“Links mag niet fatalistisch zijn, het is ontstaan om het fatalisme te bestrijden”

RECENSIE - De premier van Wallonië, Paul Magnette, wil het socialisme nieuw leven inblazen.

Politicoloog Paul Magnette (1971) promoveerde op een studie over Europees burgerschap en doceerde aan de Vrije Universiteit in Brussel. In 2007 stapte hij over naar de politiek en werd minister en voorzitter van de Parti Socialiste. Sinds 2014 is hij minister-president van Wallonië. Met het boek Onsterfelijk Links, gebaseerd op zijn tweewekelijkse columns voor De Standaard, wil Magnette de sociaaldemocratie een nieuw perspectief geven. Een dapper project waar zijn familieleden in Nederland nog wat van kunnen leren.

Magnette weet waar de sociaaldemocratie vandaan komt. Hij verloochent de afkomst van zijn politieke stroming niet en verwijst in het boek meermalen naar socialistische theoretici zoals de Fransman Jean Jaurès. Het socialisme is voor hem meer dan een geschiedenis die alleen op 1 mei nog genoemd mag worden. De Waalse socialisten zijn dan ook wat linkser dan onze PvdA, zoals recentelijk nog bleek uit de verwerping van het vrijhandelsverdrag CETA.

Magnette ziet ook de impasse waarin de sociaaldemocratie verkeert. Ondanks de sociale en economische crisis slagen socialistische partijen er niet in het vertrouwen van kiezers te winnen. Integendeel. En dat kan in zijn ogen beslist anders als de sociaaldemocraten nieuwe oplossingen uitwerken voor de klassieke thema’s die hen altijd hebben beziggehouden: een meer gelijke verdeling van de welvaart en een democratie waarin iedereen kan participeren.

Drie pijnpunten

Volgens Magnette is links verzwakt omdat het op drie punten verzuimd heeft de koers bij te stellen. Op de eerste plaats hebben de sociaaldemocraten, zowel de politieke partijen als de vakbonden, veel te lang en te rechtlijnig vastgehouden aan de groei-ideologie. Het tweede pijnpunt was de ‘doodlopende derde weg’ die mensen als Blair en Schröder kozen na de ontmanteling van de communistische staten. Tijdens de Koude Oorlog konden de sociaaldemocraten resultaten boeken in ruil voor trouw aan het westerse kapitalisme. Bij het ontbreken van de oude vijand in het oosten kreeg het kapitalisme ruim baan en vervielen de redenen om concessies te doen aan de arbeidersbeweging. De meeste sociaaldemocratische leiders lieten zich meevoeren op de successen van het overwinningskamp, maar verwaarloosden tegelijkertijd de doelen van hun beweging. Met als gevolg een toenemende kloof tussen arm en rijk en groeiende afkeer van de gevestigde politieke elite. Een derde probleem dat Magnette nu terugblikkend constateert zit in de afbraak van het collectief dat de beweging altijd gaande heeft gehouden: de partij en de vakbonden. De politieke elite sluit zich op in een bureaucratisch en technocratisch bestuur. De burgers individualiseren, trekken zich terug en raken steeds minder betrokken bij de politiek. Links heeft geen nieuwe wegen gevonden om die betrokkenheid opnieuw te activeren.Magnette

‘Gelijkheid is de poolster van links’

De groeiende ongelijkheid die veroorzaakt wordt door het ongeremde kapitalisme vraagt om een antwoord dat de sociaaldemocratie vanuit haar traditie als geen ander zou moeten kunnen geven. Toch gebeurt dat niet. Te lang al is de toename van de sociale ongelijkheid in het politieke debat ondergesneeuwd door nieuwe tegenstellingen en het zaaien van verdeeldheid. “Links moet eerst en vooral de centrale rol van de inkomens- en vermogensongelijkheid herbevestigen en zodoende het overheersende discours van de ‘botsende beschavingen’ en het ‘moeilijk samenleven’ van de hand wijzen. Dit discours is immers de beste manier om privileges te bevestigen, door de aandacht van de sociale ongelijkheid en hun corrosieve kracht af te leiden en door de verdeeldheid tussen de burgers te benadrukken, wat hun mobilisatie voorkomt” (p.43). Een tweede les die Magnette links voorhoudt is de relativering van het vertrouwen in de staat. Hij citeert de econoom Mariana Mazzucato die in haar boek The entrepreneurial State laat zien hoe het bedrijfsleven er met staatshulp in slaagt zijn kosten te socialiseren om vervolgens de winsten voor zichzelf te houden.

