Mark Lilla over de reactionaire geest

Met de politieke overwinning van een kliek plutocraten, blanke supremacisten en christelijke theocraten in de VS glad op de hielen, kon Mark Lilla’s analyse van de reactionaire geest niet méér op tijd komen.

Een reactionair is een ander beestje dan een conservatief, meent Lilla, en dat hij daar gelijk in heeft, blijkt ook wel als je ziet dat conservatieven als Joshua Livestro en William Kristol gruwelen van het rariteitenkabinet dat Trump bijeensprokkelt.

Conservatief vs Reactionair

Conservatieven en reactionairen voeren dan ook een fundamenteel andere discussie. Conservatieven zijn in discussie met liberalen over de aard van de mens in zijn verhouding tot de wereld en de samenleving; reactionairen en revolutionairen zijn in discussie over de aard van de geschiedenis.

Liberalen nemen hun uitgangspunt in individuele autonomie: zij beschouwen de samenleving als een toevallige verzameling autonome individuen, en alle rechten, plichten en sociale contracten vloeien daaruit voort. Conservatieven gaan er echt vanuit dat de mens bij geboorte reeds in een gevormde wereld terecht komt – gevormd door culturele tradities, instituties, geschiedenis – en dat daar een aantal plichten mee samenhangen, zowel tegenover het voorgeslacht als tegenover toekomstige generaties.

De preoccupatie van reactionairen is een geheel andere. Hun denken draait niet om de vraag: wat is de mens, maar om de geschiedenis. Net als revolutionairen draait hun denken om een radicale breuk in de geschiedenis, maar in tegenstelling tot revolutionairen zien zij die breuk niet als iets positiefs, maar ervaren zij die als verraad, iets dat teruggedraaid dient te worden om de geschiedenis weer op het rechte pad te brengen, betoogt Lilla.

The Shipwrecked Mind

Uit de beschrijving van The Shipwrecked Mind: On Political Reaction (2016):

Wij begrijpen de reactionaire geest niet. Het gevolg daarvan, betoogt Mark Lilla in dit hoogst actuele boek, is dat wij de ideeën en emoties die de hedendaagse politieke drama’s gestalte geven volstrekt niet begrijpen.

De reactionair is allesbehalve een conservatief. Hij is een net zo radicale en moderne gestalte als de revolutionair, iemand die schipbreuk heeft geleden in het snel veranderende heden, en die lijdt aan heimwee naar een geïdealiseerd verleden en een apocalyptische angst dat de geschiedenis toesnelt naar een grote catastrofe. En net als de revolutionair wordt zijn politieke engagement gemotiveerd door zeer ontwikkelde ideeën

Lilla begint met drie twintigste eeuwse filosofen – Franz Rosenzweig, Eric Voegelin and Leo Strauss — die de problemen van de moderne samenleving weten aan een breuk in de ideeëngeschiedenis en een terugkeer naar eerdere wijzen van denken propageerden.

Hij onderzoekt vervolgens de voortgaande kracht van grote historische narratieven van verraad in het vormgeven van politieke zienswijzen sinds de Franse Revolutie, en toont hoe gebruik wordt gemaakt van deze narratieven in de geschriften van zowel Europese rechtse culturele pessimisten als die van Maoïstische neoconservatieven, van Amerikaanse theoconservatieven die fantaseren over de harmonie van de middeleeuwse katholieke samenleving als van radicale islamisten die streven naar herstel van een verdwenen islamistisch kalifaat.

De revolutionaire geest die twee eeuwen lang politieke bewegingen over de gehele wereld inspireerde, mag dan uitgedoofd zijn. Maar de geest van de reactie die oprees om haar teweer te staan heeft overleefd en bewijst zich op dit moment als een historische kracht van even formidabele proporties. We leven in een tijdperk waarin de tragikomische nostalgie van Don Quichot voor een verloren gouden tijdperk getransformeerd is in een krachtig en soms dodelijk wapen. Mark Lilla helpt ons te begrijpen hoe en waarom.

  1. 1

    ‘Reactionair’ en ‘revolutionair’ (en ‘progressief’, might I add) zijn termen uit het dinosauriër tijdperk. Verlos alsjeblieft dit soort vrijetijdfilosofische mastodonten uit hun lijden, breng ze naar het bejaardentehuis of kerkhof, en vervang ze door mensen die *wel* aansluiting hebben bij het discours. Dit slaat nergens op.

