Neoliberalisme redux

ACHTERGROND - Neoliberalisme bestaat niet en is enkel een links scheldwoord, aldus de usual suspects.

Critici hebben in zoverre een punt dat ‘neoliberalisme’ vaak als containerbegrip wordt gebruikt om alles aan te duiden wat vuig en voos is. Zodoende kan het geen kwaad zo nu en dan de connectie tussen het begrip en de hedendaagse politieke realiteit te verduidelijken.

William Davis doet in deze blogpost een uiterst verhelderende poging:

In my book, I describe neoliberalism as the ‘disenchantment of politics by economics’. What’s important to realise is that this doesn’t necessarily mean replacing the state or democracy by the market. What it means is that processes traditionally left in the realm of politics must now be reconfigured in calculative, economically rational terms. Yes, you can carry on expressing demands publicly; but you must now do so in ways that makes the costs and benefits of your demand explicit. You are no less welcome to stage an opera, provide social care for the elderly or research ancient manuscripts, and these may indeed be matters for the state to support. Just as long as you can explain that in the language of economics. […]

Just as clothing designers came to realise during the 1980s that people want the label of expensive clothes on the outside, the injunction of neoliberal politics is to keep the price tag on at all times.

Deze volstrekt eenzijdige focus op economisch ‘nut’ verandert politiek van een inhoudelijke, ideologische discussie in een verhaal over ‘effectief’ (lees: economisch rendabel) besturen:

No decision-maker really wants to get their hands dirty deciding who is worthy of public money and who is not (or not if they can avoid it). The function of competition, from a neoliberal perspective, is to save centralised politicians or experts the trouble of becoming imbroiled in normative or democratic disputes. It also allows the politics of austerity to be somewhat concealed. Every theatre or every university department in the country is welcome to continue as they always have done – but the odds of them succeeding in this venture are being progressively, deliberately cut, from each year to the next.

Deze beperkte, zelfs bekrompen focus op economisch nut of rentabiliteit zorgt er overigens niet per se voor dat de overheid zich terugtrekt. Er dienen immers hele systemen te worden opgetuigd om de prijs van bepaalde politieke besluiten in de gaten te houden.

Centraal in het neoliberale systeem staat dan ook niet de vrije markt, maar de audit. Alles dient te worden gewogen en beoordeeld op kosten en rentabiliteit, want ‘the real underlying phobia […] is that someone might be getting “something for nothing” – and yet that is simply another way of describing a gift.’

In Nederland zien we dit goed bij uitkeringen. We zijn als de dood dat bijstandsontvangers niet zouden worden afgeknepen. Want dat is a) duur; en b) ze hebben het niet verdiend.

Dus wat doen we? Bijstandsuitkeringen worden enerzijds zo laag mogelijk gehouden, anderzijds moeten de ontvangers een naakte economische tegenprestatie leveren.

En verder maken we de regels zodanig gedetailleerd en streng dat je een fraudeur bent voordat je het weet.

En dit is slechts één voorbeeld: dankzij de centrale plaats van de audit in het moderne politieke denken neemt de regeldruk – ondanks alle liberale beloftes van Rutte c.s. – alleen maar toe.

En als economisch nut en rentabiliteit al bij voorbaat het doel van het landsbestuur zijn, dan hoeven politici uiteraard ook niet meer het debat aan te gaan, enkel besturen is genoeg.

Gezien onze huidige, vaststaande prioriteiten, hebben we daar eigenlijk ook helemaal geen politici meer voor nodig. ‘Laat ondernemers het land besturen,’ wordt al luidkeels geroepen in wat ooit een serieuze krant was.

En wat blijft er dan over voor de burger? Met de psychologische druk van (economische) onzekerheid wordt deze in het gareel gehouden:

However, when audit becomes married to rapidly shrinking budgets, and the continued use of planned competition to allocate those budgets, it shifts from a technique of discipline to one of control. The subject of audit shifts from seeking to meet a periodic target, to living with a constant sense of dread as to how things are currently going right now.

En ook dat heeft zijn nut. Ooit van een stakende flexwerker gehoord?

