Nalatigheid bij informatievoorziening aardbevingen Groningen?

ANALYSE - Eerder deze maand maakte de NAM het nieuwe winningsplan bekend. In het najaar zal minister Kamp hierover een beslissing nemen. Intussen woedt al tijdenlang een debat over de gevolgen van de gaswinning voor de bewoners boven het Groninger gasveld en of die al dan niet een vergoeding krijgen voor de geleden schade. Het grote pijnpunt is wie er verantwoordelijkheid wil nemen. Tot op heden lijkt het er echter meer op dat de overheid en de NAM hun verantwoordelijkheid vakkundig proberen te ontlopen om zo de aardgasbaten veilig te stellen.

Update 17:30 uur: Let op, correctie aan einde van de tekst.

Laten we bij de basis beginnen. Al sinds de oudheid weten we, vaak door schade en schande geleerd hebbende, dat vrijwel iedere ingreep in onze ondergrond effecten heeft voor de directe omgeving en vooral wat er direct boven gebeurt. Daarom stutten we tunnels, slaan we damwanden of vullen we de gaten die we slaan met iets anders op. Alleen de mate van effect verschilt van geval tot geval. Het ligt dat ook voor de hand dat als er effecten optreden, dat deze worden onderzocht.

Onderzoek

In 1993 publiceerde de KNMI een rapport over de invloed van de gaswinning op de aardbevingen (PDF) in Groningen. De voornaamste conclusie:

Gezien de resultaten van het onderzoek naar de relatie tussen gaswinning en aardbevingen komt de commissie tot de slotsom dat onder bepaalde omstandigheden aardbevingen het gevolg zijn van gaswinning. Het aantal aardbevingen en de sterkte ervan zijn in Noord- Nederland niet van dusdanige aard dat dit aanleiding hoeft zijn tot enige verontrusting.

Sussende woorden, maar helaas weten we inmiddels beter. Bewoners in het gaswinningsgebied hebben soms wanstaltige constructies nodig om hun huis voor instorten te behoeden. Na al het rumoer van de afgelopen jaren heeft de NAM nu ook een heus onderzoeksprogramma in het leven geroepen om de effecten van de gaswinning te onderzoeken. Dit past goed in een veelgebruikte vertragingstactiek bij maatschappelijke onrust: Aangeven dat er meer onderzoek nodig is om tot een beslissing te komen.

Nalatigheid

In de wetenschap is het gebruikelijk om uitgebreid stil te staan bij gerelateerd eerder wetenschappelijk onderzoek. Zowel het rapport van het KNMI als het studieplan van de NAM schitteren in het gebrek aan verwijzingen naar eerder gerelateerd (wetenschappelijk) onderzoek. Dit gebrek aan verwijzingen doet de vraag rijzen wat hiervan de oorzaak is. Er zijn een aantal mogelijke redenen:

  1. In het verleden is nergens ter wereld onderzoek gedaan naar geïnduceerde aardbevingen.
  2. De onderzoekers van het KNMI en de NAM zijn niet op de hoogte van dergelijk eerder onderzoek.
  3. Het KNMI en de NAM zijn wel op de hoogte van eerder onderzoek, maar hebben dit bewust niet gemeld.

Wilmington

In 1933 werd Los Angeles opgeschrikt door een aardbeving van 6,3 op de schaal van Richter. Hoewel het niet zeker is dat dit een geïnduceerde beving is, was het één van de eerste aardbevingen die met accelerometer werd gemonitored. In 1974 toont Robert Kovach in Bulletin of the Seismological Society of America aan dat de bevingen in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw bij het Wilmington Oil Field bij Los Angeles het gevolg zijn van de oliewinning:

An unusual set of man-made “earthquakes” was generated in the Wilmington Oil Field, California, during the exploitation of this field. The Wilmington Oil Field was the classic example of an elliptically shaped subsidence bowl produced by the extensive withdrawal of the underlying oil. This surface subsidence produced horizontal shear stresses relieved several times by damaging sudden horizontal movements on very shallow slippage planes. Damaging shocks occurred in 1947, 1949, 1951, 1954, 1955, and 1961. These shocks produced seismograms, primarily composed of surface waves, which present an interesting opportunity to study seismic source mechanisms inasmuch as the focal depth, amount of slip, and source dimensions are known.

