Loten voor een mooie toekomst

Afgelopen zondag hoorde ik dat een Turkse afvaardiging mag meevaren in de botenparade van de Gay Pride: de groep is ingeloot. Ik schoot in de lach, niet om het idee van Turkse homo’s en lesbiennes in een grote schuit, echt niet. Ik moest lachen, omdat er eindelijk weer eens iets vrolijks voorbij kwam waarvoor geloot moest worden. Loten voor de Canal Parade staat in schril contrast met de lotingen voor het voortgezet onderwijs die in nu volle gang zijn. Kinderen die zich aangemeld hebben voor een populaire school moeten er rekening mee houden dat ze kunnen worden uitgeloot. Als ze in de eerste lotingronde buiten de boot vallen, dan weten ze vrijwel zeker dat er op de school van hun tweede of derde keuze geen plek meer zal zijn. Ze zullen naar een school moeten waar ze nooit naar toe hebben gewild.

Loten voor een plekje op de middelbare school wordt steeds gewoner. Het is allang geen exclusieve aangelegenheid meer voor toekomstige gymnasiasten in Amsterdam. Dit jaar wordt er bijvoorbeeld geloot in Almere, Amstelveen, Den Haag, Groningen en Utrecht. Om even in de hoofdstad te blijven: daar is nu vooral een tekort aan havoplaatsen in het westen van de stad. Misschien komt daar een nieuwe havoschool, maar dat is nog lang niet zeker.

In Haarlem is dit jaar het beperkte aantal plaatsen op de vmbo-afdeling van de Rudolf Steinerschool het grootste knelpunt: vijfenveertig kandidaten voor negentien plaatsen. De kinderen die zijn uitgeloot hebben een week de tijd om een andere school te zoeken, maar waar kunnen ze naar toe? De dichtstbijzijnde vrije school is in Amsterdam en ook daar is zal ook geloot moeten worden. In Haarlem zitten de scholen van de tweede of derde keuze inmiddels vol. Op het Stedelijk Gymnasium werden overigens tien kinderen uitgeloot. Je vraagt je af waarom er op die school geen plaatsen voor deze kinderen gecreëerd kunnen worden. In de lokale politiek klinken protesten tegen het lotingsysteem. Het CDA in Haarlem heeft er grote moeite mee, omdat het de vrije schoolkeuze in de weg staat. D’66 wil ook van het loten af, ze zijn tegen gedwongen spreiding van leerlingen. Het is D’66, die deel uitmaakt van het college van B&W, nog niet gelukt om een einde te maken aan de lotingpraktijken.

Een huis verloten? Dat schijnt in Nederland niet te mogen. ‘Waarom eigenlijk niet,’ vraag ik me af. Het lijkt me niet zo moeilijk om goede regels te bedenken voor het verloten van een stapel stenen. Bovendien, het verloten van bouwkavels, dat mag wel. En waarom loten we niet voor onze AOW? Degenen die buiten de boot vallen mogen nog een tijdje doorwerken. Loten voor ‘gratis trouwen’ op het gemeentehuis, dat zou ook niet gek zijn. Paren die niet in de prijzen vallen kunnen kiezen: zelf betalen of een jaartje wachten. Als tiener zag ik ooit een toneelstuk van Het Werktheater waarin werd voorgesteld hoe er in de eenentwintigste eeuw geloot zou moeten worden voor een middagje strand aan de Noordzeekust. ‘Absurd toneel’, dacht ik toen, maar nu denk ik dat het niet lang meer zal duren totdat deze fictie werkelijkheid wordt.

Je kunt overal om loten, maar loten voor de toekomst van de twaalfjarige kinderen, daar heb ik grote moeite mee. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe onredelijk het kan uitpakken. Een leerling met de hoogste Citoscore mocht niet naar de school die haar voorkeur had. Ze was de enige in de klas die voor het betreffende gymnasium werd uitgeloot. Tien andere kinderen uit haar klas mochten er wel naar toe. Loten lost vooral de problemen van de overheid op, niet die van de kinderen.

Ja, ik weet het: loten voor de basisschool, dat bestaat ook, daar heb ik ook mee te maken gehad. Erg? Een beetje. Voor de school die wel plek had moeten we nu elke dag twee keer een drukke straat over. Loten voor een academische studie of het HBO? Ook zuur als je daarvoor wordt uitgeloot, maar tegen die tijd ben je volwassen en kun je zelf de keuze maken voor een andere stad of een andere studierichting.

Loten voor een populaire school is misschien wel het eerlijkst als het om de verdeling van een beperkt aantal plaatsen gaat: iedereen met een adequaat schooladvies/Citoscore heeft evenveel kans. Toch zijn er ook nadelen aan loten. Op den duur zullen kinderen niet langer kiezen voor de school waar ze het liefste naar toe willen. Ze zullen eerder gokken op een school waar ze meeste kans denken te maken. In plaats van gemotiveerde leerlingen krijg je calculerende leerlingen.

Bovenal kan het loten leiden tot onverteerbare situaties. Het hart van ieder ouder zal breken bij de gedachte dat zijn of haar kind van elf, twaalf jaar oud niet zou mogen meefietsen naar de beste school in de buurt, enkel en alleen vanwege het lot. Zoals de rector Jos Reckman van de Haarlemse Vrije school opmerkte bij het ondertekenen van de uitlotingsbrieven: ‘Achter elke handtekening die ik zet gaat een groot drama schuil’.

foto Andres Rueda

  1. 3

    Als er kinderen worden uitgeloot dan moeten ze naar een andere school, waar nog plaatsen vrij zijn en dus wel nog leraren zijn om hen les te geven. Maar de kinderen zitten dan wel op de verkeerde school. Waarom worden de kinderen overgeplaatst? Het zou eenvoudiger zijn om de leraren over te plaatsen, van de school met een overschot aan leraren naar de school met een lerarentekort. Dan zitten de kinderen namelijk wel op de goede school, de school naar hun keuze. Je kunt toch beter een leraar (één fte) verplaatsen dan een hele klas (dertig kinderen) ongelukkig maken? Je kunt toch beter flexibel de geldstromen een beetje verleggen dan allerlei kinderen elke dag weer veel verder te laten reizen dan nodig is? Met dit voorstel zullen ook de goede scholen ‘groeien’ (terecht) ten koste van de slechte scholen.

  2. 7

    Welnee, het is een prima school, maar: ons kind moet nu elke dag een drukke straat over en daarom kan hij niet alleen naar school lopen. Vind ik jammer.