Kunst op Zondag | Poëzie

Aanstaande donderdag begint de jaarlijkse Poëzieweek (30 januari – 5 februari). De week begint met de Gedichtendag dat als thema ‘verwondering’ heeft.

Dat sluit aardig aan bij mijn verhouding tot poëzie. Slechts een paar dichtbundels in de kast van oude bekenden als Lucebert, Remco Campert, Paul van Ostaijen en vertalingen van Pablo Neruda en Carlos Drummond de Andrade. Verder heb ik me er nooit erg in verdiept en toch een paar keer in verwondering stil gestaan bij een paar toevallige ontmoetingen met poëzie.

Ontmoetingen met poëzie die meer was dan een ritmisch versje op rijm. Zulke rijmelarij is wat mij betreft even goed als een uitstekende songtekst. Mij is ook niet veel bijgebleven van de poëzie die op de middelbare school werd behandeld met de steevast herhalende opdracht: ‘wat bedoelt de dichter met….’.

Veel meer raakte me Johnny van Doorn, die als een pias werd weggezet in een televisieprogramma van Willem Duys. Mijn ouders lagen rollend van de lacht op de bank. Ik was onder de indruk van de man, zijn gedicht en zijn performance van ‘Een magistraal, stralende zon’.


Van 22 tot en met 25 mei vindt in Arnhem ‘De geest moet waaien’ plaats. Een festival van het gesproken woord, genoemd naar één van Van Doorns prozastukken.

Sinds Johnny van Doorn heb ik meer met dichters die, naar mijn smaak, geweldig kunnen voordragen. Zoals Jules Deelder of de in 2009 overleden Simon Vinkenoog.


Een goed voorgedragen gedicht is toch bijna muziek. Een stukje nostalgie: in een fragment (8 minuten) uit de korte film ‘Jazz & Poetry’ van Louis van Gasteren kondigt een zeer jonge Vinkenoog de Amerikaanse dichter Ted Joans aan, die een ode aan de jazz brengt.

Het is overigens bijzonder een gedicht voor te zien dragen zonder al die herrie. Kijk naar Simon Vinkenoogs ‘Willens en wetens’ in de vertaling door doventolk Wim Emmerik. De tekst vind je onderaan deze pagina.

Van de middelbare school heb ik wel, toen Paul van Ostaijen aan bod kwam,  een bewondering voor visuele poëzie overgehouden. Niet alleen op papier, ook in beeldende kunst. Bijvoorbeeld de serie Poging tot Poëzie van SAGE, het kunstenaarduo Saskia van Herwijnen en Gerrit van Schuppen.

SAGE – Poging tot Poëzie 13042.
© SAGE Poging tot Poëzie 13042

Kijk ook naar Poging to Poëzie 08014.

Werk van SAGE is dit jaar meerdere keren te zien (info ook op Facebook).

Het is ‘Poëzie in een ander medium’. Onder die titel maakte Annemarie Strijbosch een film over de Kijkkastjes van Cees Buddingh’.


Wat me brengt op de momenten van verwondering bij VPRO’s Dode Dichters Almanak. Elke maandagavond laat. Cees Buddingh’ was in 2010 te zien met ‘ie het weet mag het zeggen’ en ‘Mens en melodie’. Let op het eind van deze opname. Wie de uitzendingen mist kan wachten op de jaarlijkse marathon, waarin de hele jaargang wordt vertoond. De marathon van 2013 kun je hier bekijken.

Er wordt ontzettend veel gedicht in Nederland, natuurlijk in de hoop er wat mee te openen. Misschien de goed gevulde prijzenpot van de Turing Gedichtenwedstrijd, waarmee de Poëzieweek afsluit? Uit 9.835 gedichten van 3.029 dichters uit Nederland en België heeft een jury drie winnaars weten te peuren die er met de geldbedragen vandoor mogen.

Als we de winnende gedichten van de vorige edities lezen, valt te voorspellen dat alleen gedichten waar enige lichamelijkheid in is verwerkt de grote kanshebbers zijn. Op één uitzondering na treffen we in alle geldwinnende poëzie menselijke fysiek aan. De winnaar van vorig jaar laat de krijtcontour van een slachtoffer op een plaats van delict zichzelf tot vlees en bloed herrijzen.

Fragment uit Doe-het-zelf, van Onno Kosters.

