Minister van Onderwijs: het is ook nooit goed

Tijdens het reces en de zomervakantie gaat de onderwijsjournalistiek onvermoeibaar door. Dit artikel verscheen ook op VKbanen.

hbsGeen minister van Onderwijs is er in de afgelopen decennia zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Zijn het niet de studenten en leerlingen, dan zijn het de docenten die hun onvrede uiten. Zijn die het niet, dan zijn er de ouders of de onderwijsinstanties die klagen. En dan is er ook nog kritiek van collega politici.

VVD-minister Loek Hermans leek eind jaren 90 van de vorige eeuw weinig klachten te horen, een kabinet met veel geld levert de minste weerstand op in het onderwijsveld. Maar ook in de slotfase van diens ministerschap kwam de smet: de hbo-fraude. Nee, dan minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Theo Bot, die in twee jaar tijd (1963 – 1965) weinig kon uitvoeren doordat diens kopzorgen tijdens het Kabinet-Marijnen vooral veroorzaakt werden door het omroepbestel, waarover het kabinet zou struikelen.

Over alle ministers kan wel wat worden gezegd, maar het onderwijs lijkt wel heel gevoelig te liggen. Misschien omdat we allemaal op school hebben gezeten en er allemaal zo onze ideeën over hebben. We horen zowel lof als kritiek op heden en verleden. En niemand heeft echt het antwoord op de problemen. Een duik in de geschiedenis van een halve eeuw ministeries van onderwijs.

In het boek Elke positieve actie begint met critiek van Sacha la Bastide-van Gemert over wiskundige Hans Freudenthal lees je bijvoorbeeld over de HBS (Hogere Burger School): ‘E. Jensema, in 1927 directeur van de Rijks-HBS te Groningen, onderscheidde in deze tijd drie punten van algemene kritiek. Zo zou het onderwijs op de HBS te wiskundig zijn en zou het leerlingenverloop te groot zijn. De school zou bovendien te tweeslachtig zijn door tegelijkertijd zowel eindonderwijs als voorbereidend (hoger) onderwijs te willen verzorgen’. In publicaties als Heimwee naar de HBS (1998) van Volkskrant-journalist Hans Wansink wordt dat schooltype juist weer bejubeld.

De Commissie-Dijsselbloem sprak vorig jaar van ‘ernstige verwaarlozing’ in het onderwijs, aangericht door onderwijsvernieuwingen als het Studiehuis en De Tweede Fase. Is er echter ooit sprake geweest van bijvoorbeeld een ‘prachtige verbetering’? Niet als je de jaarboeken, krantenknipsels en parlementaire kronieken er op na slaat.

calaNeem het kabinet-De Quay (1959-1963). Onderwijsminister van dienst: Jo Cals (ook in die functie actief in de kabinetten Drees en Beel vanaf 1952). Het boek Regeren Zonder Rood (2007, J.W. Brouwer e.a.) illustreert bijvoorbeeld de storm van kritiek van studenten op Cals’ voorstel ‘om universiteiten in staat te stellen studenten die te lang over hun examens deden, uit het onderwijs te weren.’ Ook het collegegeld leidde tot commotie, toen Cals voorstelde dit te verhogen naar 200 gulden in vier jaar. En kamerlid Th. A. Versteeg van de ARP had ‘geen goed woord over voor het vervallen van het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs’.

De Mammoetwet (oorspronkelijk de Wet op het Voortgezet Onderwijs) was het resultaat van een vernieuwingsproces dat al in 1949 was begonnen. Schoolsoorten als de HBS, MULO en ULO verdwenen. Het zou moeten leiden tot een meer gedifferentieerd onderwijs. Er ontstond lager, middelbaar en hoger onderwijs, teneinde de doorstroom te bevorderen. ‘De parlementaire behandeling van de Mammoetwet bracht forse scheuren in de coalitie’, lezen we in Regeren Zonder Rood. Jo Cals zat vier kabinetten lang op zijn post. Hij heeft wellicht van alle ministers het meest zijn stempel kunnen drukken op het onderwijsstelsel in de 20ste eeuw.

Minister Bot (1963 – 1965) heeft zich weinig met het onderwijs kunnen bemoeien, de meeste tijd was hij kwijt aan de discussie rond het omroepbestel en de vraag of er in de toekomst naast de publieke omroep ook commerciële tv-zenders zouden moeten worden toegestaan. De discussie daarover laaide zo op, dat het kabinet zijn ontslag indiende.