  2. 3

    @2:

    Hoop gebries, nul argumentatie.

    Hela, dat is toevallig bijna precies de beschrijving die Corey Robin ook voor Mark Lilla gebruikt:

    Mark Lilla: Long on attitude, short on argument.

    Of-ie daarin gelijk heeft weet ik niet en moet iedereen bovendien sowieso voor zichzelf bepalen natuurlijk, maar dit is in dit verband wel interessant om te lezen misschien: Corey Robin, een politiek wetenschapper en ook een auteur van een boek over precies dit onderwerp: The Reactionary Mind (hij komt ook wel eens voorbij op dit blog), heeft hier met bovenstaande Mark Lilla een woordenwisseling (over dit onderwerp uiteraard).

  3. 4

    Vooruit. Deze discussie wordt weliswaar gevoerd door mastodonten in een zaaltje vol mastodonten (niks dan grijze witte koppen en ‘welcome to the antiques roadshow’), maar goed. Ik zal m’n best doen, door de ontzettend zure appel heen bijten en proberen om voor wat substantie te zorgen.

    Deze discussie is een Amerikaanse. De ‘liberaal’ staat tegenover de ‘conservatief’. Waarbij de liberaal wordt geacht om een individualist te wezen en de conservatief wordt geacht om daar, kennelijk, tegenover te staan (hij gaat van de samenleving uit?). Hier gaat het al fout, zelfs in een Amerikaanse context. De Amerikaanse, linkse liberaal is immers ook veel meer gebaat bij een socialistische verdeling van goederen en geld. Hij heeft toch, net als zijn Europese counterpart, ook veel meer belang bij het belang van het collectief? Dus niks individualisme – de linkse mens wil klieken!

    Dan het sociale contract tussen de generaties. Hier wordt Burke geparafraseerd, in essentie. En het is waar dat de conservatief graag over generaties heen denkt, denk ik. Aan de andere kant: het argument dat we de aarde, vanuit een milieu-perspectief, wat intacter aan onze kinderen moeten doorgeven, is bij uitstek een links argument.

    Dan revoluties: de reactionair gelooft niet dat de revolutie al geweest is – hij wil zich er juist tegen wapenen. Hij loopt niet te hoop tegen iets onvermijdelijks (‘het is al gebeurd’), nee, hij bedrijft verzekering. Hij is voorzichtig – conservatief.

    Met andere woorden: alle bruikbare termen – solidariteit, individualisme, inter-generationele politiek, worden op opportunistische wijze misbruikt of vervormd om voor een politiek (commercieel? De man heeft vast een boekje te verkopen) PR karretje te kunnen spannen. De – zeer intuitive – tegen-argumenten worden handig niet vermeld, en zo ontstaat er weer een heel fijn echoputje.

    Oh en dan komt Trump. En Hitler. En dan check ik toch echt uit.

  4. 5

    “dat daar een aantal plichten mee samenhangen, zowel tegenover het voorgeslacht als tegenover toekomstige generaties.”
    Die plichten jegens voorgeslacht (afgezien van nog levende ouders) en nageslacht zie ik bij conservatieven niet zozeer. Het lijkt eerder te gaan om plichten jegens de medelevenden en dan vooral de bovengestelden onder hen. Dat gaat dan onder het mom van het handhaven van de (bestaande) orde. In feite zijn het de uitgangspunten van het feodalisme, waar ook de reactionairen naar terug streven. Reactionairen zijn dan ook eigenlijk niets anders dan radicale conservatieven, die actiever werk willen maken van de terugkeer naar de sociale verhoudingen van voor de Franse revolutie.

  5. 6

    Voor neoreactionairen is de Verlichting de grote vijand, en dat omvat zo ongeveer het gehele hedendaagse denken. Ook conservatisme zien ze als een product van de Verlichting, want Emund Burke formuleerde zijn kritiek op de Verlichting met behulp van de terminologie van die Verlichting.

    Om de wereld te ontdoen van het gif van de Verlichting zijn radicale methoden vereist, en de neoreactionairen gebruiken een revolutionaire methode die van de Marxisten is gepikt; accelerationisme. Accelerationisme betekent dat je ervoor zorgt dat kapitalisme versnelt, tot het moment dat de boel implodeert. Dat is het moment waarop jij jouw ideeen aan de verwarde, en daardoor ontvankelijke massa overbrengt.

