Nederland schaft de fiets af

Nederland staat bekend als fietsland. Met 19 miljoen bruikbare fietsen heeft Nederland het wereld­record fietsdichtheid. Wie in een (studenten)stad woont herkent het beeld. Maar als je daarbuiten komt ziet het verkeer er toch wel wat anders uit. Op het platteland domineert de auto volledig. Ga eens een tijdje op een terras zitten in een willekeurig dorp in Groningen, Brabant of Limburg. Fietsers vormen daar een kleine minderheid. Bejaarde toeristen en kinderen onder de 18, die zie je nog wel op de fiets. De rest komt met de auto naar de buurtsuper, het café of de kerk. Het platteland is gemotoriseerd. Schaalvergroting en afbraak van het OV spelen hierbij zeker een rol, maar ook gewenning. De auto is het vanzelfsprekende vervoermiddel geworden op het platteland, ongeacht de afstand.

De auto is ook het vanzelfsprekende vervoermiddel voor de nieuwe generatie. Op de achterbank komen steeds meer kinderen naar school en naar het sportveld. Als scholier en student gebruiken ze tijdelijk de fiets. Daarna is het al gauw weer de auto die onmisbaar is in een druk werkzaam bestaan. De fiets verdwijnt uit het zicht als standaard vervoermiddel en komt hoogstens nog in beeld in het domein van de vrijetijdsbesteding.

De cijfers over het fietsgebruik laten zien dat Nederlanders in 2007 nog voor een kwart van alle verplaatsingen en een derde van alle verplaatsingen tot 7,5 kilometer de fiets namen. Maar de toekomst van de fiets is hoogst onzeker. Een rapport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ziet in het gunstigste scenario een zeer kleine groei, in het ongunstige geval een daling van het fietsgebruik. Volgens de onderzoekers komt dat niet alleen door verminderd fietsgebruik op het platteland, maar ook omdat allochtonen minder fietsen, en dat geldt ook nog voor de derde generatie. Een mogelijk lichte groei van het fietsgebruik komt vooral door de toename van het recreatieve fietsen. Dat is dan waarschijnlijk wel een zeer tijdelijke groei, want hiervoor zijn met name ouderen verantwoordelijk. De trend is duidelijk: de fiets is niet langer eerste keus vervoermiddel, zelfs niet voor de korte afstand. Hoe groot de voordelen van het fietsgebruik ook zijn.

Fietsen is gezond en voorziet in de behoefte aan dagelijkse beweging. Fietsgebruik is goed voor het milieu, is relatief goedkoop en vereist minder ruimte in ons dichtbevolkte land dan de -steeds grotere- auto.  Bevordering van de fiets als standaard vervoermiddel kan dus op meerdere fronten een oplossing bieden bij de bestrijding van actuele maatschappelijke problemen. Welke partij zou die kans niet grijpen?

Een vergelijking van de verkiezingsprogramma’s  laat zien dat het besef dat er veel winst te behalen is met de bevordering van het fietsgebruik nog niet overal goed is doorgedrongen. In elk geval niet bij de PVV die er geen woord aan wijdt. Ook niet bij de VVD die er van uit gaat dat zo snel mogelijk van A naar B komen het enige is dat telt. Maar ook de PvdA komt in haar verkiezingsprogram niet verder dan de verkeersveiligheid en de afstemming op het OV. De SP is duidelijk: “De fiets is voor de korte afstand vaak het snelste vervoermiddel, bovendien gezond en schoon. Daarom verschuift de SP investeringsmiddelen naar fietsvoorzieningen.” Maar daar blijft het dan ook bij. Veel meer gedetailleerde programmapunten over het fietsgebruik vinden we bij GroenLinks (“in een duurzame economie verplaatsen we ons op een slimme manier”) en in mindere mate bij de ChristenUnie, die ook een doel heeft geformuleerd: 25 procent meer fietsgebruik in 2020. De stedelijke bias van veel partijen blijkt uit het vaak noemen van verbeterde fietsstallingen.

