Machinaties, meneer Pechtold, machinaties

Frans Weisglas is boos op Alexander Pechtold. En hoe. Weisglas suggereert dat Pechtold de landelijke politiek maar moet verlaten als hij het zo slecht naar zijn zin heeft: “Als ik het in Den Haag zo slecht naar mijn zin zou hebben als Alexander Pechtold zou ik gewoon een enkele reis naar Wageningen nemen.”

“Ik heb al vaker gezegd dat ik het slecht vind dat politici zelf bij voortduring afgeven op hun eigen vak”, aldus Weisglas. “Dit is ongeloofwaardig voor de burgers in Nederland. Het voedt de gedachte dat het in Den Haag alleen om het spel en het eigenbelang gaat. Dit is gewoon niet waar. Politici werken met veel inzet en gedrevenheid aan het realiseren van de inhoudelijke opvattingen waar ze voor staan. De kritiek van minister Pechtold op een aantal van zijn collega’s vind ik ronduit oncollegiaal en deloyaal.”

Natuurlijk, Weisglas heeft groot gelijk dat het ten koste van de geloofwaardigheid van politici gaat. Maar laten we wel zijn: het is al sinds 2002 bon ton om anderen voortdurend van “Haags geneuzel” te beschuldigen. Sterker nog, het meest Haagse spelletje van het moment is het elkaar beschuldigen van Haags geneuzel. Pechtold heeft dus eigenlijk óók groot gelijk als hij de spelletjes in Den Haag bekritiseert: “Machinaties, machtsspelletjes, persoonlijke belangen, partijbelangen die meespelen bij de benoeming van personen of het nemen van besluiten…”

Alleen is hij wel zo ongeveer de laatste die daarover mag klagen. Hij werd immers minister toen D66 haar kroonjuweel, de bestuurlijke vernieuwing, op de schroothoop zag belanden en ervoor koos om tóch het kabinet te blijven steunen. Pechtold werd minister van Spek en Bonen toen de bestuurlijke vernieuwing redelijk opzichtig werd gedegradeerd tot een onderwerp dat onderzocht moest worden. Voor elke waarnemer was het duidelijk dat dat alleen maar een manier was om het naar een volgend kabinet te schuiven. Het CDA wilde niet meer meewerken aan de afspraak in het regeerakkoord waarmee D66 het kabinet ingelokt was.

Stapte D66 op? Integendeel, er werden snel nieuwe kroonjuwelen bedacht (media en innovatie) en Alexander Pechtold zag zijn kans om zijn intrede in de landelijke politiek te doen, daarmee zijn persoonlijke belangen én het partijbelang (het behoud van het pluche) dienend. En wie herinnert zich niet het partijcongres, waar tegenstanders van doorgaan met het kabinet snel werden afgekapt en waar kort voor de stemming alleen een reeks voorstanders nog ruim de tijd kreeg om twijfelaars over de streep te trekken? Machinaties, meneer Pechtold, machinaties.

En wat gebeurde er ook alweer met het Afghanistanbesluit dat alsmaar geen besluit wilde worden? De ene week riep Pechtold nog dat hij niet zou meewerken aan een compromis waarbij het voornemen om troepen te sturen alleen mondeling een besluit genoemd zou worden, een week later was precies dat het resultaat van het kabinetsberaad.

Pechtold is al veel Haagser dan hij zelf doet voorkomen. Hij is er alleen niet zo handig in. Hij zet zich nu af tegen Balkenende en Donner, maar is even vergeten dat hij nog anderhalf jaar met ze door één deur moet. De campagne voor de verkiezingen in 2007 is nog niet begonnen en hij maakt zichzelf vleugellam in het kabinet door zijn kabinetscollega’s nu al af te vallen. Pechtold moet nog anderhalf jaar doorkomen in een kabinet waarin niemand hem nog serieus neemt. Voorzover dat al het geval was. Het totale gebrek aan reacties vanuit het kabinet spreekt wat dat betreft boekdelen.

Boris Dittrich lacht in zijn vuistje. Hij hoeft alleen maar stil te zitten en Pechtold prijst zichzelf uit de markt als lijsttrekker van D66.

  1. 8

    De houding van Weisglas illustreert:

    ‘Het leven in het laat-kapitalistische tijdperk is een voortdurend initiatieritueel. Eenieder moet aantonen dat hij zichzelf volledig identificeert met de macht die hem overreedt.’

    Adorno-Horkheimer, De dialectiek van de Verlichting, 1989.

  2. 9

    ‘Het leven in het laat-kapitalistische tijdperk is een voortdurend initiatieritueel. Eenieder moet aantonen dat hij zichzelf volledig identificeert met de macht die hem overreedt.’

    Adorno-Horkheimer, De dialectiek van de Verlichting, 1989.

  3. 11

    D66 is de natuurlijk de risee van het huidige kabinet èn de kiezer. Daarom probeert de partij met veel herrie duidelijk te maken dat ze weinig te verliezen hebben, hetgeen hun onderhandelingspositie enorm versterkt. De andere regeringspartijen hebben immers bijzonder veel te verliezen bij vervroegde verkiezingen.

    Reebruine ogen… ja, ja.

  4. 15

    In politiek den Haag is nog niet doorgedrongen dat kritiek geen afwijzing inhoudt, maar een verbeterpunt.

    Anderzijds is het best vermakelijk te zien hoe er steeds op kritiek gereageerd wordt.. Stelletje kinderen!