Liefdadigheid versus gerechtigheid

ACHTERGROND - Op 17 maart 1982 vertrokken Koos Koster, Hans ter Laag, Jan Kuiper en Joop Willemsen vanuit hotel Alameda in San Salvador naar de provincie Chalatenango. Ze zouden het gebied intrekken dat in handen was van de guerrilla’s van het FMLN. De vier Nederlandse IKON-journalisten waren in El Salvador om reportages te maken over de bloedige burgeroorlog die in het kleine Midden-Amerikaanse land woedde. Bij de plek waar de Nederlanders hadden afgesproken met de gidsen van het verzet, had het leger een hinderlaag gelegd en werden ze alle vier doodgeschoten. De moord op de IKON-ploeg was voorpaginanieuws in de hele wereld. Voor mij als 16-jarige jongen was dit hét moment van definitieve betrokkenheid bij de mondiale verhoudingen. Een point of no return.

Enkele maanden daarvoor was ik begonnen met het kijken naar actualiteitenrubriek Kenmerk van de IKON, waar de reportages van Koster werden uitgezonden. Zijn geëngageerde stijl en hoe hij berichtte over armoede en schendingen van mensenrechten, sprak me enorm aan. Koster had duidelijke opvattingen over de journalistiek. In 1980 had hij eveneens in El Salvador met de aartsbisschop van het land, Oscar Romero, gesproken. Romero, die kort daarna vermoord werd, had tegen hem gezegd: ‘Jullie journalisten hebben een heilig beroep. Jullie moeten de waarheid bekendmaken.’

Op mijn achttiende ging ik naar de School voor de Journalistiek in Utrecht om me in mondiale onderwerpen te specialiseren. Het was een tijd van een enorme bloeiperiode van mondiale solidariteit; een tijd ook dat ondanks rechtse kabinetten een groot deel van de Nederlandse bevolking als het ware links dacht en actie voerde. Mensen gingen de straat op tegen kernwapens en kernenergie, en ze toonden betrokkenheid bij de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika en tegen dictaturen in Latijns-Amerika. Ook was er veel solidariteit met Nicaragua, een land dat zich bevrijd had van een rechtse dictatuur. De term ‘linkse hobby’ bestond nog niet en studenten journalistiek droegen activistische buttons op hun colberts en truien.

De mondiale solidariteit had iets romantisch. Veel activisten waren heimelijk verliefd op commandante Ana Guadalupe Martínez, de nummer twee van de Salvadoraanse verzetsbeweging FMLN. Ze was net als Che Guevara enorm fotogeniek en haar portret werd gebruikt op affiches en in tijdschriften van de solidariteitsbeweging. Een paar jaar geleden ontmoette ik haar in El Salvador. Ze schoot in de lach toen ik haar een oud bulletin van de verzetsbeweging uit 1981 liet zien, waarin een grote foto van haar staat, evenals een romantisch gedicht dat aan haar was opgedragen. ‘Als jonge vrouwen in de guerrilla wilden wij laten zien dat we, ondanks de oorlog, ook de simpele wens hadden om mooi te zijn’, vertrouwde ze me toe. ‘Er waren twee filmmakers uit Venezuela verantwoordelijk voor het verkopen van onze strijd: zij wisten precies wat het effect was van romantische foto’s van vrouwelijke guerrillero’s op de publieke opinie in het Westen.’ Dus ook hier zat al een communicatiestrategie ofwel bewuste framing achter.

Martínez reisde voortdurend op en neer tussen de frontlinie en Europa om steun te zoeken. ‘De zaaltjes waar ik moest spreken waren altijd afgeladen. Mensen bleven nog uren na om te discussiëren en wilden van me weten hoe het zover gekomen was in El Salvador, en waarom de bevolking van zo’n klein landje in opstand was gekomen.’ Ze had wel een verklaring voor de belangstelling uit Nederland. ‘Mensen konden zich identificeren met El Salvador omdat het heel duidelijk om een strijd ging van de onderdrukte bevolking tegen de terreur van een staat; de strijd voor vrijheid en meer democratie was, met de Holocaust nog vers in het geheugen, een belangrijk onderdeel van het referentiekader van West-Europeanen.’

Geen barmhartigheid

Waarom raken mensen de ene keer wel betrokken bij een mondiaal probleem en de andere keer helemaal niet? Het is een vraag die veel fondsenwervers en campaigners in onze sector bezighoudt. Volgens chroniqueur van de derdewereldbeweging Hans Beerends zijn Nederlanders te mobiliseren als het duidelijk is wie de goeden en de kwaden zijn en als er een aannemelijke kans is dat een oplossing van het probleem in het verschiet ligt. De problemen in Zuidelijk Afrika en de dictaturen in Latijns-Amerika voldeden aan die voorwaarden. De burgeroorlogen in Sierra Leone en Liberia echter niet, omdat ze uitzichtloos leken en er moeilijk onderscheid te maken viel tussen good guys en bad guys. Verder blijkt het ook altijd lastig te zijn om mensen te betrekken bij ‘gewone’ honger of armoede, en complexe vraagstukken als handelspolitiek.