    Wat er daarna moet volgen, daarover lopen de visies uiteen. Er zijn monarchisten in de lijn van Mencius Moldbug, die geloven dat de mensheid het beste af is met een verlichte despoot, omdat die langetermijnbelangen beter in het oog heeft dan de markt. En er zijn transhumanisten als Nick Land, die zich helemaal niet zo bezighouden met de mens zelf, maar die mens vooral als platform zien voor de komst van de singulariteit, het moment dat AI de boel overneemt.

    Neoreactionaire ideeen staan misschien ver af van de beleving van de doorsnee Trump-stemmers, maar ze hebben inmiddels wel invloed aan de top. Zo loopt er een lijntje van Mencius Moldbug naar het Witte Huis in de persoon van Peter Thiel, die Moldbugs platform Urbit ondersteund.

  6. 7

    Toen ik de kop las verwachte ik een pathologisering in de trant van Adorno’s F-schaal. Het artikel heeft me positief verrast.

    Zowel revolutionairen (marxisten, anarchisten) als reactionairen bedrijven historicisme, het zijn niet zozeer onze ideeën en opvattingen die de politiek vorm geven, maar een historisch proces, met het verschil dat voor revolutionairen dit historische proces een interne aangelegenheid is (klassenstrijd) terwijl voor reactionairen dit proces eerder extern is (de duizendjarige Jihad).

    Dit lijkt zich nu om te keren, links richt zich steeds meer op externe vijandbeelden, hun blanke patriarch met zijn white supremacy begint de vorm aan te nemen van een eeuwige Jood, terwijl rechts aan het overschakelen is naar intern conflict (de elite en ambtenarij als klasse vijanden).

  7. 8

    Als ik nog een keer mag (ik heb er nog een keertje over nagedacht tijdens het koken van de kippensoep): deze meneer doet zijn stinkende best om tegelijkertijd een links en conservatief wereldbeeld uit te dragen. Links, want zo is hij nu eenmaal, da’s op zich geen misdaad. En conservatief, want de nieuwe realiteit is Trump, en hij wil de oude (Obama) behouden.

    Maar omdat hij niet ‘conservatief’ genoemd kan en wil worden, moet hij een aantal standaardbegrippen herdefiniëren. Hij vereist, met andere woorden, van zijn publiek dat zij een groot deel van hun definities achter zich laten, zodat hij ze opnieuw kan invullen, zodat hij zijn gelijk kan krijgen. Ik vind dat cynisch en narcistisch, moet ik zeggen.

  8. 9

    Hela, dat is toevallig bijna precies de beschrijving die Corey Robin ook voor Mark Lilla gebruikt

    @3 Alleen ging dat dus over een kritiek van Lilla op een boek van Corey.

    Waarom laat je niet even aan de hand van Corey zien waar Lilla in zijn schematische weergave van waar de debatten tussen liberalen en conservatieven enerzijds, en reactionairen en revolutionairen anderzijds de plank misslaat?

    Kortom, ook jij gaat met je reactie glad voorbij aan de inhoud; het enige wat je hierboven doet is een autoriteitspoppetje opzetten die zogenaamd zou zeggen: Mark Lilla is ruk; waaruit jij dan de suggestie wekt dat bovenstaande analyse vermoedelijk ook wel ruk zal zijn.

    Of-ie daarin gelijk heeft weet ik niet en moet iedereen bovendien sowieso voor zichzelf bepalen natuurlijk..

    Nou, dat wordt nogal lastig aangezien je geen enkele inhoudelijke kritiek op bovenstaande inbrengt. Dus er valt niks te ‘bepalen’.

  9. 10

    @8.

    Links, want zo is hij nu eenmaal, da’s op zich geen misdaad.

    Eigenlijk wel bedoel je… mafkees!

    @7.

    Dit lijkt zich nu om te keren, links richt zich steeds meer op externe vijandbeelden, hun blanke patriarch met zijn white supremacy begint de vorm aan te nemen van een eeuwige Jood, terwijl rechts aan het overschakelen is naar intern conflict (de elite en ambtenarij als klasse vijanden).

    Je mag eerst wel eens bedenken of de typeringen ‘links’ en ‘rechts’ nog wel van toepassing zijn.