diepenhorstBijna net zo zinvol was de bijdrage van Isaäc Arend Diepenhorst (periode 1965-1967, twee kabinetten). Na anderhalf jaar kwam het kabinet-Cals al ten val, dus veel heeft Diepenhorst niet kunnen doen. Zijn belangstelling ging vooral uit naar het hoger onderwijs, en om die reden werd wel gesproken van ‘een minister van wetenschappen en een staatssecretaris van onderwijs’ aldus Ton Elias, geciteerd op de site van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Het instituut laat ook zien dat Diepenhorst met zijn handen in het haar zat vanwege de forse groei van het aantal studenten aan universiteiten en hogescholen. Van 1969 tot 1986 bracht Diepenhorst het overigens wel tot algemeen voorzitter van de Onderwijsraad.

maagdenhuisDan Gerard Veringa, minister van Onderwijs tijdens het kabinet-De Jong (1967–1971). Veringa is het bekendst geworden vanwege zijn Wet Universitaire Bestuurshervorming, waarmee hij de studenten tegemoet kwam tijdens de Maagdenhuisbezetting in 1969. Zijn wet was volgens de schrijvers van dit artikel in de Volkskrant van 31 december 1999 ‘de meest vergaande universitaire democratisering in heel de wereld’. Maar in de jaren negentig werd dat grotendeels ongedaan gemaakt door Jo Ritzen. ‘In 1996 lukte het onderwijsminister Ritzen, met overigens veel meer moeite dan Veringa destijds, om het democratisch gehalte van de universiteit weer flink terug te draaien. Gekozen bestuurders maakten sindsdien weer plaats voor benoemde professionals.’

Kritiek op Veringa blijkt er wel degelijk te zijn: zijn wet zou vooral voor eindeloos trage besluitvorming hebben gezorgd en onder zijn bewind waren de kosten van het onderwijs enorm toegenomen.

chrisvanveenChris van Veen dan, minister tijdens het kabinet-Biesheuvel (1971 – 1973). Heftige protesten klonken tegen zijn bezuinigingen en lesgeldverhoging. De burger moest meer gaan betalen voor diensten van de overheid. Vooral de verhoging van het collegegeld voor universiteiten en hogescholen van 250 naar 1.000 gulden leidde tot veel ongenoegen. Overigens was Van Veen later voorzitter van de commissie die het vmbo voorbereidde, halverwege de jaren negentig. Dat is hem (voor een deel) niet in dank afgenomen, als we op het rapport van de Commissie-Dijsselbloem af moeten gaan. ‘Helaas is het niet zo goed verlopen,’ zou Van Veen tijdens de hoorzitting in 2007 zeggen.

vankemenadeHet vreemde taal onderwijs (vto) was onder minister Jos van Kemenade (in zijn eerste termijn 1973-1977) een bron van onrust, als we het boek Beeld van het Onderwijs (1988, AML van Wieringen e.a.) mogen geloven. ‘In de Memorie van Antwoord, die niet meer door Van Veen maar door diens opvolgers Van Kemenade en Veerman in 1974 bij de Tweede Kamer werden ingediend, probeerden de bewindslieden tevergeefs de gerezen ongerustheid ten aanzien van het talenonderwijs in de brugklas weg te nemen. Hun kijk op de plaats van het Frans, dat naar hun mening alleen in een vwo-brugklas verplicht zou moeten zijn, riep veel protest op. Het waren niet in de laatste plaats die protesten die er tenslotte toe leidden dat het ontwerp van Van Veen […] begin 1975 in de ijskast verdween.’

Van Kemenade zal ook tot in lengte der dagen verbonden blijven aan het experiment van de Middenschool, een soort verlenging van de basisschool. Dit model zou verschillen tussen bevolkingsgroepen verkleinen door kinderen uit kansarme milieus te laten doorstromen naar hogere vormen van onderwijs. In ons land is de middenschool er nooit gekomen. Omdat het kabinet-Van Agt II uiteenspatte, doofde het concept van de Middenschool als een nachtkaars, in Finland bestaat een soortgelijk systeem, dat overigens zeer succesvol is.

Tussen de kabinetten Den Uyl en Van Agt II, waarvan Van Kemenade minister van Onderwijs en Wetenschappen was, mocht VVD’er Arie Pais (minister van 1977 tot 1981) tussendoor komen tijdens het eerste kabinet Van Agt. Pais bracht in 1981 de Wet op het basisonderwijs tot stand, die in 1985 van kracht zou gaan. Deze wet zorgde voor het verdwijnen van de kleuterschool en de lagere school en leidde tot het ontstaan van de basisschool zoals we die nu kennen. En ja, ook daar is met terugwerkende kracht kritiek op geuit.

‘Politieke partijen, van links tot rechts, schaarden zich alle achter dezelfde grondgedachte. Gegeven de actuele politieke tegenstellingen […] is het voor de historicus veel vaker verbijsterend om teruggaand in de tijd tot de ontdekking te moeten komen dat de tijdgeest doorslaggevender is dan de beleden politiek-ideologische tegenstellingen doen vermoeden […] aldus Lector Algemene Pedagogiek Bas Levering in het artikel Hoe de kleuterschool verdwijnen kon.

