Nacht van de VN: Naema Tahir

Op 24 oktober aanstaande is er weer een Nacht van de VN. In het kader van de tweeënzestigste verjaardag van de VN zal de avond gevuld zijn met allerlei activiteiten en vooral ook verschillende sprekers. In samenwerking met de organisatie plaatsen we hier de komende dagen een aantal van de columns van de sprekers.
Als eerste een column van Naema Tahir, een kritische moslima onder andere bekend als schrijfster van “Een moslima ontsluiert“.

portretfoto naema tahirNiet zo lang geleden vroeg The Economist mij of het potentieel van vrouwen vaker dan dat van mannen verspild wordt.

Mijn antwoord was ja. Wonderlijk eigenlijk, ik ben pas onlangs zo gaan denken.

Vroeger
Vroeger keek ik er helemaal anders tegenaan. Als kind ben ik jarenlang gezegend geweest door het beeld van vrouwelijke premiers die me op de een of andere manier bleven omringen. Eerst was er Indira Gandhi. Waardig en bescheiden glimlachte ze op affiches in de Indiase buurtwinkeltjes nabij Londen, waar ik in de jaren zeventig mijn kindertijd doorbracht. Dan was er mijn eerste vrouwelijke premier. The Iron Lady. Voor velen van mijn generatie was zij een eerste rolmodel, een vrouw met durf. In mijn tienerjaren woonde ik in Pakistan, het geboorteland van mijn ouders. Daar werd eind jaren tachtig de eerste vrouwelijke premier gekozen, Benazir Bhutto. Een vrouwelijke leider aan het hoofd van een islamitisch land, nou dat betekende wel wat, al vond ik het vanzelfsprekend dat zij als vrouw premier kon worden.

Nu
Ouder geworden, daagt mij stilaan het besef dat het voor een vrouw echt wel wat betekent om een land te leiden.

Natuurlijk, in Duitsland hebben ze Angela Merkel. En natuurlijk keken we opgewonden toe hoe Ségolène Royal Sarkozy probeerde te verslaan. En ook, wachten we vol spanning af of Hillary Clinton inderdaad die eerste vrouwelijke president van de VS zal worden. Hoe dan ook, iets wat ik vroeger heel vanzelfsprekend vond, vrouwelijke leiders, is in feite nog altijd eerder uitzondering dan de regel.

Nederland
Neem Nederland bijvoorbeeld. Hier hebben we een vrouwelijk staatshoofd, maar nog nooit heeft een vrouw de regering geleid. De regering heeft nog nooit een evenredig aantal vrouwelijke en mannelijke ministers gekend. En hoe zit het met vrouwen in het topmanagement van organisaties en bedrijven? Het blijft een klein kringetje. Vrouwen verdienen ook nog altijd minder dan mannen, voor hetzelfde werk. Als een echtpaar kinderen heeft, is het vrijwel altijd de vrouw die een zogenaamde carrièreinterruptus accepteert en voor de kinderen gaat zorgen, al dan niet vrijwillig, terwijl haar echtgenoot zijn carrière voortzet. Ongelijkheid alom dus, ondanks de emancipatie die vrouwen hier voor zichzelf bewerkstelligd hebben.

Buitenland

Verder weg, in ontwikkelingslanden, worden meisjes op andere wijzen, structureel achtergesteld. Ze gaan veel minder naar school dan hun broers, àls ze al gaan, ze huwen jonger, en ze hebben eerder te maken met vele vormen van uitsluiting. Vaak belemmert de onevenredige last die vrouwen dragen bij het runnen van het gezin haar participatie aan het ‘publieke’ leven. Maar dat een vrouw een tweederangs positie inneemt in de maatschappij, betekent niet dat ze een eersterangs in het gezin inneemt. Niet zelden hebben meisjes weinig te zeggen over de keuzes over relatievorming en reproductieve rechten, bijvoorbeeld.

Recht van spreken?