Weerstand tegen het kapitalisme

De mateloze groeidrang van het kapitalisme moet beteugeld worden. Vanwege het besef dat er een eindigheid is aan de fysieke wereld, die oneindige groei niet aankan. En vanwege het feit dat groei alleen de mens ook niet gelukkiger maakt, integendeel, de groei-ideologie roept vooral ongenoegen op omdat er altijd een neiging blijft om meer te willen. Waar het uiteindelijk om gaat is een eerlijker verdeling van de welvaart, wereldwijd wel te verstaan. Dat vraagt om een culturele, ten dele morele strijd.

Magnette formuleert drie prioriteiten om weerstand te bieden tegen de huidige overmacht van het kapitalisme. Op de eerste plaats moet voorkomen worden dat het kapitalisme zich uitbreidt naar terreinen waar het tot nu toe nog niet regeert: onderwijs, cultuur en wetenschap. Ten tweede pleit hij voor het handhaven en opkomen voor werknemersrechten. De onderneming is geen vrijplaats voor bazen om te doen en laten wat ze willen. En een derde prioriteit is het aanpakken van winsten via belastingen waardoor publieke voorzieningen in stand blijven.

Democratie

Dit Europa, deze Europese Unie, is geen gegeven, volgens Magnette. Het beleid dat nu gevoerd wordt is niet, zoals sommige Europese politici willen doen voorkomen, onvermijdelijk. Er kan ook een ander begrotingsbeleid gevoerd worden. Fiscale en sociale dumping kan bestreden worden. Magnette presenteert een alternatief socialistisch ‘sixpack‘ met op de eerste plaats: de vrije handel vervangen door eerlijke handel. Van groot belang is versterking van de Europese democratie. Magnette bepleit vervanging van de Europese Raad (van regeringsleiders) door een tweede kamer van volksvertegenwoordigers die bestaat uit parlementsleden van de aangesloten landen. Een idee dat anderen ook wel eens geopperd hebben met daaraan gekoppeld een rechtstreekse verkiezing van het huidige Europese parlement. Een structuur die we in Duitsland zien met een nationaal parlement (Bondsdag) en een parlement dat bestaat uit vertegenwoordigers van de zestien deelstaten (Bondsraad). Ook op nationaal niveau zal de democratie vernieuwd moeten worden met vormen van burgerparticipatie. Het idee van David van Reybrouck voor instellingen die door loting worden samengesteld vindt Magnette “niet zo absurd als het op het eerste gezicht lijkt.” De expertise van burgers moet vaker aangeboord worden, de ‘professionals’ in de politiek past meer bescheidenheid.

Onsterfelijk Links is een verfrissende kijk op de actualiteit van een optimist die zijn idealen niet heeft verkocht. Magnette heeft oog voor de tekortkomingen van de hedendaagse sociaaldemocratie, maar biedt de beweging ook een perspectief met praktische oplossingen voor de koers op middellange termijn. Anders dan veel van zijn linkse familieleden onderbouwt hij zijn analyses en pleidooien met wetenschappelijk onderzoek. PvdA, GroenLinks en SP kunnen een voorbeeld aan hem nemen.

