letit ed si tiD

COLUMN - Richelle Boone is uitgekozen tot beste columnist van de cursus wetenschapsfilosofie Creativiteit. Lees hier haar winnende column over experimenteren in kunst en wetenschap.

Het het beGin, dit isssss het begin heT begin is dit begininin dit dit dit begin hhhet begin IS. Opening openingSzin opening aanvanggggg! Jeeee leeSt leest je leeeeest de inleiding dE inleiding inleiiiding.

Mooie experimentele titel en inleiding, hè? Hartstikke vernieuwend en origineel! Echt creatief! Of toch niet? Nee. Hier is geen ‘echte’ creativiteit aan te pas gekomen. Geen mysterieuze ingevingen of dagenlange overwegingen. Geen geschuif en gewissel. Ik deed zomaar wat, binnen twee minuten was het getypt. Nee, ik maakte deze titel en inleiding niet omdat het me zo’n goed, vernieuwend, creatief idee leek, maar puur om experimenteel te zijn. Experimenteren om het experimenteren, deze inleiding is daar niet het enige slachtoffer van.

Begrijp me niet verkeerd, met experimenteren op zich is natuurlijk niets mis. Maar het gaat om de motivatie die erachter zit. Experimenten om een theorie te testen of om iets nieuws proberen te ontdekken zijn prachtig. Maar experimenten om alleen maar te laten zien hoe origineel en creatief je wel niet bent, zijn dat niet.

Geniaal of geklungel?

Glitters, melkpakken, pur schuim, kapotte tuinstoelen, Photoshop, dakpannen, auto’s, knoopjes, kraaltjes en dopjes. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is weleens gebruikt om kunst mee te maken. Het kunstaanbod is groot en de drang om origineel te zijn nog groter.

Vooral bij abstracte kunst is de scheidslijn tussen geniale vernieuwing en wanhopig geklungel vaag. Wanneer is iemand bezig met een ‘oprecht’ creatief experiment? En wanneer rommelt iemand maar wat aan om creatief gevonden te worden? Een voorbeeld van een ‘oprechte’ experimentator vind ik bijvoorbeeld Kurt Schwitters met zijn Ursonate (zoek maar eens op!), een ‘Lautgedicht’, oftewel een gedicht waarbij alles draait om klank. Terwijl Piero Manzoni met zijn poep-in-blik-experiment voor mij eerder in de tweede categorie valt. Hij produceerde negentig conservenblikken gevuld met zijn eigen uitwerpselen. Compleet met etiket, nummer en handtekening.

Snel succes

Experimenteren om het experimenteren, het gebeurt denk ik ook in de wetenschap. Korte, relatief makkelijke, maar misschien eigenlijk wel ‘overbodige’ experimenten, uitgevoerd omdat ze leiden tot veel publicaties en daarmee tot een succesvolle carrière. Experimenten niet om dichter te komen bij de waarheid over de werkelijkheid, maar experimenten voor persoonlijk gewin. Snelle successen boven creatief lange-termijn onderzoek. Zonde. Want waar zo’n lange-termijn onderzoek misschien wel de ontdekking van de eeuw is, heeft zo’n kort onderzoekje, uitzonderingen daargelaten, veel kans niet meer te worden dan een weetje in de Quest.

Maar wat doe je daaraan als wetenschapper? Toch maar nobel aan een lange-termijn onderzoek beginnen? Dan zal je net zien dat je experiment na drie jaar hard werken niets oplevert. Terwijl die irritante collega al tig keer met zijn neus op televisie mocht verschijnen om over een flut onderzoekje te praten. Nee, een oplossing moet zich denk ik vormen op het niveau van de hele wetenschappelijke gemeenschap. Of in ieder geval binnen een vakgebied. Het zal er waarschijnlijk op neer komen iets te doen aan de bepaalde heersende publicatiecultuur. Maar hoe, wanneer en door wie? Het is een ingewikkeld probleem.

Experimenteren om het experimenteren, ik wist al snel dat dat het onderwerp zou moeten worden van deze column. Totdat ik me realiseerde dat ik wéér een stukje over wetenschap in het algemeen zou gaan schrijven. Niet creatief! Snel ging ik op zoek naar een nieuw onderwerp, maar toen besefte ik me dat ik precies in de valkuil stapte waar ik eerst over wilde schrijven! Ik zocht naar iets nieuws, puur omdat ik iets nieuws nodig dacht te hebben, niet omdat ik het eerste idee niet goed genoeg vond. Ik experimenteerde, puur om het experimenteren.