Vanuit Nederland – waar de derde feministische golf opkomt – rijst de vraag of wij vanuit hier wel recht van spreken hebben over de gelijkheid tussen man en vrouw elders, waar het schrijnender is. Mijn antwoord daarop is, juist wel. Het zou mooi zijn als vrouwen vanuit hier de binding aangaan met vrouwen elders. De werelden aan elkaar verbinden als het ware. Vanuit de Nederlandse context kunnen we ervaringen delen over wat we wel hebben bereikt, en dat blijft betekenisvol. Maar het binden van werelden aan elkaar betekent ook het leren van de ander. Het leren van de ander betekent het openstaan voor de eigenheid van de ander. En dat is het mooie van connecting. Onlangs sprak ik een vriendin hierover. Ze was net terug uit India. Daar verwacht ‘men’ van alles van vrouwen, zei ze tegen me: vrouwen moeten gedienstig zijn, glimlachend – maar niet te uitbundig, want dat is te uitdagend, ze zijn gracieus en aardig voor deschoonfamilie. Bij de armste vrouwen ligt het evenwel moeilijker; vrouwen worden vernederd en als oud vuil behandeld, maar ze moeten vriendelijk blijven, om niet verder uitgesloten te worden. Mijn vriendin zei tegen me, dat er ook in NL van alles van vrouwen verwacht wordt, maar we hebben hier een vermogen ontwikkeld om ons daar aan te onttrekken. In die ruimte die we voor onszelf opeisen kunnen we onszelf zijn. Wat haar bond, met die Indiase vrouw was dat die juist zo weinig ruimte krijgt. OF ze kan zich die ruimte niet toe-eigenen, om vele redenen. Het deed haar beseffen hoe belangrijk die ruimte voor haar was, waarin ze autonomie en keuzevrijheid had. En dat het essentieel was die ruimte te bewaken. De Indiase vrouw leerde haar dat die ruimte kwetsbaar is. Als we zoeken naar datgene wat ons bindt kunnen we ons beter inleven in de ander.

Dat moet je ook willen. Dat is ook wel nodig. Soms zelfs op het niveau van taal en jargon. Hoe wij spreken over vrouwen elders kan al tot een eenzijdige beeldvorming leiden.
Wij, vanuit hier willen graag die armen daar helpen.

Vroeger als kind leerde ik van Kinderen voor Kinderen dat een kind onder de evenaar altijd maar een bedelaar is.

Ik heb toen een atlas gepakt. Ik heb erin gekeken. En toen was ik gerustgesteld. Pakistan ligt boven de evenaar. Bijna had Kinderen voor Kinderen mij verdoemd tot de bedelstaf!

Maar erger is evenwel de vraag; hadden Nederlandse kinderen andere kinderen wel de moeite waard gevonden als ze niet eerst tot bedelaars waren bestempeld?

Vandaag de dag doen we het soms nog steeds.

Het is zo makkelijk om vooral vrouwen te zien als slachtoffer, als hulpbehoevend, als ongeëmancipeerd, als mensen die ontsnapping zoeken uit hun gezinssituatie.

We schenken hen medelijden misschien om vooral onszelf beter te voelen en een hoogstaande morele status te kunnen opeisen. Dit drukken van vrouwen in de kerkers van kwetsbaarheid en slachtofferschap, verspilt pas haar potentieel. Het miskent haar kracht en kunnen.

Empoweren voor mij betekent dat een vrouw macht krijgt. Maar ook dat ze de spelregels van het machtsysteem waarin ze zich bevindt leert doorgronden. Als vrouwen in Afganistan bijvoorbeeld de macht krijgen om de sjaria naar eigen inzicht te interpreteren, dan betekent dat nog niet dat ze het systeem van macht ook doorhebben. Ooit poogde mijn vader mij te dwingen in een huwelijk met een onbekende die ik niet wilde. Mijn vader hield me voor dat ik alle rechten had om te weigeren en legde de koran in mijn

schoot. Ik wist dat als ik de koran zou interpreteren wat hij graag wilde, ik hem in zijn macht zou bevestigen. Want ik speelde zijn spel, volgens zijn spelregels. Ik zag mezelf niet zo passief. Ik zag mezelf juist als speler met mijn eigen regels.

Vrouwen moeten zichzelf zien als spelers. Een speler heeft door wie de ander onderdrukt, uitsluit, en misbruikt, en wie onderdrukt, gemarginaliseerd en misbruikt wordt.

Ik geloof dat geen enkele vrouw wordt geboren als slachtoffer. Ik geloof wel dat in elke vrouw een speler schuilt, een beslisser, misschien wel een leider. Maar om haar identiteit en capaciteiten los te maken van vastgeroeste ideeën en een eenzijdige beeldvorming, moet zij zelf wel leiden.

Het Handvest van de Aarde behelst waarden voor een duurzaam beheer van de aarde en voor sociale rechtvaardigheid. De actieve participatie van vrouwen in alle aspecten van het leven, als gelijke partners, beslissers en leiders, is één van de basisregels ervan. Het is een grote eer voor mij dat de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking hier zit, en mijn seculiere preek heeft weten te dulden. Ik zou u graag willen vragen om bij het streven naar het behalen van de Millenniumdoelstelling gelijkheid tussen man en vrouw, u te doen inspireren door het Handvest van de Aarde. Laat er in 2015 de helft van de leiders en beslissers en beleidsmakers van de wereld vrouw zijn, om te beginnen in Nederland.

Dank u wel!

