Moet de Persrichtlijn op de schop?

COLUMN - De Persrichtlijn voor journalisten en de rechterlijke macht, is op diverse punten te restrictief. Journalisten zouden de grenzen dus best eens wat meer mogen verkennen, schrijft senior rechter Willem F.Korthals Altes op Ivoren Toga.

Onlangs moest juridisch commentator Folkert Jensma in zijn column “De Rechtsstaat” in NRC Handelsblad naar aanleiding van een bezoek van Russische rechtbankverslaggevers vaststellen dat het met de openbaarheid van onze gerechten maar zo zo is gesteld. Wie als journalist in Nederland zittingen wil bijwonen, moet allerlei bureaucratische hindernissen overwinnen. Dat wil je vandaag de dag niet graag aan Russen uitleggen.

Misschien kan Jensma enige hoop putten uit een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 22 maart j.l.

Klaagster in die zaak is Sofia Pinto Coelho, rechtbankverslaggeefster van de Portugese televisiemaatschappij SIC. In november 2005 wijdt SIC een door haar gemaakte reportage aan de rechtszaak tegen E. (18), die voor diefstal van een mobiele telefoon 4,5 jaar gevangenisstraf heeft gekregen. Pinto Coelho wil aantonen dat E. werd veroordeeld zonder dat een van de slachtoffers hem had herkend en ondanks zijn verklaring dat hij tijdens de diefstal aan het werk was. In haar reportage maakt zij gebruik van geluid- en beeldopnamen van de zitting, waaronder die van getuigenverhoren. De stemmen van getuigen en rechters zijn vervormd.

Op aangifte van de voorzitter klaagt het OM Pinto Coelho wegens het zonder toestemming uitzenden van opnamen van de rechtszaak voor (een Portugese versie van) contempt of court aan. Zij verdedigt zich met de stelling dat zij met haar reportage een ernstige rechtsdwaling aan het licht wilde brengen. De rechtbank veroordeelt haar echter tot betaling van € 1.500 boete en de proceskosten. Het vonnis blijft in hoger beroep en bij het Constitutioneel Hof in stand. Laatstgenoemd gerecht legt er de nadruk op dat de eis toestemming voor het maken van opnamen te vragen niet ongewoon of excessief is en niet met de persvrijheid in strijd komt. Met die eis wordt in het bijzonder de goede rechtsgang gediend.

Het EHRM verklaart de veroordeling in strijd met art. 10 EVRM. De reportage gaat over een mogelijke rechtsdwaling, een onderwerp van publiek belang. Kijkers hebben het recht daarover te worden geïnformeerd. Ook al had Pinto Coelho welbewust in strijd met de wet gehandeld, art. 10 EVRM beschermt ook de methode waarmee de persvrijheid wordt uitgeoefend. Verder had de journaliste had maatregelen genomen door de stemmen van getuigen en rechters onherkenbaar te maken. Daarbij was de zitting openbaar en had geen van de betrokkenen over inperking van zijn rechten door de uitzending geklaagd. Bovendien was de strafzaak op het moment van de uitzending al beslist. Van beïnvloeding van de rechters kon dus geen sprake meer zijn. Kortom, de Portugese rechter heeft de balans ten onrechte in het nadeel van de uitingsvrijheid laten doorslaan. Haast ten overvloede merkt het EHRM nog op dat de opgelegde sanctie disproportioneel is.

Betekent dit dat niemand zich meer iets hoeft aan te trekken van regels zoals die in onze Persrichtlijn zijn vastgelegd? Zou iedereen voortaan heimelijk opnamen van handelingen in zittingzalen kunnen gaan maken?

Dat zou een te vergaande interpretatie van deze Straatsburgse uitspraak zijn. Ten eerste gaat het in de Portugese zaak om een journaliste die een onderwerp van publiek belang aan de orde wilde stellen. Ten tweede had zij maatregelen genomen om de privacy van betrokken personen te beschermen. Of dat voor rechters als openbare ambtenaren nodig is, vraag ik mij af. Maar niet onaannemelijk is dat het EHRM tot een andere uitspraak zou zijn gekomen, als Pinto Coelho de getuigen herkenbaar voor het voetlicht had gebracht.

Opvallend is verder dat het EHRM veel aandacht aan de (mogelijke) beïnvloeding van rechters besteedt. Het feit dat het vonnis op het moment van de televisie-uitzending al was uitgesproken, is kennelijk van belang. Een week na de uitspraak in de zaak Pinto Coelho stelde de Grote Kamer van het hof een journalist in een Zwitserse zaak in het ongelijk, onder andere omdat van mogelijke beïnvloeding van (ook daar professionele) rechters sprake is.

Nederlandse rechters zullen hier wat vreemd tegenaan kijken. Wij denken altijd dat wij door niets en niemand kunnen worden beïnvloed.

De Persrichtlijn kiest dan ook een andere insteek, door de nadruk vooral op de orde in de rechtszaal te leggen. Die is echter net zo min als de beïnvloedbaarheid van rechters steeds in het geding. Al zal het EHRM een ordelijke rechtsgang in principe wel een geldige reden voor beperkingen van de rechten van journalisten vinden, de Persrichtlijn is op diverse punten te restrictief. Journalisten zouden de grenzen dus best eens wat meer mogen verkennen.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles mag. Wie bijvoorbeeld tijdens een schorsing een ingeschakelde telefoon in de – dan even niet meer openbare – rechtszaal laat liggen om daarmee de raadkamerende rechters en griffier af te luisteren, maakt weinig kans op een gewillig Straatsburgs oor. Dat zou alleen anders zijn, als serieus aanleiding bestaat te vermoeden dat uitspraken voorafgaand aan de zittingen al vaststaan. Deze vorm van afluisteren is dan misschien de enige manier om dit aan het licht te brengen.

Maar welke rechter heeft nu zijn uitspraak al voor de zitting klaar? Dat komt toch niet voor?

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Dit artikel verscheen eerder op Ivoren Toga.

Reacties zijn uitgeschakeld