Alles overziende valt van de kant van de meeste politieke partijen geen ommekeer in de trend te verwachten. En dus moet de conclusie zijn dat we op termijn steeds minder zullen gaan fietsen: alleen op zondag, in de vakantie, bij mooi weer en na ons pensioen. Of voor het goede doel op de sportfiets naar de top van de Alpe d’Huez. Standaard gaan we gemotoriseerd – tot we er dood bij neervallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  1. 1

    “Schaalvergroting en afbraak van het OV spelen hierbij zeker een rol”

    In die zin mag gerust “doorslaggevende” toegevoegd worden. Als je in een dorp met minder dan circa 2000 inwoners woont, is minstens één auto per gezin (of beter: één auto per werkend iemand) een noodzaak. Niet alleen is het OV dusdanig uitgekleed dat je er nauwelijks weg of in komt, maar ook de plaatselijke middenstand (bakker, slager, kruidenier) is al 30 jaar geleden weggeconcurreerd door de supermarkt in de gemeentehoofdplaats (en door alle gemeentelijke herindelingen wordt die afstand gemiddeld steeds groter). Werk is er in de directe omgeving ook niet te vinden, terwijl je vanaf je 12e kunt rekenen op enkele tientallen kilometers fietswerk per dag voor school (wel goed voor de gezondheid, zo lang je niet gaat brommeren of met pappa meerijden).

  2. 2

    Sorry hoor maar als je 20 kilometer moet fietsen om je boodschappen te doen dan is het toch normaal dat je met de auto gaat. Niks mis met 20km fietsen, maar het is niet zo als in de stad dat je eventjes zo naar een supermarkt loopt. Makkelijk lullen als je zelf in de stad woont over het fietsgedrag op het platteland.

    Als er weer winkels zijn dan zul je zien dat mensen weer meer gaan fietsen.

  3. 3

    Tsja, maar de plattelandsbewoners hebben zelf de dorpswinkels gesloten door deze lokale winkels links te laten liggen en met de auto naar de stad te rijden om dáár boodschappen te doen.
    Ach, ik verwacht dat in de komende 5 jaar de benzine onbetaalbaar gaat worden en dan zit iedereen weer op de fiets.

  4. 4

    En dan heb ik het nog niet over de echt kleine dorpen (minder dan 1200 inwoners), die tegenwoordig bijna standaard ook geen kleuter/basisschool meer hebben. En om nou je kind van 4 naar een school 5 km verderop te laten fietsen, waarbij het op zeker wel een paar drukke wegen moet oversteken…

  5. 6

    Daar hebben ze niet allemaal voor gekozen. De auto zorgt natuurlijk wel voor een positieve feedback, maar in principe is de hele middenstand in een dorp verdoemd, zodra één dagelijkse voorziening (bakker, slager, groenteboer of meestal de kruidenier) sluit.

    Het begint met de werkenden die meestal toch al een auto nodig hadden en dan dus ook maar langs de super rijden (want die is veel goedkoper, want grotere schaal). Dan verzuipt als eerste de kruidenier, waarop alle dorpsbewoners toch minimaal één keer per week naar de super moeten (en daarvoor een auto nodig hebben). Eenmaal daar gaan ze ook steeds meer vlees, groenten en brood kopen (want deze week in de aanbieding), waarop de rest van de middenstand kan inpakken. Gevolg is dat je dus voor elke boodschap de auto instapt, want die supermarkt is wel erg ver weg, om even iets te halen op je fiets.

  6. 7

    Belangerijker nog, fietsen kost domweg te veel tijd op het platteland.

    In mijn dorp zitten alle winkels die je in principe nodig hebt, als ik daar moet zijn ga ik lopend (makkelijk te doen tenzij je iets groots of zwaars moet vervoeren) maar moet ik een dorp of stad verderop zijn dan wordt het auto omdat het dan te lang duurt op de fiets.

  7. 8

    fietsen kost domweg te veel tijd
    Dat is maar de vraag.
    Wat ga je doen met de tijd, die je overhoudt als je met de auto gaat?
    Misschien ga je wel werken om je auto en de benzine te betalen.

    Als je de tijd, die je moet werken voor je auto en je benzine meetelt, dan zou fietsen wel eens minder tijd kunnen kosten.

    Tijd besparen is trouwens een raar concept. Je houdt nl. geen tijd over aan het eind van de dag. Je gaat ‘de bespaarde tijd’ direct aan iets anders besteden.

  8. 10

    Is het zo zwart-wit? Als stedeling pik ik waarschijnlijk alleen de extremen op vanuit de krant. Dan lees je nog wel eens over een een srv-wagen die de verdwenen buurtsuper vervangt. En de oudere schooljeugd gaat weer op de fiets naar de scholen buiten het dorp, maar dan wel op een e-fiets. En de forens die bij de carpoolstrook in het dorp en in de stad zijn twee fietsen binnen bereik heeft geparkeerd.
    Is dat beeld te romantisch?