Tijdens mijn eerste maanden als student journalistiek vond er een inzamelingsactie plaats die enorm succesvol was. Op 26 november 1984 kwam Nederland onder de slogan ‘Een voor Afrika’ massaal in actie om geld in te zamelen voor de hongersnood in de Hoorn van Afrika. Ik schreef een gepassioneerd verslag voor de lesgroep Journalistieke Vaardigheden van docent Piet Hagen. Presentator Koos Postema startte de televisie-uitzending met de woorden: ‘Een klein land wil een werelddeel direct helpen.’ Van enige bescheidenheid op het mondiale toneel was in Nederland toen nog geen sprake. Ik lees in mijn oude artikel terug dat de toenmalige secretaris-generaal van de VN, Perez de Cuelar, die dag aan het Nederlandse volk vroeg om niet uit ‘barmhartigheid’ maar uit ‘solidariteit’ te geven. Hij benadrukte dat crisis bestrijden niet voldoende is, maar dat er structurele hulp moest worden geboden, zodat Afrika zich op den duur zelf kon voeden.

Toch was de inhoudelijke boodschap van Perez de Cuelar zeker niet de meest dominante die avond. Ook als 18-jarige student stoorde ik me toen al aan de charitatieve insteek van de televisieactie. Ik schreef in mijn artikel: ‘Weten de mensen nu werkelijk hoe er honger ontstaat? Ik denk het niet. De nadruk lag tijdens de televisie-uitzending te veel op lokale acties van scholen en niet op de oorzaken van het ontstaan van honger.’

‘Wat mij ook behoorlijk stoorde’, vervolgde ik mijn stuk, ‘waren de vele uitlatingen van Mies Bouman over hoe goed wij wel niet zijn door zoveel te geven, terwijl we ons moeten schamen dat we het zover hebben laten komen.’ Ik eindigde met: ‘Ik hoop dat deze actie een blijvend gevecht tegen honger en ongerechtigheid ontketent. Het is te hopen dat de mensen zich nu bewust worden dat het bestrijden van honger geen kwestie is van geven maar van delen.’

Docent Piet Hagen, die later directeur van de opleiding zou worden, schreef onder mijn stuk: ‘Je hebt deze klus goed gedaan en bent kennelijk erg betrokken bij dit soort onderwerpen. Weet dat betrokkenheid een kracht én een zwakte kan zijn.’

Band Aid

De maanden daarop kwam ook de wereldwijde muziekscène in actie voor de hongersnood. Ook hun framing was vooral gericht op het concept van liefdadigheid. ‘We are the world, we are the children, we are the ones who make a brighter day, so lets start giving’, zongen de Amerikaanse sterren, verenigd in USA for Africa. De Engelse sterren verenigd in Band Aid hadden hierook al een staaltje van laten zien. In hun kerstmishit zongen ze: ‘And there won’t be snow in Africa this Christmas time. The greatest gift they’ll get this year is life. Where nothing ever grows. No rain nor rivers flow. Do they know it’s Christmas time at all?’ Alsof het ooit wel sneeuwt in Afrika… Het beeld van Afrika als continent waar ‘niets groeit’ is een duidelijk frame waarin heel Afrika als hopeloos wordt afgeschilderd.

Wat me opvalt is dat veel discussies van toen, dertig jaar later nog precies hetzelfde zijn. Laat je krachtige of juist zielige mensen zien in fondsenwervende uitingen? Hoeveel van de context van de armoedeproblematiek kun je in korte boodschappen benoemen? Eigenlijk komt de discussie altijd weer terug op het eeuwige spanningsveld tussen rechtvaardigheid en liefdadigheid; een spanningsveld dat al bestaat vanaf het begin van de Nederlandse ontwikkelingshulp.

Hans Beerends en ik omschreven in 2004 in De bewogen beweging onze kritiek op de nadruk op liefdadigheid ofwel charitas als volgt: ‘Bij charitas gaat het om het lenigen van de nood zonder de oorzaken te noemen en soms zelfs zonder de oorzaken te erkennen. Bestaande machtsverhoudingen houden immers de armoede in stand en als er niet gewerkt wordt aan verandering van die verhoudingen, verwordt liefdadig geven tot het bekende dweilen met de kraan open. Toch zijn het niet de gulle gevers waar de kritiek zich in eerste plaats op richt. De gulle gevers kunnen vanuit de grond van hun goede hart overgaan tot het zelf iets gaan vermoeden van de achterliggende oorzaken van armoede en daar hun consequenties uittrekken. Het is echter de verantwoordelijkheid van het geldwervende fonds om de goede gevers inzicht te geven in de maatschappelijke oorzaken van armoede en in mogelijke oplossingen.’

Anno 2013 is charitas allerminst uit. Je hoeft alleen maar naar het filmpje ‘Red het leven van Firdaoussi’ van Save the Children te kijken dat door de klachtencommissie van Partos is getoetst met de vraag of het in strijd is met de gedragscode van de brancheorganisatie. In de video wordt geen enkele context gegeven, het is slechts gemaakt om medelijden op te roepen en mensen op basis daarvan tot een donatie te bewegen. Volgens de klachtencommissie van Partos was de reclame niet in strijd met de ‘menselijke waardigheid’ en treft Save the Children geen blaam. De stroom van boze reacties hierop laat zien hoe gevoelig het onderwerp ligt.

