Meer vakmanschap in mbo is impuls onderwijs

ANALYSE - Het Sociaal Cultureel Planbureau bracht een rapport uit over vakmanschap in het mbo. Eerder schreef ik al eens over SOS Vakmanschap, dat aandacht vraagt voor opleidingen die dreigen te verdwijnen. De club is blij met de aandacht van het SCP voor het kleinschalig vakmanschap.

Drie onderwijssectoren stonden centraal in het SCP-rapport: techniek, zorg en de kleine specialistische en creatieve beroepsopleidingen waaronder bijvoorbeeld antiekrestaurateurs, uurwerkmakers en orthopedische technici vallen. Onderwaardering van het (v)mbo en de mede daaruit voortvloeiende tekorten in sommige beroepsgroepen, vormen de aanleiding voor deze verkenning. Uiteindelijk doel van de verkenning was om na te gaan of door meer focus op vakmanschap de aantrekkelijkheid van het mbo zal toenemen. 
De tekorten in de sectoren techniek en zorg zijn onder andere af te leiden uit een tabel met gegevens van ROA, die in het SCP-rapport is opgenomen (hier omgezet in grafiek). Voor de kleine en specialistische beroepen heeft SOS Vakmanschap zelf diverse onderzoeken gedaan. Daaruit ontstaat een veel gedifferentieerder beeld: voor sommige beroepen dreigt een tekort omdat opleidingen ophouden te bestaan (te weinig instroom), bij anderen is de populariteit van de studie veel groter dan de verwachte vraag (bijvoorbeeld make-up artiesten).

Belangrijkste conclusies van het SCP-rapport zijn:

  • Volgens mbo-studenten is vakmanschap meer dan het uitvoeren van eenvoudig handwerk.
  • Beroepsonderwijs lijkt ondergewaardeerd, mbo is niet altijd de eerste keus.
  • Het imago van het mbo, de kwaliteit, de organisatie en inrichting van onderwijs en stage kunnen beter: daar is nog winst te behalen. Bijvoorbeeld door overdracht van de inhoud en betekenis van vakmanschap via mensen uit de beroepspraktijk.
  • Meer inhoudelijke focus op vakmanschap en waardering daarvan maken het mbo aantrekkelijker.
  • Toenemende nadruk op algemene cognitieve vakken in het mbo is een risico voor vakmanschap.

Ik vind de aandacht voor vakmanschap erg goed, en wel om een fundamentele reden. Zoals de WRR in het rapport “Naar de Lerende Economie” (pdf) ook constateert (lees hoofdstuk 9), is er in Nederland een te groot onderscheid ontstaan tussen theoretische en praktische richtingen. Daarnaast is er steeds meer nadruk komen te liggen op cognitieve aspecten. De WRR pleit voor meer integratie tussen theoretische en praktische beroepsvaardigheden; eigenlijk op alle niveaus: ook in het hoger onderwijs.

Bij vakmanschap heb je beide nodig: goede ambachtslieden beschikken niet alleen over uitstekende praktische (hand)vaardigheid, ze hebben ook veel kennis nodig om hoogwaardige producten te kunnen maken. Wie een keer naar de Franse wedstrijd voor patissiers heeft gekeken (Qui sera le prochain grand pâtissier?), weet wat ik bedoel. Op zestienjarige leeftijd beginnen ze daar met dat vak; als ze 21 zijn maken ze niet alleen de meest waanzinnige taarten en desserts, ze hebben ook een bijna encyclopedische warenkennis. Het zijn hoogopgeleide vaklieden. Een dergelijke status zou ook in Nederland een echte impuls voor kwaliteitsverbetering van het beroepsonderwijs kunnen betekenen.

  1. 1

    Het verbaast mij altijd weer dat die domme intellectuelen in de Tweede Kamer zich hoger achten dan het plebs. Jep het plebs want zo praten zij over de Nederlandse burgers vertelde een chauffeur die ministers rijdt mij. We zijn in hun ogen slechts dom stemvee meer niet (wacht maar tot het mei is, ha, ha). Het gekke is dat al die ministers en staatssecretarissen en Tweede Kamerleden maar één ding kunnen en dat is lullen in de ruimte. Naast hun bewegende mond en totaal onbegrijpelijke woordendiarree kunnen ze in tegenstelling tot die ambachtslieden helemaal NIETS! Erger ze hebben het volledige beroepsonderwijs op dit gebied (LTS, MTS, Leerlingwezen etc. etc.) compleet om zeep geholpen met hun oeverloze gelul. Tja politici, uh, uh, uh, uh, uh, mijn hemel wat een dom volk………… http://www.youtube.com/watch?v=vfgpL_gnJ6o