——————–

Haar boeken:

Eenzaam heden
Eenzaam heden
Naema Tahir

Kostbaar bezit
Kostbaar bezit
Naema Tahir

Moslima ontsluiert
Moslima ontsluiert
Naema Tahir

  1. 1

    Het probleem heet: clubgeest. Wie is er één van ons. Een club is iets anders dan een redelijk mens die door verstandige taal overtuigd kan worden. Verdomd lastig voor een vrouw om daar in te breken. Ook in Nederland.

    En was het niet een Nederlandse minister van Verkeer (vrouw) die bekant werd uitgelachen en daarna werd genegeerd door een mannelijke delegatie van planners uit Georgië of Ukraine die hier op werkbezoek kwamen ?

    Een harde analyse is dit stukje niet, en dat mag het ook niet zijn. De toespraken in de nacht van de VN moeten wel een beetje gezellig blijven. Nou, dàt doel is wel behaald, gefelici en geniet lekker van de pret.

  2. 2

    Ik word altijd sceptisch als ik een opiniestuk lees dat strijd voor een evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in het bedrijfsleven of bij de overheid. Ik vraag me namelijk af of er wel genoeg vrouwen zijn die die posities wíllen opvullen (ik ben er wel van overtuigd dat de capaciteit er is, begrijp me niet verkeerd). Het zijn de verschillende interesses die bepalen welke richting iemand uitgaat (er zijn meer vrouwelijke pabo/geneeskunde studenten en meer mannelijke rechten/bedrijfskunde/ict studenten).

    Het eerste gedeelte van Naema Tahirs betoog, over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in niet-wetserse landen is niet iets wat ik wil ontkennen. Moet ook zeker een punt van aandacht zijn (en word als ik me niet ergis ook genoemd in de MDG’s) – maar het halen van gelijke aantallen in de komende acht jar is onmogelijk.

  3. 3

    Een lang citaat, maar de moeite waard…

    “Ik heb de politiek vergeleken met het leven in een apengemeenschap. Er is ook een andere vergelijking mogelijk, namelijk met de vechtende jongetjes op het schoolplein. Zoals u zich misschien herinnert zitten die jongetjes in een rangorde, en die rangorde is een andere dan die van de rapportcijfers. En er is altijd één jongetje dat helemaal onderaan zit, – en dat jongetje wordt gepest.
    De rol van het jongetje dat eeuwig gepest wordt is hier het afgelopen jaar toegevallen aan de bejaardenfractie, en u mag, na wat ik gezegd heb raden hoe dat komt. De aanwezigheid van de bejaardenfractie hier heeft gezorgd voor een stortvloed van vrolijkheid, waar velen via interrupties hun bijdrage aan hebben geleverd.
    Het spel van afgaan en laten afgaan heeft een naam, het heet “de politieke arena”. In de politieke arena gaat het er niet om politiek te bedrijven oftewel een beleid uit te stippelen, het gaat erom de ander af te katten waar je maar kan. Het is één van de verdiensten van de burgemeester van deze stad dat hij daar niet zo goed in is. [Ivo Samkalden] Dat bewijst dat hij het stadium van de apen en van de vechtende jongetjes te boven is gekomen. En hij is gelukkig niet de enige. Maar het feit blijft bestaan dat zelfs degenen die niet meedoen aan dit spel het blijkbaar als vermakelijk of onvermijdelijk beschouwen. En dat is treurig. Want daarmee wordt bewezen dat politici niet geloven in hun eigen leuzen, in hun eigen ideologie. Dat ze wel praten over gelijke kansen en het beschermen van de zwakkeren, maar elkaar als individu behandelen als het recht van de sterkste.

    Wat mij betreft, ik ga nu uit de raad. Ik pas ervoor mij verder aan te passen aan de condities van de politiek en van het schoolplein. Maar dat betekent niet dat ik de politiek uitga. Het enige wat ik doe is dat ik van het middenniveau terugkeer naar de basis, omdat ik daar in dit stadium nuttiger werk kan doen.
    Maar dat ik eruit ga betekent niet dat wij niet terugkomen. Alleen, het zal wel even duren voor dat gebeurt. Want het feminisme verkeert nu in hetzelfde stadium als de arbeidersbeweging honderd jaar geleden: alles moet nog van de grond af worden opgebouwd. Wij moeten nog een theorie maken, een analyse van de maatschappij, wij moeten structuren uitdenken waarin wij kunnen leven, wij moeten een beweging vormen en een tactiek uitdenken. Wij moeten zelfs ons eigen zelfbewustzijn nog veroveren. En dat is des te moeilijker omdat wij niet een minderheidsgroep zijn, maar de minderheidsgroep, sinds alle eeuwigheid. Dat is geen stelling van mij, maar van de ethnologen, de dierpsychologen, de apenduiders zoals ik ze pleeg te noemen. Wat is hun stelling? Dat de sociale hiërarchie is afgeleid van de seksuele, dat de onderdrukking van het wijfje model heeft gestaan voor de onderdrukking van alle soorten minderen. En dat betekent dat als wij in opstand komen, dat er dan werkelijk gewrikt wordt aan de fundamenten van de hiërarchie omdat wij geen enkele reden hebben te streven naar de vervanging van de ene elite door de anderen.”

