Mansplaining

COLUMN - Wie wil begrijpen hoe woordbetekenis werkt, doet er goed aan de komende tijd het woord mansplaining in de gaten te houden. Het woord komt ineens opduiken – volgens Wikipedia sinds 2010 ongeveer –, ook in allerlei Nederlandse teksten.

De term verwijst oorspronkelijk naar een bepaalde manier van dingen uitleggen aan iemand terwijl de uitleggee het misschien net zo goed of zelfs beter weet dan de uitlegger. Er zit blijkens de naam bovendien meteen een associatie aan vast, namelijk dat het iets is dat mannen vaak doen, en wel wanneer ze met vrouwen praten.

De eerste vraag die zich nu voordoet, is: bestond mansplaining nog niet voor 2010?  Op het eerste gezicht is het antwoord simpel: natuurlijk wel. Het is niet voor niets dat het woord zich zo snel verbreid, het voldoet kennelijk aan een behoefte. Ook in Nederland herkennen we het fenomeen kennelijk zo gemakkelijk dat we het Engelse woord onmiddellijk overnemen, en je het in allerlei kringen inmiddels onbekommerd kunt gebruiken zonder uitleg.

Pedant

Ik heb – voor mijn doen – best lang gedaan over bovenstaande alinea met een uitleg van het begrip omdat ik bang was dat het, nu ja, mansplainerig zou klinken.

En dat laatste is nu juist eigenlijk wel weer veelzeggend. Zou ik voor 2010 ook diezelfde aarzeling hebben gehad? Ik was misschien bang geweest om pedant te klinken, want dat is iets dat dicht in de buurt ligt. Maar het is niet hetzelfde.

Yentl en De Boer

Er waren dus voor 2010 wel mannen en mogelijk ook enkele vrouwen die mansplainden, en je kon je daar ook wel of niet aan ergeren, maar op een bepaalde manier bestond het ook nog niet: het was geen categorie. Je had alleen als individuele mens soms een individuele andere mens tegenover je die zich irritant gedroeg. Je kon over dat ergerlijke gedoe niet alleen moeilijker praten met iemand anders (je moest eerst proberen de ander ervan te overtuigen dat het inderdaad een categorie was), maar je kon er ook minder makkelijk over nadenken.

(Om dit te testen zou het goed zijn om te weten of Yentl en De Boer toen ze in 2013 of 2014 het onderstaande lied schreven, dat grotendeels over mansplaining gaat, dat woord al kenden.)

To the max

En dan is er nog iets interessants om de komende tijd op te letten: de betekenis van het woord groeit momenteel nog een beetje door. Het is natuurlijk een nogal curieus begrip, omdat er twee ladingen in zitten: (a) pedant uitleggen aan iemand die het eigenlijk beter weten, (b) uitleggen door een man aan een vrouw. Het begrip probeert te vatten dat (a) en (b) vaak samenvallen, maar in de werkelijkheidsbeleving van veel mensen zit er natuurlijk ook een verschil tussen. En dat biedt ruimte voor groei naar allerlei richtingen.

In een recente blogpost schrijft de Lezers des Vaderlands bijvoorbeeld:

In Vrij Nederland vroeg Rob Schouten zich af ‘Waarom vrouwen van Murakami houden’, want ‘vooral bij zijn westerse lezeressen maakt hij zich mateloos populair met zijn wegwijzigingen naar persoonlijke vrijheid’. In de vijfeneenhalve pagina die hij voor deze vraag uittrekt, komen enkel mannen langs (…) en oh ja, vier vrouwen zonder naam (…). Een man legt aan de hand van andere mannen uit waarom een mannelijke auteur zoveel succes heeft bij vrouwen. Mansplaining to the max.

Moeiteloos

Het gaat hier wel om een man die iets uitlegt, en ook een man die iets uitlegt waar hij misschien niet zoveel verstand van heeft, maar je kunt niet volhouden dat hij het uitlegt aan vrouwen (want zij zijn niet de enige lezers van Vrij Nederland) en, mede daarom, ook niet dat hij het uitlegt aan mensen die het allemaal beter weten dan hij. Voor hetzelfde geld zou je kunnen denken dat Schouten een mannenpubliek voor zich zag dat nog minder begreep van de vrouwelijke voorkeur voor Murakami.

Wat hier met mansplaining bedoeld wordt is kortom al net iets anders dan de oorspronkelijke betekenis: het gaat over een man die probeert vrouwen inzichtelijk te maken, terwijl hij niet de moeite neemt zich in die vrouwen te verdiepen. Ook dit nieuwe betekenissprongetje maken de meeste lezers waarschijnlijk moeiteloos mee, ook dit keer weer omdat het herkenbaar is; en misschien wordt dit ook wel de uiteindelijke betekenis van het woord. Maar uiteindelijk zal die betekenis zich wat meer gaan vastzetten op de een of andere manier. Het is fascinerend om te zien hoe dat gaat.

Deze column verscheen eerder op Neerlandistiek.

  1. 1

    Mansplaining is van hetzelfde niveau als tegen een vrouw roepen dat ze maar naar de keuken moet, een sekistische dooddoener die nergens op slaat.

  2. 2

    Ik ben voortdurend aan het mansplainen*, maar het is voor mij vooral een manier om voor mijn warrige geest de dingen op een rijtje te krijgen en dat gaat het beste als je het uitlegt aan een gehoor. Soms is mijn teerbeminde de pineut, soms de huisdieren.