Paul Magnette, Onsterfelijk links, De Bezige Bij, Amsterdam/Antwerpen, 2016. ISBN 978 90 2234 9778 3. Prijs: € 19,90. Ook verkrijgbaar als e-book, € 12,99

  1. 1

    “De Waalse socialisten zijn dan ook wat linkser dan onze PvdA” En de gevolgen zijn overduidelijk te zien aan de sociaal economische toestand van Wallonië en de extremistische broeinesten in wijken als Molenbeek.

    Zij kunnen juist beter een voorbeeld nemen aan buren in Nederland en Duitsland die wel de 3e weg genomen hebben in plaats van krampachtig vast te houden aan deze jaren ’70 denkbeelden. Regeringen die ook niet met hun tijd zijn meegegaan, zoals in Griekenland, Frankrijk en driekwart Zuid Amerika liggen momenteel eerder op hun sterfbed, dan dat ze onsterfelijk zijn.

  2. 3

    @1:

    een voorbeeld nemen aan buren in Nederland en Duitsland

    Ik zou het Nederlandse voorbeeld niet aanraden. De PvdA staat nu geloof ik op 9 zetels. Kok en Bos gingen met Blair mee en Blair ging met de kapitalisten mee. Dat is geen kwestie van ‘met je tijd meegaan’ maar kiezen voor het geld.

  3. 4

    Lijkt me interessant boek, maar ik weet niet of ik het eens ben met die stelling dat ‘groeibeleid’ het probleem is. Er is juist te weinig groei door het neoliberale beleid waar – en daar heeft hij helemaal gelijk in – links aan mee werkt. Daarom is langdurige, hoge werkloosheid, en zijn de lonen te laag. Daarom verliezen ze steeds meer stemmen: mensen zoeken heil bij rechts, want alleen daar wordt nog antikapitalistische retoriek gehanteerd. Natuurlijk, populistisch rechtsen zijn kwakzalvers, maar links laat na daar op de juiste manier stelling tegen te nemen, en dat is ook moeilijk als je zelf mee doet en niet in de oppositie durft te gaan.

  4. 5

    @Michel: “…, en zijn de lonen te laag. “
    Mondiaal gezien zijn onze lonen hoog. En zijn onze armen rijk in vergelijking met veel armen in arme landen. Als hier de verschillen tussen arm en rijk groter worden wordt Nederland als het ware een normaler land.

    Door de mondialisering groeit alles naar elkaar toe. Nederland verliest als het ware zijn eilandpositie. De grenzen zijn steeds poreuzer. De massa-import uit Zuid-oost Azië neemt ook zijn tol.

  5. 6

    @5 Nee. Jij vergelijkt het absolute loon. Dat is niet goed, het gaat om productiviteit: hoeveel produceert een Nederlander in vergelijking met een bewoner van Zuid-oost Azie (bijvoorbeeld). Daar gaat het om.

  6. 7

    @4: Ik denk dat Magnette de cijferfetisjisten bedoelt. Kwantitatieve groei is altijd goed. Dat is een gevaarlijke stelling. Het socialisme gaat ook over kwalitatief beter leven. En verder is het natuurlijk ook zo dat er een einde komt aan de mogelijkheid om de aarde uit te buiten. Eindeloze groei stuit op fysieke grenzen.
    Als je groei koppelt aan een betere verdeling van de welvaart (arm mag meer groeien dan rijk) ben ik het wel met je eens.

  7. 8

    @7 dat is inderdaad een belangrijke nuancering. Maar ik zie te vaak tegenwoordig dat men dat niet doet, en er soms zelfs blij mee is met de crisis omdat er nu minder groei is. Waar het om gaat is het soort groei. Natuurlijk zie ik ook dat onze bronnen eindig zijn. Maar ik bedoel met groei niet dat mensen 3 x per jaar een vliegvakantie moeten gaan maken, en voor elke familielid een auto gaan aanschaffen. Je kan ook andere, wel nuttige zaken, die geen bronnen opmaken, ‘doen groeien’, zoals groene energieopwekking, hergebruik van materialen, diensten, onderwijs, zorg, onderzoek …. allemaal zaken die de aarde niet uitputten, integendeel, die juist bronnen sparen.

