Ja en toen kwam die lange hongerwinter, op sterven na dood was mijn moeder en moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Onze dochter vroeg onlangs wat wij wisten van de nasleep van de tweede Wereldoorlog en ons antwoord was en is, geen voedsel verspillen en er nooit onterecht over zeuren.