Krachtige mensen

Zelf heb ik me altijd veel meer  aangetrokken gevoeld tot het frame van rechtvaardigheid. Het zijn vooral krachtige mensen die mij inspireren en waardoor ik me betrokken voel. Als ik terugdenk aan mensen die mij geraakt hebben, dan komt daar ook een betaald type uit naar voren. Dan denk ik aan Wilson Campos uit Costa Rica, een van de oprichters van de wereldwijde boerenbeweging Via Campesina. Campos was iemand die op zijn twintigste al een belangrijke boerenleider in Midden-Amerika was. Hij bezette stukken braakliggend grond van grootgrondbezitters om dat aan landlozen te geven. Zijn organisatie werd ondersteund door Hivos. In de jaren negentig stond er zelfs een prijs op zijn hoofd.  Een charismatische man, die in de cafés van San Jose de show stal bij studenten door romantische liederen te zingen.

Ook denk ik aan Manding Jarrila, van de Task Force Mapalad, een partnerorganisatie van ICCO die opkomt voor landloze boeren op de Filippijnen. Een man die enorm veel voor elkaar heeft gekregen en boeren helpt om voor hun rechten op te komen, onder andere door ze juridische ondersteuning te geven. Met gevaar voor eigen leven want met regelmaat worden er tot op de dag van vandaag privélegertjes van grootgrondbezitters ingezet om de boerengroepen die hun land opeisten te intimideren.

Terwijl ik dit opschrijf, bedenk ik dat ik misschien bewust of onbewust ook mijn favoriete frame heb: dat van de romantische strijd met Robin Hood-achtige types. Daarin past ook de Spaanse geestelijke padre Tonjo die een positief antwoord probeert te vinden op de geweldspiraal die El Salvador nog steeds teistert. Hij ziet de leden van de jeugdbendes niet alleen als dader, maar ook als slachtoffer van sociale uitsluiting. Jongeren die uit de bendes willen stappen krijgen een plek in sociale projecten van de kerkgemeenschap en doorlopen een rehabilitatieproces. De ngo van de kerk is een partnerorganisatie van Cordaid.

Door ontmoetingen met deze mensen heb ik ook de enorme noodzaak leren zien van het werk van lokale en kleine ngo’s die in moeilijke omstandigheden toch een verschil proberen en vaak ook weten te maken. Mijn respect voor hun werk is enorm. Maar mensen die meer in dit soort projecten geloven dan in de Nederlandse bemoeienis met de private sector, worden door minister Ploumen tegenwoordig ‘ouderwets’ genoemd. Het lijkt allemaal om handel te moeten gaan.

De luxe van een journalist

Ik realiseer me ook mijn eigen ‘luxe’ positie omdat ik als journalist mensen kan ontmoeten en dingen met eigen ogen kan zien, zonder van de fondsenwerver of communicatiedeskundige en zijn framingsstrategie ertussen. Toch denk ik dat ontwikkelingsorganisaties veel meer kunnen doen dan ze nu doen. In ons vorige maand verschenen boek Meer hypes, meer Hippocrates schrijven Ellen Mangnus en ik dat we hopen dat ontwikkelingsorganisaties zichzelf gaan heruitvinden; dat ze niet werven puur voor de fondsen, maar mensen weer een oprecht verhaal gaan vertellen over armoede. Alleen daarmee kun je mensen weer voor je winnen, denken wij. En dan niet om hun portemonnee te trekken, maar om weer (en meer) betrokken te raken bij de ongelijkheid in de wereld. De oplossing zit niet in nog betere rapportages over succesvolle projecten of in reclamecampagnes, maar in eerlijke communicatie.

Eerlijke communicatie bijvoorbeeld over wat ontwikkelingssamenwerking nu eigenlijk is. Mensen denken bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds aan schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten, terwijl het bij de meeste professionele ontwikkelingsorganisaties allang gaat om capaciteitsopbouw en het versterken van de civil society in het Zuiden.

Ontwikkelingsorganisaties moeten de uitdaging aangaan om juist ook dít werk op een goede manier over het voetlicht te brengen en niet telkens – onder druk van de fondsenwervers – in de fuik te vallen om een beeld neer te zetten dat inmiddels achterhaald is. Ontwikkelingsorganisaties moeten het grote verhaal over de ongemakkelijke waarheid van armoede vertellen door in te zoomen op mensen die daar de dupe van zijn en die ertegen strijden.

Ik heb al vaker geschreven dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zich niet lijken te realiseren wat voor goudmijn aan verhalen ze in huis hebben. Via hun partnerorganisaties hebben ze toegang tot duizenden mensen die de ongemakkelijke waarheid van armoede een gezicht kunnen geven, die met vallen en opstaan proberen vooruit te komen in hun leven binnen een internationale context die hen vijandig gezind is. Met zulke krachtige persoonlijke levensverhalen hebben ontwikkelingsorganisaties een ijzersterke troef in handen in het debat over de mondiale verantwoordelijkheid van Nederland. Daarvoor heb je helemaal geen door fondsenwervers gestuurde framing nodig.