    *Er verscheen een rood stippellijntje onder dit woord…

  3. 4

    Interessant. Ik denk dat de betekenis vooral gaat richting het tweede: de volstrekte vanzelfsprekendheid waarmee de mannen uit de voorbeelden hun eigen point-of-view als totaal representatief beschouwen voor het gehele universum. Dat zij denken dat ze alles kunnen en moeten uitleggen, zonder ook maar enig bewustzijn van hun mogelijke tekortkomingen en foute inschattingen daarin.
    Dat ze zich niet kunnen voorstellen dat andere mensen (vooral mensen die niet exact zijn zoals zij) eigen expertise, ervaringen, inzichten, interesses en doordachte opinies kunnen hebben die anders zijn dan die van henzelf.

    De voorbeelden van de ‘weetjes’ zijn daarin de lichte vorm (zich totaal niet kunnen voorstellen dat de ander helemaal niet zo geinteresseerd is in dergelijke weetjes op zich, en dat je ook zou kunnen luisteren ipv vertellen), het voorbeeld van de Lezeres des Vaderlands lijkt me een uitgebreidere versie, het volkomen gebrek aan bewustzijn dat je eigen referentiekader als man en van andere mannen ontoereikend is als je iets wilt zeggen dat specifiek over vrouwen gaat. Ik denk niet dat het relevant is dat er onder de VN-lezers ook mannen zijn, de overeenkomst lijkt me dat iemand zich volkomen onbewust toont van het idee dat je voor een uitleg over een genderissue (dat hij zelf kiest!) wellicht iets buiten je eigen referentiekader moet gaan kijken.

    (Terzijde, go Lezeres des Vaderlands. Het is mooi om te zien hoe dubbel de boodschappen zijn van de literaire wereld de ene kant doen alsof Kwaliteit iets is dat objectief bestaat, en vervolgens doodleuk ‘herkenbaarheid’ als onderdeel van die kwaliteit beschouwen. En niet snappen dat als je dat dan laat beoordelen door mensen met een bepaalde gestandaardiseerde achtergrond (leeftijd, gender, nationaliteit, afkomst, sociaaleconomische klasse en huidige leefmilieu) dat die ‘herkenbaarheid’ wellicht je waarneming dus een pietseltje kleurt. Gewoon geen besef. Het is in de meeste gevallen volgens mij niet eens onwil, maar totale onmogelijkheid om buiten dat eigen denkkader te treden.


    https://freudforthought.wordpress.com/2014/02/12/visual-neglect/
    )

  4. 5

    @4: “het volkomen gebrek aan bewustzijn dat je eigen referentiekader als man en van andere mannen ontoereikend is als je iets wilt zeggen dat specifiek over vrouwen gaat.”

    Met dat soort redeneringen moet je echt oppassen. Zo beredeneerd mogen vrouwen niks zeggen over mannen, volwassenen niks over kinderen, Marokkanen niks over Nederlanders, autoverkopers niks over politici en voetbaltrainers niks over voetballers. Daarnaast suggereert het een bijna mystieke verbondenheid tussen vrouwen die voor geen buitenstaander te begrijpen valt. Dat maakt elk gesprek onmogelijk.

  5. 6

    @5:

    Met dat soort redeneringen moet je echt oppassen. Zo beredeneerd mogen vrouwen niks zeggen over mannen, volwassenen niks over kinderen, Marokkanen niks over Nederlanders, autoverkopers niks over politici en voetbaltrainers niks over voetballers.

    Niet zo zwartwit. Natuurlijk mag je nog wel wat zeggen. Het gaat om de manier waarop. Als een man gaat zitten pontificeren over vrouwenzaken, en daarbij de inbreng van vrouwen wegwuift omdat hij natuurlijk véél beter weet hoe alles zit, dan spreek je over mansplaining.

    Veel kerels hebben nu eenmaal die neiging en zijn er zelf blind voor. Vrouwen niet. Die rollen met de ogen en denken: daar heb je er weer zo een.

  6. 7

    @5: daar had ik inderdaad een ‘wellicht’ tussen kunnen plakken.

    “het volkomen gebrek aan bewustzijn dat je eigen referentiekader als man en van andere mannen wellicht ontoereikend is als je iets wilt zeggen dat specifiek over vrouwen gaat”

    Beter?

    Neemt niet weg dat ‘ie me ook in de stelligere vorm wel waar lijkt. Ik zou werkelijk niet weten hoe een uitleg van een man, geillustreerd met alleen maar uitspraken en visies van mannen, zonder ook maar enige vermelding van de eigen woorden en perspectief van vrouwen, werkelijk inzichtvol kan zijn over de belevenis van vrouwen.

    We zouden ons (veel) vaker moeten realiseren wat de beperkingen van ons eigen perspectief zijn, en ook veel meer moeite doen om, als je probeert iets over een bepaalde groep te zeggen, te zorgen dat we ook werkelijk de stemmen uit die groep nadrukkelijk vertegenwoordigen en meenemen.

    Verder wat Olav zegt dus.

  7. 10

    Mansplaining is de manier waarop een gemiddelde man iets uitlegt. Of dat nou aan een andere man of een vrouw is, maakt niet uit.

  8. 11

    Voor dat gedrag is er een simpele doeltreffende oplossing; vind je dat iemand aan het “mansplainen” (lelijk woord ook), dan kijk je diegene vragend aan en roep je keihard met licht beledigde doch belerende toon:

    “Ga JIJ papa(/mama) leren neuken?”