Het kan ook toeval zijn

[Wetenschapsnieuws dat ingaat op onzekerheden, controverse en discussie over resultaten leert het publiek hoe kennis wordt gemaakt. Dat zouden onderzoeksinstellingen veel vaker mogen laten zien in hun persberichten.]

Afgelopen week was het Valentijnsdag en dat is altijd een reden voor een beetje extra wetenschapsnieuws over liefde, seks en aanverwante relatiezaken. Zo kwam het LUMC met een persbericht met resultaten van genetisch onderzoek dat vorig op Lowlands was uitgevoerd onder bezoekers van het festival.

Doel was om bij tientallen koppels een beetje wangslijm af te nemen om vervolgens het DNA gedeeltelijk in kaart te brengen. Vervolgens zou er naar overeenkomsten en verschillen worden gekeken. De gedachte is namelijk dat bij partnerkeuze mensen afgaan op een genetische tegenpool.

Dat mechanisme is bij een aantal diersoorten gevonden, en daarbij spelen overeenkomsten en verschillen tussen zogenaamde MHC-genen een rol, die dieren via geurprofielen waarnemen. De gedachte is dat grotere verschillen in MHC-genen tussen partners bijvoorbeeld een fitter immuunsysteem oplevert in de nakomelingen.

Fitter nageslacht

Meer algemeen gesteld: je kunt je voorstellen dat zo’n signaleringssysteem handig is voor dieren die een partner moeten kiezen en niet kunnen weten wie een broer of neef is, in verband met het vermijden van inteelt. Genetisch verschil schept fitter nageslacht.

Er zijn al tien a vijftien jaar vermoedens dat dat mechanisme bij mensen mogelijk ook een rol speelt, maar er is veel debat over de vraag of MHC en geur echt bepalend zijn bij het voorsorteren in het menselijk geslachtsverkeer. Alle omzichtigheid in de voorgaande zin wijst op nogal wat onzekerheid rond die hypothese – daarover later meer.

Laten we er voor het gemak nog even vanuit gaan dat het gewoon klopt, dat de wetenschap heeft bewezen dat bij Homo sapiens genetische tegenpolen elkaar aantrekken. Stelletjes zouden dus genetisch meer van elkaar moeten verschillen dan twee willekeurige bezoekers aan Lowlands. Die laatste categorie van singles is namelijk ook genetisch onderzocht.

Slag om de arm

Deze week kwamen de resultaten naar buiten – Valentijnsdag is een logisch moment – en de studie lijkt de hypothese te bevestigen. “DNA-dating op Lowlands wijst uit: tegenpolen trekken elkaar aan”, luidde het persbericht, en die boodschap werd door een tiental sites opgepikt, waaronder de NOS en lokale media.

Het aardige van het persbericht is dat het – anders dan koppenmakers ervan bakten  – echt een slag om de arm houdt.

We zagen dat het DNA van de stelletjes gemiddeld genomen meer van elkaar verschilde dan dat van twee willekeurige deelnemers aan ons experiment. Om helemaal zeker te weten dat dit verschil niet op toeval berust, hadden we achteraf gezien van meer stelletjes DNA moeten afnemen.

Hier staat eigenlijk: onze groep proefpersonen was te klein om zeker te zijn dat deze uitkomst iets betekent. Het kan ook toeval zijn. Dat de resultaten in de richting lijken te wijzen van de hypothese van “aantrekkende tegenpolen” zegt niets, het resultaat had ook andersom kunnen uitpakken. We weten het niet.

Onbetrouwbaar resultaat

Je kunt streng zijn, en brommen: dit onderzoek is niet door de peer review gegaan, het is geen officiële publicatie, dus dit had nooit naar buiten moeten komen. Ik denk eerder: goed dat er eens publicitaire aandacht is voor een negatief of – als je mild bent – onbetrouwbaar resultaat.

Een onderzoeksinstituut zou nog meer daarover kunnen vertellen. Hoe groot moet bijvoorbeeld het gemeten verschil zijn om te kunnen zeggen dat genetica echt een factor van belang is? Want partnerkeuze draait ook om ander zaken, zoals persoonlijkheid, uiterlijke voorkeuren, status en sociale invloeden.

Nog interessanter: hoeveel stelletjes zou je moeten onderzoeken om toeval veel verder op afstand te houden? Kun je toeval helemaal uitsluiten? Dat is een interessante vraag, want in het medisch-biologisch onderzoek worden aan de lopende band keiharde, significante resultaten gemeld, die in minstens de helft van de gepubliceerde papers later niet herhaalbaar blijkt. Dat debat over reproduceerbaarheid woedt in alle hevigheid.

Debat in de wetenschap

Nieuwe onderzoeksresultaten staan natuurlijk nooit op zich. Het persbericht over het Lowlands DNA-onderzoek had wel een paar regels aan die achtergronden kunnen wijden.

De hypothese over de rol van MHC en genetische verschillen in menselijke partnerkeuze is al jaren onderwerp van debat. Dat debat verloopt aan de hand van diverse studies en verschillende analyses. Al discussiërend bouwen onderzoekers aan een beeld van de wereld. Dat is bij uitstek wat de wetenschap doet, en nieuwe publicaties zijn grondstof voor dat eeuwig doorgaande gesprek. Mooi materiaal dus om het publiek nog meer te leren over die praatkant van wetenschap, en hoe nieuwe resultaten passen in een grotere puzzel.

