Lust of zucht

COLUMN - Tommy Wieringa kwam eens in het veld een jager tegen die – ik meen – grauwe kiekendieven afschoot, raakte met hem in gesprek over de vraag of dat wel mocht en kreeg een heel verhaal te horen over hoe en waarom dat volkomen legaal was en hoe schadelijk de grauwe kiekendief wel niet was. Thuisgekomen keek hij het na, ontdekte dat de grauwe kiekendief wel degelijk op de rode lijst stond en schreef daar een column over. Daarin muntte hij de uitspraak ‘moordlust op zoek naar een reden’. Wat mij betreft hoort die uitspraak bij het standaard gereedschap dat een mens ter beschikking moet hebben om de werkelijkheid zu bewältigen, zoals de Duitsers dat zo mooi zeggen.

‘Moordlust op zoek naar een reden’ lijkt een goede kandidaat om te verklaren waarom van heinde en verre jongelingen naar het nieuw gestichte kalifaat stromen om daar hun heilzame werk te doen.

Maar waar zou die moordlust vandaan komen? Het zijn doorgaans slechts weinig mensen die oprecht plezier hebben in het opzettelijk doden van onbekenden en nog minder die dat genoegen bewust opzoeken. Bovendien zullen in het westen opgevoede jongelieden niet erg gewend zijn aan het type moordpartijen dat in wreedheid sinds de Mongolen niet meer is geëvenaard.

Ik heb een tijdje gedacht aan roofzucht, vooral naar aanleiding van het grote aantal nieuwsberichten over plundering en vernieling van oudheden en erfgoed (hoewel: je kunt natuurlijk ook de gewone bevolking uitkloppen en dat schijnt ook te gebeuren). Maar de opbrengsten van de kalifatelijke roofzucht komen natuurlijk vooral de hogere machten ten goede, niet het gewone kanonnenvlees. Heerszucht leek me een betere oplossing, maar mijn aanvankelijke bezwaar was dat er maar één echt de baas kan zijn in het kalifaat en dat is Zijne Heiligheid zelf, ongetwijfeld met een beperkt aantal kornuiten.

Totdat ik – nu alweer een tijdje geleden – een korte rapportage zag over het leven in de nieuwe heilsstaat. Daarin werd een broeder getoond die in een auto door de straten reed en willekeurig mannen aansprak die met hun vrouw over straat liepen met de vraag of dat werkelijk wel hun vrouw was. Het ging allemaal heel vriendelijk en netjes, maar het was wel de broeder die de kalashnikov vasthield en de gewone burger die zich moest verantwoorden voor een volstrekte bagatel tegenover een wildvreemde die meende iets over zijn leven te zeggen te hebben.

Toen realiseerde ik me pas dat het iets was wat sterk op heerszucht lijkt: de wens iets te zeggen te hebben. Het kalifaat biedt aan iedereen die mee wil doen namelijk een gelegenheid om ergens zeggenschap over te hebben en dat op alle denkbare niveau’s. Niet iedereen heeft verstand van kalifaatsfinancieën, of van het islamitisch beheer van het riool of de waterleiding. Ook het opzetten van een halal arbeidsinspectie zou ik niet zomaar aan iedere willekeurige Syriëganger willen toevertrouwen. Daar heb je professionals voor nodig. Wie dat niveau niet heeft, kan zich in het kalifaat nog altijd op een lager niveau gaan bemoeien met andermans zaken.

Eigenlijk denk ik dat het nog subtieler ligt: de wens om iets te betekenen, om onderdeel te zijn van iets groters dat er toe doet. Daar hoef je niet eens zeggenschap over iets voor te hebben. Zelfs als kanonnenvlees kun je dan nog je dood tegemoet treden met het idee dat je tenminste iemand wás, verschil hebt gemaakt.

Wie ervan overtuigd is dat hij er hier niet toe doet, beschikt over de juiste geestesgesteldheid om de exodus – of moet ik hier zeggen: hidjra – naar het kalifaat te ondernemen. Daar ben jij eindelijk eens degene die de flauwe grapjes maakt en de half-serieuze insinuaties, kun jij de mensen eens vertellen hoe het hoort, hoe ze zich dienen te gedragen en wat ze moeten denken. Eindelijk kun jij eens een keer lekker terug sarren. Er wordt nog steeds óver je gepraat in plaats van mét, maar er wordt tenminste eens naar je geluisterd.

En daarmee kom ik aan bij de korte karakterisering waar ik naar op zoek was: Big Unhappy Lonely Loser Yearning for attention, ‘bully’ dus. Een oplossing voor het probleem met Syriëgangers zou nog best wel eens zoiets simpels kunnen zijn als een goed doordacht pestprotocol.

  1. 2

    “het type moordpartijen dat in wreedheid sinds de Mongolen niet meer is geëvenaard.”

    Ik snap dat hier sprake is van een of andere stijlfiguur, maar toch komt deze opmerking een beetje ongepast op me over. Je weet wel, vanwege de holocaust, enzo.

  2. 3

    Het gaat er, mijns inziens, om om macht over anderen te hebben. De macht over het leven van anderen gaat heel erg ver. Maar ook op andere manieren kun je macht over anderen hebben, b.v. door iemand te sarren, kwaad te maken of te beledigen. Het geeft sommigen een kick.

  3. 4

    Korporaaltjes in een uniform kom je overal tegen, en een ietwat afwijkend uiterlijk is soms al genoeg. Story of my life.

    Richard Kroes noemt het hierboven ‘de wens iets te zeggen te hebben’; ik noem het ‘controle kunnen hebben’ en daar wringt het inderdaad steeds meer. Die toenemende agressie en die groeiende onvrede is -denk ik- voor een groot deel eraan te wijten dat je zelfs over je eigen leven steeds minder te zeggen hebt. Je móet meehollen en wie niet perfect in de mal past, krijgt het moeilijk. En aangezien de middelen om in die neoliberale looppas mee te kunnen hollen flink schaarser worden naarmate je lager op de sociale ladder staat, groeit daar ook de onvrede.
    En we zitten nu op een punt dat de oudere heren (ik noem een Van Agt, een Terlouw) die (misschien wel zonder zich er indertijd bewust van te zijn) de fundering voor die nu uit de klauwen lopende situatie hebben gelegd, inzien dat met daarin te ver is gegaan, maar blijkbaar moeten de huidige regenten eerst oud worden om dat inzicht ook te bereiken.

  4. 5

    @0 ‘Ik heb een tijdje gedacht aan roofzucht, vooral naar aanleiding van het grote aantal nieuwsberichten over plundering en vernieling van oudheden en erfgoed (…)’

    Plunderen en vernielen is an sich ook leuk, ook als de opbrengsten niet jezelf ten goede komen. Dingen in de hens zetten of tot de grond toe afbreken geeft voldoening. Waar dat precies vandaan komt weet ik ook niet, maar ik denk dat iedereen het wel eens heeft gevoeld. Een vuurtje stoken of kaarsje vernachelen, een boom in kleine stukjes zagen, een oude badkamer wegbreken… Mijn broertjes hebben toen ze klein waren eens zeer zorgvuldig bijna alle witte toetsen van onze piano beschadigd. Ik kan me dat gevoel van ‘daar zit nog een hele!’ levendig voorstellen. Als ik zou weten dat het voor een goed doel was, zou ik een hoop lol beleven aan het afbreken of leeghalen van iets.

    Ik denk overigens dat het gevoel van macht zeker een rol zal spelen, dit was slechts een aanvullend idee.