Via Vice Versa.

  1. 2

    Mensen denken bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds aan schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten, terwijl het bij de meeste professionele ontwikkelingsorganisaties allang gaat om capaciteitsopbouw en het versterken van de civil society in het Zuiden.
    Vind je het gek? ‘Schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten’ zijn gebouwen en hoewel je aan een gebouw op zich niks hebt kun je je er nog wel een voorstelling van maken. Terwijl ‘capaciteitsopbouw en het versterken van de civil society’ holle consultantskretologie is.

  2. 3

    Mooi stuk.

    Vooral dat contrast tussen de chartitas en de realiteit. Hoe de auteur zich stoort aan die liefdadigheid. Ik deel die mening in hoge mate.

    In de westerse wereld, maar vooral in de Angelsaksische landen, is de charitas tot grote bloei gekomen en elk – afvallig – lid van het Britse koningshuis en andere leden van de samenleving met titels en geld, strijden in de media om de meeste aandacht wie het beste goede doel heeft.

    Bill Gates is ook zo’n hypocriet, en dan ook nog een PC voor de ontwikkelingslanden ontwikkelen en voor een prikkie weggeven.

    Zolang de economie gaat om rijk, rijker rijkst en dan door hen, die dat zijn, naar believen aalmoezen uitdelen (want dat is de charitas uiteindelijk) is er fundamenteel iets fout.

    Onze aalmoezeneconomie ligt aan de basis van heel veel problemen van onze samenleving. En elke grote religie in de wereld ondersteunt – en verheerlijkt zou ik bijna zeggen – het geven van aalmoezen. Het maakt de gever tot goed mens. Het tegendeel is waar want de mens zal eerst geld moeten ophopen om het weg te kunnen geven. En in dat ophopen van geld zit een hoop kwaad.

    Het geld is amoreel.
    De economie is immoreel.

  3. 4

    @3:

    Bill Gates is ook zo’n hypocriet, en dan ook nog een PC voor de ontwikkelingslanden ontwikkelen en voor een prikkie weggeven.

    Als je na het schenken van 28 miljard dollar in jou nog steeds hypocriet bent, wat moet je dan in hemelsnaam doen om in jou ogen niet hypocriet te zijn?

  4. 6

    @4: Als je na het schenken van 28 miljard dollar in jou nog steeds hypocriet bent, wat moet je dan in hemelsnaam doen om in jou ogen niet hypocriet te zijn?

    Het probleem zit hem niet in het verdienen, het probleem zit hem in het schenken. De aalmoeseconomie geeft individuen het r echt en de macht om naar vrije wil geld te geven aan doelen die hen goeddunken. Dat haalt het systeem eruit en ligt als een bijl aan de rechtstaat en democratie.

    Het is onrecht bij principe.
    Het is autoritair bij principe.

    Zorg eerst maar dat het verdienen van 28 miljard (heb je een linkje trouwens) voor een individu onmogelijk wordt en dat de besteding van gelden, meer dan een of een paar miljoen, niet aan de willekeur van een individu kan worden toevertrouwd.

  5. 7

    Zorg eerst maar dat het verdienen van 28 miljard (heb je een linkje trouwens) voor een individu onmogelijk wordt

    In de landen die onze ontwikkelingshulp nodig (denken te) hebben is dat inderdaad het geval. Missie geslaagd?

    Ik geloof niet in tricle-down economics, maar ik heb liever een Bill Gates met 28 (of 56) miljard op de bank dan geen Bill Gates.

  6. 8

    @7: Ik geloof niet in tricle-down economics, maar ik heb liever een Bill Gates met 28 (of 56) miljard op de bank dan geen Bill Gates.

    En waarom dan wel?

  7. 11

    @10: Het wordt ook niet gezegd dat het diefstal is, Andy gebruikt de term roverskapitalisme. Dat geld komt nl wel ergens vandaan. Vervreemden, is dat een goed woord? Misschien zou een eerlijke distributie via een niet-roverskapitalisme helpen.

    @9: verdiend of verkregen door verkoop van een deel van eigendom maakt niet zoveel uit. In ons systeem noemen we verkopen van een bedrijf en daar winst op maken ook geld verdienen. Heel veel mensen houden zich daar mee bezig. Windhandel wordt dat ook wel eens genoemd.

    Maar blijkbaar maak jij toch een onderscheid tussen verdienen en verkrijgen. Dat is op zich interessant want het biedt een aanknopingspunt om andere systemen te zoeken.

    Anyway, hoe je het ook wendt of keert ik blijf nog steeds een probleem zien in de arbitraire toewijzing van gelden – in niet geringe hoeveelheden – door arbitraire individuen. Het is maatschappelijk fout. Hoe goed dat betreffende individu zich ook mag voelen na de donatie en hoe goed hij/zij het ook mag bedoelen.