    Aldus feministe Joke Kool-Smit in 1971.

  4. 4

    “Ik geloof dat geen enkele vrouw wordt geboren als slachtoffer. Ik geloof wel dat in elke vrouw een speler schuilt, een beslisser, misschien wel een leider.”

    Geloven = niet zeker weten. Mannen zijn vaker leiders, dat is wél een feit, dat is zeker. Hoe dat komt, weet ik niet. Het is in ieder geval in elke cultuur een feit.

    Deal with it.

    “Laat er in 2015 de helft van de leiders en beslissers en beleidsmakers van de wereld vrouw zijn, om te beginnen in Nederland.”

    Het gaat om kwaliteit, niet om geslacht. Punt.

  5. 8

    Tahir schrijft:’De regering heeft nog nooit een evenredig aantal vrouwelijke en mannelijke ministers gekend.’

    Mijnsinziens moet het streven van een kabinet niet zijn om een perfecte 50-50 verdeling te hebben ,maar om kwaliteit te laten preveleren boven een doorgeschoten gelijkheidsideaal.

    Verder scrhijft:’Vrouwen verdienen ook nog altijd minder dan mannen, voor hetzelfde werk. ‘

    Om hier te spreken van altijd in de context van hetzelfde werk lijkt mij zwaar overdreven. Het zou in strijd zijn met de wet en in Nederland gaan het merendeel van de baantjes via een CAO.

    Mescaline 1.

    Praat mij eens bij over het incident met de Georgiers en Oekrainiers.

    Mescaline 3.

    Wat betreft het citaat:
    Alinea1. Een geur van misplaatste decandentie.
    Alinea2. Wollige tekst die neigt naar een revolutie.

  6. 10

    Voor een groot deel eens met Jimmy, in de zin dat gelijke kansen zelden tot nooit tot gelijke uitkomsten leiden. Je kan je natuurlijk wel afvragen wat daarvan de oorzaak is. Persoonlijk denk ik dat De Nederlandse Vrouw (jaja, hier gaan we), veel wilt maar bijna altijd zwicht voor huisje-boompje-beestje. Moet de overheid hen (bijvoorbeeld: de zwangere geneeskundestudente, hoe carrieresaboterend wil je het hebben) daarvoor behoeden? Ik denk er nog over na.

  7. 11

    Dat zou de overheid beter wel doen. Vanwege de vergrijzing en omdat het beter voor kinderen is als ze naar crèche gaan. Vooral dat laatste punt wil er in Nederland maar moeilijk in. Je bent een slechte ouder als je kind naar de opvang brengt.

    Maar dat is allemaal bijzaak.

    Waar het om gaat is om het schokkende feit dat mevrouw Tahir blijk geeft van een schokkende desinteresse in de Nederlandse cultuur en haar waarden. Het is niet “Een kind onder de evenaar is altijd maar een bedelaar.” Het is “Een kind onder de evenaar is MEESTAL maar een bedelaar.”
    Ik stel voor om de procedure tot intrekking van het Nederlanderschap/verblijfsvergunning meteen op te starten, kan ze met de volgende lading salafistische imams mee op het vliegtuig naar Islamabad.

  8. 12

    @Salon las ik in de krant in een interview met Netelenbos ? op internet niks te vinden. De citaten laten aan mij zien dat het toepassen van fatsoen bij onze diersoort niet vanzelfsprekend is, hoeveel barrieres er ook al zijn geslecht en hoe dicht bij elkaar de mensen al staan. Misschien geen nieuws. Maar de brave oproep van mw Tahir is tsja, …

    @Scientist Ik kan je betoog over de desinteresse niet helemaal volgen ben ik bang.

  9. 13

    JSK 10.

    Je schrijft: ‘ Persoonlijk denk ik dat De Nederlandse Vrouw (jaja, hier gaan we), veel wilt maar bijna altijd zwicht voor huisje-boompje-beestje.”

    Kan mij hier wel in vinden. Niet alleen de Nederlandse vrouw ,maar volgens mij geldt eveneens in het algemeen.

    Ik weet nog goed hoe ik de universiteit binnenstapte en menigeen het had over werken in het buitenland en rondreizen. Na het afstuderen waren deze termen veranderd in ‘hypotheek en samenwonen’. Je moet opzich ook wel weten wat je wel wilt. Huisje-boompje-beestje ligt toch een beetje in de lijn der verwachting.