    Maar dat raakt vaak ondergesneeuwd in de ongedifferentieerde angst voor ‘groei’.

  8. 9

    @Michel: de Nederlandse productiviteit ligt wel hoger, maar dat wil niet zeggen dat ze kunnen concurreren in vele industrieën. Hoeveel van de maakindustrie is er niet vertrokken naar Zuid-oost Azië? Enorm veel.

    En denk je dat die verschuiving geen effect heeft op onze lonen?

    Natuurlijk heeft Nederland nog veel bedrijfsleven die wel concurrerend is, maar de spoeling is wel dunner geworden en vooral de lager opgeleide mensen in Nederland hebben moeite om te kunnen concurreren met Aziaten die veel minder per uur verdienen.

    Overigens zijn landen als Griekenland en Spanje veel harder getroffen door de concurrentie uit Azië.

  9. 11

    @Michel: kunnen concurreren betekent dat je je staande kunt houden op de arbeidsmarkt. Een markt die steeds mondialer wordt. Hogere lonen leidt dat bedrijven nog moeilijker kunnen concurreren met China. We zien dat veel maak-bedrijven in Nederland niet bestaan simpelweg vanwege de concurrentie uit China. Mensen met moeilijk-verplaatsbare banen die hebben nog ietsje geluk, maar daar wordt de druk ook steeds groter.

  10. 12

    @11.

    Vergeet niet dat de aandeelhouders ook graag de loonkosten laag houden, want die zien het alleen als kostenpost. Zij willen vaak te hoog rendement. Dus überkapitalisme kan je niet ontkennen, is tevens een grote oorzaak. Dat heeft niets met concurrentie te maken, maar met uitbuiting.

  11. 13

    @Joop: werknemers die een hekel hebben aan aandeelhouders kunnen beter voor wat anders kiezen. Bijvoorbeeld voor een stabiel familiebedrijf zonder vluchtige en anonieme aandeelhouders.

    Wat ook kan is om zelf een bedrijf te beginnen.

    Of ambtenaar worden.

  12. 14

    Concurrentie is een begrip in de ecologie, dat duidt op het gebruik van het milieu door organismen met overeenkomstige behoeften. Er kan concurrentie plaatsvinden om ruimte, om voedingsstoffen en water, of om licht. Men onderscheidt twee typen concurrentie:

    infraspecifieke concurrentie is de concurrentie tussen individuen van een populatie van één soort (=species)
    interspecifieke concurrentie is de concurrentie tussen individuen van verschillende soorten.
    De infraspecifieke concurrentie is een drijvende kracht achter natuurlijke selectie en een belangrijk mechanisme van de evolutie. De infraspecifieke concurrentie is sterker dan interspecifieke concurrentie omdat de individuen van één soort sterker overeenkomstige eisen stellen dan de individuen van verschillende soorten.

    Het begrip wordt onder andere gebruikt in:

    Competitieve exclusie: is een begrip uit de ecologie, dat betrekking heeft op de wederzijdse uitsluiting bij soorten die dezelfde niche bezetten. Het is een ecologisch principe dat stelt dat twee soorten niet naast elkaar kunnen bestaan als zij in volledige concurrentie zijn.
    Concurrentie is ook een begrip in de vegetatiekunde, dat betrekking heeft op planten die dezelfde behoeften hebben, maar waarin het milieu niet kan voorzien. Er kan concurrentie plaatsvinden om ruimte, om voedingsstoffen en water, of om licht.

  13. 15

    @11: Je beantwoordt mijn vraag niet. Het gaat niet om de absolutie loonkosten maar om de productiviteit. Als jij voor honderd euro per uur tienduizend spelden kunt maken, en de concurrent tien spelden voor een één euro per uur – een honger loontje – dan ben toch concurrerend. Let wel: het loon is honderdmaal hoger en toch concurrerend!

