Molukse wijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis

COLUMN - Ruim twaalfduizend Molukkers arriveerden in 1951 in Nederland. Zeer tegen hun zin in overigens. De militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en hun gezinnen waren veel liever naar Ambon of Nieuw-Guinea vertrokken om te worden gedemobiliseerd. Lekker dicht bij huis. Het koude en afstandelijke Nederland trok niet echt. Al helemaal niet omdat de Nederlandse regering de Molukse soldaten het liefst in vijandelijk gebied had achtergelaten. Op Java. Tussen de Indonesische vrijheidsstrijders, waartegen de KNIL-soldaten kort daarvoor nog hadden gevochten. Daar stak een Nederlandse rechter gelukkig een stokje voor. Dus bleef alleen Nederland nog over.

In ons land zat men niet echt op de Molukkers te wachten. Door de woningnood waren er nauwelijks voldoende huizen en de staat moest ook nog eens voor voeding, kleding, scholing en zakgeld voor de inmiddels werkloze ex-soldaten zorgen. De KNIL-militairen waren bij aankomst in Nederland namelijk massaal uit militaire dienst ontslagen, omdat de aanwezigheid van koloniale troepen, zo lang na de soevereiniteitsoverdracht in 1949, door zowel de Indonesische als de Nederlandse regering als onwenselijk werd gezien. Goddank zouden de Molukkers maar eventjes blijven. Daarover waren beide partijen het roerend met elkaar eens.

Het liep anders. Na zes jaar werd duidelijk het tijdelijke verblijf wel eens iets langer zou kunnen duren. In 1957 adviseerde de commissie Verwey-Jonker dat de Molukkers toch maar moesten integreren in de Nederlandse samenleving in plaats van in geïsoleerde oorden als de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught te wonen. In 1960 begint men dan ook met de bouw van in totaal 71 Molukse woonwijken. Gezien de omvang van de wijken, met soms wel 800 tot 1.000 inwoners, kwam er van integratie weinig terecht. De Molukse bevolking bleef veelal bij elkaar wonen. Uit die tijd stamt ook de afspraak dat de woningen in deze wijken met voorrang aan Molukkers worden toegewezen.

Het is dan ook deze afspraak waar de Molukse gemeenschap in Hoogeveen aan refereert, als woningbouwcorporatie Domesta een vrijgekomen woning in de Molukse wijk Venesluis toewijst aan een autochtoon gezin. Afspraak is nu eenmaal afspraak. Ook ruim vijftig jaar na dato. Burgemeester Loohuis van Hoogeveen bevestigt dit en betreurt het dat de woning zonder ruggenspraak met de Molukse wijkbewoners is verzegd. Een misverstand zo zegt hij. ‘De afspraak ligt vast en op basis daarvan zijn er rechten. Dat is in meer dan vijftig jaar nooit een probleem geweest.’ De wijkbewoners zelf willen graag dat Venesluis zijn identiteit behoudt. De wijk is speciaal voor de Molukkers gebouwd en daarmee tot cultureel erfgoed verworden. 70 procent van de Molukkers woont inmiddels niet meer in de speciale wijken en de verwachting is dat over dertig jaar deze situatie ook niet meer bestaat. Een kwestie van geduld dus.

Dat de Molukse wijkbewoners de woning hebben beklad met leuzen als ‘Molukse wijk, alleen Molukkers’ is niet chique en getuigt van weinig compassie met het Nederlandse gezin, dat zich kapot moet zijn geschrokken van alle ophef. Maar ook uit reacties op sites als GeenStijl en PowNed blijkt dat een Molukse wijk op zijn zachtst gezegd niet op veel sympathie kan rekenen.

Wellicht is het tijd om de afspraak over het toewijzen van woningen te herzien, maar nooit eenzijdig of zonder overleg. De geschiedenis van de Molukkers is ook een deel van onze geschiedenis.

  1. 2

    Een Molukse wijk kan volgens mij best op sympathie rekenen. Echter, de afspraak die men met de woningbouw heeft gemaakt is natuurlijk niet meer van deze tijd; hij is te racistisch voor woorden. Beter was men dit voor geweest en had men die afspraak al lang lang geleden omgeklust tot een meer gangbare op coöptatie gestoelde aanpak.

  2. 3

    Moet je eens opletten als er in een wijk op een huis “alleen voor Nederlanders” geschilderd wordt, dan is de wereld te klein.

    Discriminatie = discriminatie.

  3. 4

    Ja maar dat zou te makkelijk zijn. Veel lolliger zou het zijn om een derde generatie Molukker te weigeren omdat ie volgens het CBS geen Molukker is:P

  4. 5

    @3:
    Als je als overheid een afspraak maakt moet je die gewoon nakomen.
    Zo’n afspraak kan m.i. alleen worden op gezegd als de andere partij dat ook wil.

    Weer een hoop gemekker door de de bekende blaters.
    Ze moeten zich eens verdiepen in de allerschofterigste rol, die onze overheid heeft gespeeld t.o.v. de gehele Indonesische bevolking en tegenover de Molukkers in het bijzonder.

    N.B.
    Het toppunt van onze koloniale geschiedenis:

    Na onze bezetting 1940-45, oorlog gaan voeren om een ten onrechte in het verleden ingepikt land, weer onder je macht te krijgen.
    Nederlanders die zich niet wilde inzetten voor deze moorddadige praktijken en weigerden te gaan vechten, werden in de bak gestopt!!!

  5. 6

    @5:

    Als je als overheid een afspraak maakt moet je die gewoon nakomen.

    Afspraken / contracten die wetten overtreden zijn niet rechtsgeldig, daar is geen discussie over mogelijk, dat is namelijk 1 van de fundementen van een rechtstaat, dat NIEMAND boven de wet staat, dus ook de overheid niet.

    Ze moeten zich eens verdiepen in de allerschofterigste rol, die onze overheid heeft gespeeld t.o.v. de gehele Indonesische bevolking en tegenover de Molukkers in het bijzonder.

    Dat is 60 jaar geleden, get over it, of gaat de 35e generatie molukkers straks nog steeds zeiken over wat er is gebeurt.

  6. 8

    Een stuk geschiedenis dat door Nederland nooit goed is afgerond. Er is nooit officieel gezegd: “wij hebben jullie een belofte gedaan die we niet meer na kunnen komen, sorry.” En dan blijft een conflict smeulen.
    Sorry zeggen en afronden is een vaardigheid die de Nederlandse overheid sowieso slecht beheerst. Zie ook andere voorbeelden als de afronding van de politionele acties, Srebrenica of bijvoorbeeld de afhandeling van de zaak Fred Spijkers. Ik snap wel dat die onkunde alles te maken heeft met gezichtsverlies voor de machthebbers, maar het blijft pijnlijk om te zien. De afronding van dit soort kwesties is bij uitstek iets waar een Koningshuis als symbool zijn waarde zou kunnen bewijzen door boven ministers uit te stijgen. Helaas blijkt ook dat doorgaans ijdele hoop en wordt die symboolrol alleen vervuld als er geen belangenstrijd is (bv een vuurwerkramp of watersnood).