Het milieu gered door een hoger bewustzijn

RECENSIE - Cees Buisman is wetenschappelijk directeur van Wetsus, het European Center of Excellence for Sustainable water Technology in Leeuwarden, en ook hoogleraar biologische kringlooptechnologie in Wageningen. Als ik dat niet had geweten, had ik De mens is geen plaag zuchtend terzijde gelegd als het zoveelste pleidooi voor mediteren om de wereld te verbeteren. Want dat is het. Hoogleraar Buisman kan niet wachten tot we met zijn allen, al mediterend, een hoger bewustzijnsniveau bereiken. Dan gaan we voor elkaar zorgen, en komt alles vast goed. En dan ontstaat ook een heel andere wetenschap. Aldus de wetenschappelijk directeur.

Niks nieuws onder de zon, natuurlijk. Een halve eeuw geleden werd al gebabbeld over de ‘mentaliteitsverandering’ die nodig zou zijn om de aarde te redden. Buisman schrijft:

Velen hebben er al op gewezen dat het milieuprobleem niet alleen met techniek op te lossen is, maar dat er ook een verandering van de mens zelf nodig is. (p.109)

Het grote verschil is dat hij die ‘bewustwording’ (nog zo’n woord) koppelt aan de mystieke traditie. We moeten mediteren. Voorlopig is het de wetenschap die onze spirituele vooruitgang blokkeert:

De wetenschap heeft in de afgelopen jaren de maatschappij opgezadeld met een aantal in mijn ogen discutabele visies. Niet alleen zijn we nog slechts en kosmisch toeval, tegenwoordig zijn we ook nog onze hersenen (…) in mijn ogen leidt deze rationele wetenschapsvisie tot grote problemen, helemaal in relatie tot de uitdagingen waar we als planeet en mensheid voor staan. (p.9)

En verderop in het boekje:

Als we slechts een product zijn van kosmisch toeval is er in principe geen doel in het leven en dus ligt zinloosheid voor de hand. (p.112)

Buisman gaat voorbij aan het feit dat dergelijke ideeën zo oud zijn als de oude Grieken, dat het overgrote deel van de bevolking geen boodschap heeft aan dit sciëntisme, en dat een toevallig ontstaan nog helemaal geen zinloos bestaan hoeft te betekenen. Ach, wat zal het. Volgens hem maakt de moderne wetenschap de moderne mens moedeloos. Maar we kunnen aan die wetenschap ontsnappen. Dankzij de ontwikkeling van ons bewustzijn. Een vergeten factor in de sociologie:

Bewustzijn is een onzichtbaar fenomeen dat vaak genegeerd of vergeten wordt, terwijl het doorslaggevend is voor het gedrag van een beschaving. (…) Het belangrijkste kenmerk van meer bewustzijn is dat we onszelf steeds minder op de voorgrond plaatsen. (…) De cultuur van een samenleving wordt bepaald door het gemiddelde van de individuele bewustzijnsniveaus van alle mensen. (p.11)

En juist dat gemiddelde bewustzijnsniveau moet veranderen. We moeten méér bewustzijn krijgen, zodat we inzien dat we alles met iedereen moeten delen:

Al deze sociale en milieuproblemen hebben in mijn ogen in de basis dezelfde oorzaak, namelijk niet willen delen. (p.36)

Hierna volgen een aantal pagina’s waarin Buisman duidelijk maakt dat de wetenschap ook niet alles weet, en dat technologie nadelen kan hebben. (Buisman schrijft dat de medische wetenschap en technologie, in combinatie met ons verlangen om eeuwig te leven, geleid heeft tot zeven miljoen chronisch zieken.)

Vervolgens introduceert hij zijn leermeester, de Amerikaanse filosoof (aldus Wikipedia) Ken Wilber, die in zijn werk allerlei oosterse en westerse ideeën combineert tot ‘een samenhangend beeld van het heelal’ (alweer Wikipedia). Wilber vindt dat er vier stadia van bewustzijn bestaan: magisch, mythisch, rationeel, existentieel. Buisman vindt dat een waardevol inzicht.

Na het verplichte historische overzichtje (de jager-verzamelaars zaten klem in hun magisch bewustzijn, de eerste boeren… et cetera) constateert Buisman, met Wilber, dat wij klem zitten in het rationele bewustzijn. Daar hoort ook die zingevingloze wetenschap bij, waardoor we niet in de vrije wil zouden geloven, alleen aan winst denken, et cetera. Met alle gevolgen voor onze planeet. Hoog tijd dus voor ‘een nieuwe vermeerdering van ons bewustzijn’, de transformatie van rationeel bewustzijn naar het hoogste stadium: existentieel bewustzijn. Als we dat bereiken, kunnen we eindelijk aan elkaar denken, verbindingen, leggen, effectief netwerken, en zo de wereld redden. Op dat moment komt er een Hegeliaans duveltje uit een doosje:

Hier kunnen we de wereldziel waarnemen waarin alle mensen met elkaar verbonden zijn. (p.73)

En even verderop:

Steeds meer mensen komen in aanraking met de wereldziel en voelen zich verbonden met iedereen. (p.79)

Dat heerlijke stadium willen we natuurlijk allemaal wel bereiken. Maar nog even geduld:

Een paar procent van de bevolking heeft dit stadium al bereikt. (Ken Wilber schat dit bijvoorbeeld op 4 % van de Amerikanen). Dit is een door veel psychologen erkend ontwikkelingsstadium. Dit zijn de mensen die zich als wereldburger opstellen en inzien dat iedereen met elkaar verbonden is. (p.74)