  10. 11

    Het is toch de vraag of de werkelijk bestaande conservatief (niet de conservatief als ideaaltype) niet bijna altijd een reactionair is. Dat is de stelling van Corey Robin. De twee genoemde voorbeelden van conservatieven — Joshua Livestro en William Kristol — bewijzen eerder het gelijk van Robin. Livestro en Kristol mogen dan gruwelen van Trump en zijn kabinet, zij waren niettemin actieve steunpilaren van Sarah Palin. Het zijn beiden neoconservatieven die dwepen met Leo Strauss en fanatieke verdedigers van de tweede oorlog tegen Irak, die volgens hen democratie in het Midden Oosten zou brengen. (Een volkomen anti-conservatieve stelling.) Livestro schreef een bewonderend boek over de jaren ’50, want toen was alles veel beter dan nu. Tenslotte mogen beiden graag preken over het belang van traditie, geschiedenis, gezin, deugd, karakter, maar de krachten die deze instituties en waarden het meest ondermijnen — kapitalisme en de vrije markt — steunen ze juist van harte. Dus hoezo conservatief?

  11. 12

    @10: Ik ben echt hilarisch he?

    Nee, natuurlijk bedoel ik dat niet. Ongeïnformeerd misschien, naïef. Beetje pervers, hier en daar, maar zeker niet misdadig.

  12. 13

    De Amerikaanse, linkse liberaal is immers ook veel meer gebaat bij een socialistische verdeling van goederen en geld.

    @4 En wie mag die Amerikaanse ‘linkse’ liberaal dan wel zijn? Je weet hopelijk dat onder Bill Clinton drastisch is bezuinigd op de sociale voorzieningen in het kader van de filosofie: geen handouts meer, want dat maakt mensen maar afhankelijk, maar ‘work first’.

    Het heeft de armoedekloof dramatisch doen toenemen, en indirect de lonen onder druk gezet, want zonder noemenswaardig sociaal vangnet rest er weinig dan twee deeltijdbaantjes voor €6,- per uur te accepteren (en dan de schuld te geven aan immigranten die deze bannen zouden ‘inpikken’ als er te weinig werk is).

    Dat is de koers waar het Democratisch establishment voor kiest, dat in de VS als ‘liberal’ geldt. Kortom, je kletst, omdat je niet begrijpt dat ‘liberal’ in de VS weliswaar voor sociaal-cultureel progressief staat; maar economisch voor sociaal-liberaal (en dat geldt dan in de VS als ‘links’; jij trapt in diezelfde propaganda-valkuil).

  13. 14

    @KJH: Mark Lilla is geen ‘vrijetijdsfilosoof’ maar hoogleraar politieke wetenschappen aan Columbia University. Corey Robin doceert hetzelfde vak aan Brooklyn College. Met ander woorden: het is hun werk om na te denken over politieke categorieën als ‘conservatief’ en ‘reactionair’. Uit de rest van je warrige commentaar word ik geen wijs. Ik zie geen argument, alleen maar losse associaties met termen die vaag en ongedefinieerd worden gelaten.

  14. 15

    deze meneer doet zijn stinkende best om tegelijkertijd een links en conservatief wereldbeeld uit te dragen. Links, want zo is hij nu eenmaal…

    @8 Nog meer nonsens. Om ‘links’ te zijn zou Mark Lilla marxistisch angehaucht moeten zijn, maar als je Krekels linkjes volgt wordt al snel duidelijk dat zijn sympathie bij het conservatisme ligt.

    Maar goed, voor rabiaat-rechtse fundi’s is alles wat niet strookt met hun extreme wereldbeeld meteen ‘links’, dus ik zou niet verbaasd hoeven zijn.

  15. 16

    Lilla’s boek — “The shipwrecked mind” — is overigens een interessant boek, als je tenminste geinteresseerd bent in politieke filosofie en figuren als Strauss, Voegelin, Houellebecq. Het is een bundeling van eerder gepubliceerde recensies en artikelen.

  16. 17

    @9: Zand in je vagina much?

    Ik zeg überhaupt niks over Lilla, ook niet dat hij ‘ruk’ is. Ik dénk het niet eens, want ik kén de beste man niet! … alleen van naam via Robins blog dan, en dacht gewoon dat de woordenwisseling tussen die wel twee interessant zou zijn voor de lurker/reageerder.

    Maar ja, dat kon jij niet weten natuurlijk want ik schreef het alleen maar uitdrukkelijk.

    Nou, dat wordt nogal lastig aangezien je geen enkele inhoudelijke kritiek op bovenstaande inbrengt. Dus er valt niks te ‘bepalen’.