  8. 12

    @11: Als ik 100 aandelen van mijn bedrijf heb, en ik kan 100 idioten vinden die allemaal bereid zijn om 1 aandeel te kopen voor 1 miljoen euro per stuk dan kan je mij moeilijk een roof kapitalist noemen.
    Je kan hooguit die 100 idioten voor dom verslijten.

    Maar blijkbaar maak jij toch een onderscheid tussen verdienen en verkrijgen.

    Correct, Bill Gates heeft zijn vermogen verkregen door de verkoop van aandelen Microsoft, hij heeft echter ook nog gewoon een salaris verdient als CEO van Microsoft.
    En zijn baan als CEO heeft hij zo goed gedaan dat het bedrijf (wat hij overigens zelfs heeft gestart) zo veel waard is geworden dat hij een vermogen heeft verkregen door de verkoop van voorgenoemd bedrijf.

    Bill Gates is 1 van de grootste filantropen ter wereld en geeft een groot deel van voornoemd vermogen weg en is van plan om nog veel meer van dat vermogen weg te geven.

    Bill Gates is dus alles behalve een roof-kapitalist, we zouden meer van dat soort mensen moeten hebben aan het hoofd van de grote multi-nationals.

    P.S.
    Praktisch alle medewerkers van het eerste uur zijn trouwens stinkend rijk, niet alleen Bill gates is rijk geworden.

    De populariteit van de producten zorgde ervoor dat drie medewerkers miljardairs werden en 12.000 medewerkers miljonair

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Microsoft

  9. 13

    @8: Ik zit achter een Microsoft computer. Persoonlijk merk ik minder van het nadeel van Bill Gates dan van de voordelen: het is niet alsof wanneer er geen Gates was, ik (een deel) van die 28 miljard zou ontvangen. Tenminste, daar geloof ik niet in.

    Overigens: misschien is “delen” beter dan “schenken” maar het beste lijkt mij nog altijd “verdienen”.

  10. 14

    @analist: Als je Windows gebruikt ben je dus klant (consument). MS is een veroordeelde monopolist en heeft misbruik van zijn positie gemaakt en de consument (jij dus) op een illegale manier benadeeld. Zo is vast komen te staan na onderzoek van de Amerikaanse rechter.

    http://www.justice.gov/atr/cases/f3800/msjudgex.htm
    http://www.youtube.com/watch?v=m_2m1qdqieE

    Overigens zou je Bill Gates ook als een Robin Hood kunnen zien. Hij heeft het meeste van zijn geld verdiend in het rijke westen en het lijkt erop dat hij in Afrika een netto-spender is.

  11. 15

    Solidariteit of charitas, ´that is the question´, die de opsteller (O) van ´Liefdadigheid versus gerechtigheid´ zo te lezen kwelt. Letter wij erop dat hij onuitgelegd ´liefdadigheid´ en ´gerechtigheid´ per ´versus´ vijandig met elkaar lijkt te opponeren.

    In zijn verhandeling over Keizer Julianus, bijgenaamd de Afvallige (apostata), betoogt de Belgische ´savant´ Joseph Bidez* dat ´charitas´, berustend op medelijden, een Christelijk principe is, terwijl ´solidariteit´ pagaan is, en (dus) die van Julianus.
    De auteur van ´Liefdadigheid´ enz. kiest nu voor het onChristelijke principe van solidariteit, en loopt daarmee getemd in pas met de laatste overheersende politieke stemming in onze samenleving. Die is heidens.
    Met ´charitas´ heeft het Christendom de wereld veroverd, nu proberen anti-Christelijke mensen het met ´solidariteit´, beider geallieerde poging zich in ´Ontwikkelinghulp´ samentreffend, voor plant, dier en mens funest.
    * BIDEZ, J., – KEIZER JULIANUS | Spectrum, Aula nr. 5, 1958.

    ANNEX Over solidariteit.
    Nyerere van Tanzania zo overvloedig door onze Pronk onder ontwikkelingshulp bedolven, of verpest, voerde en vuurde zijn land onder het motto UJAJAMA, vertaald: wederzijdse hulpverlening, of ook: SOLIDARITEIT.
    Dit aansporende motto brengt de 1e president van Indonesië van weleer voor de geest, Sukarno. Toen Indonesia onder zijn meeslepend bewind tot grote armoede was vervallen, meende hij de Indonesische bevolking in plaats van de ontbrekende rijst met slogans te kunnen verzadigen. Een van de voornaamste leuzen die hij er bij zijn arme onderdanen inhamerde was ‘gotong royong’, Javaans voor Ujaama. Wanneer ze zo beginnen, weet dus voortaan iedere intercontinentale ontwikkelingswerker wat er echt aan de hand is. Tegenwoordig is solidariteit als politiek-modieus woord ook in Nederland bekend. Volgens de socioloog H. Mauss kreeg het z’n ethtisch-politieke betekenis van de Saint-Simonist Pierre Leroux (1797-1871). Leroux zou ook het woord socialisme hebben aangemunt, wat nu niet meer kan verbazen, en Saint-Simon was zoiets als Christen-Socialist. We zijn thuis. (Mauss, H., SHORT HISTORY OF SOCIOLOGY, 1962; Duitse uitg. 1956, p. 11.