En niet alleen de kleuterschool en de lagere school moest eraan geloven. Ook de Middelbaar Onderwijs-opleiding (een voorloper van de huidige lerarenopleidingen) werd aangepakt door Pais. ‘De herstructurering […] was inmiddels in de atmosfeer van […] recessie en bezuinigen terecht gekomen. […] De overheveling van de MO-docenten naar de salarisschalen van het voortgezet onderwijs werd steeds minder begrepen [..] en steeds meer als een ordinaire bezuinigingsmaatregel en nivellering. Het Weekblad sprak zelfs van ‘de truc van Pais’ waar de naïeve MO-bestuurders met beide voeten in waren getrapt,’ aldus het boek Waarvan Akte, Geschiedenis van de MO-opleidingen 1912-1987 (2004, J. Vos en J. van der Linden).

demonstratieEn daarna volgde de grootste zondebok ooit (misschien met de latere minister Jo Ritzen op een gedeelde eerste plaats): Wim Deetman (CDA, verantwoordelijk van 1982 – 1989, onder Lubbers). Dit Volkskrant-artikel van 21 september 1999 blikt terug op die onrustige periode. ‘De dramatische staatsschuld en het hoogopgelopen financieringstekort domineren vanaf dat moment alle politieke debatten.’ […]

‘Luchtig regeren is er in die jaren niet bij. Ministers vinden demonstranten op de stoep van hun huis, Deetman krijgt eieren naar zijn hoofd en een trap in zijn buik. Deetman: “Ik ben weleens ’s avonds thuisgekomen dat ik tegen mijn vrouw zei: Nu heb ik werkelijk met iedereen ruzie. Mijn ambtenaren, de onderwijsorganisaties, de eigen Tweede Kamerfractie en de collega’s in het kabinet.” […] De grote druk op de Onderwijsbegroting maakt dat Deetman niet makkelijk geld afstaat voor nieuwe plannen. “Ik heb moeten ombuigen op Onderwijs voor de bouw van de Oosterscheldedam. Maar ik was er faliekant op tegen dat de Olympische Spelen in 1992 naar Amsterdam kwamen, omdat Onderwijs op een fabelachtige begroting voor eenderde van de kosten stond ingetekend.”’

ritzenOpvolger Jo Ritzen (PvdA) bleef langer zitten, van 1989 tot 1998 welteverstaan. Dat is zijn populariteit niet ten goede gekomen. Maar ja: hij stond voor een lastige klus. Ritzen moest anderhalf miljard gulden bezuinigen op studiefinanciering en hoger onderwijs. Wie zijn studiemateriaal bekijkt (neem het vierdelige Onderwijs bestel en beleid, onder redactie van Van Kemenade in 1987 verschenen bij Wolters-Noordhoff) moet toegeven dat hij op papier een begenadigd cijferaar en analyticus is op onderwijsgebied.

Het heeft niet mogen baten, zo schrijft de Volkskrant eind jaren negentig na lezing van zijn boek De Minister, een handboek, dat terugkijkt op zijn ambtstermijn. ‘En ook bleef hij impopulair in het onderwijs en zitten veel scholen in financiële problemen. […] Ritzen heeft ons in het ootje willen nemen.’

Cynisch vervolgt de verslaggever: ‘Ritzens ambtenaren waren uitstekend, weten we nu. Althans: ze begonnen na twee jaar uitstekend te functioneren. Nadat Ritzen ze had uitgelegd hoe ze moesten werken. […] Er was wel sprake van een probleem: zijn ambtenaren, onderwijsbestuurders en de Tweede Kamer zaten hem wel eens dwars. Ze wilden iets anders dan Jo Ritzen.’ En tot overmaat van ramp was Ritzen betrokken bij de invoering van de basisvorming en het bedenken van Tweede Fase en vmbo.

hermansDe Tweede Kamer vond opvolger Loek Hermans (1998 – 2002) een verademing na acht jaar Ritzen. VVD’er Hermans kon als eerste minister van onderwijs in vele jaren weer geld uitgeven, maar de verregaande liberalisering stuitte achteraf ook weer op kritiek. Het kon natuurlijk niet te lang goed gaan. ‘Hij was het die de universiteiten en hogescholen de markt opjoeg, die concurrentie voorschreef en hen aanspoorde tot een strijd om studenten binnen te halen’, zou de Volkskrant in 2002 opschrijven. De hbo-fraude kwam boven water.

van-der-hoevenMaria van der Hoeven (2002 – 2007) kreeg het lerarentekort op haar bord en de invoering van het Bachelor-Master-systeem vond plaats aan het begin van haar ambtstermijn. Het was ook nog eens deze periode, dankzij de opgevoerde druk van scholieren, studenten en docenten die de Tweede Kamer op het idee bracht eens uit te zoeken wat er de afgelopen twintig jaar steeds mis was gegaan in het onderwijs. Dat zou uiteindelijk leiden tot het rapport Tijd voor Onderwijs, van de Commissie-Dijsselbloem. Inmiddels stijgen uit de hoek van onderwijskundigen, pedagogen en andere professionals geluiden op. Het rapport zou niet zaligmakend zijn en zelfs getuigen van tunnelvisie.

