Niets is wat het lijkt

COLUMN - Aan het einde van de gang staat een bankstel voor het raam, geflankeerd door een staande lamp en een kamerplant op een bijzettafeltje. Heel huiselijk. Pas van dichtbij zie je dat het tafereel van verf is en als camouflage voor een deur dient – een deur die vanaf deze kant alleen open kan wanneer je een code intikt op een toetsenbordje dat verstopt zit in de schildering.

Voor de mensen binnen is de deur een bank, niet langer herkenbaar als de uitgang naar hun oude leven. Voor de mensen die de code kennen is dit de gesloten afdeling, het almaar kleiner wordende wereldje waarin hun geliefden langzaam hun oude herinneringen, hun routines en uiteindelijk zichzelf verliezen, en langzaam inert worden.

Ze is dol op haar kat: een grijsbruin tenger diertje met extreem lange poten. Maar ze was hem steeds vaker kwijt.

Toen ze nog boven woonde, buiten het schilderij, bij haar man, wilde ze aldoor weten waar de kat was gebleven. Zelfs als hij opgerold op haar schoot lag te slapen, vroeg ze ongerust: ‘Waar is Mickey eigenlijk?’ We kochten een robotkat voor haar, bedoeld voor wanneer ze naar beneden moest verhuizen. Een pluizige, mollige, oranje-witte knuffel die kon mauwen, snorren, een poot opheffen en op zijn rug rollen. We doopten hem Loulou.

De eerste middag beneden pruttelde ze: ‘Wat een akelig nepding.’ Twee dagen later lag hij bij haar op bed, zat-ie bij haar op schoot, praatte ze tegen hem zodra hij mauwde en noemde ze hem Mickey. Ze raken onafscheidelijk, en omdat hij mauwt wanneer ze te lang stil is, weet ze meestal waar hij is en komt dan zelf ook even tot leven. Dan aait ze hem, en zegt zoete woordjes. ‘Ach mannetje van me… Dag lieverd.’ Daarna doezelen ze allebei weer weg. Mijn vader was van plan de echte Mickey vaak mee te nemen als-ie op bezoek zou komen, maar durft dat niet meer: hij wil de schone schijn niet verstoren.

Boven jammert Mickey om haar, en ligt mijn vader ’s nachts zonder haar in bed.

© Karin Spaink Parool mickey loulou

Mickey bekijkt Loulou © Karin Spaink /Parool

Ze is dol op chocolade en glaasjes port. Mijn vader neemt die voor haar mee, maar ze weet niet goed hoe dat ook alweer ging. Hoe krijg je zo’n doosje bonbons open? Haar vingers zijn krachteloos, ze pulkt lukraak aan de verpakking, en nadat we haar helpen en de chocolade voor haar op een schaaltje leggen, eet ze de bonbons achter elkaar op, alsof ze een verplichte boterham wegwerkt. Ook het nippen is haar ontglipt: een portglas leegt ze in twee ferme slokken.

Boven kon ze soms plotseling uit haar stoel opstaan, ineens ongerust over iets, wijzend naar een tafel of naar iets anders. Dan stopte ze vaak halverwege, middenin een beweging of in een zin: wat was er ook alweer? Ze was het kwijt. Ze zocht nog even, in haar omgeving en in zichzelf, maar het was allang weg. Dan ging ze maar weer zitten.

Ze zit steeds vaker. De deur is een bank. De robot is een kat. Loulou is Mickey. Boven is beneden. Bonbons zijn brood. De wereld lijkt een illusie. Maar ze blijft altijd mijn moeder.


Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool

  1. 1

    Ontroerend, raakt me toch wel.
    Mooi geschreven maar soms moet ik beetje lachen om die poezen.
    Dat troost je zoiets toch wel voor je lieve moeder, zoveel mogelijk naar levendiger in haar huisje van te maken.

    Het wereld van Alzheimer is echt onpeilbaar, hoe je dan ook haar probeert aanpassen met haar eigen geest voor de ogen.

    Mijn moeder’s heeft hoge familiekwaal van Alzheimer. ( van Opa’s kant, de vader van mijn moeder ). Heb mijn hele leven lang al zo vaak meegemaakt met familieleden die aan het dementeren waren. Opa, Ome Henk, Ome Herman ( leeft nog al 20 jaar lang Alzheimer), Tante Marie en mijn moeder langzamerhand wel…… )

    Zo leuk is het zeker niet. Ieder’s keuze of iemand voortleeft als een plant of niet. Mijn moeder heeft mij altijd zo boos gezegd: Mocht mij gebeuren, haal het eraf die kwaal! Terwijl ze bijna 40 jaar lang als bejaardenverzorgster/verpleegster had gewerkt tot pensioen, ze wist het wel beter.

  2. 2

    Ik denk niet dat ik, als ik heel ouder word, door andere mensen laat verzorgen. Vind ik maar niks, helemaal niks.
    Mijn hele lichaam wassen, luier aandoen, rietje in mijn mond volstoppen die ik misschien niet lekker vind. Mijn geslachten laten wassen door jonge kerels, lieve hemeltje, no way!

    Daarom vind ik toch wel bijzonder dat je moeder er nog steeds is en er overal opmerkingen maakt. Ook al triestgeval.

    Als mijn Oma op haar oudste dagen nog had geleefd en bammm naar verzorgingshuis wordt geplaatst, zou ze nu helemaal doorgedraaid zijn die ook nogal hard overkomt die zei: ” Motte je dan bij mij aankomen, kijk hier met deegroller! “. BAAAMMM, op je koppie krijgen val je ook zo neer! Gelukkig heeft ze tot haar laatste oudste dag nog altijd gewoond op boerderij, zelfs liep ze als een pinguin heen en weer, vrolijk onder strohoed met sperciebonen afbellen en in de waterpannen gooien, haar gewoonte. Alle sperciebonen uit de tuin. Half Alzheimer zeg maar, dat ze ook vaak vergeet waar haar keukenspullen lagen. Typisch Oma met haar 11 kinderen, en 33 kleinkinderen ( waaronder ik ).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren