Nieuwe speculaties over de moord op Kennedy

NIEUWS - Aan sommige verhalen wil maar geen einde komen.

Jerry Kroth, em. professor van de Santa Clara Universiteit in California komt binnenkort met een nieuw boek: Coup d’État; the assassination of President John F.Kennedy. Hij verwerkt daarin gegevens die hij aantrof in recent door de CIA vrijgegeven documenten over de veelbesproken moord op 22 november 1963. De officiële lezing waarin de communist Lee Harvey Oswald als  moordenaar is aangewezen is in de loop van de tijd al door velen in twijfel getrokken. De meeste Amerikanen geloven in elk geval niet dat Oswald een lone wolf was. Ruim een halve eeuw na de moordaanslag, is een meerderheid nog altijd overtuigd van een complot. De dood van Kennedy is dan ook al decennia omgeven met samenzweringstheorieën. De vorig najaar openbaar gemaakte documenten wijzen onder meer in de richting van een connectie tussen Oswald en een consul van de Sovjet-Unie in Mexico.

Kroth schrijft zich er over te verbazen dat aan een tweede serie van 18.000 documenten die in april j.l. zijn vrijgegeven zo weinig aandacht is besteed. Hij trof daarin buitengewoon belangwekkende nieuwe informatie aan. Twee inlichtingenfunctionarissen blijken enkele weken voor de moord op Kennedy onafhankelijk van elkaar berichten te hebben onderschept over een mogelijke aanslag.

De eerste is Eugene Dinkin, een korporaal eerste klas die in Frankrijk voor de CIA werkte als decoder. Hij onderschepte twee berichten over een mogelijk complot. Daarin kwam onder andere ook de naam voor van William Harvey, de man die Howard Hunt, de CIA-agent die betrokken was bij het Watergate schandaal, op zijn sterfbed noemde als betrokkenen bij de moord op Kennedy. Dinkin probeerde contact te krijgen met Robert Kennedy om hem te waarschuwen. Omdat hij vreesde dat zijn bericht niet aan zou komen reisde hij naar Genève in de hoop dat het daar door de VN-pers beter zou worden ontvangen. Hij werd daar wegens desertie door de Amerikanen gearresteerd en afgevoerd naar een psychiatrische kliniek.

De tweede is David Christensen, een sergeant van de luchtmacht die was gestationeerd op een basis van de Britse RAF in Schotland. Hij onderschepte vlak voor november 1963 in een uiterse geheime CIA-afluisterpost ook een bericht over een aanslag op de president, iets wat hij eigenlijk niet te weten had mogen komen. Ook Christensen werd opgenomen in een psychiatrische kliniek.

Los van de vraag of Dinkin en Christensen echt iets van belang hebben ontdekt stelt Kroth wel twee serieuze vragen. Waarom zijn deze meldingen niet onderzocht door de Commissie Warren, die de waarheid over de moord op Kennedy moest achterhalen? En waarom is deze informatie niet eerder vrijgegeven?

De speculaties worden voortgezet.