Dus nu ik toch het eerste onderwerp gekozen heb en me daarmee zo netjes ingehouden heb met experimenteren, mag ik wel afsluiten met een beetje experimenteren-om-het-experimenteren-creativiteit: Diiiiiiiit is is is het EinDe!

  1. 1

    Vooral bij abstracte kunst is de scheidslijn tussen geniale vernieuwing en wanhopig geklungel vaag. Wanneer is iemand bezig met een ‘oprecht’ creatief experiment?

    Cultureel hoogstaand antwoord van de culturele wethouder mens(zijn cultuur is heel cultureel, niet vergeten!): Als er subsidie naartoe gaat.

    Het begrip kunst is door een incestueus clubje van mensen die zichzelf heel wat vinden gegradeerd tot datgene waar zij de geldkraan voor open zetten. De creativiteit is te vinden in het creatief boekhouden.

  2. 2

    In deze column vind ik een aantal misvattingen over creativeit en experimenteren terug waar ik graag op reageer.

    Omdat uitkomst en doel bij een echt experiment samenvallen kan een experiment nooit mislukken. Hooguit kan de uitkomst anders zijn dan verwacht. Voor creatieve geesten maakt dat uiteindelijk niets uit, Alexander Fleming gooide heel wat petrischaaltjes met “bedorven” kweekjes weg eer hij in de gaten kreeg dat de penseelschimmel staphylococcen doodde en zo op het spoor van de penicilline kwam. Vooropgezet plan? Nee! Toeval? Nee! Blijven experimenteren, waar mindere geesten er geen enkele zin meer in ontwaren! Daar toont zich de creativiteit.

    Dan Manzoni’s werk. Dit viel in de jaren zestig al totaal niet in de categorie experimenteel, maar greep terug op de beste Dada-traditie en is in die zin vergelijkbaar met de grote Duchamp. “Artists Shit” is wat mij betreft nog altijd een van de meest provocatieve en prikkelende statements ooit over de positie van kunst in de maatschappij. Denkt u alleen maar eens na over de vraagstukken die ontstonden voor de conservatoren van het Stedelijk Museum op het moment dat de blikjes na jaren begonnen te lekken.

    Tenslotte: wie bent u (of zijn wij) om te bepalen of een experiment “creatief oprecht” is? Veel totalitaire systemen hebben een heel ambtenarenapparaat dat erop is toegesneden om te bepalen of kunst ontaard is of niet, of de creatieve uiting zuiver op de graat is of niet, of de kunstenaar kunstenaar is of niet.

    Gelukkig mogen wij dat zelf uitmaken. Die Gedanken sind Frei, kunst en wetenschappen voorop. Gelukkig maar.

    Laat wetenschappers en kunstenaars experimenteren tot ze er bij neervallen en gooi er bakken gemeenschapsgeld tegenaan. Misschien een beetje moeilijk te begrijpen voor een generatie die het onderwijs is doorgerold met “opbrengstgericht werken” en CITO-toetsen, maar het experiment is de grootste bron van vooruitgang die we hebben. En niemand kan vooraf bepalen wat zinvol is en wat niet.

  3. 4

    En als het de intentie is die telt, in welke categorie valt de intentie van de schrijver van deze post dan?

    a) oprechte poging tot waarheidsvinding
    b) makkelijk scoren
    c) oppervlakkige observatie aangezien voor diep inzicht
    d) anders, namelijk….

  4. 5

    @2

    Laat wetenschappers en kunstenaars experimenteren tot ze er bij neervallen en gooi er bakken gemeenschapsgeld tegenaan.

    Iedere Nederlander hoeft dus maar met wat spullen door de kamer te smijten om bakken gemeenschapsgeld te verdienen…

    We willen immers geen totalitair apparaat dat bepaald welk experiment subsidie krijgt, en welk experiment niet.