    Aan de hand van die link bedoelde ik — overduidelijk.

    (hier is trouwens nog een link over waarom Lilla ruk is :) … )

  17. 18

    @17 Ja, leuk; maar dat verheldert toch niets?

    Vat dan op z’n minst de kritiek van deze Henry Farell samen: Lilla doet wel net alsof het neoconservatisme en de meer hysterische varianten daarvan (Ann Coulter, Glenn Beck) een breuk betekenen met het klassieke conservatisme van William F. Buckley en George Will, maar dat is niet goed houdbaar; en volgens Farell is de onderbouwing ook al te zeer gebaseerd op persoonlijke indrukken, observaties en vooral voorkeuren: Lilla wíl graag dat dit waar is.

    Buckley was veel radicaler en apocalyptischer dan Lilla wil doen voorkomen, aldus Farell. Daar geeft hij dan specifieke voorbeelden bij. Of die overtuigend zijn moet de lezer inderdaad maar uitmaken.

    Alles goed en wel, maar de voornaamste vraag die dit oproept is in hoeverre dit afbreuk doet aan Lilla’s analyse hierboven. Want zelfs áls je zou zeggen dat veel klassieke conservatieven van een generatie terug veel meer reactionair waren dan Lilla wil toegeven, dan nog blijft de vraag of hij niet gewoon een stevig punt heeft dat conservatisme en reactionair gedachtegoed om twee verschillende kwesties draaien: namelijk, de aard van de mens en de aard van de geschiedenis.

    En ja, ik krijg inderdaad jeuk in mijn aars als ik mijn best doe om een verheldering van denkbeelden voor het voetlicht te brengen, en reaguurders dan gemakzuchtig met afzeikstukjes gaan zitten schermen, die bovendien niet op de kwestie ter tafel ingaan.

    ‘Ja, maar zo bedoelde ik dat helemaal niet…’ Kan zijn, maar dat is wel het effect. En ik blijf je reacties niet uitspellen. Waarom zou ik hier alle moeite moeten doen?

  18. 19

    De kritiek van Farell en Robin is relevant voor dit onderscheid tussen conservatief en reactionair, omdat ze suggereren dat de klassieke conservatieven (Buckley of Burke) beter te karakteriseren zijn als reactionair. De vraag is dan of er wel denkers of politici *zijn* die voldoen aan Lilla’s begrip van ‘conservatief’. En als dat niet zo is, wat is dan het nut of belang van het onderscheid?

    Nu denk ik dat er wel voorbeelden zijn van conservatieven in de gegeven zin — Michael Oakeshott bijvoorbeeld — maar ik denk ook dat Robin en co gelijk hebben dat veel zogenaamde conservatieven eerder reactionair waren (zijn). Lilla lijkt zelf ook wat in die richting te zijn bewogen, want hij noemt in ‘Shipwrecked mind’ National Review (opgericht door Buckley) een reactionair tijdschrift.

  19. 20

    @19 Het blijft relevant om te zien waar de kruispunten liggen.

    Zelfs als je vast zou stellen dat veel oudere conservatieven zoals Buckley zelf ook al ergens een desastreuze breuk in de geschiedenis ervaren, die zij als verraad aan de Westerse intellectuele traditie beschouwen, dan nog heb je enkel vastgesteld dat veel conservatieven tevens reactionair denken.

    Maar ja, zoals @Bismarck betoogt zijn conservatieven ook geneigd om hiërarchisch en aristocratisch te denken. Vraag blijft: is dat de kern van de zaak?

    Het aardige zou natuurlijk zijn om de innerlijke samenhang tussen deze wissels aan te wijzen op de sporen van het denken. Al volgt de ene wissel mijns inziens niet noodzakelijk uit de andere: een conservatief als Andrew Sullivan moet niks hebben van Glenn Beck, en Glenn Beck kijkt weer met afschuw naar de witte supremacisten die nu het Witte Huis binnenmarcheren.

    Dus kennelijk kan het best gebeuren dat de afslag die de ene conservatief neemt, voor een ander tever gaat en een richting inslaat, die hij/zij als kwalijk en sinister ervaart.

    De vraag is dan steeds: waar zit ‘m dat in? Volgens mij legt Lilla hierboven enkele cruciale wissels bloot, die schematisch zeer verhelderend zijn.

