Nee tegen het kabinet?

COLUMN - “Dit is geen referendum dat gaat over het huidige kabinet.” Peter Kanne (I&O Research) en Martin Rosema (Universiteit Twente) schonken eergister klare wijn op Joop.nl. Dat is nodig ook, want bij het vorige nationale referendum was de mythe van een luid ‘nee tegen het kabinet’ hardnekkig.

“Van de weeromstuit stemmen mensen voor of tegen Europa, voor of tegen asielzoekers, voor of tegen het kabinet.” Oud-fractievoorzitter en Europees Parlementariër Bob van den Bos (D66) opperde op 20 januari in Trouw dat het referendum van 6 april over het kabinet zal gaan. Dat idee is vast gestoeld op een wijdverbreid misverstand over het vorige nationale referendum, op 1 juni 2005.

Dat misverstand is dat het overweldigende ‘nee’ destijds (62% van de uitgebrachte stemmen) vooral gericht was tegen het toenmalige kabinet.

Afgelopen maand nog stond in NRC Handelsblad een terugblik op dat referendum onder de kop: “Heerlijk: nee zeggen tegen de regering.” Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (CDA) bleek de uitslag van dat referendum op die wijze te verklaren.

Eerder hadden andere politici zich in soortgelijke bewoordingen uitgelaten. PvdA-kamerlid Diederik Samsom bijvoorbeeld zei op 28 mei 2005 tegen Trouw: “Al zijn ze voor de Grondwet, dit zien ze als de kans om tegen het kabinet te stemmen.” Diezelfde dag vertrouwde oud-premier Dries van Agt de Telegraaf toe bang te zijn dat de Grondwet zou worden “weggestemd uit protest tegen de regering.”

Over het referendum in Frankrijk werd hetzelfde beweerd. Dat vond plaats drie dagen voor het Nederlandse en ging over hetzelfde onderwerp: het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Journalist Hendrik Jan Schoo merkte in de Volkskrant op “dat Nederlandse politici het Franse ‘nee’ heel goed meenden te kunnen duiden: een ordinaire proteststem tegen de regering-Raffarin.”

Ook onder sommige journalisten leefde dit idee. Volgens onze nieuwsmedia was de proteststem tegen de regering niet alleen in Nederland, maar in het algemeen een belangrijke factor in een EU-referendum – of het nu Ierland, Estland of Spanje betrof. En over het Franse referendum meldde alleen Het Financieele Dagblad al viermaal dat kiezers het gebruikten als evaluatie van de regering.

NRC Handelsblad liet op 21 mei 2005 een klein aantal Rotterdamse kiezers aan het woord die “vooral eigenlijk tegen het kabinet” stemden. De kop boven het artikel citeerde een van hen: “We laten ze weer eens goed zweten.” Het Parool meldde anderhalf jaar na dato “dat in het referendum over de Europese grondwet (…) tegen het kabinet werd gestemd.” Maar dit bleek niet uit onderzoek.

Andrew Glencross (Universiteit van Stirling) en Alex Trechsel (Europees Universitair Instituut) analyseerden kiesgedrag bij de volksraadplegingen over de Europese Grondwet in 2005 in Spanje, Frankrijk, Nederland en Luxemburg. In geen van de landen vonden ze aanwijzingen voor dominantie van nationale politiek in kiezersoverwegingen – ook niet van stemmen tegen de nationale regering.

Meer in het algemeen baseren kiezers zich in een EU-referendum vooral op EU-gerelateerde zaken. Niet op iets specifieks als de Grondwet – die las vrijwel niemand – maar op algemenere EU-onderwerpen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit analyse van kiesgedrag in tientallen volksraadplegingen door Sara Hobolt (London School of Economics). Zuiver tegen een regering stemmen lijkt zeldzaam.   In Nederland bleek uit een onderzoek door TNS/NIPO in opdracht van de Europese Commissie dat maar 14% ‘nee’ zei te hebben gestemd als protest tegen de regering. In analyses van Andreas Schuck en Claes de Vreese (beiden Universiteit van Amsterdam) en van Marcel Lubbers (Radboud Universiteit Nijmegen) speelde de nationale politiek ook slechts een ondergeschikte rol.   Wellicht het uitgebreidste kiezersonderzoek over het referendum op 1 juni 2005 was dat van Henk van der Kolk en Kees Aarts (beiden Universiteit Twente). Hun enquête onder 1.227 kiezers bevatte onder andere een rechtstreekse open vraag naar redenen voor de nee-stem. Wat bleek? “Niet meer dan 2 procent van de nee-stemmers geeft aan vooral tegen de regering te hebben gestemd.”