  14. 16

    @14: In de biologie gaat het ook om relatieve begrippen. Daar wordt gekeken naar voortplanting. Dieren of planten die meer nakomelingen krijgen zijn concurrerend dan andere. Zo werkt natuurlijke selectie.

    We hebben het hier echter over mensen en niet over natuurlijke selectie, dat kun je beter niet met elkaar verwarren. Economie is geen biologie.

  15. 17

    @Michel: in dat geval van jouw voorbeeld zou het hoge loon wel concurrerend zijn. Maar die Aziatische werknemer is in dat voorbeeld wel erg onproductief in vergelijking met zijn Europese “collega”. Niet reëel.

    In de praktijk is er veel vertrokken naar Azië vanwege hoge loonkosten hier. Ook al neem je de lagere productiviteit van Aziatische werknemer mee in de beschouwing.

    En vergeet niet dat China ook niet stil zit. Daar zijn de laatste jaren op grote schaal robots geïnstalleerd. En er studeren elk jaar honderden duizenden ingenieurs af die de situatie alleen maar nijpender maakt.

  16. 18

    @17: Ik zeg ook niet dat ik een reëel voorbeeld heb, ik wil alleen maar laten zien dat jou argument over loon niet klopt. Wat betreft het vertrekken van productie: ja dat is waar. Maar je zie nu dat ook in China de lonen stijgen. Zo is het ook met andere Aziatische landen gegaan.

  17. 19

    @Michel: Natuurlijk stijgen de lonen in China, maar het is “too little, too late”. En als hun export (met de bijbehorende geldstromen richting China) al in gevaar komt dan verlagen ze gewoon hun munt (al een paar keer gebeurd). Ik zie nog niet veel maak-industrie terugkomen.

    Onderschat ze niet. Er is daar zo langzamerhand een hele infrastructuur opgebouwd, dat zei in steeds meer gevallen sneller, flexibeler en met betere kwaliteit kunnen leveren dan Europa.

    Ze kunnen vaak razendsnel opschakelen (naar bijvoorbeeld miljoenen stuks). In Europa is die infrastructuur er simpelweg niet (of niet meer).

    Er is wel eens gezegd dat de iPhone helemaal niet in het Westen gemaakt kan worden. Natuurlijk kan die wel gemaakt worden, maar het duurt wel 5-10 jaar voordat de benodigde infrastructuur er is om die dingen op grote schaal te produceren.

  18. 20

    Waar ik fatalistisch van wordt is dat achterhaalde (rechtse) verhalen van bijvoorbeeld AltJohan hier nog min of meer serieus worden genomen. Het is niet zo moeilijk om met cijfers zijn ongelijk aan te tonen. Zo worden de 6,5 miljoen werknemers in de tech industry in de VS gemiddeld een zescijferig jaarsalaris betaald en de werkgelegenheid groeit met 2% p.j. Waarom de salarissen in China sinds 2008 in dezelfde industry (en niet alleen daar) met een spectaculaire 70% had de stoepharde autoproducent Ford je een eeuw geleden al kunnen uitleggen. Kortom, de lokale markt is groter en belangrijker dan de exportmarkt, wat mercantilistische neoliberalen je ook in de maag proberen te splitsen. Gezien zijn opleidingsniveau in een bepaalde richting moet het wel zo zijn dat AltJohan “logaritmisch” kan denken. Dus het is fake of intrige wat deze beweert. Als het overtuiging is: domheid. Dat laatste betwijfel ik zeer.

  19. 21

    @17 en @18: het gaat niet alleen om productiviteit maar ook om toegevoegde waarde in een productieketen. Die maakindustrie in China is helemaal niet interessant meer voor een land als Nederland. Een iPhone ligt in de winkel voor 700 euro. Daarvan gaat maar 10 euro naar de fabriek in China. De werknemer daar krijgt er 50 cent voor. 200 euro naar een fabrikant van hoogwaardige onderdelen in Duitsland of Nederland.

