Links in Spanje

Koninklijke Paleis in Madrid met Spaanse vlag (Foto: Flickr/caribb)

In de Spaanse politiek zijn er twee centrale tegenstelling: tussen links en rechts en tussen de centrale, Spaans-talige overheid in Madrid en de verschillende culturele minderheden en autonomie regio’s. Dat maakt de partijpolitiek uitermate gecompliceerd en bijna onvergelijkbaar met de Nederlandse politiek.

‘De’ Spanjaard bestaat niet. Er wonen in Spanje verschillende bevolkingsgroepen, die zich in meer of in mindere mate identificeren met Spanje. In het historische koninkrijk Castille, in het centrum van Spanje, rond Madrid, wordt de taal gesproken die officieel ‘Spaans’ wordt genoemd. Hier identificeren mensen zich het sterkst met Spanje. In de andere regio’s, zoals Baskenland en Catalonie, worden officieel erkende minderheidstalen gesproken. De verschillende regionale overheden hebben in meer of mindere autonomie, afhankelijk van de mate waarin de bevolking zich identificeert als een eigen nationale groep. Vraagstukken van identiteit en nationalisme kunnen uitlopen in gewelddadige conflicten, de terreur van de Baskische afscheidingsbeweging ETA is daar een traditioneel voorbeeld van.

In Nederland wordt regionalisme en nationalisme niet geassocieerd met linkse politiek. In Spanje is het streven naar een staat die niet puur Spaans is maar juist ruimte laten voor de diversiteit van regionale en nationale identiteiten een streven dat het meest met links geassocieerd wordt. De twee grootste politieke partijen zijn de centrum-rechtse, conservatieve Partido Popular (Volkspartij) en de centrum-linkse sociaal-democratische Partido Socialista Obrero Español (Socialistische Arbeiderspartij). Naast traditionele vraagstukken die links en rechts over heel Europa verdelen (bijvoorbeeld de relatie met Amerika en de rol van de staat in de economie), zijn deze partijen ook verdeeld over de vraag hoe de macht verdeeld moet worden tussen de centrale overheid en de regio’s. De sociaal-democraten willen meer macht afdragen aan de regio’s en de conservatieven willen de macht behouden voor Madrid.

In het nationale parlement, de Cortes, zijn ook partijen doorgedrongen die strijden voor meer autonomie van hun specifieke regio. Basken, Catalanen, Navarrezen en Galiciers hebben allemaal hun eigen partijen. Sommigen hebben zelfs meerdere regionale partijen vertegenwoordigd: een linkse en een rechtse partij. De linkse partijen werken traditioneel samen met de sociaal-democraten en de rechtse met de conservatieven. De Catalanen hebben de meeste partijen: een coalitie van liberale en christen-democratische partijen Convergencia i Unio, een groene partij (Iniciativa per Catalunya Verds) en een linkse partij (Equerra Republicana de Catalunya). Voor de verkiezing van het Europees Parlement werken de regionalistische partijen samen, opvallend genoeg niet langs nationale lijnen maar juist langs politieke lijnen. Bij de laatste Europese verkiezingen deden er twee coalities van regionalistische partijen mee, een rechtse en een linkse.

Toch is het vanuit progressief perspectief moeilijk om de kant te kiezen van een expliciet nationalistische partij die streeft naar onafhankelijkheid voor een of andere bevolkingsgroep. Naast de grote centrum-linkse, centrum-rechtse en regionalistische partijen is er gelukkig meer te kiezen in Spanje. Een recente nieuwkomer in de Spaanse politiek is de partij Union, Progresso y Democracia (Eenheid, Vooruitgang en Democratie). Deze partij wil de centrale Spaanse overheid niet verder uit hollen door de regio’s nog meer macht te geven. De partij is expliciet anti-nationalistisch. Daarnaast willen ze de Spaanse democratie vernieuwen, de scheiding van kerk en staat versterken, de scheiding der machten bevorderen, burgerrechten beschermen en het politieke geweld aan pakken. Economisch gezien stelt deze partij zich in het centrum op. Deze combinatie van progressieve politiek, gericht op het beschermen van individuele rechten sluit aan bij de liberale traditie: UPyD komt op voor mensen als individuen, niet als leden van bevolkingsgroepen.