  9. 11

    Het is vooral totaal onrealistisch. De jongeren kiezen liever de brommer (en gaan op hun 18e meteen autorijden), de SRV-wagen rijdt inderdaad, maar alleen voor de mensen die te oud zijn om auto te rijden (want de SRV is stervensduur en rijdt bovendien zeker niet dagelijks en naar de kleine dorpjes, want niet rendabel), een carpoolstrook kom je in een dorp niet tegen en fietsen mag je nergens parkeren dan wel worden gejat/vernield als je ze ’s nachts ergens laat staan (al zeker in de stad).

  10. 14

    Waarom stelt niemand de hele premisse van dit artikel ter discussie? Als je even om je heenkijkt zie je dat het nog nooit zo fijn fietsen is geweest in Nederland als wel nu. Er wordt in de grote steden zoveel gefietst, dat er gepraat wordt over ‘betaald parkeren’ van fietsen bij stations.

    Nergens ter wereld ligt er zo’n uitgebreide fietsinfrastructuur, die gelijkwaardig is aan die van automobilisten.

    De verwachting is juist dat fietsen weer een boost krijgt door de komst van trapondersteuning. Helaas nemen het aantal ongelukken bij ouderen daardoor ook toe.

    Als je gevoel wilt krijgen hoezeer de fiets onderdeel is van het Nederlandse verkeer moet je even op dit blog kijken: http://www.aviewfromthecyclepath.com/
    Daar zie je ook dat het ook anders kan.

  11. 19

    Lastig is leuk.
    Mensen zijn dol op lastige dingen. In hun vrije tijd gaan ze bergen beklimmen, marathons lopen en moeilijke sudoku’s oplossen.

    Maar je hebt gelijk. In ons instinct zit ingebakken dat we zo weinig mogelijk energie moeten verspillen. We plukken het laagst hangende fruit het eerst. En we stappen in de auto omdat we niet moe willen worden.

  12. 20

    Auto is een noodzaak, voorraden inslaan ook om te voorkomen dat je voor een pakje shag 20 km moet rijden.
    De kranten worden hier niet bezorgd want te ver fietsen…
    De jeugd alhier rijdt scooter of brommer , e bikes dat zijn de stedelingen die in het weekend onze natuur komen bekijken.
    Brandstof is hier niet duur ( kleine pakkans).

  13. 21

    Even zoeken en voila, een onderzoek naar fietsgebruik in Nederland.
    http://www.cvs-congres.nl/cvspdfdocs/cvs10_062.pdf

    Conclusie: fietsgebruik stijgt na een dip in de jaren ’70 en is vanaf de jaren ’80 stabiel. Ondanks de toename van de rijkdom, dus.

    Hier staan ook een paar leuke grafieken in:
    http://www.fietsberaad.nl/library/repository/bestanden/Publicatie%2015.pdf

    En hier ook, waaronder een kaartje van fietsgebruik per regio:
    http://www.fietsersbond.nl/node/2424
    Een stad-platteland tegenstelling? Niet te zijn. Uiteraard wordt er minder gefietst in Zuid-Limburg. Verder nogal willekeurig.

    Dit stuk kan dus zo de prullenbak in: de premisse dat het fietsgebruik afneemt is onzin, de rest dus ook.

  14. 23

    Schaalvergroting maakt de auto in bepaalde gebieden onmisbaar. Maar niet overal en niet voor alles. Ik zie mensen in dorpen rond de stad waar alle voorzieningen bij de hand zijn ook met de auto naar de supermarkt of naar de kapper gaan. Omdat die auto voor de deur staat. En als je de auto echt nodig hebt omdat je dorp is uitgekleed moet je daar dan altijd gebruik van maken, ook als de kerk zich bijvoorbeeld nog wel op redelijke afstand bevindt? Het punt is dat de keuze niet meer wordt gemaakt. En mijn punt is vooral dat de politiek de winst die er te behalen valt niet wil grijpen en linksom of rechtsom het autogebruik blijft stimuleren. En ondertussen wel kilometers fietspaden aanleggen die nauwelijks gebruikt worden.

  15. 24

    In de meeste steden in Nederland legt de auto het af tegen de fiets. Moeilijk bereikbare winkelgebieden, gebrek aan parkeerplaatsen. ’t Is gewoon veel makkelijker om daar met de fiets te gaan.