Die bewustzijnsvergroting zal ook de wetenschap transformeren. Al die mannen en vrouwen in witte jassen zullen overstappen op ‘existentiële wetenschap’. Ze gaan ‘van abstract denken naar visionair denken’ (p.77). Ook in Leeuwarden en Wageningen is het wachten op een hoger bewustzijn. Buisman:

Ik ben dan ook erg benieuwd hoe de natuurkunde zal veranderen als het grootste deel van de natuurkundigen meer bewustzijn heeft dan op het rationele bewustzijnsniveau. (p.109)

Hierna volgt een schets van waar de geestelijk verruimde wetenschap naartoe zou kunnen gaan. Buisman houdt een pleidooi voor de heilzame werking van wortelsap, het hergebruik rioolslib, het inzetten van menggewassen, de kruidengeneeskunde en het planten van bomen op gedegenereerde landbouwgronden. (Dat laatste is volgens hem dé oplossing voor zo’n beetje alle milieuproblemen.) Daarna keert hij terug naar zijn centrale thema, het hogere bewustzijn. Waar halen we dat? We zijn op pagina 115, en daar komt de aap uit de mouw:

De mystici van het verleden kunnen onze gids zijn. Deze mystieke spiritualiteit is (…) een visioen hoe de toekomst eruit kan zien. In plaats van enkele mensen kunnen nu veel meer mensen dit hogere bewustzijnsstadium bereiken. (…) Dit pad van innerlijke groei is uitgebreid beschreven. Zo zijn er voorschriften uit de christelijke mystiek, het hindoeïsme en het zenboeddhisme. (p.115)

Hier gaat Buisman (en Wilber) volgens mij magistraal voorbij aan het feit dat dergelijke mystieke tradities alleen bij die typisch westerse oppervlakkige beschouwing verwant lijken. Dat enige overeenkomst is hooguit gelegen is in het woordje ‘verandering’. En wat Buisman totaal vergeten lijkt te zijn is dat degenen die dergelijke paden betreden zich juist radicaal afkeren van de wereld, de zichtbare werkelijkheid en van elke medemens. Ze streven radicaal, hyperindividueel, naar het hogere, naar God, naar het Niets. En verder doen ze niets anders.

Van een finaal bereiken van dat doel is geen sprake, het blijft een streven. Laat staan dat je na afloop in het leven terugkeert als ‘een ander mens’. Dat is (als we de verhalen mogen geloven) alleen Boeddha gelukt. De opvatting dat mediteren tot een gelukkiger, zinvoller leven, is typisch Amerikaanse holle, blije kletspraat, verzonnen door de yoga-promotor Indra Devi (1899-2002).

Afijn, moeten we wachten tot iedereen zich naar dat hogere bewustzijn heeft gemediteerd? Gelukkig niet. De voorlopers, mensen die ‘uit zichzelf’ goed zijn, moeten volgens Buisman de massa gaan leiden. Hij spreekt van zonnen die volgzame manen zullen verlichten:

De zonnen in onze maatschappij (zo’n 30 % van de mensen) kunnen dus een enorme invloed hebben. Dat zijn de leiders die we nodig hebben. (…) Door hun uitstraling nemen ze de meerderheid mee. Het blijkt dat er maar 10 % goede leiders nodig zijn om de wereld te veranderen, dus dat moet makkelijk kunnen. (p.124)

Maar de zonnen moeten oppassen. Buisman visie op de mens kent ook een duistere keerzijde:

Tussen de 1 en 10 % van de mensen zijn kwaadwillende psychopaten. (p.125)

Wat daarmee moet gebeuren, vertelt hij niet.

Hierna volgt een korte beschouwing over hebzucht. (Nieuws voor historici: ‘In de middeleeuwen werd als beste remedie hiertegen de intreding in een klooster gezien’). Daarna volgt een klaagzang over het verdwijnen van de kerk. Vroeger kon je daar zo heerlijk ‘even uit onze egocentrisch, materialistische wereld stappen,’ schrijft hij (p.129.) Maar daarna blijkt dat naar de kerk gaan toch vooral een uiting is van dat mythische bewustzijn dat wij in het westen al achter ons hebben gelaten:

Juist in de westerse landen met een rationeel bewustzijn moet geëxperimenteerd worden met bijeenkomsten die de groei naar hoger bewustzijn ondersteunen, omdat de landen waar de kerken nu nog populair zijn, ook een keer het rationeel bewustzijn gaan bereiken.

De mens is geen plaag sluit daarna af met een aantal tips: wees je ervan bewust een zon te zijn! Lees papieren boeken! Koop duur en duurzaam voedsel! Bepaal zo vroeg mogelijk in je leven wat genoeg is! Wees grootmoedig!

Laat ik grootmoedig zijn. Dit is een dappere poging van een directeur om een soort van hoopvolle visie te ontwikkelen op de ontwikkeling van de mensheid. Bedoeld om anderen te stimuleren. Wie weet werkt het. Wie weet wordt mediteren weer ‘vet’. Maar ik denk niet dat we de wereld beter kunnen mediteren.

Ik denk ook niet dat we ons straks moeten laten leiden door mensen die zeggen dat ze een hoger bewustzijn hebben en daarom alles beter weten. Dat is geen verbindingen leggen, dat is mindere, dommere mensensoorten creëren. De mens is geen plaag is een goedbedoeld, maar uiterst ondoordacht product.

En verder moest ik bij het lezen vooral denken aan Kees Zoeteman, de plaatsvervangend directeur-generaal van het ministerie van VROM die, twintig jaar geleden, onthulde dat hij in kaboutertjes geloofde. Hij deed het verder prima, als topambtenaar. En Cees Buisman is vast een capabele directeur. Hij moet nog wel wat papieren boeken lezen.

Cees Buisman, De mens is geen plaag. Uitgeverij Bornmeer. 138 blz., 15 euro.