Is dit het enige onderzoek naar geïnduceerde aardbevingen? Uiteraard niet. Om de Earth Sciences Division van het Lawrence Berkeley National Laboratory te citeren (alternatieve link):

Induced seismicity in oil and gas production has been observed ever since the 1930s, i.e., ever since large-scale extraction of fluids occurred.

Uit Induced Seismicity Potential in Energy Technologies (2013):

Since the 1920s we have recognized that pumping fluids into or out of the Earth has the potential to cause seismic events that can be felt.

Een greep uit de overige literatuur:

  • De publicaties van USGS over geïnduceerde seismische activiteit starten in 1968.
  • Grasso, J. R. (1992). Mechanics of seismic instabilities induced by the recovery of hydrocarbons. Pure and Applied Geophysics, 139 (3-4), 507-534. (link)
  • Nicholson, C., & Wesson, R. L. (1992). Triggered earthquakes and deep well activities. Pure and Applied Geophysics, 139(3-4), 561-578. (link)
  • Wetmiller, R. J. (1986). Earthquakes near Rocky Mountain House, Alberta, and their relationship to gas production facilities. Canadian Journal of Earth Sciences, 23 (2), 172-181. (link)
  • En nog ruim meer dan 18.000 andere hits op Google Scholar voor ‘induced seismicity extraction natural gas’.

Bewuste nalatigheid?

Van de eerder genoemde mogelijke redenen waarom zowel het KNMI als de NAM dergelijk onderzoek negeren, kan de eerste reden (er is geen onderzoek) dus de prullenbak in. Of het nu bewust niet melden is of het niet op de hoogte zijn, in beide gevallen kan men spreken van (ernstige) nalatigheid.

Zeker ook het feit dat Shell en Exxon in 1933 reeds betrokken zijn bij het Wilmington Oil Field, mag worden aangenomen dat men op de hoogte is van aardbevingsrisico bij olie- en gaswinning. Ook vanuit het oogpunt van risicobeheersing zal de olie- en gaswinningsindustrie uitstekend op de hoogte zijn van de seismische risico die olie- en gaswinning met zich mee brengen. Shell en Exxon stapten in 1963 samen in de NAM, 30 jaar na Wilmington.

Dat de inwoners van Groningen aan het lijntje worden gehouden met een nieuw onderzoeksprogramma is ronduit een schande.

Aan dit stuk werkten diverse auteurs en een externe deskundige mee, waarvoor dank.

Update 17:30 uur: Door de lezers werden we er op gewezen dat het volledige rapport van het KNMI uit 1993 (dat voor ons bij het schrijven onvindbaar was), wel degelijk verwijzingen naar relevante wetenschappelijke onderzoeken bevat (zie geraadpleegde literatuur). Dat ondergraaft een aantal van de hierboven gedane uitspraken over het KNMI.

Dit roept echter ook weer andere vragen op:

  • Als men in 1993 op de hoogte was van relevant wetenschappelijk onderzoek, hoe komt het dan dat de risico’s zo laag in zijn geschat?
  • In de vijf jaren volgend op het rapport nam het aantal aardbevingen toe tot minimaal het drievoud. Is dit aanleiding geweest tot een kritische terugblik op deze conclusie?

Ook de hieronder door Jan Boven gelinkte documentaire van de NPO laat duidelijk zien dat eerdere waarschuwingen in de wind werden geslagen en belastende informatie geheim werd gehouden.

  1. 1

    Alles te weten maakt niet gelukkig? Uitkomsten van onderzoeken betaald door de opdrachtgever hebben voor de opdrachtgever een wenselijk resultaat. Daar betalen ze tenslotte voor.

    Is er bij de deskundigen ook voldoende kennis aanwezig om een ondergronds volume te bepalen als gevolg van de winning van vele miljarden kubieke meters gas? Ik heb het nog nergens kunnen vinden en denk dat de bodem als gevolg van de gaswinning plaatselijk meer dan 5 meter zou kunnen gaan dalen (mede door aardbeweging als gevolg van de gaswinning). Die 5 meter is dan daar waar de gashoudende zandsteenlaag het dikste was/is. Mogelijk is het iets wat we met ons allen liever niet weten.