Maar toch is ‘neoliberalisme’ enkel een scheldwoord. Zou het?

  1. 1

    Jazeker een scheldwoord omdat de menselijke maat verdwijnt en de graaiers alles recht rekenen wat krom is.
    Liegen met getallen is tot kunst verheven.

  2. 2

    Neoliberalisme is inderdaad een volledig betekenisloos scheldwoord. Nu blijkt neoliberalisme gedefinieerd te moeten worden als “een eenzijdige focus op economisch ‘nut’”. Morgen weer anders. Overmorgen wéér anders. Kortom, het is een sticker die links overal waar ze ’t mee oneens is op plakt. Financiële crisis? Neoliberale banken! Toegenomen regeldruk in de zorg? Neoliberale zorgverzekeraars! Bijstandscontroles? Neoliberale bureaucratie! Zachte winter? Neoliberale klimaatverandering! Onsmakelijk avondeten? Neoliberale kok! Vervelend kind? Neoliberale bengel!

  3. 4

    Dit stuk zou zelfs door een neoliberaal begrepen kunnen worden: de ideologie wordt meetbaar gemaakt. Gaat uw politiek of ideologie uit van louter economisch nut en een afweging van haalbaarheid en betaalbaarheid? Neoliberaal!

    Heeft u nog steeds een standvastige ideologie waarin het voorgaande niet noodzakelijkerwijs het uitgangspunt is? Niet Neoliberaal.

  4. 6

    @4: Naar deze definitie is de PVV — die haar nationalisme immers onderbouwt met niet-economische thema’s zoals behoud van de Nederlandse cultuur en de huidige bevolkingssamenstelling — dus extreem niet-neoliberaal, terwijl de PvdA — die haar sociaaldemocratie vooral met, door het (neoliberale!1!) CPB doorgerekende dus sowieso ware, economische argumenten zoals een zogenaamd voor de gehele samenleving en economie nuttige inkomensgelijkheid onderbouwt — extreem neoliberaal.

  5. 8

    @Neoliberale user

    Naar deze definitie is de PVV […] dus extreem niet-neoliberaal, terwijl de PvdA […] extreem neoliberaal [is].

    Van mij hoor je geen weerwoord. Ik heb een hekel aan ‘neoliberalisme’, al zou ik het eerder ‘verregaand utilisme’ noemen. Dat betekent niet dat ik niet mag kiezen welk niet-neoliberale stroming ik niet zou mogen. PVV is fout bezig, maar de (van oudsher) grote partijen (CDA, PVDA, VVD) niet minder, door bij compromissen argumenten alleen in hun materiële aspect af te wegen.

    Verder zijn er genoeg -al dan niet- Nederlandse woorden om je afkeer van tegenstanders duidelijk te maken, maar misschien zie je hier ook een uitwas van het neoliberalisme. Waar ik partijen als de VVD harteloos kan noemen, is het tegenverwijt dan al te makkelijk dat ik ‘weekhartig ben, ‘denk’ met mijn hart (welk een achterlijkheid!), en liever geld tegen probleem aansmijt, dan hard ben en knopen door te hakken.’ Oftewel: als ik een moreel verwijt maak, schuiven ‘zij’ mij de rekening toe en zeggen: ‘zoveel kost jouw morele integriteit.’ En genoeg mensen zijn daar gevoelig voor.

    De ‘letterlijke’ betekenis van scheldwoorden is inderdaad vaak onzinnig en raar. De emotionele betekenis is echter groot. Moet ik uit jouw reacties opmaken dat jij dat niet inziet?

  6. 9

    @8: Het lijkt me een uitstekend idee om verregaand utilisme ‘verregaand utilisme’ te noemen in plaats van ‘neoliberalisme’. Al kan niet worden ontkend dat ‘neoliberalisme’ lekkerder bekt. Probeer immers maar eens ‘VERREGAAND UTILISME’ te gillen als je per ongeluk met je hamer op je eigen duim slaat. Dan rolt ‘NEOLIBERALISME NOGAANTOE’ toch een stuk makkelijker eruit.