    Het hele idee van willen concurreren op die lage lonen markt of het “terughalen van banen” is absurd.

  20. 22

    Links is verzwakt – om terug te keren naar het onderwerp – omdat zij geen weerstand bood aan de neoliberale drogreden, die @20 en @21 heel goed wordt verwoorden. Links heeft haar eigen achterban verraden, en die is overgelopen naar populistisch rechts, waar men wel antikapitalistische en antiglobalistische kritiek heeft – hoe oppervlakkig en misleidend die kritiek ook is.

  21. 23

    Graag meer van dit op Sargasso, dan maken jullie kans op mijn donateurschap.
    @22: Kun je mij een voorbeeld geven van ‘antikapitalistische kritiek’ door bijvoorbeeld de PVV?

  22. 24

    @23
    Dit haal ik van een ‘standpunten pagina’. Ik filter de nationalistische en rechts-culturele retoriek er uit:

    de slechte economische situatie, de uitholling van de zorg en verzorging van onze ouderen’

    Maar de crisis van Nederland gaat veel verder dan de rollator die onze senioren nu zelf moeten betalen. Onze ‘interessante tijden’ hebben vooral betrekking op de totale afwezigheid van enig kompas. Zijn wij nog wel een land dat zichzelf wil besturen? Vormen wij nog een volk dat baas is over zijn eigen grondgebied? Vinden we dat we eerst onze eigen zieken en ouderen moeten verzorgen en daarna de rest van de wereld?

    Hierbij lees ik even ‘baas in eigen grondgebied’ als anti EU-retoriek: wij hebben onze soevereiniteit overgedragen aan Brussel, de ECB, enz.

    Hun Brussel

    Eurofiel of democraat. Nederlandse vrijheid of Brusselse slavernij. Vrijwillige samenwerking of Barroso-bevelen. De euro of de gulden.

    Verder hele stukken uit de economie paragraaf, ik zal ze niet allemaal citeren hier. Dit bijvoorbeeld:

    Daarom kiest de Partij voor de Vrijheid onomwonden voor de verdediging van onze verzorgingsstaat.

    Wie van de centrumlinkse partijen zegt dit nog? Die hebben het over participatie-maatschappij (mensen doe het zelf maar). Nogmaals, dit is een selectieve selectie, ik heb alle nationalisme, patriottisme en xenofobie er uit gefilterd.

    Om te laten zien hoe dubbel hun retoriek is, deze zin die direct volgt op de zin over de verzorgingsstaat:

    Die keuze leidt automatisch tot een afwijzing van de massa-immigratie, die ons 7,2 miljard euro per jaar kost. Het is tenslotte kiezen of delen. Of je gaat de hele wereld van een uitkering voorzien of je kiest ondubbelzinnig voor je eigen bevolking.

    Het blijft een conservatieve, rechtse partij met mensen die denken die dat een linkse elite regeert. Een elite die mensen helpt ‘die het niet verdienen’ – niet ons soort mensen. Nee, het is beter als wij (conservatieven dus) zouden regeren, want wij zullen daadkrachtig optreden, keihard als dat nodig is…. enz. De bekende rechtse retoriek die ronkt van de daadkracht en waar helaas, zoals altijd, een groot aantal mensen in tuint. Maar ook een retoriek die veel mensen aanspreekt omdat ze het slecht hebben, omdat ‘die lui in Den Haag, Brussel’ niet naar ons luisteren…

    Het is van alle tijden, maar de tijden zijn slecht dank zij economisch mismanagement (daar hebben ze gelijk in), en daarom krijgen ze steeds meer gehoor en dus macht ook al zijn hun oplossingen schijnoplossingen. Helaas staan een groot deel van de linkse partijen (of wat daarvoor doorgaat) na meer dan 15 jaar nog steeds met de mond vol tanden. Stront in de kop schreef ik elders al.

    Oh – dat vergat ik bijna – donaties altijd welkom!