Mijn iPhone, mijn zelf

Techniekfilosoof Bibi van den Berg denkt dat gepersonaliseerde informatie zal gaan bijdragen aan de vorming van onze identiteit. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

‘Identiteit’ is een van de meestbesproken thema’s van het afgelopen decennium, in de media, de politiek en in de wetenschap. Wie zijn wij, hoe is dat zo gekomen, en waarom? In welke mate bepaalt onze biologische systeem wie wij zijn, en in hoeverre spelen opvoeding en omgeving een rol? En wat is de impact van grote sociaal-maatschappelijke veranderingen, zoals de opkomst van globalisering, de toenemende individualisering, het afkalven van een traditioneel ankerpunt zoals religie, en het toenemen van persoonlijke vrijheid?

In tijden van technologische hoogspanning dringt zich bovendien de vraag op of onze identiteiten aan veranderingen onderhevig zijn als gevolg van het gebruik van technologie, of in relatie tot technologie. Zijn wij andere mensen geworden door ons intensieve gebruik van het internet, of drukken we andere kanten van onszelf uit nu we allemaal zijn uitgerust met een iPhone of een andere slimme telefoon? En hoe gaat dat verder met onze identiteiten, naarmate onze wereld steeds verder getechnologiseerd wordt, naarmate we steeds ‘intiemer’ met technologie gaan leven?

Belangrijke anderen

Eén van de grote stromingen in de sociologie van de twintigste eeuw was het symbolisch interactionisme, een school die stelt dat de identiteit van individuen primair tot stand komt door interacties met andere mensen. Ieder van ons beweegt zich in zijn dagelijks leven in verschillende sociale kringen – denk aan collega’s op het werk, familie en vrienden in de huiselijke omgeving, kennissen op de sportclub, maar ook onbekenden in het publieke domein. In elk van die sociale kringen gedragen we ons anders – volgens de sociale regels die er gelden – en laten we andere kanten van onszelf zien: op het werk zien collega’s primair onze professionele kant, terwijl onze directe familie veel meer van onze ‘privé identiteit’ meekrijgt, etcetera. De interacties die we met anderen in al die omgevingen hebben, dragen bij aan hoe we onszelf in die situaties ervaren èn presenteren, en aan de identiteit(en) die we door ons leven heen ontwikkelen. Uiteraard spelen sommige sociale kringen en sommige individuen in ons leven een belangrijkere rol in de constructie en expressie van onze identiteit dan anderen. Die groepen en individuen noemen we ‘belangrijke anderen’.

Als interactieve technologieën een steeds intiemere rol gaan spelen in ons leven, spelen zij dan ook een rol in de constructie en expressie van identiteiten, of kunnen ze dan zelfs beschouwd worden als ‘belangrijke anderen’? Volgens mij is het antwoord ja, en wel op een aantal verschillende niveaus. In de eerste plaats gebruiken mensen (mobiele) technologische artefacten als middel om identiteit uit te drukken. Denk aan mobiele telefoons, die, met name door bepaalde groepen, als het ware als een ‘fashion statement’, een rekwisiet, wordt gebruikt. Net als de keuze van onze kleding of accessoires worden mobiele technologieën opgenomen in een cirkel van zelf-presentatie (met de keuze van mijn kleding/rekwisieten laat ik zien wie ik denk te zijn, of wil zijn), en zelfbeleving (mij zelfpresentaties, ondersteund door die kleding/rekwisieten, slaan terug op mijzelf en geven met het gevoel dat ik ben wie ik laat zien te zijn).