    Wat je vraag betreft: misschien even de reactie waar ik op reageerde lezen.

  7. 10

    @8: Utilisme draait om het welzijn en geluk van alle mensen, bij neoliberalen draait het alleen om het eigen welzijn en geluk, een wet voor beperking hoge inkomens in de publieke sector kan niet uitgevoerd worden als je er zelf persoonlijk belang bij hebt.

    Wat voor de neoliberaal zoals de VVD afgeschreven is mag 24 uur per dag in een poepluier langzaam afsterven net als de rest van de onderkant van de samenleving.

    Als je een ander woord zoekt voor neoliberalisme kom je meer terecht bij sociaal darwinisme.

  8. 13

    “Governmentality” (zie wiki) applies to a variety of historical periods and to different specific power regimes. However, it is often used (by other scholars and by Foucault himself) in reference to “neoliberal governmentality”, i.e. to a type of governmentality that characterizes advanced liberal democracies. In this case, the notion of governmentality refers to societies where power is de-centered and its members play an active role in their own self-government, e.g. as posited in neoliberalism. Because of its active role, individuals need to be regulated from ‘inside’. (Dus we moeten leren te ‘participeren.’ Dat moet een automatisme worden. Foucault noemt dat “double assujettissement,” een onderwerpen dat ook een ‘zich onderwerpen’ impliceert – AF) A particular form of governmentality is characterized by a certain form of knowledge (“savoir” in French). In the case of neoliberal governmentality (a kind of governmentality based on the predominance of market mechanisms and of the restriction of the action of the state) the knowledge produced allows the construction of auto-regulated or auto-correcting selves.

    […]

    The [neoliberal] government achieves these ends by enacting “political economy,” and in this case, the meaning of economy is the older definition of the term, that is to say, “economy at the level of the entire state, which means exercising towards its inhabitants, and the wealth and behavior of each and all, a form of surveillance and control as attentive as that of the head of a family over his household and his goods”. Thus, we see that this first part of the definition states that governmentality is a government with specific ends, means to these ends, and particular practices that should lead to these ends.

  9. 14

    Neo liberalisme is in principe geen scheldwoord, maar een zeer ruim container begrip voor de hedendaagse economisch politieke realiteit. Het is ook geen vastgelegd doel of politieke stroming, het is de uitkomst van rationeel politiek denken van vrijwel alle politici en alle politieke partijen die in het Westen aan de macht zijn. Niet voor niets volgen niet alleen liberalen dit beleid maar ook, en zetelmatig gezien hoofdzakelijk, progressieve en conservatieve partijen.

  10. 15

    Neoliberalisme = derdewereldmentaliteit = afbraak = mensonterend = arrogant = asociaal. Dus ja, neoliberalisme mag geen scheldwoord genoemd worden, maar een kwaliteit waar de honden geen brood van lusten.

  11. 16

    Neoliberalisme is een ideologie die net doet alsof zij geen ideologie is, maar onvermijdbaar en vanzelfsprekend. Maar dat is ze niet.

  12. 17

    Foucault: ik wil vandaag verder gaan met mijn uiteenzetting van het Duitse neoliberalisme. Wie een vraagt stelt over het neoliberalisme, Duits of niet, maar in ieder geval hedendaags, krijgt meestal drie antwoorden.
    De eerste vraag is: wat is neoliberalisme vanuit economisch oogpunt? En het eerste antwoord luidt: het is slechts een reactivering van oude en versleten economische theorieën.
    De tweede vraag is: wat is neoliberalisme vanuit sociologisch oogpunt? En het antwoord hierop is: niets anders dan datgene waardoor wordt bewerkstelligd dat de betrekkingen in de samenleving uitsluitend handelsbetrekkingen zijn.
    Ten derde wordt het neoliberalisme vanuit politiek oogpunt beschouwd als niets dan een dekmantel voor een veelomvattende overheidsinterventie, een interventie die des te zwaarder weegt omdat ze in het verborgene afspeelt en zich verschuilt onder de uiterlijkheden van het neoliberalisme. […]
    Dus in het eerste geval is het een slechte herleving van Adam Smith; in het tweede geval is het de vercommercialiseerde maatschappij, dezelfde die in afdeling 1 van Das Kapital aan de kaak wordt gesteld en in het derde geval is het een veralgemenisering van de staatsmacht, d.w.z. Solzjenitzyn op wereldschaal.

