Mysterie van de vliegende slak opgelost

Een bijdrage van Lucas Maillette de Buy Wenniger. Het stuk is ook te lezen op Sciencepalooza.

Midden in de Atlantische Oceaan koloniseerden Europese slakjes ver voordat de mens zijn eerste zeilboot bouwde het eiland Tristan da Cunha, ondanks dat de dieren niet tegen zout water kunnen. Ze zouden daar tussen de veren van stormvogels naartoe zijn gevlogen, maar mogelijk namen ze een minder appetijtelijke route.

Landslakken van het genus Balea komen niet alleen in Europa voor, maar ook op verschillende mid-Atlantische eilanden, waaronder IJsland en dus het zuidelijke Tristan da Cunha.

Vijf jaar geleden publiceerden Naturalis-onderzoekers de stamboom van deze slakken, en bleek dat de dieren nauw verwant zijn aan Europese soorten. Blijkbaar hebben enkele van de hermafrodiete slakken ooit met succes de overtocht gemaakt en op de eilanden koloniën gesticht.

pluimage
De verklaring die Darwin hier ooit aan gaf, en die de onderzoekers destijds ook aanvoerden dat ze als verstekeling zouden zijn meegereisd in het pluimage van grote trekvogels. Andere verklaringen zijn onwaarschijnlijk, want de weekdieren leggen bij blootstelling aan zeewater snel het loodje.

Nieuw onderzoek uit Japan suggereert nu dat de slakjes mogelijk economy vlogen, in plaats van business class.

Het was al bekend dat sommige waterslakkensoorten een tocht door het digestieve kanaal van vissen levend konden navertellen. De Japanners denken nu dat hetzelfde geldt voor kleine landslakjes die door vogels worden opgegeten.

menu
De kleine landslak die luistert naar de naam Tornatellides boeningi staat op het menu van de witoog (of mejiro), een inheemse vogel in Japan die ook bekend is van zijn sterk betwiste rol als ecosysteem-reddende zadenverspreider als invasieve soort in Hawaii.

Tot 15 procent van de opgevroten slakjes blijkt de culinaire detour door de witoogdarm te overleven, waarbij vooral de kleinere exemplaren (van zo’n 2.5 millimeter lang) een redelijke kans maakten. De onderzoekers speculeren zelfs dat de het opgegeten en weer uitgepoept worden voor de slakjes evolutionair gunstig uitpakt, omdat ze daarmee grotere afstanden snel kunnen overbruggen om verderop nieuwe gebieden te koloniseren.

Met deze informatie is het een kleine stap naar de hypothese dat ook de slakjes van het geslacht Balea bij hun verre reizen gebruik maakten van een gastro-intestinale luchtbrug.

vogelpoep
Bij deze dus een oproep aan de biologen van Naturalis: laat een paar van die slakjes opvreten door een flinke zeemeeuw, en kijk of er een paar dagen later nog wat levends door de vogelpoep kruipt. Als dat zo is kunnen we weer een dispersiemysterie van het lijstje strepen.

  1. 1

    De Nederlandse naam voor witoog is brilvogel, een verzamelnaam voor de Zosteropidae, een wijd verspreide familie (Afrika, Azie, Australie en de Pacifische Eilanden).

  2. 3

    In de pers is overigens even heen gekeken over ontzettend leuk onderzoek van de Nederlandse ecoloog Gerhard Cadee van het NIOZ die al tien jaar geleden vond dat ongeveer 5% van de wadslakjes die waren gegeten door Bergeenden levend de poep uitkwam. Bovendien is het met trekvogels zo dat ze zich nogal leeg schijnen te poepen voordat ze een flinke treketappe aanvangen, en dat maakt de kans dat ze oceanische eilanden via de darmen bereiken toch wel erg klein. Tenslotte zijn er daadwerkelijk vogels gevonden met levende slakjes in hun pluimage. Een klein musachtig vogeltje die met een Barnsteenslak die alleen bekend is van Puerto Rico in zijn verenkleed rondvloog in Arizona totdat die werd neergeknald door een nietsontziende jager die het gemunt had op kleine lieve vogeltjes.

  3. 4

    @3: De moraal van het verhaal: Gelukkig dat er nietsontziende jagers die het gemunt hebben op kleine lieve vogeltjes bestaan, anders was dat nooit aangetoond!