Lang leve cultureel onbegrip

ACHTERGROND - Westerse bezoekers in ontwikkelingslanden vinden bijna altijd dat ‘we’ het beter weten. Judith van de Kamp is er door haar onderzoek naar de invloed van westerlingen in een Kameroenees ziekenhuis bijna dagelijks mee bezig. Maar wat denken we beter te weten, en waarom dan? Waarom hebben sommige westerlingen een bijzonder sterke verbeterdrang en anderen niet?

Je kunt vooronderstellingen zien als een soort geschreven en ongeschreven regels die door een groep mensen worden gedeeld, over ‘zo moet het’, ‘dit klopt’, en ‘dit is normaal’. Over duizend-en-één onderwerpen. Ze geven ons houvast en richting. Nederlanders zullen de volgende herkennen. Je slaat je kinderen niet. Je draagt geen witte sokken in sandalen. Je eet netjes je groente op. In de metro maak je geen oogcontact (tenzij met goede reden). Vaders horen hun kinderen goed te kennen.

Wat niet strookt met onze vooronderstellingen klopt niet. Daar een oordeel op plakken gaat bijna automatisch. Dus de Amerikaanse toerist die onze sokkenregel niet kent loopt een beetje voor gek. En die man met 39 kinderen kan deze onmogelijk allemaal goed kennen, en dat vinden wij geen goede zaak. Om maar niet te beginnen over serieuzere onderwerpen, zoals vrouwenbesnijdenis en de inheemse medicijnman.

En tuurlijk; de één oordeelt meer dan de ander. Maar we doen het allemaal; we begrijpen dingen door ze waar te nemen en ze vervolgens te interpreteren. Daar zit altijd iets van een oordeel in. Om het te snappen, moet je het kunnen plaatsen. Zo werkt het brein nou eenmaal. En we kunnen niets anders dan dingen een plekje geven binnen ons eigen referentiekader dat is opgebouwd uit al die vooronderstellingen. Dus niemand is neutraal!

Hard geluid is asociaal

Hoe zit dat bij mezelf dan? Ik noem mezelf wereldburger, maar ik ben toch vooral een product van de Nederlandse samenleving. Want daar komen veel van mijn vooronderstellingen vandaan. Daar kom ik achter als ik op reis ben of in het buitenland woon. Ik zal een voorbeeldje geven uit Kameroen, omdat ik daar nu woon.

Als er geen stroom is in ons dorp, kan ik sinds kort terecht bij een nieuw cafeetje met een generator. Ik bestel een drankje, plug mijn computer in en kan werken, jippie. Werken is echter een groot woord, want ik ben gewend in stilte te werken. Werken naast tien luidruchtige Kameroenese tieners die telefoons komen opladen en ondertussen meezingen met de nieuwste R&B-muziek maakt mij bijna agressief. Het laat mijn Nederlandse bloed koken, en ik denk: ‘Naaaaaaa, dat doe je toch niet, dat is toch asociaal??’

Maar ik ben hier nu ook lang genoeg om te weten dat het geen asociaal gedrag is. De meest hoogbejaarde Kameroenees zou zich nog niet ergeren aan het geluidsvolume. Geluid heeft hier een totaal andere waarde. Dat weet ik, en tóch kost het me moeite om bij het weggaan te glimlachen. Want het vóelt voor mij wel als asociaal; dat is er gewoon niet uit te rammen.

Kameroenezen gruwen soms van ‘ons’

Maar Nederlanders zijn natuurlijk niet de enigen die gedrag van anderen vanuit hun eigen vooronderstellingen bekijken en beoordelen. Kameroenezen doen het net zo goed. Het is voor buitenstaanders wat minder zichtbaar, want niet alles wordt hardop uitgesproken. Maar reken maar dat Kameroenezen gruwen van ‘afwijkend’ gedrag. Dat kleine meisjes bij ‘ons’ geen gaatjes in hun oren hebben, vinden ze hier op het platteland ongelooflijk. Dat gebeurt hier immers bij pasgeboren baby’s, op de derde dag van hun leven.

Veel buurtgenoten hebben er daarom moeite mee om te accepteren dat onze peuter een meisje is. Dat kan namelijk eigenlijk niet waar zijn, ‘want ze heeft geen oorbellen, en dat heeft elk meisje toch?’ Uitleggen dat bij ons meisjes pas oorbellen mogen als ze een jaar of twaalf zijn, maakt het alleen maar erger: ‘Op tienerleeftijd?! Maar dat doet dan toch hartstikke pijn??’

Er zijn ook voorbeelden waaruit blijkt dat Kameroenezen westers gedrag anders kunnen opvatten dan hoe het is bedoeld. Het meest bekende en voor de hand liggende is denk ik ‘de korte broek’. Daar waar Kameroenese plattelanders hun mooiste kleding aandoen als ze op reis gaan en daarbij altijd hun sociale status in acht nemen, doen westerse toeristen op reis simpele, comfortabele en luchtige kleding aan. Hun sociale status speelt daarbij totaal geen rol. Het contrast kan niet groter. Ik voel altijd een beetje plaatsvervangende schaamte als ik in dit gebied een westerse toerist in korte broek zie. Dat is voor de mensen hier gewoon ontzettend raar!