    Adam Smith, Karl Marx en Solzjenitzyn; laissez faire, een samenleving van commercie en spektakel en een wereld van concentratiekampen en dat van de Goelag: dat zijn globaal genomen de analytische en kritische modellen, waarmee het neoliberalisme wordt benaderd, waardoor er dus zo goed als niets van te maken valt en het steeds weer bloot staat aan dezelfde kritiek. Wat ik u echter duidelijk wil maken, is dat het neoliberalisme juist iets heel anders is. Iets bijzonders of iets onbenulligs, dat weet ik niet, maar in ieder geval iets anders. […]

    Wat is dan het neoliberalisme? De vorige keer heb ik getracht om in ieder geval aan te tonen wat het theoretische en politieke principe ervan is. Anders dan bij het liberalisme van Adam Smith, het liberalisme van de 18e eeuw, waarbij het ging om de vraag hoe in een gegeven maatschappij met een bepaald bestuur een ruimte voor de vrije markt kon worden afgebakend en uitgespaard, gaat het er bij het neoliberalisme juist om de vraag hoe het algemeen uitoefenen van de politieke macht kan worden gemodelleerd naar de principes van een markteconomie. Het vertrekpunt is dus niet het creëren van een vrije ruimte, maar het leggen van een relatie, vanuit de formele principes van een markteconomie, met een algemene bestuurskunst, het projecteren van die principes op de bestuurskunst. Dat is volgens mij de inzet en wat ik geprobeerd heb u duidelijk te maken dat voor het uitvoeren van die operatie, dus om te weten tot waar en in welke mate de formele principes van een markteconomie richting kunnen geven aan een algemene bestuurskunst, de neoliberalen genoodzaakt waren een aantal veranderingen aan te brengen in het klassieke liberalisme …

    Uit: De geboorte van de biopolitiek, p.177-179. (college 14 februari 1979)

  13. 18

    Dank voor deze link.

    Voor de twijfelaars hier: de term is in de jaren 30 bedacht op een conferentie in Parijs en is nog tot in de jaren 50 gebruikt door de neoliberale Mont Pelerin Society. De econoom Milton Friedman heeft er zelfs nog eens een artikel over geschreven: Neo-Liberalism and its Prospects. Ze zijn gestopt om deze naam te gebruiken lang voordat het een scheldwoord werd.

    Een definitie te geven van neoliberalisme is lastig, vooral ook omdat de bedenkers er van deze nooit gegeven hebben en er zelf vaag over zijn. De beste manier om er over te denken is als de filosofie van een gedachten collectief – het denken van een groep mensen met veel invloed, in en rond de Mont Pelerin Society.

    Neoliberalisme wordt helaas te veel als scheldwoord gebruikt, want het staat wel degelijk ergens voor. Het is belangrijk om een naam te geven aan een fenomeen, om het te kunnen onderkennen in de praktijk. Wat geen naam heeft bestaat niet immers.

  14. 19

    Dank zeker voor de link en de intrigerende en leerzame comments. In de VS is neoliberaal bij mijn weten geen scheldwoord, maar is “liberal” dat juist weer wel (als in een softie). Dat terwijl “liberaal” hier in mijn beleving vrij neutraal, hooguit een beetje verouderd is.

  15. 20

    @19: De reden dat het in de VS minder wordt gebruikt (en geen scheldwoord is) is heeft waarschijnlijk met die Amerikaanse betekenis van het woord liberal te maken die jij noemt: links. In Amerikaanse oren klinkt neo-liberal dan ook een beetje als ‘nieuw links’. Mogelijk was dat ook de reden waarom men is gestopt om die naam te gebruiken.