En dan is het rijtje invloedrijke staatssecretarissen (neem Netelenbos, mede verantwoordelijk voor de invoering van het vmbo) nog niet eens behandeld. En van alle onderwijsministers is ongetwijfeld evenveel positiefs te melden. Waarom beklijft dan toch de negatieve berichtgeving? Is het nu echt altijd kommer en kwel of laten we de emoties nu en dan te hoog oplopen? En wat zal er de geschiedenisboeken (en wiki’s) ingaan onder het bewind van Minister Plasterk (2007 – ?)?

We zullen op die laatste vraag over een paar jaar het antwoord weten. Maar de harde cijfers, het sentiment en (publieke) beeldvorming rondom onderwijs blijven elkaar afwisselen. Het onderwijs is nooit klaar.

  1. 1

    Ik heb maar twee dingen te zeggen: schaalvergroting is kut, en mevrouw Maria van d’r dinges met d’r Limburchse aksant wilde ‘intelligent design’ gaan invoeren als vak en heeft daarom volkomen gerechtvaardigd een enorme schop onder d’r droge kut gehad gadverdamme.

  2. 3

    Dank voor dit overzicht!
    @1,2 kalm maar jongen, Plasterk gelooft niet zo in ID … dus dat is een probleem minder, maar er is genoeg over …

  3. 4

    Die middenschool is een glorieuze terugkeer aan het maken, in ieder geval in de specifieke context van extra taalonderwijs aan allochtone leerlingen met een taalachterstand. De berichten over de effectiviteit zijn vrijwel lyrisch.

    Ik heb er laatst een groter artikel over gelezen maar kan die even niet vinden. Maar het is overal te vinden al. Bijvoorbeeld:

    http://www.ad.nl/rivierenland/3239158/Extra_jaar_les_geen_herhaling_maar_mr.html
    http://www.topklaszwijndrecht.nl/
    http://www.kopklasamsterdam.nl/
    http://www.schakel-klassen.nl/

  4. 5

    Waarom beklijft dan toch de negatieve berichtgeving? Is het nu echt altijd kommer en kwel of laten we de emoties nu en dan te hoog oplopen?

    Mijnheer Thomas, U weigerde mij eerder al eens te begrijpen, maar OC&W geeft toch echt almaar minder geld per student uit:
    http://bit.ly/sSjP5

    Vakkennis verdwijnt uit de scholen:
    http://bit.ly/vakkennis

    En Nederland heeft nog altijd geen enkele structuur om werkenden te stimuleren hun kennis aan te vullen:
    http://bit.ly/openuniversiteit

    Dit is slechts uit de laatste tien dagen, en gaat over uitermate fundamentele zaken. Heeft U een sollicitatie lopen bij OC&W? Is het al uw broodheer?

  5. 6

    Die discussie over vakkennis…

    Wat wordt volgens u verstaan onder ‘vakkennis’?

    Dan kan je ook zeggen: ‘cultuur verdwijnt’.

    Vakkennis verandert, dat ben ik met u eens.

    U draagt een opmerkelijke bron aan, meneer Ijsbrand, in uw tweede link. Juist de Open Universiteit pleit voor meer open source leermiddelen, ICT in het onderwijs en ‘long life learning’.

    http://www.vkbanen.nl/onderwijs/onderwijs-kenniscentrum/733396/Onderwijs-was-het-vroeger-echt-beter.html

    En terecht. (Rob Martens van de Open Universiteit had hier onlangs zelfs nog een gastbijdrage).

  6. 8

    @6

    Ik ben de afgelopen 14 jaar freelance geluidstechnicus geweest tegenwoordig doe ik dat nog 1 a 2 dagen in de week en geef ik 4 dagen per week geluidstechniek aan het ROC in Tilburg.
    Dat wordt mi. bedoeld met gedegen vakkennis.

  7. 9

    @6
    Thomas bedoelt natuurlijk Life Long Learning;
    je kunt ook Een Leven Lang Leren zeggen maar dat klinkt niet internationaal.

    Als je ziet welke taal- en typfouten, slordigheden en comments van het niveau van nr. 1 en 2 de volgens eigen zeggen hoogopgeleide Sargasso-reaguurders zich menen te kunnen permitteren krijg je al een aardig idee van de effecten van twintig jaar desinvesteren in onderwijs.

    Nederland huppelt inmiddels vrolijk achterop op alle gebieden waar het ooit voorloper was.