Ten eerste weten genetici inmiddels dat in de rest van het dierenrijk genetische verschillen weliswaar een rol spelen bij partnerkeuze, maar dat er zoveel andere factoren zijn dat je eigenlijk niet van een ijzeren wetmatigheid kunt spreken. In 2009 werd de hypothese van opposites attract door sommigen al ‘overgesimplificeerd’ genoemd. Bij reptielen en vissen blijken talloze andere factoren mee te wegen waardoor de uitkomst een partnerkeuze kan zijn met een heel grote genetische gelijkenis.

872 paren

Tot slot is er aardig wat onderzoek gedaan aan mensen. Meerdere labs hebben gekeken naar genetische verschillen tussen koppels. In 2008 zagen onderzoekers wel een groot verschil bij een groep Amerikanen van Europese afkomst, maar niet bij koppels uit Nigeria. Er staat niet voor niets een vraagteken boven het artikel. Is Mate Choice in Humans MHC-Dependent? Net als in de krant staat onder een vraagtekenkop nooit een stellige conclusie.

In januari 2018 verscheen een veel grotere studie onder Amerikanen van Europese afkomst, juist met het doel wat meer helderheid te brengen in wat de auteurs van de paper inmiddels zelf een controverse noemen. Maar liefst 872 paren werden uitgebreid door de genetische en statistische molen gehaald, en het resultaat is negatief. “Despite the long-standing controversy, our analyses did not support a significant role of MHC dissimilarity in human mate choice.

Dat wil niet zeggen dat genetische verschillen helemaal geen rol spelen in menselijke partnerkeuze. We worden misschien net als salamanders en stekelbaarzen door tientallen factoren gestuurd in het vinden van de ideale partner. Dat verdunt de eventuele invloed van ‘aantrekkende genetische tegenpolen’. We kunnen het effect in ieder geval met de huidige technieken niet ‘zien’. En als iemand het toch meent te zien, kan het nog steeds toeval zijn.

[Dit artikel verscheen oorspronkelijke op de persoonlijke blog van auteur Arno van ’t Hoog.]

  1. 1

    Gelukkig, zeg ik, gelukkig zijn we eindelijk een beetje gespitst op nepnieuws uit de hoek van de psychologie.

    Onderzoekdsmethode
    Hoe erg we bij de neus worden genomen wordt al meteen duidelijk uit dit citaat waar ik het niet droog bij houd:

    Doel was om bij tientallen koppels een beetje wangslijm af te nemen om vervolgens het DNA gedeeltelijk in kaart te brengen. Vervolgens zou er naar overeenkomsten en verschillen worden gekeken. De gedachte is namelijk dat bij partnerkeuze mensen afgaan op een genetische tegenpool.

    DNA gedeeltelijk in kaart brengen en daar dan ver strekkende tellingen op uitvoeren. AAAAARGHHH.

    Biologen kunnen het net zo bont maken als psychologen.

  2. 2

    @1

    Ik kon het niet opbrengen om het hele artikel uit te lezen.
    Ik strandde al bij:

    Laten we er voor het gemak nog even vanuit gaan dat het gewoon klopt

    Laat ik er nou even voor het gemak van uit gaan dat ik geen flauw idee heb waarom ik mijn vrouw heb uitgezocht. (of zij mij, hetgeen waarschijnlijker is) En dat wil ik graag zo houden ook.
    Iets wat op een rassenleer lijkt (let op het woordje lijkt), daar hou ik mij verre van. Sommige zaken zijn mysterieus en dat wil ik graag zo houden.

  3. 3

    @2: correlaties zoeken zit in hun DNA. Maar het zo stom uitvoeren… Merk op dat de afschuwelijke traditionele “betere overlevingskansen” al van te voren waren klaargezet.

    Voor alles hebben biologen betere overlevingskansen paraat. Konijn schutkleur? Betere overlevingskansen. Jong konijn witte staart? Betere overlevingskansen omdat ouders hen dan beter kunnen zien. Hyena sterke kaken? Betere overlevingskansen. Jakhals minder sterke kaken? Betere overlevingskansen want dan breekt hij zijn tanden niet. Enzovoorts.

    But wait, there’s more… the niche!

  4. 5

    @3: Tja, dat komt omdat het nu eenmaal één van de twee drijvende krachten is achter fenotypes die genetisch bepaald worden. Als je het niet kan verklaren met betere overlevingskansen blijven er maar twee andere verklaringen over: Betere kansen op nageslacht (denk bv. aan de kleurrijke veren van de paradijsvogels, of zo’n beetje alle gedomesticeerde dieren), of puur toeval (het had net zo goed een zwarte staart kunnen zijn, maar waarom huppelen er dan niet ook wat zwartstaartige konijnenjonkies rond?).

  5. 6

    @0: ben benieuwd naar jouw insteek waarom wij niet uit ons vel moesten springen na zoveel jaar nepnieuws en jij komt er met een “Zou ook toeval kunnen zijn” vanaf.