Kameroenese studenten over westerse studenten

Voorbeelden die ik nog niet kende, komen uit mijn onderzoeksziekenhuis. In het ziekenhuis gelden strikte regels voor het personeel en de stagiaires, onder andere over hoe zij zich behoren te kleden. Deze regels gelden niet voor de blanke bezoekende studenten. Vorige week organiseerde ik twee focusgroepdiscussies met de Kameroenese verpleegkundestudenten, over wat zij hier van vinden. Als hun schoenen niet schoon zijn, en hun uniform niet gestreken is, worden ze direct terug naar huis gestuurd. Als de blánke studenten met vieze kleding of schoenen komen werken, is er niemand die er iets van zegt.

Dat stuit de meeste Kameroenese studenten die ik spreek tegen de borst. Ze voelen zich echter niet vrij om er wat van te zeggen, want het personeel ziet het ook door de vingers. Eén studente zegt dat ze haar kritiek wél uit, maar op de volgende manier: ‘Ik vind het niet zo fijn dat je schoenen zo vies zijn. Je bent vast heel druk, dus zal ik ze na werktijd voor je schoonmaken?’ Een ander voorbeeld dat de Kameroenese studenten noemen is dat de blanke studenten soms opgerolde of opgestroopte mouwen hebben. En reken maar dat ze daar vanuit hún perspectief iets van vinden. ‘Dat doe je in Europa toch ook niet?!’ roept een student verontwaardigd. Een andere Kameroenese student zegt met wilde gebaren: ‘Nee natuurlijk niet, dat is toch hartstikke onbeleefd?!’

Als ik later de directeur van de verpleegkundeschool spreek, legt hij uit dat ze de studenten aanleren dat de regels die zij hanteren Brits zijn. Ze komen immers uit – weliswaar oude – Britse boeken, en hebben betrekking op kleding, haardracht, het dragen van sieraden en make-up. Zelfs ongewenst gedrag buiten werktijd wordt beschreven, zoals roken en drinken. Kameroenese studenten kunnen van school worden gestuurd als ze in een café worden gezien, omdat ze wordt aangeleerd dat je als vertegenwoordiger van het verpleegkundevak te allen tijden het goede voorbeeld moet geven. Drinken in een café is gedurende je opleiding en carrière taboe. De directeur zegt: ‘Dus als er dan Britse studenten komen die zich niet aan deze regels houden, en er zelfs niet van op de hoogte lijken te zijn, is dat voor de Kameroenese studenten heel raar.’

Nog één ziekenhuisvoorbeeldje vanuit het perspectief van westerse studenten. Als een zwangere vrouw bevalt van een doodgeboren kindje, is dat voor iedereen vreselijk: voor de moeder, voor de vader en de rest van de familie en ook voor het personeel. Het kindje wordt hier vaak in een hoekje gelegd tot de familie het ophaalt. Dit gebeurt vaak in een plastic zak of kartonnen doos. En ook al is het niet zo bedoeld en wéten de westerse studenten dat ergens wel, ze zien het toch als een teken van disrespect. ‘Een plastic zak?! Kan het nog erger?’ En ja, ze snappen dat het vaak niet anders kan, maar de afschuw is toch aanwezig. Dat leerden we als antropologiestudenten op de universiteit, dat walging heel primair is.

Oplossing: wacht met begrijpen

Zo zie je maar; iedereen op de wereld ziet en oordeelt vanuit zijn of haar eigen vooronderstellingen. Ik denk dat een heleboel misverstanden op deze manier ontstaan, zeker als mensen in een ander land op bezoek komen. Ik hoop met mijn onderzoek een bijdrage te leveren aan een betere communicatie en samenwerking tussen westerse bezoekers en lokale inwoners, in dit geval in de gezondheidszorg.

Maar breder dan dat, wat kunnen we doen om culturele misverstanden te voorkomen? Medisch antropoloog en goede vriendin Klaartje Klaver kwam met het geniale antwoord. Wachten met begrijpen. Onze interpretatie uitstellen. Dus niet meteen naar het stemmetje in ons eigen hoofd luisteren. Dat is o zo moeilijk, maar zo belangrijk. Het is erkennen dat je iets (nog) niet snapt. In het onbegrip blijven hangen. Dan ga je vanzelf (open) vragen stellen. Als je denkt dat je iets begrijpt, moeten er eigenlijk alarmbellen gaan rinkelen. Want niets is wat het lijkt. Ik denk dat dat ons leven enorm verrijkt. Lang leve onbegrip!

Via ViceVersa

  1. 1

    Ik pik er gewoon een totaal irrelevant punt uit.

    Met geluidsoverlast weten we hier ook wel raad. In het winkelcentrum staat een dj keiharde muziek te draaien. Handig want als je langs de boxen loopt, heb je meteen een nieuw kapsel. Op twee meter zit een bejaarde rustig op iets onduidelijks te kauwen in zijn rollerkarretje. Hij geniet ervan. Weer een geslaagde actie van de winkeliersvereniging.

    Tuig in auto’s meent dat ze met muziek de hele straat moeten opvrolijken. En dan de overlast voor en na een wedstrijd van Oranje. Welke nare zak verkoopt die luchthoorns?

    Ook dat zijn culturele verschillen. Maar het klopt wel wat de auteur zegt. Stel je oordeel uit.

  2. 2

    Logisch toch; wij zijn welvarend en zij niet, dus dan doen wij iets goed en zij niet. Zo hebben we het van jongs af aan geleerd en het is nooit punt van discussie geweest.

  3. 6

    Ja maar dit klinkt allemaal wel heel erg linksig cultuur-relativistisch enzo hoor. We weten toch gewoon dat onze joods-christelijke West-Europese cultuur de beste is en dat alles wat daar niet op lijkt op z’n minst minderwaardig is en dus raar. Gewoon, omdat dat zo dus is, dus gewoon.