    Solidariteit: een geluid uitgestoten door geroutineerde actievoerders in spijkerbroek, met Jim Jones praatjes, die hun bête volgelingen verleiden en dwingen dingen te doen die ze liever lieten. Weer geld geven voor hopeloze hemelse doelen. En Nyerere bewijst dat toediening van de stimulant solidariteit om er geld mee los te wrikken uitwerkingsvol is. Je kunt er mensen mee de ogen laten sluiten voor regelrechte diefstal, voor falend leiderschap, voor vermijdbare rampen. Waar solidariteit wordt gepreekt, is de politie waarschuwen van iedere burger eerste plicht; dralen geen optie. Ieder uitstel is tijdwinst voor dictators en oplichters en mensen die armoede gaan zaaien.

    PS Reactie Kalief C2, 2e alinea subliem.

  12. 16

    @12: “Als ik 100 aandelen van mijn bedrijf heb, en ik kan 100 idioten vinden die allemaal bereid zijn om 1 aandeel te kopen voor 1 miljoen euro per stuk dan kan je mij moeilijk een roof kapitalist noemen. Je kan hooguit die 100 idioten voor dom verslijten.”

    Als die 100 idioten dat doen omdat de winstgevendheid van het aandeel zo hoog is, dan kun je ze moeilijk dom noemen. Dom is degene die niet begrijpt dat daar nu juist het probleem zit.

    a) Zo dom is Bolke nu ook weer niet, dus hij is een beetje aan he trollen en b) het probleem zou niet in die vorm bestaan als aandelen zouden worden vervangen door obligaties (zoals ik regelmatig betoog).

    @14: “Robin Hood”, tja, aardig gevonden.

  13. 17

    Solidariteit of charitas, ´that is the question´, die de opsteller (O) van ´Liefdadigheid versus gerechtigheid´ zo te lezen kwelt. Letter wij erop dat hij ´liefdadigheid´ en ´gerechtigheid´ per ´versus´ vijandig met elkaar lijkt te opponeren.

    In zijn verhandeling over Keizer Julianus, bijgenaamd de Afvallige (apostata), betoogt de Belgische ´savant´ Joseph Bidez* dat ´charitas´, berustend op medelijden, een Christelijk principe is, terwijl ´solidariteit´ pagaan is, en (dus) die van Julianus.

    De auteur van ´Liefdadigheid´ enz. kiest nu voor het onChristelijke principe van solidariteit, en loopt daarmee gedisciplineerd in pas met de laatste overheersende politieke stemming in onze samenleving. Die is heidens.

    Met ´charitas´ heeft het Christendom de wereld veroverd, nu proberen anti-Christelijke mensen het met ´solidariteit´, beider geallieerde poging zich in ´Ontwikkelinghulp´ samentreffend, voor plant, dier en mens funest.
    * BIDEZ, J., – KEIZER JULIANUS | Spectrum, Aula nr. 5, 1958.

    ANNEX Over solidariteit.
    Nyerere van Tanzania zo overvloedig door onze Pronk onder ontwikkelingshulp bedolven, of verpest, voerde en vuurde zijn land onder het motto UJAAMA, vertaald: wederzijdse hulpverlening, of ook: SOLIDARITEIT. Dit aansporende motto brengt de 1e president van Indonesië van weleer voor de geest, Sukarno.
    Toen Indonesia onder zijn meeslepend bewind tot grote armoede was vervallen, meende hij de Indonesische bevolking in plaats van de ontbrekende rijst met slogans te kunnen verzadigen. Een van de voornaamste leuzen die hij er bij zijn arme onderdanen inhamerde was ‘gotong royong’, Javaans voor Ujaama. Wanneer ze zo beginnen, weet dus voortaan iedere intercontinentale ontwikkelingswerker wat er echt aan de hand is.
    Tegenwoordig is solidariteit als politiek-modieus woord ook in Nederland bekend. Volgens de socioloog H. Mauss kreeg het z’n ethtisch-politieke betekenis van de Saint-Simonist Pierre Leroux (1797-1871). Leroux zou ook het woord socialisme hebben aangemunt, wat nu niet meer kan verbazen, en Saint-Simon was zoiets als Christen-Socialist. We zijn thuis. (Mauss, H., SHORT HISTORY OF SOCIOLOGY, 1962; Duitse uitg. 1956, p. 11.

    Solidariteit: een geluid uitgestoten door geroutineerde actievoerders in spijkerbroek, met Jim Jones praatjes, die hun bête volgelingen verleiden en dwingen dingen te doen die ze liever lieten. Weer geld geven voor hopeloze hemelse doelen. En Nyerere bewijst dat toediening van de stimulant solidariteit om er geld mee los te wrikken uitwerkingsvol is. Je kunt er mensen mee de ogen laten sluiten voor regelrechte diefstal, voor falend leiderschap, voor vermijdbare rampen. Waar solidariteit wordt gepreekt, is de politie waarschuwen van iedere burger eerste plicht; dralen geen optie. Ieder uitstel¬ is tijdwinst voor dictators en oplich¬ters en mensen die armoede gaan zaaien.

