Lawrence in Jordanië (1)

COLUMN - Gistermorgen heb ik in alle vroegte minutenlang gekeken naar het stille spektakel van de zon die van achter de bergen oprees over de Wadi Rum, een woestijngebied in het zuiden van Jordanië. Het was niet heel anders dan in de film Lawrence of Arabia en dat is ook niet zo vreemd, want die film is hier opgenomen.

De Britse officier T.E. Lawrence valt in het Midden-Oosten niet te vermijden. Als jonge geleerde schreef hij een boek over Kruisvaarderskastelen en later was hij betrokken bij de opgravingen van Karchemish. Foto’s die hij maakte in Beiroet documenteren hoe die stad er een eeuw geleden uitzag. Hij dankt zijn bijnaam aan zijn rol in de Arabische Opstand: de campagne uit de Eerste Wereldoorlog waarin de Arabieren hun onafhankelijkheid afdwongen. Daarover schreef hij een prachtig boek, Seven Pillars of Wisdom, waarmee hij zijn eigen legende schiep en bereikte dat hij in het Midden-Oosten onvermijdelijk steeds weer opduikt.

De oorlog was al zo’n twee jaar oud toen de Britten erin slaagden de emir van Mekka, Hussein, ervan te overtuigen in opstand te komen tegen de Ottomaanse sultan. Ondanks enige aarzelingen stemde Hussein in en zond zijn zonen Faysal en Ali ten strijde. De Ottomanen trachtten de orde te herstellen maar slaagden er niet in Jambu te heroveren, de havenstad waarlangs de Britten de Arabieren bevoorraadden.

Niet alle Arabieren steunden de opstandelingen. In het zuiden van wat nu Jordanië heet woonde Audeh abu Tayeh, een formidabele krijger die traditioneel met de Ottomanen sympathiseerde maar ook een overtuigde Arabische nationalist was. Hij overwoog van partij te wisselen en het was de verdienste van Lawrence dat hij deze alliantie beklonk. Met veertig dromedarisruiters uit het leger van Faysal trok hij door de onbegaanbaar geachte Nefud-woestijn, bereikte het zuiden van wat nu Jordanië heet en overtuigde Audeh ervan dat hij mee moest vechten.

Nu hadden de Arabische opstandelingen een leger in het zuiden van de Levant, klaar om bij een Brits offensief van Egypte naar Palestina de Ottomaanse flank aan te vallen. Wat nog ontbrak, was een haven waarmee de Britten Audeh en de zijnen konden bevoorraden, en dus werd het tijd Akaba aan te vallen, de noordelijkste haven in de Rode Zee.

De Ottomanen vermoedden dat er iets broeide, maar Audeh en Lawrence voerden verschillende raids uit naar het noorden van het huidige Jordanië, waarmee ze de indruk wekten dat Audehs soldaten vooral uit waren op plundering. Des te onverwachter kwam de aanval op Akaba.

In de speelfilm speelt Anthony Quinn de rol van Audeh: dapper en even gul als geldbelust. Een man die zich laat omkopen om de Ottomanen te verraden. Daarmee wordt de historische waarheid wel wat geweld aangedaan, want Audehs keuze voor de Arabische zaak was een principiële. Nog minder historisch accuraat is de wijze waarop de eigenlijke campagne wordt getoond.

[wordt vervolgd]

Afbeelding: zonsopgang boven Wadi Rum.

  1. 3

    Dat Lawrence in het Midden-Oosten steeds weer opduikt, is vooral op het conto van westerlingen te schrijven. Jordaniërs hebben niet zoveel met Lawrence, en al helemaal niet met de waarde die westerlingen aan de man hechten.
    Bovendien: Lawrence kreeg de Arabieren zover om aan Britse zijde te vechten in ruil voor een belofte van onafhankelijkheid. Een belofte die zoals we weten door de Britten niet werd nagekomen. In plaats daarvan speelden ze samen met de Fransen in 1917 verdeel en heers.

  2. 4

    @3: Klopt. Ik ga daar nog op in. Dit was het eerste van vier stukjes; ik verwacht de laatste aflevering dinsdag of woensdag op mijn eigen blog te kunnen plaatsen, en dan noem ik de manier waarop de speelfilm de beeldvorming heeft beïnvloed. En ook Sykes-Picot komt dan aan de orde.

    Uniek is het niet. Je zou eens moeten weten hoe vaak ik vragen te beantwoorden krijg n.a.v. misverstanden die door Asterix de wereld in zijn geholpen.