  20. 21

    Overigens vindt Lilla de evaluatie van Corey Robin op zijn beurt ook maar myopisch en, als je tussen de regels door leest, hopeloos ideologisch bepaald; en verklaart Robin volgens hem niets:

    [Robin] could argue that there are genuine conservative principles that provoke conservatives’ “reaction against movements of the left,” and then criticize those principles and the people who hold them. This he does not do.

    Instead he argues there are no such things as conservative principles, only ideological “improvisations” for defending hierarchy and privilege shared by a heterogeneous cast of characters running from Tocqueville and Nietzsche to Carl Schmitt and Phyllis Schlafly.

    So his real claim can be reduced to this: “those who react against movements of the left” react against movements of the left—which is a tautology, not an argument.
    (The Reactionary Mind – Exchange | New York Review of Books).

    Daarmee komen we dus weer terug bij de opmerking van @Bismarck, dat conservatieven gewoon verdedigers zijn van de hiërarchische status quo en bevoorrechting van de bovenliggende klassen, en dat al hun argumentatie bestaat uit sofismen: een vijgenblad voor een verdediging van de macht.

    Lilla zegt dan: ja, leuk, maar dat verklaart niet zoveel. Politiek-filosofisch zou conservatisme dan een lege huls zijn. Je kunt het Amerikaanse, vulgaire rechtspopulisme dan ook niet begrijpen; en als je het niet kunt begrijpen, hoe zou je het dan ideologisch effectief kunnen bestrijden?

    I, like most people, take the populists at their word. When figures like Sarah Palin and Glenn Beck (and now Newt Gingrich) demonize educated elites and praise the wisdom of “soccer moms” and plumbers, they mean it. And those on the bottom rung who cheer and vote for them know what they are cheering and voting for.

    Corey Robin’s commitment to old leftist clichés about “the lower orders” blinds him to the most important and disturbing development in our politics today, which is the apotheosis of ugliness, brutishness, baseness, and ignorance as political ideals on the American right. And if you can’t see that, what can you see?

    Ik ben geneigd Lilla daarin gelijk te geven. We kunnen het vulgus wel allerlei motieven toeschrijven vanuit een linksig perspectief; maar waarom zouden we ze niet gewoon bloedserieus nemen in hun verheerlijking van anti-intellectualisme, autoritarisme, xenofobie, chauvinisme en witte dominantie?

  21. 23

    Het conservatisme is een houding met bepaalde uitgangspunten en zeker geen ideologie. De conservatief wil niet terug naar 1 “ideale tijd”. De reactionair wil dat vaak juist wel. Dat onderscheid bestaat al heel lang dus wat deze discussie daaraan toevoegt vraag ik me af?

    Heeft het bovenstaande stukkie daarom misschien te maken met de verkiezing van Trump ofzo? Met de so-called “boze blanke man” die immers terug wil naar de jaren 50 toen de fabriek nog draaide en de zwarten hun plek nog kenden?

    En als we die (fictieve?) “boze blanke man” nu (op grond van het bovenstaande stukkie) als “reactionair” kunnen bestempelen; wat schieten we daar dan mee op?

    Maar goed, er zijn vele wegen die naar Rome leiden zal ik maar zeggen ;-)

  22. 24

    Wat ik mis in het artikel is dat reactionaire figuren weliswaar terug willen naar ‘ de goede oude tijd’, maar dat die ‘ goede oude tijd’ wordt geinterpreteerd door een fundamentalistisch-conservatieve bril. Je ziet dat met ‘constitionalisten’ , die de klok terug willen draaien naar de tijd toen de amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring wordt geschreven, waarbij die verklaring zo letterlijk mogelijk wordt gelezen, en waarbij niet wordt gekeken naar hoe de ‘founding fathers’ zich in onze tijd zouden opstellen, met afgeschafte slavernij, internet en geslachtsveranderende operaties.

  23. 25

    @24 Zoiets bedoel je? Of had dat wat jou betreft dus nog wel een stuk explicieter gemogen?

    De reactionair is (…) iemand die schipbreuk heeft geleden in het snel veranderende heden, en die lijdt aan heimwee naar een geïdealiseerd verleden …

  24. 26

    Dat had van mij nog wel wat explicieter gemogen. Overigens zie je dat reactionaire ook wel terug bij mainstream-politieke partijen; IIRC was het Balkenende die graag terug wilde naar de ‘gemeenschapszin’ van de jaren 50.