    PS Reactie Kalief C2, 2e alinea: subliem.

  14. 19

    @14: Zelfs monopolisten kunnen degelijke goederen en diensten leveren. Zie de NS of Gasunie. Als consument zit ik er niet zo mee dat Microsoft beboet is voor marktmachtmisbruik. Net zoals ik daar niet mee zit als ik een boterham eet (Unilever) of een biertje drink (Heineken).

  15. 20

    Ik zou eigenlijk beter moeten weten dan op @Hpax te reageren, maar sommige onzin is té schrijnend.

    …´charitas´, berustend op medelijden, [is] een Christelijk principe […], terwijl ´solidariteit´ pagaan is

    De volgende tekst (die allesbehalve pagaan is) lijkt me toch meer getuigen van solidariteit dan van medelijden:

    De grote groep van gelovigen was één van hart en ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel, alles stond ter beschikking van de gemeenschap.

    En wie waren deze ‘geroutineerde actievoerders in spijkerbroek, met Jim Jones praatjes, die hun bête volgelingen verleiden en dwingen dingen te doen die ze liever lieten’?

    De apostelen, natuurlijk (zie: Handelingen 4,32).

    En dan heb ik nog niet eens gehad over het feit dat ‘charitas’ in de betekenis van liefdadigheid een modern begrip is, dat ten tijde van Julianus (c. 331-363) nog helemaal niet bestond.

    Om even technisch te worden, ‘caritas’ (de oorspronkelijke spelling) is op de eerste plaats de liefde die het individu voor God behoort te voelen en pas – op de tweede plaats – voor de medemens omwille van God.

    Tenzij de mens medelijden met God zou moeten hebben (wat een redelijk onchristelijke opvatting is, dunkt me), heeft caritas dus niets met medelijden te maken, maar met de juiste (liefdevolle) verhouding tussen schepsel en schepper.

    Van het Christendom heeft Hpax duidelijk maar weinig verstand…

  16. 21

    Het lijkt me dat een aantal reageerders de geschiedenis van de zending en missieposten in de voormalige koloniën vergeet. Die begonnen met schooltjes, ziekenhuizen en weeshuizen.

    Dat was niet van overheidswege, later hebben staten het overgenomen en de naam ‘ontwikkelingshulp’ gegeven. Ook christelijke organisaties, die nog steeds bezig zijn met projecten, worden met subsidies daar ook sterk bij betrokken.

    Een voorbeeld is een ver familielid van mij die in Latijns-Amerika als echte gereformeerde zieltjes wilde winnen – hij is meer bezig geweest met auto’s repareren en medische zorg dan met zijn zondagse kerkdiensten.

    Wat ook vergeten wordt bij ontwikkelingshulp is dat het niet alleen een links item is (geld geven om niets, is dan vanuit de rechterkant van het politieke spectrum de bijbehorende gedachte) maar ook bij het bedrijfsleven belangrijk kan zijn om een stabiele regering te hebben, met minder corruptie en een goed onderwijs en gezondheidszorg, structureel, en niet een schooltje of een waterput.

  17. 23

    @21: Het lijkt me dat een aantal reageerders de geschiedenis van de zending en missieposten in de voormalige koloniën vergeet

    Jij vergeet de voorgaande stap: de gewelddadige onderwerping van de inheemse bevolking.

    Een voorbeeld is een ver familielid van mij die in Latijns-Amerika als echte gereformeerde zieltjes wilde winnen

    Ik ken ook ondernemers die niet voor maximale winst gaan. Maar: is dit typerend gedrag of gewoon een anekdote?

  18. 24

    @20:

    Toen Flavius Claudius Julianus, geboren te Constantinopel, zoon van een stiefbroer van Constantijn de Grote, in AD 361, na de dood van Constantius Augustus, aan de macht kwam, probeerde hij stelselmatig zijn rijk te repaganiseren. Zo ontwierp hij in functie van Pontifex Maximus voor zijn priesters voorschriften gebaseerd op voorstellingen van Cybele en Attis, Mitra en Griekse wijsgeren, en droeg hij hen ook op de goede werken na te volgen. Dat te doen deed hij niet in termen van medelijden (aalmoes), maar fundeerde hij op begrippen als ‘gelijkwaardigheid, broederschap en liefde voor de medemens, net zo als de Griekse wijsgeren’ – en onze humanisten – ‘en hij beroept zich op Homerus en de orakels van Apollo.’ Daarvan schrijft Bidez: ‘de ondervinding waarop hij zich beroept, is toch die uit het christelijk leven, en feitelijk stelt hij aan de heidenen de christelijke weldadigheid tot voorbeeld. (Hij had) met een opmerkelijk juist begrip ingezien wat in zijn tijd het meest doeltreffend middel was om de nieuwe godsdienst te laten doordringen.’ (Bidez, J., KEIZER JULIANUS, Spectrum, Aulaserie, p. 31).

