Liefde gaat door de maag, wijsheid door de blaas?

Verwondering is de belangrijkste drijfveer achter de wetenschap. Het begint met een onschuldige observatie; die leidt tot een hypothese en voor je het weet heb je een wankele waarheid aan het almachtige universum toegevoegd – die vervolgens lijdzaam het onvermijdelijke lot van de weerlegging moet afwachten.

Zo ook in het geval van psychologe Mirjam Tuk van de Universiteit Twente. Op een goede ochtend moest zij zeer nodig urineren. Ze besloot daarom het toilet te bezoeken en leegde tot haar grote opluchting de inhoud van haar blaas. Nog gezeten op de toiletbril prees zij zichzelf gelukkig met haar besluit om naar de wc te gaan. Een dag later was de blaas van Tuk in het geheel niet gevuld. Ze had weinig gedronken of was ’s nachts al geweest, dat gaat ons verder niet aan. Maar ze besloot toch om het sanitair met een bezoek te vereren. Ze nam plaats op de bril en keek om zich heen. Het was een saai toilet. Aan de wasbak hing een verlept handdoekje dat een wasbeurt verdiende. De verjaardagskalender toonde de verjaardagen (5) in september, maar het was ook september. Het was Tuk al snel duidelijk dat het een slecht besluit was om naar de wc te gaan terwijl ze geen aandrang voelde.

En nu is het wetenschappelijk aangetoond: een volle blaas leidt tot betere beslissingen.

Daar kunt u lacherig over doen, maar het is een belangwekkend feit. Zo weten we nu dat Moammar Kadhafi en Elco Brinkman een zeer geringe urineproductie hebben, terwijl Edward Murphy (u weet wel, van die wet die ook niet door de Eerste Kamer kwam) naar verluidt in zijn hele leven geen wc van binnen heeft gezien.

Er zijn ook tal van beslissingen waarvan we jaren later nog altijd niet weten of ze wel zo verstandig waren. Zijn we Irak in 2003 nou terecht binnengevallen of niet? We weten het zodra iemand kan aantonen dat George Bush en Tony Bladder ongenadig moesten pissen toen ze uiteindelijk na lang wikken en wegen een knoop doorhakten. Het enige wat we nu weten is dat het Colin Powell dun door de broek liep toen hij de Verenigde Naties toesprak.

Het is natuurlijk niet zo vreemd dat het uitgerekend een vrouw is geweest die het onderzoek naar deze historische ontdekking heeft geïnitieerd. Mirjam Tuk heeft immers gevoeglijk aangetoond dat vrouwen, notoire bezitters van volle blazen, betere beslissingen maken dan mannen; alleen al het besluit om dit onderzoek uit te voeren getuigt daarvan. Hoewel dus ook ik mijn zindelijkheid moet bekopen met onmetelijke domheid in mijn beslissingen, ben ik toch wel tevreden met deze nieuwe kennis. Als mijn blaas een keer vol zit, dan is het meestal met bier, en tegen alle eerdere verwachtingen in neem ik dus juist op die momenten de beste beslissingen – evenals kennelijk de dronkelappen die hun auto in stappen.

Het jammere is nu dat een volle blaas evolutionair gezien op geen enkele wijze functioneel kan zijn voor het maken van betere beslissingen – om nog maar te zwijgen over de vraag wat precies een goede beslissing is. Het is simpelweg niet handig om op een belangrijk moment hoge nood te hebben. Bovendien vereist de noodzaak, of beter gezegd: het recht om te plassen de grootst mogelijke concentratie, en dit kan iedere beslissing alleen maar verstoren. Als een volle blaas al bijdraagt aan de kwaliteit van onze keuzes, dan is het omdat hij ons dwingt een keuze te maken.

Vandaar een poging, speciaal ter ere van Internationale Vrouwendag, tot aanscherping van de wet van Tuk – falsifieerbaar én functioneel: vrouwen hebben zo vaak een volle blaas om hen überhaupt tot een besluit te laten komen.

[Meer bij iamzero, @iamzero.]

  1. 1

    Allemaal best leuk en jolijtig en zo maar zo te zien had je zelfs enkel het nu.nl artikel hoeven lezen om die “evolutionair gezien niet functioneel” wat te nuanceren:

    “Het hersengebied dat dit signaal verstuurt, wordt niet alleen geactiveerd om de blaas onder controle te houden, maar ook bij andere vormen van zelfcontrole”

    Je laatste zin gaat de mist in trouwens. s/zo/te/.

  2. 3

    @1: Wat is er mis met die laatste zin?

    Ik zou het wetenschappelijke gehalte van mijn bijdrage niet al te hoog inschatten; de kanttekeningen zijn slechts ingegeven door mijn eigen perceptie van een volle blaas, namelijk het gevoel dat die allang niet meer onder controle te houden is – zeg maar een uur of vier verder dan het moment dat in het echte onderzoek gehanteerd is. Kan me niet voorstellen dat dat het moment bij uitstek is om weldoordachte keuzes te maken.

  3. 6

    @3:

    vrouwen hebben zo vaak een volle blaas om hen überhaupt tot een besluit te laten komen.

    Ik neem aan dat daar moet staan

    vrouwen hebben te vaak een volle blaas om hen überhaupt tot een besluit te laten komen.

    dan wel iets de buurt van

    vrouwen hebben zo vaak een volle blaas dat ze überhaupt niet tot een besluit komen.

    (die eerste was mijn “s/zo/te/” opmerking: dat is nerdtaal om een tekst vervanging mee aan te geven, geïnspireerd door UNIX tekst-editing tools)

    EDIT: Net na het plaatsen van deze zie ik hoe ik het anders moet lezen zodat het prima klopt. Never mind dus.

    Wat de verdere inhoud betreft trof je verhaal me als wel erg kort door de bocht een wetenschappelijk onderzoek verwerpend — maar indien gewenst zal ik je niet serieus nemen… ;-)