Natuurbeschermers worden oliepalmboeren?

“In de eerste helft van de 19e eeuw arriveerden zaden vanuit Mauritius of Réunion in de Amsterdamse Hortus. In 1848 zijn twee kiemplanten naar Buitenzorg (Indonesië) verscheept. Deze palmen vormden de basis voor de grote oliepalmplantages van Sumatra die daar zijn opgezet vanaf 1919”. (dehortus.nl)

In de Amsterdamse Hortus is het allemaal begonnen, de miljoenen hectaren oliepalm plantages die tegenwoordig Indonesië en Maleisië bedekken en ten koste zijn gegaan van het tropisch regenwoud met al haar plant- en diersoorten vinden hun oorsprong in de Amsterdamse botanische tuin. De wereldwijde vraag naar palmolie neemt exponentieel toe en de productie derhalve ook. De voedingsindustrie mengt de rijke palmolie overal gretig door, maar palmolie wordt ook verwerkt in zeep en shampoo en last but not least palmolie als biobrandstof neemt een hoge vlucht. De financiële belangen zijn enorm en ondanks een Ronde Tafel initiatief staat de milieubeweging lijnrecht tegenover de palmolieindustrie.

Maar nu menen twee wetenschappers dat deze impasse is te doorbreken met een constructie die menig natuurbeschermer van zijn/haar stoel zal laten vallen van verbazing. Volgens Lian Pin Koh and David Wilcove moeten natuurorganisaties zelf bestaande oliepalm plantages opkopen en beheren. Met de opbrengst van de palmolie zal op den duur natuur kunnen worden aangekocht. If you can’t beat the system… join it ?!

Helaas zit het bewuste Nature artikel: Farming with the enemy -ondanks het wetenschappelijke credo: ‘eerlijk zullen we alles delen’- achter slot en grendel. Maar het pro-biomassa blog Biopact licht een tipje van de sluier op met het volgende sommetje: a typical mature oil-palm plantation in Sabah, Malaysia, generates an annual net profit of roughly $2,000 per hectare. Based on the current price of $12,500 per hectare for existing oil palm-cultivated land, the capital investment could be recovered in just 6 years. After this initial period, a 5,000-hectare oil palm plantation could generate annual profits amounting to some $10 million, which could be used to acquire 1,800 hectares of forested land annually to be set aside as private nature reserves. (Biopact)

Ongeacht de haalbaarheid van zo’n constructie heeft deze oplossing een intrigerende tegenstrijdigheid in zich die doet denken aan het mopje: “fighting for peace is like fucking for virginity”. Het doet me ook denken aan het Sargasso topic over de klimaatreis prijsvraag toen u reaguurder op de proppen kwam met allerlei creatieve goede doel acties: “Red de Zeehond en ontvang een gratis bontjas”, “Protesteer tegen vrouwenhandel en krijg een avond gratis recreëren in een illegaal bordeel met Wit-Russische hoeren”, “Protesteer tegen de benoemde burgemeester en win die baan in Nijmegen”. Maar misschien is het idee van WWF- en Greenpeace oliepalmplantages helemaal niet zo gek als het lijkt? Worden sommige olifantenpopulaties in Afrika ook al niet op een vergelijkbare manier ‘beheerd’? -wordt vervolgd-

  1. 1

    Maar waarom zou je dan specifiek in palmolieplantages beleggen? Als je er al voor kiest om te beleggen/investeren, maak je keuze dan op basis van economische argumenten. Lukraak kiezen voor palmolieplantages slaat nergens op. Waarom geen diamantmijnen, landbouwgronden, aandelen Endemol of zelfs het Vice Fund?

    En als je als natuurbeschermer toch wat dichter bij de natuur wil blijven, koop dan liever produktiebos of een goed bezocht safari-reservaat, maar grootschalige monocultuur landbouw staat wel heel erg haaks op de doelstelling van de gemiddelde natuurbeschermer.

  2. 2

    Greenpeace gaat walvissen jagen om van de winst acties tegen de walvisjacht te kunnen betalen.

    Te gek voor woorden.

    Ik kan het zo snel economisch niet berekenen maar ik denk dat daar al iets helemaal fout zit (de destructie van het tropisch regenwoud gaat tegen de economische doelen van de natuurbeschermingsorganisatie in – de evenwichtsberekening ontbreekt). En in elk geval is er moreel iets mis.

  3. 3

    Hoi, Jonas van Biopact hier. Eerst en vooral, wij zijn pro-biomassa, maar wel enkel wanneer die duurzaam wordt geproduceerd. Dergelijke biomassa kan dan gebruikt worden in ‘carbon-capture and storage’ plants, zodat we carbon-negatieve energie krijgen. (Alle andere hernieuwbare bronnen zijn allemaal carbon positief). Met bioenergie gekoppeld aan CCS kunnen we terug naar pre-industriële carbon niveaus vóór het midden van deze eeuw. In die zin zijn wij sterke voorstanders van biomassa, in feite de enige op grote schaal werkbare energievorm die klimaatswijziging radicaal kan tegen gaan.

    Over het voorstel van Lian Pin Koh and David Wilcove kan men kort zijn: het gaat enkel over het opkopen van bestaande plantages.

    Waarom oliepalm? Omdat dit een zeer veilige en uiterst lucratieve vorm van beleggen is. De natuurbeschermers kunnen daarin investeren (en niet in mijnbouw of zo, zoals een eerder poster suggereerde), omdat er zo synergieën gecreëerd worden met andere palmolieboeren.

    Binnen de sector blijven die je wil veranderen kan resulteren in meer wetenschappelijk en commercieel inzicht (waaraan het vele natuurbeschermers vandaag ontbreekt).

    Dus: een bestaande palmolieplantage opkopen en met de winst daarmee naburige palmboeren overtuigen duurzamer te produceren en tegelijkertijd met de opbrengst uit de olieproducten stukjes regenwoud kopen.

    Wijzelf zien het voorstel maar als matig interessant, aangezien de expansie van de palmolie-sector gewoon onstuitbaar is. Voor een arme boer brengt palmolie meer op dan eender welke andere activiteit; en arme boeren hebben dikwijls weinig keuze.

    Biopact ziet een andere strategie als veel effectiever:

    1. natuurbeschermers moeten samen met ecologisten en energiedenktanks campagne voeren om steenkool te vervangen door biomassa op wereldwijde schaal; op die manier kunnen de rest-producten van palmolie gebruikt worden als alternatieve brandstof. Vandaag worden die reststoffen gewoon verbrand in de open lucht, omdat er geen markt voor is. Mocht de markt ervoor gecreëerd worden, dan zou een plantage meer opbrengen voor de arme boer, en zou de druk om verder te ontbossen verkleinen.

    2. Daarna moeten de natuurbeschermers mee ijveren voor de wereldwijde introductie van bioenergie-met-CCS systemen, zodat de klimaatswijziging kan tegengehouden worden. Bio-energie met CCS is de meest efficiënte manier om carbon emissies weg te nemen uit de atmosfeer.

    Want laat duidelijk zijn dat wanneer we op dit vlak niks doen, het dan zowiezo gedaan is met de regenwouden die nog resten, – daar heb je dan niet eens palmolie-plantages voor nodig. 2 graden erbij en de Amazone wouden, het Congo-bekken en de Zuid-Oost Aziatische wouden drogen op, daar is een vrij grote consensus over.

    Dit zijn maar enkele ideëen. Graag jullie raad. En breng gerust eens een bezoekje aan Biopact.