Leraren niet altijd overtuigd van digitale leermiddelen

ACHTERGROND - Al vele jaren publiceert Kennisnet een monitor over het gebruik van ICT in het onderwijs. Deze “Vier in Balans”-monitor gaat ervan uit dat scholen succesvol ICT kunnen inzetten, als aan vier elementen aandacht wordt besteed: visie, deskundigheid, infrastructuur en inhoud en toepassingen.

In de monitor van afgelopen jaar is te zien dat het percentage digitaal leermateriaal in het PO/VO nog onder de 30 procent zit (zie grafiek na de streep). Dat is een ingewikkeld concept vind ik: want ten opzichte van wat? Gaat het over aangekocht materiaal, daadwerkelijk besteedde tijd door leerlingen, of over bestedingen aan digitale materialen?Opvallend vind ik dat in het MBO een groter percentage leermateriaal als digitaal wordt aangemerkt. Al in 2002 was ik zelf betrokken bij de ontwikkeling van cd-roms voor schilders en glaszetters. Toen viel me al op dat men ook vanuit bedrijfseconomische redenen experimenteerde met nieuwe leermiddelen. Zouden ze in het beroepsonderwijs door samenwerking met het bedrijfsleven meer digitale leermiddelen ter beschikking hebben?

De stijging in het laatste jaar kan overigens ook te maken hebben met het feit dat de vraag net even iets anders geformuleerd is om beter aan te sluiten bij andere onderzoeken (zoals in de voetnoot staat). Los van de vraag hoe dit percentage dan precies tot stand komt, is de beschrijving bij de grafiek veelzeggend.

Leraren hebben het idee dat het aanbod van digitaal leermateriaal niet altijd aansluit bij de methode. Daarnaast twijfelen ze aan de kwaliteit van de vakinhoud van het digitale leermateriaal. Ze zijn niet overtuigd van de meerwaarde van het materiaal voor hun onderwijs. Leraren zijn wel enthousiast over het materiaal dat bij de methode wordt geleverd, maar dit is vaak bedoeld als aanvulling op de bestaande methode.

Hoewel dus iedereen de mond vol heeft van iPad-scholen, is de realiteit dat er leraren niet altijd overtuigd zijn van de kwaliteit van het digitale leermateriaal. Prof. Manfred Spitzer, die “digitale dementie” voorspelt bij het toenemend gebruik van tablets, kan gerust zijn.

Wie overigens Joshua Foer heeft gelezen (Het Geheugenpaleis), weet dat de uitvinding van de boekdrukkunst ervoor gezorgd heeft dat we steeds minder uit ons hoofd zijn gaan leren. De Romeinen konden urenlange speeches uit het hoofd reciteren. De mens is na de Middeleeuwen ernstig gaan dementeren. Dat heeft allerlei nadelige gevolgen, maar de levensverwachting, noch de levensstandaard, heeft er onder geleden. Mochten tablets echt een bedreiging zijn, dan hebben we gelukkig nog verstandige leraren die niet massaal de boeken het raam uitgooien.

Dit is een licht bewerkte versie van een artikel dat eerder verscheen op Onderwijs in Grafieken.

  1. 1

    Steeds minder?!
    Hallo, wellicht dat we geen volledige speech uit het hoofd kunnen citeren maar mij dunkt dat de mentale capaciteit eerder verdeeld wordt of meerdere facetten dan slechts 1. Ik heb 100en boeken gelezen waar ik allemaal de grote lijnen van herken. Sta je dan met je enkele speech.

  2. 2

    Als de auteur van dit stukje bekend zou zijn met het Flyn-effect dan weet hij dat zijn stukje niet klopt. In ieder geval mbt tot de ‘dementie’ sinds de boekdrukkunst.
    Het Flynn-effect is in sommige landen recentelijk niet meer voorgekomen maar een eenduidige hypothese daarvoor is er nog niet. Misschien de digitalisering van de samenleving, dat is mogelijk.

  3. 3

    Tja, we kunnen dus echt niets hiermee. Er is een grafiek, maar die zegt niks, want van één as is niet duidelijk wat het is. Dan gooien we het maar op de ‘veelzeggende’ beschrijving bij de grafiek. Leraren zijn enthousiast over de materialen die bij de methode worden geleverd, maar denken niet dat het aansluit op de methode. (huh?) Ze zijn enthousiast over de materialen, maar twijfelen aan de kwaliteit en meerwaarde ervan. Waar zijn ze dan enthousiast over, als het noch kwaliteit, noch meerwaarde, noch aansluiting is? En in het kader van dit stuk: hoezo is deze beschrijving veelzeggend?

    Dan wordt er maar overgegaan op een alinealange samenvatting van een boek, waartegen ook het nodige (#1) ingebracht kan worden.

  4. 5

    Ik krijg bij de titel wel een beetje een “nou en?” gevoel.

    Blijkbaar is de gedachte dat met digitaal leermateriaal (of digitale lesprogramma’s) op de één of andere wijze winst te behalen valt (dan wel letterlijk in de zin van lagere kosten, dan wel in de zin van een hogere effectiviteit van de cursus/opleiding). Als dat al zo is, dan is mijn ervaring dat die winst op zijn best minimaal is.