Liever Holland dan heimwee

Vorig jaar was hij nog de ster van het Boekenbal, dit jaar verscheen postuum zijn essaybundel tijdens de Boekenweek. Hans Keilson, die vorig jaar op honderdeneenjarige jarige leeftijd overleed, schreef niet alleen romans en gedichten, hij schreef ook non-fictie. Samen met vertaler Piet de Moor maakte hij voor Uitgeverij Van Gennep een selectie uit zijn essays, boekbesprekingen, voordrachten en vakpublicaties.

Hans Keilson schreef in het Duits een klein, maar briljant oeuvre, dat vorig jaar door Van Gennep in Nederlandse vertaling werd uitgegeven. De auteur van Joodse afkomst vluchtte na zijn debuut in 1933 naar Nederland, zijn eerste boek werd door de nazi’s verboden. Na de oorlog bleef hij in Nederland wonen, hij werd psychiater en hield zich bezig met de begeleiding van getraumatiseerde Joodse kinderen.

Keilson was van mening dat fictie en non-fictie niet zonder elkaar kunnen en die opstelling wordt duidelijk bij het lezen van de essays. In de teksten wordt regelmatig teruggegrepen op gebeurtenissen die ook al eens in zijn romans zijn verwerkt. Doordat de essays in sommige gevallen bewerkingen zijn van toespraken of artikelen, die eveneens in de bundel zijn opgenomen, stuit je soms meerdere keren hetzelfde verhaal, maar storend of vervelend is dat niet. Het accent ligt iedere keer net iets anders en het geeft ook een inkijkje in het ontwikkelingsproces van de auteur. Door de herhalingen ga je je steeds meer thuisvoelen in het boek, sommige essays zijn behoorlijk complex, vooral de teksten hij voor zijn vakgenoten heeft opgesteld. In die gevallen is het prettig dat je al bekend bent met de kern van het verhaal, daardoor kun je als leek het vakjargon wel aan.

Een belangrijk thema in het boek is de geschiedenis van de Jodenhaat. Keilson onderzoekt dit fenomeen in twee op elkaar volgende artikelen. In het eerste stuk ‘Vooroordeel en haat – een psychologische bijdrage tot het probleem van het antisemisme’ komt hij tot een eerste verkenning van het probleem, hij gaat in op historische gebeurtenissen, een theorie over de rol van de zondebok en de houding van christenen tegenover de Joden. In zijn analyse van de haat maakt hij onder meer gebruik van het begrippenkader van de psychoanalyse. Het is een nogal gecomprimeerd betoog en daarom is het goed dat hij het stuk later heeft uitgebreid tot een langer essay onder de titel ‘De fascinatie van de haat – de relatie tussen de Joden en christenen in Duitsland’. Hierin neemt hij meer ruimte om zijn ideeën en veronderstellingen toe te lichten. Hij komt tot een toegespitste analyse van de haat: Iemand die bemint, kan niet met een grotere hartstocht getuigenis afleggen van zijn liefde dan degene die van haat vervuld is van zijn haat. Hij ziet in zijn tegenstander al datgene wat hij in zichzelf niet wil zien en van zichzelf niet wil weten…In hem, de ‘ander’, moet hij zichzelf vernietigen om de waan van zijn eigen grootsheid te redden. Zijn gedrag doet denken aan de verwarring van een grafschenner die meent dat hij zijn eigen leven verheft als hij graven schendt, in de waan de dood te doden’. Wie
‘In de ban van de tegenstander’ heeft gelezen, die zal direct terugdenken aan de indringende dialogen, hoe de grafschenners hun daden verantwoorden, vol haat en mystificaties.

Een ander aangrijpend thema is de behandeling van Joodse wezen na de Tweede Wereldoorlog. In ‘Waar de taal niet bij kan’ legt Keilson legt uit dat het moeilijk was om deze kinderen goed te helpen. De hulpverleners kunnen zich vaak geen voorstelling maken van het leven dat de kinderen in het concentratiekamp hebben geleid. Hoe moeilijk dat is wordt verteld aan de hand van het verhaal van Esra. Hij overleefde Bergen-Belsen, maar zijn ouders en vijf broers en zusters overleefden het kamp niet. Voor de hulpverleners, ook voor Hans Keilson zelf, was het nauwelijks mogelijk om een goede indruk te krijgen van wat Esra in het kamp had meegemaakt. Men kende weliswaar het woord ‘concentratiekamp’, maar hoe de mensen daar hadden moeten leven, dat was direct na oorlog niet direct duidelijk. In tweede artikel over de behandeling van oorlogswezen schrijft Keilson: De woorden ‘Bergen-Belsen’, ‘Auschwitz’ e.a. waren me niet vreemd, maar nog niet vertrouwd. Ze waren thuis in een gebied ‘waar de taal niet bij kan’. In de taalconventie hadden ze hun plaats nog niet gevonden. Ook de fotoreportages in de kranten drongen blijkbaar niet tot ons door. 

Een terugkerend onderwerp is zijn gehechtheid aan de Duitse taal en het vaderland. Net als veel andere vluchtelingen die Duitsland tijdens het naziregime moesten ontvluchten bleef Hans Keilson gehecht aan zijn moedertaal. Hij was van een van de eersten die schreef over zijn gevoelens over de vernietiging van de Duitse steden door de geallieerden. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Dit stuk uit 1945 is in de bundel opgenomen onder de titel ‘Een licht onbehagen’.

Het boek bevat ook stukken over het Friese landschap, Freud en de kunst, Klaus Mann en nog veel meer. Wat ongelofelijk veel indruk maakt is zijn verhandeling over de ontwikkelingsroman ‘Demian’ van Herman Hesse, waarmee Hans Keilson als tiener een derde prijs in een opstelwedstrijd won. Wij kunnen ons nu niet meer voorstellen dat een zeventienjarige jongen zo’n perfect stuk zou kunnen schrijven. Niet alleen in taal, maar ook in analyse.

Alle liefhebbers van de romans van Hans Keilson zullen blij zijn met het verschijnen van ‘Liever Heimwee van Holland’, maar het is ook een geschikt boek voor iedereen die in psychologie, de Duitse literatuur of de Joodse geschiedenis is geïnteresseerd. Verwacht in deze bundel niet de soepele taal van zijn romans, de meeste stukken zijn alleen met veel concentratie te lezen, maar je bent daarna wel een aantal inzichten rijker en daar gaat het om. Het enige wat in het boek ontbreekt is een lijst waarin de artikelen in chronologische volgorde zijn geplaatst. Daar staat tegenover dat het boek begint met een heldere inleiding van Piet de Moor. Deze bundel kan gezien worden als het sluitstuk van het oeuvre van een Nederlandse auteur die in het Duits schreef. Een voorlopig sluitstuk, want over enkele maanden verschijnt er nog een poëziebundel; Gerrit Komrij is bezig met de selectie van de gedichten.

Hans Keilson: Liever Holland dan heimwee – gedachten en herinneringen, Uitgeverij Van Gennep, 2012, 264 p.

Bestel hier Liever Holland dan heimwee