Op dit punt bestond consensus. “Er zijn niet veel kiezers die woensdag primair tegen gaan stemmen omdat ze tegen het kabinet zijn,” zei opiniepeiler Maurice de Hond op 26 mei 2005 in de Volkskrant. En onderzoekers Willem Bosveld en Jeroen Slot (O+S) schreven op 2 juni in Het Parool dat de nee-stem “niet primair moet worden opgevat als een proteststem tegen het kabinet-Balkenende.”

Toegegeven, onderzoekers zijn niet onfeilbaar. En het is lastig meten, omdat afkeer van de regering-Balkenende vaak samenging met standpunten betreffende EU-zaken die een grote rol speelden in het referendum, zoals oppositie tegen Turks lidmaatschap en de euro. Maar in geen enkel wetenschappelijk onderzoek waren er aanwijzingen dat het ´Nee´ vooral tegen het kabinet was.

Toch was niet iedereen overtuigd. Uit Het Parool van 3 juni 2005: “Het ‘Nee’ woensdag was niet primair een protest tegen het kabinet (…) beweerden opiniepeilers gisteren. Parool-redacteur Liedewij Loorbach denkt daar heel anders over.” Volgens Loorbach was er gestemd “tegen de Nederlandse politici, tegen Balkenende.” En ze beet die politici toe: “Maar zelfreflectie, ho maar.”

Zo blijven sommigen koppig in mythes geloven. Maar zelfreflectie, ho maar.

Graag bedank ik Claes de Vreese (UvA) voor nuttig commentaar op een eerdere versie.

  1. 2

    @1

    Eigenlijk zou iedere stemmer bij het referendum eerst overhoord moeten worden over het associatieverdrag! Dan weten we tenminste zeker dat het geen stem is tegen het kabinet.

    30% van de bevolking die zich echt verdiept in dat verdrag is toch niet onredelijk?

  2. 3

    @2: Zodra referenda een ingeburgerd gereedschap is dan komt de kennis ook wel. De ziekte die Nederland teistert is een gebrek aan democratie, een gebrek aan verantwoordelijkheid en een vleugellamme, clickbait georiënteerd journaille.

  3. 4

    @2 De nee stemmers zitten bij de 2 partijen van Nederland, waar nu niet echt de hoogst opgeleide kiezers zich bevinden. Ik zou me al hoogst verbazen als ze überhaupt uit kunnen leggen wat een associatieverdrag is, laat staan dat ze over de inhoud iets zinnigs kunnen vertellen. Geenstijl geeft overigens ook gewoon toe dat het er om gaat Europa en het kabinet met een stok te kunnen slaan.

    Het vorige referendum was ook in eerste instantie tegen Europa, in het algemeen en niet over de inhoud. Pas in de 2e plaats tegen het (pro EU) kabinet. Ik durf te wedden dat bij de open vraag naar de reden verdomd weinig inhoudelijke argumenten tegen de grondwet naar boven zijn gekomen.

  4. 5

    @4:
    Wedde dat ik jou onder de tafel lul, als hoogopgeleidde 1 “van de 2 partijen in Nederland” aanhanger? De grootste uitdaging is om het zodanig te dummy it downe dat zelfs de jouwen het kunnen volgen.
    Hoe ziekelijk arrogant kun je zijn zeg. Mijn god.

  5. 6

    @5: Bedoel je nu dat je zelf een hoog opgeleid persoon bent die bij een van de partijen zit die hij omschrijft? Of bedoel je dat hij een arrogante hoogopgeleide kwal is, die jij wel even onder tafel zal “lullen”.

    Het is wat .. verwarrend.

