Kunst op Zondag | Ten voeten uit

Volop drukte gisteren in het Rijksmuseum, want men kon gratis en voor niets 160 miljoen euro van dichtbij bekijken.

Wat is er zo bijzonder aan Marten Soolmans en Oopjen Coppit (zo heten die euro’s eigenlijk)?
cc commons.wikimedia.org Pendant portraits of Maerten Soolmans and Oopjen Coppit

Volgens het Rijskmuseum: “Het waren Rembrandts eerste levensgroot, staand en ten voeten uit geschilderde pendantportretten en ook de enige die hij ooit zou maken.”
Bijzonder is ook, volgens het museum dat tot dan toe (1634) levensgrote (2 meter 10 bij 1 meter 35) staande portretten alleen aan vorsten en adel waren voorbehouden.

Pendantportretten zijn twee individuele portretten die bij elkaar horen. Geen uniek genre. Menig echtpaar is “pendant in de olie” afgebeeld. Het Rijksmuseum heeft bijvoorbeeld pendantportretten, gedateerd rond 1620 van Laurens Reael, gouverneur-generaal van Nederlands Oost-Indië, en zijn vrouw Suzanna Moor. De schilder is onbekend. De schilderijen zijn iets hoger (223 cm) en iets smaller (127 cm)dan die van Rembrandt.
cc commons.wikimedia.org Laurens Reael 1583-1637

Ongetwijfeld zullen deze Rembrandts zijn eerste levengrote portretten zijn. Hij schilderde wel eerder personen ten voeten uit, maar op kleiner formaat. Dit zelfportet met poedel is ‘slechts’ 66,5 bij 52 centimeter.
cc commons.wikimedia.org Selfportrait in oriental attire with poodle, Rembrandt van Rijn

De Italiaanse schilder Moretto da Brescia zou echter de eerste zijn die een levensgroot portret heeft gemaakt. Ritratto virile a figura intera (Portret van een man in volle lengte) stamt uit 1526 en is 201 bij 92,2 centimeter groot.
cc commons.wikimedia.org Moretto da Brescia Ritratto virile a figura intera 1526

En als het geen adel was, dan werden bijbelse of mythische figuren van kop tot teen op het doek gekwast.

Mariotto Albertinelli –  Visitation, 1503. 232 x 146 cm.
cc commons.wikimedia.org Mariotto Albertinelli Visitation 1503

Titiaan – St. Johannes, 1542. 201 × 134 cm.
cc commons.wikimedia.org Titian StJohn

Rubens – Hercules en Omphale, 1602-1605. 278 × 215 cm.
cc commons.wikimedia.org Rubens Peter Paul Hercules and Omphale 1602-1605

Maar ja, dat zijn allemaal geen pendantportretten van een onbeduidend stelletje.

Wel fijn dat er één dag gratis naar kon worden gekeken. Jammer dat de verkoper, lid van de Rothschild familie, de schilderijen niet gratis heeft geschonken. De familie heeft wel vaker, anoniem, kunstwerken uit haar collectie aan musea gegeven.

Misschien ook last van de crisis gehad. Want dat is de mens, bankier of niet, ten voeten uit: zit het wat tegen dan gaan we op de kleintjes letten.

  1. 1

    Ja, @0, als we het over geld en kunst gaan hebben is er heel wat op te schrijven. Je wat zurige benadering van 160 miljoen bekijken deel ik ook wel een beetje, maar dan ook weer een beetje niet. IK vind dat het geld niet uitgegeven had hoeven worden. Als de Fransen het zo graag wilden hebben dan hadden we het ook in het Louvre kunnen gaan zien en dan hadden we de Mona Lisa er ook nog bij gehad (als de rij niet te lang was geweest).

    Maar verder maak ik me er meestal niet druk om. Niet bij de oude meesters – waar ik de bedragen soms nog wel logisch vind vanwege zeldzaamheid en de wens ze niet te grabbel te gooien – en niet bij hedendaagse meesters.

    Bij die laatsten vraag ik me toch altijd wel af of de prijs nou wel juist is.

    En ach, wat is nou 160 miljoen?
    Hoeveelste deel van de inventarisatie van het Rijks is dat?
    Hoeveel arme sloebers hadden en mee gered kunnen worden?
    Hoeveel kinderen hadden een goede opleiding kunnen krijgen?
    Achach… hoeveel co2 hadden we weg kunnen werken?

    Ik ga niet vragen of het de moeite waard was.
    Wel: hoeveel mensen hebben die ene dag kunnen kijken?
    En hoeveel heeft dat dan gekost?

    160 miljoen… en was het mooi?

  2. 3

    De voors en tegens zijn al eerder uitgebreid besproken, maar de diepere reden dat deze doeken zo pardoes moesten worden aangekocht is natuurlijk dat het huidige kabinet zich er graag aan spiegelt. Een origineel manuscript van Aletrino zal minder hun interesse hebben.

    De doeken zouden eerst een rondje langs de belastingbetalers maken, maar daarvoor zouden ze te teer zijn. Elk half jaar een enkeltje Parijs of terug is blijkbaar geen probleem.
    Ik blijf ervoor pleiten dat kunst die door de staat is aangekocht voor de Nederlander ook gratis toegankelijk moet zijn en dat die niet eerst een lieve 17,50 op mag hoesten om dat Rijks met of zonder spatie binnen te mogen. Het paspoort zou als museumjaarkaart moeten volstaan.