Personalisatie

Maar (mobiele) technologieën hebben ook nog een diepere impact op onze identiteit. Moderne technologieën worden in hoog tempo steeds meer gepersonaliseerd – in twee betekenissen van het woord: je kunt ze steeds verder aanpassen aan je persoonlijke voorkeuren, en dus het apparaat als het ware ‘individualiseren’ en laten aansluiten bij wie je zelf bent. Maar het apparaat gaat ook in steeds sterkere mate persoonlijke diensten en gepersonaliseerde informatievoorzieningen op de gebruiker loslaten. Op basis van profielen over je voorkeuren en wensen krijg je als gebruiker steeds specifiekere, op jou toegesneden informatie te zien. Merk op dat het de technologie is, die bepaalt welke informatie dat is! De technologie krijgt in toenemende mate een verantwoordelijkheid om zèlf te kiezen welke informatie voor de gebruiker relevant is. Daar komt bij dat informatievoorziening in toenemende mate proactief wordt: op basis van je gedragingen en wensen uit het verleden bepaalt je mobiele telefoon, je iPad of je laptop zelf steeds meer welke informatie in de gegeven situatie voor jou relevant zou kunnen zijn – zonder dat je daar nog om hoeft te vragen, zonder dat je als gebruiker nog ‘aan de knoppen’ zit.

Zetten we een paar stappen verder in de technologische toekomst en het is niet moeilijk te bedenken dat, als dit soort trends zich voortzet, de kans groot is dat we technologische artefacten in de (nabije) toekomst misschien ook wel als ‘belangrijke anderen’ zullen gaan zien. Immers, onze iPhones, iPads en iWhatevers zullen ons steeds actiever gaan voorzien van (zelfgekozen) context-relevante informatie, productsuggesties en reclames.

Spiegel

Juist doordat al die informatie gebaseerd is op door de technologie samengestelde profielen van de gebruiker worden technologische artefacten als het ware een ‘spiegel’ voor onszelf: ze geven ons inzicht in wie we zijn – of althans wie de technologie denkt dat we zijn. En dat is heel vergelijkbaar met de manier waarop ‘belangrijke anderen’ ons soms een spiegel voorhouden, ons vertellen wie zij denken dat wij zijn. Net als bij ‘belangrijke anderen’ zullen technologieën ons wellicht soms ook suggesties doen voor dingen waarvan we niet eens wisten dat we ze interessant zouden vinden. En dat impliceert dat onze iPhones van morgen ons wellicht dingen over onszelf zullen leren, die we nog niet wisten, en zo bij zullen dragen aan het vormen van wie wij zijn, aan onze identiteit.

Bibi van den Berg (1975) is techniekfilosoof. Ze werkt als universitair docent bij eLaw, een onderzoeksgroep binnen de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar expertise ligt op het vlak van identiteit- en identiteitsmanagement, privacy, techno-regulering en robotica.

Dit artikel is een zeer korte bewerking van het belangrijkste argument dat Van den Berg maakt in haar proefschrift ‘The Situated Self: Identity in a world of Ambient Intelligence’ (2010), dat verkrijgbaar is via Wolf Legal Publishers.

Foto Kengo

  1. 2

    Merk op dat het de technologie is, die bepaalt welke informatie dat is! De technologie krijgt in toenemende mate een verantwoordelijkheid om zèlf te kiezen welke informatie voor de gebruiker relevant is.

    Dit is op z’n minst een ongelukkige formulering. Noemen we dat niet de antropomorfisering van de techniek? De technologie bepaalt niet en kiest niet. De technologie is door mensen ontwikkeld en vindt bij mensen aftrek. Bij mensen liggen de keuzes en de verantwoordelijkheden.

  2. 4

    ,Als ik al die kinderen en jongvolwassenen ingeplugd en wel in het openbaar vervoer bezig zie met hun i-phone identiteit, dan pas ik daarvoor.
    Wanneer ik in een vol rijtuig eenderde der passagiers met het hoofd gebogen over hun speelgoedjes zie hangen krijg ik bijna medelijden met ze.

  3. 7

    Mensen zouden wat meer moeten nadenken over wat ze voor een ander kunnen doen, i.p.v. zich zo te focussen op het bepalen van hun eigen identiteit d.m.v. kleding, gadgets en andere oppervlakkigheid. Overigens is het voor de hand liggend dat technologische ontwikkelingen invloed hebben op wat we doen, en dus ook op wie we zijn. Je hoeft geen PhD in existentialistische filosofie te hebben om dat te kunnen bedenken. En ook niet heel hoogdravend en opgewonden een heel artikel over te schrijven, zo interessant is het namelijk niet.