Mooie verhalen

COLUMN - Onlangs lunchte ik in de Brakke Grond met Peter Tomson, de auteur van ‘Als dit uit de hemel is…’ Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament in hun verhouding tot het Jodendom (1997). Ik heb het boek kort nadat het was verschenen twee keer achter elkaar gelezen. Het maakt elke lezer enthousiast voor de wereld van het antieke jodendom en ik was blij de auteur nu eens te ontmoeten.

sagan

Enthousiast: zo zou ik graag altijd zijn als het gaat over de wetenschap. Stiekem ben ik gewoon mijn leven lang Kijk-lezer gebleven: mooie verhalen over onderzoek, altijd positief van toon, waar je vrolijk van werd. De wereld is prachtig en het geweldige ervan is, om Sagan te parafraseren, dat er om elke hoek steeds weer iets nieuws ligt, klaar om te worden ontdekt.

Ik streef ernaar dat over te dragen en soms lukt dat ook. Op mijn persoonlijke blog is dit een van de best bezochte pagina’s: niet omdat Julius Caesar zo interessant is, maar omdat mensen zien hoe wetenschappers tegen een probleem aanlopen (de prioriteit van het archeologische of het tekstuele materiaal) en twee theorieën opstellen, waarbij uiteindelijk de empirie helpt beslissen. Niks vind ik fijner om uit te leggen dan een puzzel en ik loop inmiddels lang genoeg mee om te weten dat mensen ook graag dat soort verhalen lezen of horen.

In haar inaugurele rede noemde Hedwig te Molder dit het verhaal van de “blije wetenschap”. Het inspireert, het is optimistisch. Het gaat terug op de idealen van de Verlichting. Sinds het Fin de Siècle is er echter ook het verhaal van de “boze technologie”, waarin wetenschappelijk onderzoek de tegenstander is van elke humaniteit. Harry Mulisch spreekt in De ontdekking van de hemel van “het technologisch-luciferische kwaad” en moppert dat “met elk nieuw technisch ding het menselijk leven automatisch zinlozer is geworden”.

Ook de oudheidkundige disciplines kennen hun zwarte verhaal. Te vaak dient deze of gene opgraving een politiek doel, te vaak worden onderzoeksresultaten gepubliceerd om een religieuze opvatting te onderbouwen. Sommige burgers zijn daarom de wetenschap gaan wantrouwen: zo willen Iraniërs graag dat over het oude Perzië ook vanuit hun perspectief wordt verteld, hoewel dat al veertig jaar lang gebeurt en in feite vieux jeu is. De argwaan waarmee de Nijmeegse archeologen zo onterecht werden geconfronteerd in de aquaductenkwestie, past ook in het zwarte verhaal over de oudheidkundige wetenschappen.

Dat verhaal wil ik eveneens vertellen. Het grappige is namelijk dat ook deze kant van de wetenschap inspirerend kan zijn. Toen bijvoorbeeld duidelijk was geworden dat het Evangelie van de Vrouw van Jezus een vervalsing was en Harvard zei dat er onderzoek zou komen, had ik gewoon plezier om uit te leggen waarom dat zinloos zou zijn. Ook in zo’n geval kun je namelijk een puzzel uitleggen: hoe een vervalser aan antieke papyrus kan komen en inkt zó kan namaken dat het met moderne apparatuur niet is te herkennen valt.

Dat is gewoon leuk. Zowel het blije als het zwarte verhaal over de wetenschap zijn fijn om te vertellen.

  1. 1

    Tot hier en niet verder. Ik ben de komende tijd voor mijn werk in Iran, waar toegang tot het internet niet zo vanzelfsprekend is als in Nederland, en ik zal na terugkeer druk zijn met een nieuw tijdschrift over de Oudheid. De tijd die ISIS zo haat.

    Gelukkig lezen we nog genoeg van je :)