  6. 7

    @4

    Volgens de grafiek in dit artikel zitten de nee-stemmers idd voornamelijk bij de laag opgeleiden.
    http://www.volkskrant.nl/binnenland/ja-kamp-oekraine-referendum-loopt-in~a4235784/

    De ja-stemmers zitten bij D66, PvdA en GL.
    De nee-stemmers bij PVV, SP en SGP.

    Overigens denk ik niet dat de hoog opgeleiden het verdrag gaan door nemen.

    Dat Geen Stijl de boel bewust om de tuin leidt wekt geen verbazing. En dat gaat nu eenmaal gemakkelijker bij laag opgeleiden dan bij hoog opgeleiden. Maar mijn inschatting is sowieso altijd al geweest dat GS niet zo’ n hoog intellectueel niveau weerspiegelt…. Wat GS doet is anticiperen op het ego van de mens. Daar hoef je niet erg slim voor te zijn.

  7. 8

    @4: De nee stemmers zitten bij de 2 partijen van Nederland, waar nu niet echt de hoogst opgeleide kiezers zich bevinden.

    Wel godverdomme. Val dood met je net geformuleerde maar intens achterbakse insinuaties. Weet jij wel wie er onder de hoogst opgeleide kiezers zijn? Lieden die toevallig een voldoende voor “Master’s specialisation in Creative Industries” wisten te halen in een groepje of zich met een beroep op dyslexie onder de lastige examens uit wisten te wurmen en die absoluut geen idee over gevolgen van politieke besluitvorming op lange termijn kunnen ontwikkelen, maar die welwillend zijn en de D66-standpunten blind volgen.

    Dat zijn de ja-stemmers.

  8. 11

    Dit hele dwaze kabinet in Nederland met zijn ‘glas, plas en was’ omtrent de vreselijke islamterreur of het referendum over het verdrag met Oekraïne doet me denken aan een vergelijking die een lezer ooit in een regionale krant schreef. Den Haag lijkt namelijk daarin gewoon Rommeldam, een stad uit het verhaal van Oliver J. Bommel, geschreven door Maarten Toonder.
    De leden daarvan zijn Rutte (Burgemeester Dirk Dickerdack), Opstelten (Commissaris Bulle Bas), Dijsselbloem (Oliver J. Bommel), Samson (Tom Poes), Plasterk (Wammes Waggel), Koenders (Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt) en degene die hen er hard afblaft is Wilders (Kapitein Wal Rus). En zoals deze lezer aangaf is dit kabinet een ware ramp voor Nederland!
    Een andere lezer schreef echter als vergelijking omtrent managers dat een beginnende en amateuristische ballonvaarder, tevensmee manager, met een heteluchtballon opsteeg naar een vriend en totaal niet wist welke kant hij op moest of naar beneden. Toen kwam hij een ingenieur tegen en vroeg of deze hem kon helpen.
    De ingenieur gaf als antwoord: “Je hangt met jouw luchtballon ongeveer 10 meter boven de grond, op 40 graden noorderbreedte en 58 graden westerlengte.”
    “Dat klopt technisch misschien wel maar ik kan helemaal niets met zulke informatie van jou omdat ik namelijk verdwaald ben,” zei de ballonvaarder.
    “Inderdaad, want jij weet zelf totaal niet eens waar je bent of naartoe gaat, je doet beloftes die je nauwelijks kunt waarmaken en nou verwacht je van mij dat ik hierna al jouw problemen oplos. En als ik dat niet kan, zelfs voor we elkaar ontmoetten in dezelfde positie, denk je zeker dat alles mijn schuld is,” antwoordde de ingenieur.
    Deze vergelijking is ook nog goed te bepalen naar aanleiding van een fabel van Aesopus omtrent de leeuw en de dolfijn. Beiden hadden vriendschap gesloten en toen vroeg de leeuw aan de dolfijn of deze hem wou helpen met het vangen van een os. De dolfijn antwoordde dat hij dat graag wou maar alleen niet kon daar hij op het land net zo hulpeloos was als de leeuw in het water zou zijn. Helaas is dit wildvreemde kabinet NOG hulpelozer en dommer met de oplopende EU-haat en dreigende terreurdreiging en zich ooit tegen hen keert, zeker met het naderende referendum en “Brexit” in Engeland!