    Volgens Blyth (in zijn boek ‘Austerity, history of a dangerous idea’) is er een splitsing ontstaan in de liberale beweging eind 19e begin 20e eeuw. Er was een linkse, sociale stroming met mensen als Mill en Keynes en een rechtse conservatie stroming, waar Hayek een vertegenwoordiger van is. De progressieve factie is in de VS die naam blijven gebruiken, in de Europa zijn ze opgegaan in de sociaaldemocratische beweging. In Nederland is liberaal dan ook vooral een conservatieve stroming, net als elders in Europa.

    Geeft wel verwarring dit.

  16. 21

    @20: Misschien dat de benaming enige verwarring geeft, maar er zijn twee uitstekende boeken die een niet mis te verstaan inkijkje geven in het wereldbeeld en de politieke mores van wat we voor het gemak maar even neoliberalisme noemen: ‘The shockdoctrine’ van Naomi Klein en ‘De utopie van de vrije markt’ van Hans Achterhuis.
    Dan kunnen we blijven steggelen over de naam van het beestje, maar de aard van het beestje is in ieder geval duidelijk omschreven.

  17. 22

    Neoliberalisme: Alles waar links een hekel aan heeft maar wat ze geen fascisme kunnen noemen.

    Wat ik uit dit stuk kan opmaken is dat neo-liberalisme het verzet is tegen blind spenderen, het woord “phobie” wordt zelfs gebruikt om economisch nut als vereiste voor uitgaven te stellen. De bewijslast wordt omgekeerd, niet uitgaven moeten verantwoord worden, maar bezuinigingen.

  18. 23

    Neoliberalisme: Alles waar links een hekel aan heeft maar wat ze geen fascisme kunnen noemen.

    Er zit maar weinig verschil tussen übermensch op basis van ras of bankrekening, op politiek vlak werken ze ook vlug samen.

    Jij maakt mij niet wijs dat jij genoeg in huis hebt om mee te kunnen doen aan the survival of the fittest richest.

  19. 24

    Ik ben het in grote lijnen eens met dit stuk, maar waarom krijgt het het label ACHTERGROND mee? Hier wordt toch duidelijk een politiek punt gemaakt, en niet zo zachtjes ook. De categorie OPINIE lijkt me meer op zijn plaats.

  20. 25

    @22: “De bewijslast wordt omgekeerd, niet uitgaven moeten verantwoord worden, maar bezuinigingen.”
    Nee hoor, de vercommercialisering of monetisering moet in de eerste plaats worden verantwoord. Waarom zaken die voorheen algemeen als ‘van algemeen nut’ werden beschouwd, sind de jaren ’80 een voor een op de markt geduwd werden, met in de meeste gevallen dramatische uitwerking. En dan toch ermee doorgaan, da’s de kern van neoliberalisme dat helaas maar al te zeer bestaat.

  21. 26

    Thallman is wellicht een van de vele VVD-stemmers die, hopend dat ze ooit nog eens rijk gaan worden, alvast doen of ze het zijn. Nu al beginnen met het trappen naar de minder bedeelden (alles wat niet puissant rijk is) terwijl ze er zelf toe behoren maar het nog niet toe durven geven.

  22. 27

    @25
    Sinds de jaren 80 zijn de uitgaven enkel toegenomen (behalve de defensie uitgaven), en dan nog, ook wat in de jaren ’80 als algemeen nut werd gezien moet verantwoord worden.

    @26
    Jij bent vast een van de vele GroenLinks stemmers die hoopt door vriendjes op het gemeentehuis tonnen binnen te slepen en voor de vorm af en toe ergens een lelijk standbeeld neer te zetten.

  23. 28

    @24 Ik weet niet precies wat de criteria zijn. Het stuk valt onder het thema ‘Politiek’. Het geeft ook enige achtergrondinformatie: ‘wat valt onder ‘neoliberalisme’, wat is de definitie? (inclusief bronnen)’. Ik ga niet ontkennen dat er duidelijk een opinie naar voren komt. Dat gezegd hebbende: het lijkt me minder raar om in een opiniestuk met achtergrondinformatie te komen, dan om in een achtergrondstuk met opinies aan te komen.