  25. 27

    @21: Ik denk dat Robin gelijk heeft, als hij stelt dat dat er niet zoiets is als ‘conservatieve principes’ of een ‘conservatieve leer’. De inhoudelijke verschillen tussen conservatieven zijn zo groot; als je zoekt naar het gemeenschappelijke, dan blijft er niets over. In die zin is het een lege huls.

    Lilla denkt dat conservatisme wel een inhoudelijke kern heeft. Hij zegt, conservatisme verwerpt het idee van een sociaal contract, en stelt dat mensen altijd al sociaal en cultureel gevormd zijn, en nooit als autonome individuen los van de samenleving kunnen worden gezien. Het probleem met deze definitie van conservatisme is dat deze niet past op gangbare onderscheidingen tussen conservatief en liberaal. Zowel rechts-hegelianen (en Hegel zelf) en links-hegelianen (inclusief Marx) wijzen individuele autonomie en het idee van een sociaal contract af, maar alleen de eersten zijn conservatief te noemen. Het onderscheid dat Lilla hier maakt, lijkt eerder te verwijzen naar de discussie tussen liberalen en communitaristen.

    Als er geen ‘conservatieve leer’ is, dan is de vraag, wat hebben conservatieven dan wel gemeen? Een mogelijk antwoord is: een bepaalde psychologische houding of instelling. (Dit is hoe Lilla reactionairen begrijpt; reactionairen delen niet bepaalde opvattingen, maar een bepaalde psychologische instelling.) Robin zegt: het gemeenschappelijke blijkt als je kijkt naar de functie die convervatieve opvattingen hebben, namelijk, de verdediging en rechtvaardiging van machtsverhoudingen.

    Ik vind dat een interessante suggestie, want het verklaart een bepaald kenmerk van conservatisme dat mij altijd verbaasd heeft, namelijk het feit dat conservatisme meestal een incoherent samenraapsel is van standpunten zonder samenhang, vaak met evidente tegenstrijdigheden. Voorbeelden van die tegenstrijdigheden noemde ik al terloops in een eerdere reactie: voor traditie en cultuur en gezin, en tegelijkertijd voor kapitalisme en vrije markt; hameren op de culturele geworteldheid van instituties en tegelijkertijd door oorlog democratie willen brengen in het midden-oosten. Deze contradicties zijn evident. Toch hoor je er conservatieven zelden over. Ze lijken zich niet eens bewust dat er hier iets uit te leggen valt. Dit fenomeen wordt begrijpelijk als je conservatieve opvattingen functioneel begrijpt, zoals Robin doet.

  26. 29

    @27: het conservatisme hoeft niet de functie te hebben van het verdedigen en rechtvaardigen van (maatschappelijke) machtsverhoudingen. Met die (in de kern marxistische en materialistische) analyse benader je het conservatisme eerder instrumentalistisch in plaats van functionalistisch en sta je als marxist vooral in je eigen achtertuin te spitten om de ander te “bestrijden” (hallo prediker).

    De samenleving bestaat namelijk niet alleen uit een bevoorrechte klasse, maar ook uit de vele anderen die een stem hebben (hallo “vulgus”). Daarbij wordt bovendien voorbij gegaan aan de immateriële uitgangspunten van het conservatisme zoals de (westerse) traditie, ethiek, pragmatisme, de menselijke imperfectie, etc.

    Op grond van een functionalistische benadering kun je het conservatisme voor hetzelfde geld koppelen aan het utilitarisme, of noem eens iets anders geks, the wisdom of the crowd.. ;-)

  27. 30

    @29: Daarbij wordt bovendien voorbij gegaan aan de immateriële uitgangspunten van het conservatisme zoals de (westerse) traditie, ethiek, pragmatisme, de menselijke imperfectie, etc.

    Je lijkt volledig aan zijn punt voorbij te gaan. “Het conservatisme” heeft helemaal niet de uitgangspunten die jij beschrijft: wat is “pragmatisch” aan een Trump, hoe ziet Wilders de “menselijkse imperfectie”. Neen, *deze* conservatieven gaan juist sterk uit van de maakbaarheid: make America great again.

    de uitspraak:
    Ik vind dat een interessante suggestie, want het verklaart een bepaald kenmerk van conservatisme dat mij altijd verbaasd heeft, namelijk het feit dat conservatisme meestal een incoherent samenraapsel is van standpunten zonder samenhang, vaak met evidente tegenstrijdigheden.

    Is een juweeltje. Als je even nadenkt kan je misschien wel tien conservatieve contradicties bedenken.