    1. Christelijke c(h)aritas: aalmoes, christelijke weldadigheid.

    2. Heidense solidariteit: gelijkwaardigheid, broederschap en liefde.

  19. 25

    Journalisten en gerechtigheid… journalisten en moraal… journalisten en… zo kan ik nog wel even doorgaan. Een journalist is maar geïnteresseerd in één ding en dat is bekendheid en of dat nou ten koste gaat van anderen – ook als ze in bittere armoede leven – dat interesseert hem/haar helemaal niets. Ik moet de eerste integere journalist die geen hypocriete achterbakse klootzak is nog steeds ontmoeten (ooit moeten ze er geweest zijn…). Door stom toeval ben ik naast mijn baan als medisch ingenieur (en ook door mijn broer) zijdelings in het journalistenwereldje terecht gekomen en heb ik zowel bekende als minder bekende dagblad-, radio- als tv-journalisten (ook buitenlandse) leren kennen. En nee daar zat inderdaad helaas(!) niet één echt mensen-mens bij om het maar eens mooi te zeggen. Als ik heel eerlijk ben vind ik journalisten extreem arrogante narcistische mensen, vooral vanwege hun mening. Ze matigen zich van alles aan maar als ik ze dan vraag of ze wel eens geweest zijn in het/de land(en) waar ze zo ongelofelijk veel vanaf weten, en waar ze een goed onderbouwde mening over hebben dan blijkt dat ze alles van horen/zeggen en uit de media hebben. Joris Luyendijk is daar ook zo’n mooi voorbeeld van. Ik moet de eerste nederige dagblad/radio/tv-journalist die niet om status/geld/media-macht geeft nog steeds ontmoeten. Ha!

  20. 27

    @19: “Als consument zit ik er niet zo mee”

    Als ik zoveel geld betaal voor een product, dat de producent daarna met miljarden mooi weer kan gaan spelen, dan zit ik daar wel degelijk mee.

    Om een veelheid van redenenen, moet ik ze allemaal opnoemen?

  21. 28

    @23.

    nee, die vergeet ik niet, want dat is al in besloten in het begrip ‘koloniën’, welke vrijwel nooit zonder onderwerping van de inheemse bevolking hebben plaatsgevonden

    wat ik eigenlijk wil aanvullen is dat in mijn ogen de missieposten en zendelingen vanuit eigen belang of in opdracht van de kolonisatoren, om de inheemse bevolking aan zich te binden op verschillende manieren door ze kerstenen (je wordt christen dan hoor je erbij, meestal financieel, enzovoort)

    volgens mij zit het nog altijd in het ontwikkelingswerk of dat nou gouvernementeel of particulier is, de inheemse bevolking moet zich bekeren, aanpassen of in ieder geval conformeren aan westerse normen en waarden, tegenwoordig meer de economische variant, want ja, anders gaan we geen putje slaan of helpen met onderwijs, voort wat hoort wat

    dat is een ontzettend paternalistische houding die terecht at least de nodige wrevel opwekt in niet-westerse landen, goed beschreven door Ian Buruma in Occidentalisme

    liefdadigheid en gerechtigheid uit westers perspectief, tsja …

  22. 29

    @28:

    “dat is een ontzettend paternalistische houding die terecht at least de nodige wrevel opwekt in niet-westerse landen, goed beschreven door Ian Buruma in Occidentalisme”

    Dat is niet wat Buruma en Margilit bedoelen met Occidentalisme. Dat gaat over stereotypes/vooroordelen en de haat die daarop gebouwd wordt bij sommigen.

  23. 31

    @10:

    Bill Gates heeft dat geld verkregen door een (deel) van zijn eigendom te verkopen, niet door diefstal

    @12:

    Als ik 100 aandelen van mijn bedrijf heb, en ik kan 100 idioten vinden die allemaal bereid zijn om 1 aandeel te kopen voor 1 miljoen euro per stuk dan kan je mij moeilijk een roof kapitalist noemen.
    Je kan hooguit die 100 idioten voor dom verslijten

    Iemand die domme mensen zoekt en vindt om zijn product veel te duur te verkopen, noemen we een oplichter.

  24. 32

    @30: Het is de verwerping van Westerse waarden en pluraliteit die daar mee gepaard gaat, meestal door extremisten zoals nazis en al qaida

  25. 33

    @32.

    Dat zijn de extreme vormen, gelukkig uitzonderingen – over het algemeen is het een wijdverbreid ongenoegen, daarom heb ik het woord ‘wrevel’ genoemd, niet haat.

    Het bang zijn dat de cultuur wordt verwesterd, dus als antwoord een (eventueel religieus/cultureel geïnspireerd) nationalisme (nog geen nazisme). Of wat denk je zelf, als iemand jou komt helpen met je huis renoveren, en alles wordt je ongevraagd uit handen genomen. Maar zij doen het zo goed, kosteloos, op de voorwaarde dat je overal mee akkoord gaat. Dat gevoel lijkt me dodelijk. Dat is wat Buruma beschrijft, en dat kan je tevens op vele vormen van ontwikkelingshulp projecteren.