  5. 6

    Wetenschapsfilosofie. Dat vak had ik ooit ook. Op universitair niveau, het heette in mijn geval “Filosofie en Informatica 2”. Het enige dat ik er nog van weet was dat ik op een gegeven moment bij een college verscheen waar we klaarblijkelijk in groepsverband een soort toespraak over een onbenullig onderwerp hadden moeten voorbereiden. Zowel ik als mijn groepje keken elkaar verbaasd aan, we wisten van niets. Het onderwerp kwam ons niet bepaald bekend voor. Toen de hoogleraar zei “als jullie nou eens beginnen” duwden mijn zogenaamde vrienden me naar voren. Ik was enigzins overdonderd.

    10 minuten en een daverende toespraak over een onderwerp dat ik me niet meer herinner later sprak de docent de wijze woorden: “Kijk jongens, zo moet dat. Ik daag jullie uit om aan deze toespraak te tippen.”

    Dat was ongeveer het laatste dat ik van de universiteit heb meegemaakt. Deze idiote ervaring deed mijn motivatie om nog verder te studeren net zo snel zakken als het besef dat de hele universitaire excercitie zinloos was rees. Mijn twijfels over de daadwerkelijke waarde van een bul in het leven waren als sneeuw voor de zon verdwenen.

    Alleen jammer van die maandelijkse incasso van de mannen van Duo. Maarja kleine dingen hou je toch. Edoch, wie weet. Als ik voor mijn 18e niet had gedronken was het wellicht heel anders gelopen! …. bOEhoEHoeheoe.

  6. 7

    @5 Precies, je snapt het! Als iedere Nederlander met spullen door de kamer zou smijten zou er ongetwijfeld ergens een geniale ontdekking door worden gedaan. En inderdaad hebben wij in Nederland ook onze totalitaire apparaten, zoals bijvoorbeeld het beruchte filmfonds, waar we nu eindelijk eens vanaf moeten.

    Iedereen wil innovatie, maar als je van tevoren wilt bepalen welke innovatie zinvol is ben je gedoemd te mislukken als een sovjet-kolchoze in de planeconomie.
    De pukkelige bleke game-nerds op LAN-party’s met hun zinloze gefriemel aan joysticks stonden misschien wel aan de wieg van serious gaming-toepassingen in de cardiologie. Sukkels met radiografisch bestuurbare vliegtuigjes maakten de weg vrij voor de komst van de drone.

    Dat terwijl wij grote mensen allemaal heel erg nuttige dingen aan het doen waren die de wereld ook geen zak verder hielpen.
    Wie ben jij om te bepalen wat zinvol is, nu of in de toekomst.

  7. 12

    @7
    Aangezien subsidie belastinggeld is, is verantwoording een vereiste. Dit soort geraaskal is dat in ieder geval niet. Deze houding geeft echter wel een verklaring waarom Nederland in de kunstwereld achterloopt op de VS en het VK.

  8. 13

    Ach jee, gaat het over kunst, barst het gemekker over subsidie weer los. Gaap.
    OT: wie niet experimenteert, heeft angst. Maar wie al z’n experimenten bewaart, heeft een dik ego.

  9. 14

    Leuk stuk, erg prettig leesbaar opgeschreven, die prijs lijkt me verdiend.

    Toch een kleine kanttekening over flutexperimenten in de wetenschap, tenminste vanuit het oogpunt van economie. In de economische wetenschap gaat het er bij je status als academicus niet om hoeveel publicaties je hebt, maar om het aantal toppublicaties. Er zijn een paar journals die er echt toe doen, en als je daarin weet te publiceren, dan zit je geramd. Juist omdat het om die toppublicaties gaat, betekent dit dat je beter één echt goed onderzoek kunt uitvoeren, dan honderd onderzoekjes doen die je in een minder gerespecteerd journal publiceert.

  10. 15

    @14: Beste Mark economie is 100 procent pure wetenschappelijk kwakzalverij, want economie is geen exacte wetenschap. Alle grote economen ten spijt bestaat er geen enkele ‘formule’ die werkt. En wat betreft die zogenaamde toptijdschriften, iedere wetenschapper weet toch hoe het tijdschriftenwereldje werkt. Iedereen praat en schrijft elkaar naar de mond. Lig je niet goed omdat je te kritisch bent, dan zul je ook nooit een artikel van jou hand terugzien in een journal dat er – volgens jou – toe doet. Er lopen stapels Stapels rond in de academische wereld. Het grote probleem met al die academici is dat ze erkenning zoeken, en met die erkenning status en macht afijn verzin het zelf maar. Nederige en wijze academici… ik ken ze niet.