    En bij overheid en de NAM weten ze vanaf het prille begin al dat er wat stond te gebeuren. http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/2015/februari/Problemen-met-bodemdalingen-in-Groningen-in-1962-voorzien.html

  2. 2

    Goed artikel over een kwalijke zaak! De nalatigheid van de NAM kan ik begrijpen na alles wat er al over het gaswinning en de aardbevingen bekend is geworden. Daar regeert de Shell en niet de Staat der Nederlanden. Het KNMI zou beter moeten weten.

  3. 3

    @Steeph,

    Je aantijging aan het adres van het KNMI, dat men eerder onderzoek negeert, is onterecht. In de samenvatting van het onderzoek waar jij naar linkt staan inderdaad geen referenties, maar in het hoofdrapport wel. Een aantal onderzoeken die jij noemt staan in de “Selectie geraadpleegde literatuur” in dat rapport.

    Dat doet natuurlijk niet af aan het feit dat ze de risico’s hebben onderschat.

  4. 4

    De gasrotonde van M.kamp is mislukt ,we hadden dat geld in andere dingen moeten investeren . Bijvoorbeeld in energie uit IJsland zoals de UK gaat doen na de Brexit .

  5. 5

    @3: Oei, die heb ik kennelijk gemist in het doorlezen van alle stukken (het rapport wel gezien, maar niet ver genoeg gezocht in de tekst zelf…)
    Pas de tekst even aan. Dat is wel op zijn plaats.
    Dank voor het melden.

  6. 6

    Het door Hans Custers genoemde BOA-rapport uit 1993 was lange tijd voor veel Groningers niet vindbaar op het web. De OVV beschreef in haar rapport over de gaswinning in Groningen dit KNMI-rapport uit 1993 als volgt:

    “De boodschap die NAM en andere partijen ontlenen aan het belangwekkende BOA-rapport is ten onrechte geruststellend. Onzekerheden over de te verwachten effecten zijn ondergeschikt geraakt aan de inschatting dat deze effecten mee zullen vallen. Ondanks de bekendheid met onzekerheden en beperkingen laten de kennisinstellingen, NAM, het ministerie van EZ en SodM deze voortbestaan en benaderen zij de uitgangspunten niet kritisch.”
    En:
    “De aannames die KNMI, NAM en EZ hanteren blijven ongewijzigd, ook wanneer KNMI in 2004 veranderingen in het seismisch gedrag van het Groningenveld signaleert. Ook is er tot eind 2013 geen onderzoek verricht in de diepe ondergrond van het Groningenveld dat meer begrip oplevert van de daar werkzame aardbevingsmechanismen. De hypothese uit het BOA-rapport uit 1993 zijn eind 2013 nog steeds ongetoetste hypotheses. KNMI, NAM en het ministerie van EZ hadden vanwege de bestaande onzekerheden en de toename van de aardbevingen eerder en intensiever onderzoek moeten doen.”

    In de literatuurlijst van betreffend rapport komt Kovach 1974 voor als geraadpleegde literatuur, maar is verder niets te vinden over het feit dat de beving in 1933 de eerste door accelerometers gemeten naar alle waarschijnlijkheid geïnduceerde beving was. De kennis over de mogelijkheid van ge:induceerde bevingen bestond bij Shell en Exxon ten tijde van het verschijnen van het KNMI-rapport in 1993 al 60 jaar. Hoewel de OVV niet mals is geweest in haar conclusies heeft zij zelf het artikel van Kovach en daarmee een essentieel stuk kennisgeschiedenis inzake geïnduceerde bevingen niet bestudeerd, zo blijkt uit de literatuurlijst van het OVV-rapport. Voor een dermate belangrijk instituut
    inzake veiligheid mag dat toch gerust gezien worden als een onzorgvuldigheid, die bovendien kennelijk van invloed is geweest op de beoordeling van de omgang met seismiciteit en risico’s door gaswinning in Groningen door NAM/EZ en kennisinstituten. In het licht van het feit dat bij de gas- en oliepartners die kennis al bijna een eeuw bestaat lijkt het woord aantijging niet helemaal op zijn plaats. En zouden we ons terdege af kunnen vragen waarom de OVV deze tijdspanne niet meenam in haar onderzoek.