Liefde voor taal

COLUMN - Op onze middelbare school – ik begon op het gymnasium en switchte halverwege naar de havo – liepen veel stoffige leraren rond. Van de leraar klassieke talen kreeg ik bij onze tweede les een overhoring voor de klas van de eindeloze lijsten uit les één met wie wat had geschreven. Hij gaf een vette onvoldoende, uitsluitend omdat ik de klemtoon overal verkeerd legde, terwijl ik alles goed in mijn hoofd had gestampt. Hómerus, Illíad, Tacítus. De Duitse en Franse leraren waren tirannen bij wie leerlingen geregeld huilend de klas uitrenden na een mondelinge overhoring van hun ellenlange lijstjes werkwoordsvervoegingen en naamvallen.

De Nederlandse en Engelse lessen: dat was andere koek.

Een roedel rebelse jonge leraren had een pact gesloten en deed werkelijk alles anders. We kregen stencils met Cees Buddingh’s gedicht De Blauwbilgorgel uitgedeeld, met daarbij het vriendelijke verzoek het dier naar eigen inzicht te tekenen. We kregen opdracht lijsten te maken van bijvoeglijk voornaamwoorden en zelfstandig naamwoorden die niet bij elkaar pasten: weke machine, glazen jurk, lieve duivel, boze oorworm, slimme viskom, en in de volgende les volgde prompt de uitdaging voor elk van die kletterende paren een passende definitie te verzinnen.

We leerden over vertelperspectief, over vooruitblikken en flashbacks, over boekstructuren en symboliek. Toen ik mijn klassikale spreekbeurt over Nooit meer slapen voorbereidde, ontdekte ik de avond ervoor eigenstandig dat professor Sibbelee de Sybille moest zijn, en dat onder het verhaal van Arnes doelloze tocht kennelijk het relaas schuilging van Aeneas die met zijn vader op zijn rug zeulde. Ik gooide mijn hele spreekbeurt om, sliep die nacht amper en rende opgetogen naar de les.

Onze leraar Engels tekende grote schema’s op het bord om de tegenstellingen tussen natuur en cultuur, tussen wild en getemd uit te leggen aan de hand van Wuthering Heights. Hij danste op onze schoolbanken en deed daar Heathcliff na die aan Cathy’s ramen krabde, een enthousiasmerende voorafspiegeling van wat Kate Bush jaren later zou doen.

Deze mannen leerden me dat taal boven haar eigen regels kan uitstijgen, dat je er fantastisch mee kunt spelen: ze leerden me dat woorden kneedbaar kunnen zijn. Dat je zinnen kunt buigen en betekenissen achter de letters kunt verbergen, van waaruit ze dwars door de uiterlijke schijn heen hun haakjes naar je uitwerpen. En ja: ze leerden ook dat je knapper kunt kneden naarmate je de formele regels beter beheerst en je woordenschat groter is. Ze leerden me dat taalbeheersing meer vrijheid oplevert, en dat je woorden kunt laten koprollen of haasje-over kunt laten doen.

Door deze jonge lerarenbent ben ik mijn liefde voor taal, literatuur en schrijven gaan koesteren en cultiveren. Ze waren heuse leermeesters, en ik hun liefhebbend gildejong.

Hun namen: Jan Geerlings, José Noyons, en Robert Anker.
Lees hier Roberts tirade in, jawel, Tirade over de teloorgang van het literatuuronderwijs in Nederland. Jan Geerlings en José Noyons figureren er ook nog in.


Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool
.

  1. 4

    @3, Tsjonge, KJH, op het toetsenbord zitten de S en de D naast elkaar. Karin Spaink weet ook wel dat dat ding de Ilias wordt genoemd. Dit stuk gaat juist over enthousiasme en niet over rode streepjes zetten.

  2. 5

    @3: @4: overigens is het in het Engels en het Frans : Iliad (een l).

    Wellicht geen vertyping maar een residu vanwege de tirannieke Franse docent. Of juist een verwarring vanwege een te aardige Engelse docent. Hoe dan ook: ze was van het gym naar het HAVO, het kan dus ook een opzettelijke verwarring zijn, een soort protest. Wellicht roept ze er zelf nog iets over :)

    Overigens is #0 natuurlijk een in memoriam voor haar docent en schrijver/dichter Anker. Misschien moeten we het daar over hebben. Of over hem. Beter dan het gezeik over spelling. Toch?