Napolitano is moe

ELDERS - President Giorgio Napolitano van Italië is woensdag afgetreden. De voormalige communist heeft het als president langer uitgehouden dan al zijn voorgangers. Een vraag bij zijn afscheid.

‘Tegen hen die hopen dat ik doorga in mijn ambt, zeg ik simpelweg dat het mijn plicht is de tekenen van moeheid niet te onderschatten’, zei Napolitano (89) eind vorig jaar. Twee jaar geleden voelde hij zich nog wel verplicht door te gaan als president toen er geen opvolger gekozen kon worden. Met het voorbehoud dat hij tussentijds zou kunnen stoppen heeft hij zich toen laten overhalen. Napolitano zit al sinds 1953 in de Italiaanse politiek. Vermoeidheid mag hem op zijn leeftijd dus niet kwalijk genomen worden.

De onkreukbare jurist Napolitano haalde in de polls populariteitsscores van 90%.  Hij werd geroemd vanwege zijn neutrale standpunt als staatshoofd dat boven de kibbelende partijen stond. In de roerige tijden van Berlusconi was hij een vast, betrouwbaar ankerpunt voor de Italiaanse rechtsstaat. Voordat hij in 2006 aantrad als president was hij onder andere minister van Binnenlandse Zaken. Het grootste deel van zijn leven was hij parlementslid voor de communistische partij PCI.

Napolitano meldde zich vanuit het antifascistisch verzet direct na de Tweede Wereldoorlog aan bij de PCI. Met die partij was hij in de Koude Oorlog trouw aan de Sovjet-Unie. Later bekende hij openlijk spijt over zijn opstelling in 1956 tijdens de Russische inval in Hongarije. Vijftig jaar later legde hij als Italiaans president een krans op het graf van Imre Nagy, Hongaars premier in 1956 en voorstander van destalinisatie, die moest wijken voor de Sovjets, en na een geheim proces ter dood werd veroordeeld en terechtgesteld.

De opmerkelijke carrière van de communist Napolitano zegt ook iets over de positie van zijn partij in Italië na de oorlog. In geen enkel ander westers land hebben communisten zoveel aanhang gehad als in zijn land. De PCI zat als voormalige verzetspartij vlak na de oorlog enkele jaren in de regering, totdat de Koude Oorlog uitbrak en het land gedwongen werd te kiezen tussen de VS en de Sovjet-Unie. De communisten werden uit de regering gezet en zijn er nooit meer in teruggekeerd. Toch kon de communistische partij in tegenstelling tot elders in West-Europa daarna ook nog steeds op een grote aanhang rekenen. In de jaren zestig was de PCI -met de Duitse SPD- de grootste partij van heel West-Europa. Onder Enrico Berlinguer haalde de partij in 1976 34,4% van de stemmen. In veel steden en dorpen hebben communisten lange tijd achtereen het bestuur in handen gehad. Anders dan bij communistische partijen in veel andere Europese landen heeft de PCI altijd een aanzienlijk aantal belangrijke intellectuelen en kunstenaars onder haar leden geteld. Een van de oprichters, Antonio Gramsci, was voor de hele internationale beweging een belangrijke marxistische theoreticus.

De PCI maakte zich in de jaren zeventig onder Berlinguer als eerste communistische partij in een westers land los van de Sovjets. Maar ook dat hielp hen niet aan regeringsmacht. Een “historisch compromis” tussen christendemocraten en communisten werd verstoord door een terroristische aanslag op de christendemocratische premier Aldo Moro in 1978. Pas na de opheffing van de partij in 1991 hebben enkele voormalige communisten weer deel uitgemaakt van linkse regeringen.

De Koude Oorlog heeft een groot deel van de geschiedenis van de PCI en de carrière van Napolitano bepaald. De partij was groot in Italië, had een brede aanhang en leverde betrouwbare bestuurders op lokaal niveau. Een kans om hun land te regeren hebben ze na 1947 niet meer gekregen. Daarmee is een aanzienlijk deel van de Italiaanse kiezers langdurig buitenspel komen te staan. Het afhaken, of naar extreme partijen uitwijken, van een flink deel van de kiezers hoeft inmiddels niet meer te verbazen. Krakkemikkige christendemocratische regeringen wisselden elkaar gedurende een lange periode in snel tempo af.  Zij slaagden er niet in de mafia te beteugelen. Terroristen van links en rechts hadden vrij spel. Corruptie is nog altijd niet uitgebannen. Ondanks -om een voorbeeld te noemen- de inspanningen van de communistische burgemeester van Napels Mauro Valenzi. Voor de Europese Unie is het land van begin af aan een zorgenkind geweest. Mijn vraag is of het voor Italië én voor Europa niet beter zou zijn geweest als de communisten in dat land, met mensen van het kaliber van Napolitano, al veel eerder aan de macht hadden kunnen komen.

Reacties zijn uitgeschakeld