Logica

COLUMN - Wie een academische instelling bestuurt, doet het altijd wel in iemands ogen verkeerd. Je zou dus mild moeten zijn in je kritiek, maar soms neemt de verbijstering het toch van je over. Neem bijvoorbeeld dit interview met Hans Clevers, de president van de KNAW. Hij krijgt een simpele vraag voorgelegd die hij, toen hij zich voorbereidde op het gesprek, moet hebben zien aankomen: of de affaire-Stapel niet duidt op “een afkalvend moreel besef bij wetenschappers”. Zijn antwoord:

De vermeende afkalvende integriteit van Nederlandse wetenschappers is iets wat vooral Nederlandse wetenschappers zelf bezig houdt. Voor het publiek geldt de wetenschap nog altijd als betrouwbaar.

Dat laatste klopt: mensen hebben ontzag voor de wetenschap. Maar dat was de vraag niet. De vraag betrof de individuele onderzoekers. Anders gezegd, terwijl er vertrouwen is in de wetenschappelijke methode, is er twijfel of de wetenschappers zich wel voldoende inspannen om die methode goed toe te passen. Het is zeker niet waar dat de Nederlandse wetenschappers de enigen zijn die zich zorgen maken.

Maar het gaat nog verder:

In Nederland hebben we de procedures op het gebied van integriteit keurig geregeld.

Dit is maar de helft van het antwoord. Het gaat er niet alleen om of het geregeld is, het gaat er tevens om of de procedures worden nageleefd. Het is ondenkbaar dat Clevers niet zou weten dat bijvoorbeeld de VSNU zich juist hierover zorgen maakt: er zijn prachtige procedures maar ze zijn onvoldoende bekend. Clevers’ redenatiefout staat bekend als het weglaten van een secundum quid.

Ik beweer niet dat Clevers per se ongelijk heeft. Ik hoop oprecht dat het inderdaad allemaal reuze meevalt. Het stelt me echter niet bepaald gerust dat een simpele, voorspelbare vraag niet leidt tot een onderbouwd antwoord.

  1. 1

    “De vraag betrof de individuele onderzoekers. Anders gezegd, terwijl er vertrouwen is in de wetenschappelijke methode, is er twijfel of de wetenschappers zich wel voldoende inspannen om die methode goed toe te passen.”

    Nee de vraag betrof of het “morele besef” aan het “afkalven” was, oftewel of die wetenschappelijke jeugd van tegenwoordig nergens goed voor is. Hans Clevers is slim genoeg om dat door te hebben en raakt geirriteerd door de belachelijke stelling dat het vroeger beter was omdat je toen nooit wat hoorde over fraude terwijl dat vooral kwam omdat er toen minder goede protocollen waren en minder openheid was. Hans Clevers zal als geneticus het ook wel zeer irritant vinden dat een frauderende socioloog de hele wetenschap wordt aangerekend. Dus is zijn antwoord een soort “well, fuck you too” richting de journalistiek (hij beledigt de journalisten door te stellen dat de journalistiek te incompetent is om bij te dragen aan oplossingen en het daarom iets voor de wetenschappers zelf blijft). Dit laat ie ook doorschijnen in het interview.

    Als je iets comprommiterends uit een persoon in de positie van Hans Clevers wilt trekken moet je tijdens het interview laten zien dat je zelf geen idioot bent. Misschien was het beter gegaan als Jona Lendering zelf het interview had gedaan.

  2. 2

    Voor het publiek geldt de wetenschap nog altijd als betrouwbaar.

    Moet je voor de grap eens de reacties bij de wetenschappelijke berichten van Nu.nl lezen. Of vraag iemand op straat eens naar zijn/haar mening over vaccinatie, klimaatverandering, of het nut van astronomisch onderzoek. Om maar te zwijgen van discussies over evolutie. Voor een groot deel van ‘het publiek’ zijn wetenschappers losbollen die zich verrijken met ‘hun belastinggeld’.

  3. 3

    @2: Nee en ja.

    Nee: het vertrouwen in de wetenschappelijke methode is nog steeds groot. Mensen die het oneens zijn met een wetenschappelijke conclusie, gaan op zoek naar onderzoek om hun eigen gelijk te bewijzen. Of ze doen eigen onderzoek, of ze presenteren pseudowetenschap in een quasi-academisch jasje.

    Dat zijn sterke aanwijzingen dat de reputatie van wetenschap op zichzelf goed is, en dat is ook de conclusie van onderzoek naar effectieve wetenschapschapscommunicatie dat is gedaan in Wageningen en Enschede. Ik weet dat dit een hoog “wij van wc-eend adviseren wc-eend”-gehalte heeft, maar dit was echt gedegen onderzoek.

    Ja: mensen hebben steeds minder vertrouwen in de onderzoekers, zoals je in je laatste zin raak typeert. Ik heb zelf weinig gehoord over zakkenvullers, en het is geen verdachtmaking die ik zelf zou uiten. Het onderzoeksgebied dat ik volg (de oudheidkundige disciplines) lijdt merkbaar aan de verkorte opleidingen van na 1982. Er worden fouten gemaakt en omdat inmiddels een derde van de beroepsbevolking een hogere opleiding heeft, worden die fouten gesignaleerd. Het wantrouwen is begrijpelijk, zelfs als het niet of niet volledig gerechtvaardigd is.