    @10 Ik wou nog even zeggen:
    Ja, er zijn problemen met het gebruik van het woord ‘utilisme’, maar die zijn er ook ‘sociaal darwinisme’ of ‘darwinisme’. Het tweede gaat overduidelijk om overleving van de soort, er komt geen geld te pas. Sociaal-darwinisme voegt daar nog een paar aannames aan toe: 1) Het gaat om overleving van het ‘ras’ (ofschoon er geen menselijke rassen bestaan); 2) Natuurlijke selectiemechanismen zijn (deels) uitgeschakeld door cultuur. Het bezwaar tegen 1) staat er al, het bezwaar tegen 2) is simpelweg dat cultuur ook maar een uitloper is van natuur (wat valt te zien in het ridicule balts-/paargedrag van diersoorten).

    Utilisme dekt inderdaad de lading niet. Inderdaad gaat het om het ‘geluk van allen’. De extra aannames die je (minstens) nodig hebt om van utilisme naar neoliberalisme te komen zijn: 1) ‘Geluk’ is converteerbaar naar een vaste geldelijke waarden en 2) de ‘onzichtbare hand van de vrije markt’ (en dus: egoïstisch streven naar geluk) werkt beter in het verdelen en toekennen van schaarse goederen en diensten dan een centrale autoriteit. 2) is de grond van een wetenschap, maar wordt vaak te veel als een vaststaand, universeel feit aangenomen, en 1) heeft ook een bepaalde grond: de kracht van (de menselijke) rede is dat het uiteenlopende argumenten op één continuüm op waarde weet te schatten. De gedachte is dan: ‘waarom niet geld?’ (en dat lijkt me een heel belangrijke discussie).

    Overigens lijkt het me vrij zinloos om deze discussie met jou (of iemand) te voeren: in principe hebben we het erover hoe we neoliberalisme zouden noemen als het geen neoliberalisme zou (mogen/kunnen) heten. Maar de term ‘neoliberalisme’ lijkt me in dit draadje vrij duidelijk staan voor een bepaalde ideologie, er is geen reden om het niet neoliberalisme te noemen.

    @Neoliberale user. Ik kan zeggen dat je OCD hebt door je vasthoudendheid over hoe ‘neoliberaal’ als scheldwoord wordt gebruikt. Ik kan zeggen dat je autistisch bent omdat je emotionele inhoud moeilijk van feitelijke inhoud lijkt te kunnen scheiden. Dat je emotioneel begaan bent is wel duidelijk, maar je geeft geen emotionele redenen aan waarom ‘men’ neoliberaal niet als scheldwoord zou moeten gebruiken. Het is geen toeval dat ik ‘autist’ en ‘OCD’ gebruik: ook die hebben hetzelfde probleem. Beide hebben een eigen, officiële diagnose (‘definitie’), maar worden te pas en te onpas gebruikt om trekjes van mensen te beschrijven. En inderdaad, ik kan ‘neoliberaal’ best wel vervangen door: ‘asociaal, egoïstisch, zelfzuchtig, rucksichtlos, materialistisch, amoreel én machiavellistisch’ noemen, maar dat is toch ietsjes langer. De meeste mensen zijn liever lui dan moe en zullen het liever bij een belediging laten, dan er een polemiek over te schrijven.

  24. 29

    Haal het neo er maar af. Sowieso zijn er geen rechtgeaarde liberalen meer. En zeker niet in de politiek. Inhalige graaiers om eens een pleonasme te gebruiken, ieder vorm van verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving, op de financiën letten, veiligheid garanderen, keuzevrijheid mogen hebben, democratische regels op de eerste plaats stellen, privacy waarborgen, nog even doorgaan? Het is allemaal verkracht door de VVD. Dus liberaal is voor mij al een scheldwoord geworden, en ik reken CDA en PvdA ook tot het egoïstische liberalisme. Het heeft eigenlijk niks met liberalisme te maken, deze loopjongens van de ondernemers.