McPeace, of hoe McDonalds de wereldvrede dichterbij brengt

Russiche Golden Arches (Foto: Flickr/Johnny Vulkan)

Een van de meer vermakelijke theorieën van afgelopen jaren is de zogenaamde ‘Gouden Bogen Theorie van Conflict Preventie’ van Thomas Friedman. In The Lexus and The Olive Tree (1999) ontvouwt de gelauwerde voormalige Middenoostencorrespondent en columnist Friedman de volgende theorie: geen twee landen die beiden een McDonald’s restaurant binnen de grenzen hebben, hebben een conflict gehad sinds McDonald’s zich daar vestigde. De ‘Gouden Bogen’ (Golden Arches) zijn een speelse verwijzing naar het logo van de fastfoodgigant, die samen een gestileerde M vormen. Burgeroorlogen blijven daarbij overigens buiten beschouwing.

Friedman, die zich in zijn vlot geschreven boeken en columns niet zelden een tamelijk kritiekloos bewonderaar toont van globalisering Amerikaanse stijl, oogste zowel veel bijval als kritiek met zijn Golden Arches-theorie. Dat de stelling elegant is en deels steakhoudend, is een feit. Niettemin zijn de afgelopen decennia ook een aantal flagrante uitzonderingen te vinden. Bovendien zijn er nogal wat alternatieve verklaringen zijn te geven voor het gebrek aan vechtlust onder fervente BigMac-eters.

Om met de uitzonderingen te beginnen: het conflict tussen Israël (eerste McDonald’s vestiging in 1993) en Libanon (1998), dat begon in 1973 en eindigde in 2000 met de terugtrekking van de Israëlische troepen uit Zuid-Libanon, is duidelijk niet conform Friedmans gulden regel. Maar goed, je zou met enige goede wil nog kunnen stellen dat de komst van de fastfoodketen geleid heeft tot een geleidelijke vorm van verbroedering die uiteindelijk leidde tot vrede: McPacification. Ook voor het Palestijns-Israëlische conflict gloort er dus hoop: dagelijks een Happy Meal voor de veelgeplaagde Palestijnen en de intifada sterft een zachte dood, al was het slechts door obesitas, diabetes en andere welvaartsziektes.

Ook de NAVO-luchtaanvallen begin 1999 op Servië (Macified since 1988) tijdens het conflict om Kosovo zijn in strijd met Friedmans stelregel. Andere uitzonderingen zijn de Zuid-Ossetische oorlog van 2008 tussen Georgië (1999) en Rusland (1990). Het ministaatje Zuid-Ossetië zelf is trouwens nog steeds verstoken van een fatsoenlijke McDonald’s, ongetwijfeld dankzij haar rabiaat antiwesterse president, dictator Edoeard Kokojti. Dat McDonald’s weinig zou houden van dictators is overigens een hardnekkig misverstand. Tijdens de regeerperiode van de Panamese militaire leider Omar Torrijos (1968-1981) opende de eerste Mc-Donaldsvestiging zijn deuren in Panama-stad, al op 1 september 1971. In 1989, inmiddels enkele dictators later, vond de Amerikaanse invasie van Panama plaats, bedoeld om met buitensporig geweld voormalig CIA-lieveling Manuel Noriega op te pakken. De zoveelste uitzondering op de regel.

Hoewel heel aardig gevonden, is het McDonaldeffect dus feitelijk niet meer dan een ruwe graadmeter voor de mate waarin economieën van landen door globalisering zodanig met elkaar verweven zijn geraakt, dat ze te veel te verliezen hebben door oorlog met elkaar te voeren. Gezien het expansieve doch conservatieve businessplan van McDonald’s vestigt men zich niet in onstabiele regio’s van de wereld, tenzij het sterke Amerikaanse bondgenoten zijn of landen die de facto zijn bezet door de VS.

De overweging of een land een een sterk autoritair bewind kent, is daarbij beduidend minder van belang dan ‘politieke en economische stabiliteit’, zoals het eufemisme luidt. Dit geldt o.a. voor Panama (1971), Brazilië (1979, onder de generaals tot 1985), de Filipijnen (1981, tijdens de Marcosdictatuur), Indonesië (1991, tijdens Soeharto), Saudi Arabië (1993) of Libië (2010). Soms zijn McDonald’s vestigingen in de niet-westerse wereld eerder op te vatten als trots symbool van de Amerikaanse hegemonie in een regio. Dit geldt voor Saudie Arabië (1993) en Koeweit (1994), maar vooral voor Cuba (Guantanamo Bay [foto], 1986) en Irak (Bagdad, 2006). Daar is slechts een McDonald’s vestiging, alleen toegankelijk voor militairen.

Een groot deel van de expansie van McDonald’s vond na 1990 plaats, waardoor de voorspellende waarde van Friedmans theorie nogal beperkt is. Europa – 41 van de 46 landen hebben een McDonald’s – is sinds de Tweede Wereldoorlog conflictvrij, op de Balkanoorlogen na, die goeddeels als burgeroorlog te typeren zijn. Behalve Marokko (1992), Egypte (1994), Zuid-Afrika (1995) Zambia (1999), Algerije (2006) en Libië (2010) zijn er geen McDonaldvestigingen in Afrika. Met name centraal en sub-sahara Afrika, brandhaard tijdens tal van conflicten in de laatste twee decennia, zijn niet geMcDonaldificeert. Lang niet alle Afrikaanse landen zijn echter instabiel of ontberen een opkomende middenklasse.

Is de afwezigheid van het fastfoodconcern op de enorme Afrikaanse markt alleen te wijten aan economische behoedzaamheid van het moederbedrijf, gebrek aan economische kansen of een mindere bekendheid van The All-American Life Style, en dus van de junkfoodcultuur; excusez le mot? Ik denk het niet. Er lijken ook andere oorzaken een rol te spelen die bepalen of een land als McDonaldfriendly kan worden gezien. In ieder geval lijkt ook de Amerikaanse geostrategische invloed in grote delen van Afrika beduidend kleiner dan in sommige andere regio’s.

Als je het dus cynisch wilt duiden, kun je zeggen dat de vestiging van McDonald’s evenzeer een goede indicator is in hoeverre een land langdurig is ingekapseld in de Amerikaanse invloedssfeer. Dat zulke landen onderling geen oorlog voeren, is behalve misschien ook te verklaren uit globalisering en toenemende welvaart van de lokale middenklasse, uit geopolitieke beslissingen die worden genomen in het Witte Huis.

Reacties zijn uitgeschakeld