  16. 25

    Dat valt dus allemaal wel mee. Nergens ter wereld wordt er zoveel geïnvesteerd in de fiets als in Nederland, nergens ter wereld wordt er zoveel gebruik gemaakt van de fiets als in Nederland. Het fietsgebruik in Nederland is al jaren stabiel, ondanks al de trends die je noemt. De fiets heeft het allemaal overleefd.

    De meeste investeringen in de fiets zijn lokaal, dus het is niet helemaal duidelijk wat de landelijke politiek hier precies mee zou moeten.

  17. 28

    De groei van het fietsgebruik in de jaren ’80 zegt niet veel over de huidige situatie. En gegevens over de huidige situatie zeggen niets over de toekomst en daar schrijf ik over (het is tenslotte verkiezingstijd). De voorspellingen in het rapport uit december 2011 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu dat ik genoemd heb zijn duidelijk: nauwelijks groei of daling van het fietsgebruik. De achterliggende factoren zijn toch echt niet zo moeilijk te zien als je even buiten de grachtengordel kijkt: de nieuwe generatie raakt gewend aan autogebruik voor dagelijks vervoer, op het platteland zijn de voorzieningen te ver weg en heb je de auto wel nodig, fietsen verhuist van het dagelijks leven (werk, school, boodschappen doen, moet allemaal vlug vlug) naar de afdeling sport en recreatie. En in die sfeer zal een deel van de mensen blijven fietsen, een deel (bv. allochtonen) niet.

  18. 31

    50% verhoging alleen instellen voor privegebruik, beroepsvervoerders(transporteurs)compenseren via belastingaftrek.
    Een constructie die tegenwoordig wel vaker wordt toegepast(kijk maar naar de ziektenkostenverzekeringen)

  19. 34

    En jij denkt dat de werknemers van die transporteurs, fabrikanten, winkels etc etc dat niet gaan repareren in hun CAO’s dmv een loonsverhoging.

    Elke belasting/accijns verhoging komt uiteindelijk uit de zak van de eindconsument, de voorliggende halte’s gaan het gewoon in hun prijs door berekenen.

  20. 35

    met die tropische buien van tegenwoordig worden we misschien wel door een heel andere reden de auto in gedreven. Tenzij je ervan houdt om van top tot teen zeiknat op je werk te arriveren. Of op een feestje. Leuk voor de mascara en de krultangkrullen!

  21. 37

    Laten we eerst vaststellen wat het patroon van de laatste tijd is: fietsen blijft stabiel populair, de laatste tijd is misschien zelfs sprake van een lichte stijging. Als je dat bedenkt is een conclusie als ‘nauwelijks groei of daling van het fietsgebruik’ dus vrij nietszeggend. De conclusie is dus eigenlijk: er verandert niets aan het fietsgebruik.

    Er hoeven dus helemaal geen redenen voor een daling of een stijging aangedragen te worden. Dat is ook wel logisch, want de redenen die je aandraagt zijn niet specifiek voor deze tijd, maar gelden al vanaf de opkomst van de auto in de jaren ’70.

    Er zijn daarnaast ook genoeg factoren te bedenken waarom het fietsgebruik juist zou stijgen: de economische crisis, de duurder wordende brandstof, de komst van electrische fietsen.

    Ik ben groot voorstander van de fiets, dus schrijf er gerust over, maar naar mijn idee is dat toch vooral een verhaal van verrassend succes. Bedreigingen zijn er heus wel, bijvoorbeeld het betaald parkeren voor de fiets, en de fietshelm-lobby.

  22. 38

    Dat kan je beter (en goedkoper) oplossen hoor, mensen die op de fiets naar de supermarkt komen kunnen hun boodschappen gratis laten thuis bezorgen (veel supermarkten doen dat trouwens al hoor).

  23. 39

    Ik woon in een dorpje van 300 inwoners 12 km van Groningen. Bij het kopen van ons huis hebben we er bewust op gelet dat het binnen fietsafstand is. Ik heb geen rijbewijs.
    Naar het werk toe neem je de fiets, dan hoef je niet zoveel mee te nemen. Voor 1 dag verse groente gaat nog wel in de fietstassen.
    De wekelijkse grote boodschappen doe je met de auto in de stad. Zover met 2 kratten bier fietsen gaat op den duur mis.
    Veel van mijn dorpsgenoten doen precies hetzelfde
    Op mijn werk merk ik ook dat mensen steeds meer aan het zoeken zijn naar goedkoper vervoer. Wie eerst met de auto 35km kwam, doet dat nu op de brommer.
    Een auto is hier onmisbaar, maar er wordt steeds meer gefietst is mijn idee.