Spanje is een post-nationalistische staat, waar burgerschap van de Spaanse staat en een identiteit als Spanjaard niet samen vallen. Er is ruimte voor Spanjaarden, Catalanen, Basken enzovoort. Dat lijkt misschien een mooi beeld voor een progressieve GroenLinkser in Nederland, waar we voortdurend over de relatie tussen burgerschap en identiteit in discussie zijn. Spanje laat echter zien dat er geen eenduidige oplossing is voor de vraag hoe identiteit en burgerschap zich moeten verhouden als deze niet meer gelijk lopen: moet je als liberaal mensen behandelen als individuen? Of juist als multiculturalist mensen benaderen als leden van een nationale groep? Is linkse politiek kiezen voor autonomie voor bevolkingsgroepen of voor de bescherming van het individu?

Dit artikel verscheen ook in de OverDWARS van de winter van 2010.

  1. 1

    ”Deze partij wil de centrale Spaanse overheid niet verder uit hollen door de regio’s nog meer macht te geven. De partij is expliciet anti-nationalistisch”

    Deze twee zinnen zijn voor mij in tegenspraak. De partij lijkt me juist wel nationalistisch, want wil de centrale (nationale!) overheid versterken.

    Overigens viel me bij de EU-kieswijzer op dat de verschillende regionale partijen juist niet nationalistisch zijn (want over het algemeen sterker pro-Europa dan de nationale partijen).

    De laatste tegenstelling “Is linkse politiek kiezen voor autonomie voor bevolkingsgroepen of voor de bescherming van het individu?” onderken ik ook niet. Juist autonomie voor bevolkingsgroepen maakt deel uit van e bescherming van het individu. In het verleden zag je dat centrale overheden veelal etnische minderheden taal, wetten en cultuur oplegden (in Spanje is dit gelukkig een min of meer gekeerd, maar in bijvoorbeeld Frankrijk, maar in minder sterke mate ook Nederland is dit nog steeds het beleid). Als je een bevolkingsgroep onderdrukt, onderdruk je ook alle individuen in die bevolkingsgroep. In die zin is de eerste stap wel degelijk om de regio meer vrijheid (=autonomie) te geven.

  2. 2

    Individuen en bevolkingsgroepen. De linkse partijen hebben het wel over bescherming van bevolkingsgroepen als discussies van rechts komen wat betreft islam en integratie. Waar blijft dan de bescherming van het individu – de uitgehuwelijkte vrouw, de homoseksueel, de ex-moslim, enz. Ik denk dat die balans nog wel eens overslaat naar de bescherming van de groep. Of hoort dat bij de cultuur – en in dat kader de multiculturaliteit? Ik mag hopen van niet. Anti-liberaal, zeer conservatief, fanatiek groepsdenken, autoritair/hiërarchisch en volslagen verwerpelijk op meerdere punten.

    Wil ‘links’ weer een helder verhaal hebben dan zal er nog flink wat water door de Ebro moeten stromen!

  3. 3

    @2: Ik geloof dat je de situatie van Spanje hier volledig verkeerd inschat, door hem op een hoopje te gooien met die van Arabië. Vergeet ook niet dat het juist de centrale Spaanse regering is die een lange historie heeft van onderdrukking in naam van conservatieve idealen, terwijl de Catalaanse (vooral linkse) regionalisten veel progressiever zijn (een mooi recent voorbeeld is de stemverhouding bij het verbod op stierenvechten in Catalonië).

    Heb je mijn #1 eigenlijk wel gelezen? Soms (als we het hebben over West-Europeanen eigenlijk in de regel) is er geen sprake van een tegenstelling tussen opkomen voor de bescherming van individuen en opkomen voor de bescherming van groepen.

  4. 4

    Abstract gezien ben ik tegen elke vorm van uitbuiting en onderdrukking. Als je een groep gaat verdedigen kan je expleciet ook de verschrikkelijke vormen daarvan verdedigen. Dat lijkt me niet zo gemakkelijk dat dat niet met elkaar in tegenspraak is. Discrimineren van een groep vind ik fout, maar niet als de groep mensonwaardige ideeën hoog in het vaandel heeft.