  28. 31

    @21: “I, like most people, take the populists at their word.”
    Daar gaat het al mis. Populisten zeggen namelijk niet wat ze zelf menen, maar wat ze menen dat hun publiek wil horen. Het is geen enkel probleem om binnen twee dagen twee totaal tegenstrijdige meningen te verkondigen, als je er de handen maar beide keren mee op elkaar krijgt. En als een journalist je daarover confronteert, ga je in de aanval door hem links en/of establishment te noemen en hem te beschuldigen van het voeren van campagne tegen je.

    Zo is het ook met het “demonize educated elites”. De aandacht wordt afgeleid van de werkelijke (economische) elite, door een andere (in werkelijkheid onmachtige) elite aan te wijzen en dan “namens het volk” deze elite aan te vallen (daarmee meteen een wig drijvend tussen volk en opleiding, want dom houden is deel van het doel). Het is geen toeval dat overal waar conservatieve regeringen aan de macht komen, de budgetten voor onderwijs en onderzoek gedecimeerd worden, waardoor ze weer een exclusieve hobby voor de rijken worden; het hoort bij het plan om het volk te verdommen, om het zo beter voor de gek te kunnen houden.

  29. 32

    @30: ik denk dat je wel degelijk uitgangspunten kunt aanwijzen maar die worden door verschillende stromingen heel verschillend uitgewerkt. Ik vind de uitgangspunten zoals Andrew Heywood die heeft benoemd wel treffend: traditie, pragmatisme, menselijke imperfectie, organicisme, hiërarchie, autoriteit en privé-eigendom.

    Maar zoals ik al eerder (hierboven) al heb opgemerkt kun je elk gedachtegoed instrumenteel inzetten of een eigen invulling geven, om bijvoorbeeld macht te verwerven of om je zakken te vullen, maar dit is niet typisch iets voor het conservatisme. Kijk maar om je heen

  30. 33

    Populisten zeggen namelijk niet wat ze zelf menen, maar wat ze menen dat hun publiek wil horen.

    @31 Ik denk dat je populisme nu toch te gemakkelijk verwart met opportunistische demagogie.

    Lilla noemt Sarah Palin, een rechtspopuliste. Die spreekt bijvoorbeeld over het plattelands-Amerika in termen van het ‘echte Amerika’; de hartlanden waar blanke Amerikanen nog traditionele waarden aanhangen: orthodox-protestants christendom, het traditionele gezin, en dat je door hard werken je brood kunt verdienen en je kinderen een betere toekomst kunt bezorgen. Dat soort waarden.

    Ze schetst een geïdealiseerd plaatje van vroeger à la Little House on the Prairie. En veel mensen herkennen zich in dat plaatje. Veel Trump-stemmers ook.

    Kun je wel zeggen: dat is allemaal opportunisme, maar volgens mij gelooft ze daar echt in (en velen met haar); en daar zul je dus iets tegenover moeten stellen – anders dan een ‘stadse’ zienswijze, want dat wordt door velen als elitair, ontmand, van god los en afhankelijksdenken van de overheid ervaren.

    Bedenk wel: de kernboodschap van het populisme is dat ‘het volk’ van haar toekomst is bestolen door een of andere elite, die de vijanden zijn van ‘het volk’.

    Er bestaat dan ook linkspopulisme (zie Bernie Sanders, of Jan Marijnissen): daar vervullen Wallstreet, mega-corporaties en de politici die in hun zakken zitten de rol van de elite; die de gewone werkman, of die nu is opgeleid of niet, voortdurend tracht te duperen, te belazeren en te bestelen.

    Toevallig denk ik dat er nog wat in dat verhaal zit ook, maar het blijft vallen binnen een populistisch schema.

    En Bernie Sanders gelooft daar echt in, net als Sarah Palin op haar beurt gelooft dat de geseculariseerde, stedelijke elites de gewone Amerikaan van hun godvruchtige land hebben beroofd, en die dwingen mee te betalen aan abortussen, antichristelijk onderwijs en de subsidie van de nihilistische levensstijl van criminele en arme zwarten, waardoor die zichzelf nog meer de vernieling in helpen.

  31. 34

    @32: wies Andrew heywood? Ik herhaal nog maar eens: de uitgangspunten die jij noemt hebben weinig gemeen met de uitgangspunten van veel conservatieve kiezers en de partijen waarop zij stemmen.