Na zichzelf, met een witte lijn,
te hebben omkrijt, herrijst hij
van de plaats delict, hijst zich
stap voor stap in nieuwe voeten,
past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
omgordt zich met een schaambeen
en een buik van genereuze omvang.

Veel dichters ook op de Poetry Slams die door heel het land plaatsvinden en culmineren in de finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (1 februari, RASA, Utrecht). Een fraai project is iPoetry, een online archief van voorgedragen gedichten. Snuffel de lijst met opnames eens door.

Voor we afsluiten: Gooi in de reacties eens welke dichter, welk gedicht of welke dichtregel heeft jou verwondert.

Tot slot: het is “all about love, jazz and poetry” (Alexis Caputo).

 

  1. 2

    Echte gedichten lees ik eigenlijk nooit. Deirdre van Roland Holst (Roland Holst iha) deed mij de haren te berge rijzen, de Mei van Gorter was verplichte kost. Verder ongeveer van elke auteur wel eens een boekje gezien, gelezen en vergeten. Het is mij – ik was veellezer – nooit duidelijk geworden wat die literaire poëzie van de Nederlanders te bieden heeft. Meer inderdaad van de Deelders en Vinkenogen, al doen die na enkele gedichten mij ook niet veel meer, ze blijven toch spannend, onverwacht en soms ontroerend. Dichterbij de werkelijkheid.

    Poezie op zich schiet voor mij vaak zijn doel voorbij. Wat is het doel dan hoor ik u vragen? Dat is het punt nu vaak : mij onduidelijk.

    Anders is dat bij revolutionaire of contextpoezie : poëzie die gemaakt wordt om echt iets te zeggen. Iets dat sociale, doelgerichte context heeft. Gedichten uit de Spaanse burgeroorlog of zo. Mijn Spaans is gebrekkig maar vaak kan ik wel begrijpen waar het om gaat. Daar waar het echt om leven en dood ging transformeert dichtkunst van zweverig gewauwel naar gegronde aangrijpende taal. Ballade der gehangenen van François Villon. En natuurlijk de Achttien doden van Jan Campert.

    Tot slot moet nog vermeld worden de film Dead Poets Society. Een lieve film over een leraar die literatuur, dichtkunst, wil uitdragen. Uiteindelijk ook met dodelijke afloop omdat een van zijn leerlingen zelfmoord pleegt en hij moet vertrekken bij de school (Engels internaat). Dichtkunst is mooi maar dodelijk want bezijden de realiteit. Zoiets.

    En tot slot dichtkunst als (internet)meme, onlangs door Obama bij het overlijden van Mandela weer in het voetlicht gezet : Invictus. Blijkbaar kunnen enkele woorden een idee overbrengen dat blijft hangen en verder gaat. Een meme dus.

    Dichtkunst dreigt uitgeroeid en onderdrukt te worden alleen al vanwege die eigenschap. En misschien ligt daar ook de waarde van de poëzie. Niet in de romantiek maar in het af en toe uit het oppervlak barstende door ieder begrepen idee.

  2. 4

    Riekus Waskowsky (1932-1977)
    Uit: De boedha met het piepertje (1972)

    –- de dichter is een koe
    die woorden graast
    i.p.v. biefstuk

    omdat dees biefstuk
    de ware niet is

    een droom

    de koe maakt het geluid
    van bloemkool
    en vangt een haasje

    woorden – ja, ja
    maar de biefstuk is mooi
    pleite…

    #

    –- beste vrienden, a,b,c,d,e,f,g,
    h, …tem. z.
    hier is alles nog steeds oke,
    de kachel is als altijd in bed.

    overdag de zon, zoals bekend,
    s nachts dan de maan
    en zie,
    de lotusbloemen zijn weer ontloken.

    in een naburig dorp
    weent de plaatselijke psychiater
    om sla in de knop
    gebroken.

  3. 5

    Herostratos

    Er tikken pissebedden in mijn hoofd.
    Ze naaien mijn gedachten op.
    Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,
    zo hevig en dramatisch dat mijn naam
    in alle kranten komt te staan.

    Napoleon, las ik, was kleurenblind
    en bloed was voor hem groen als gras.
    En Nero, die bijziend was, hield het spel
    in zijn arena bij door een smaragd.

    Nu even stilstaan. Moet je horen: ik
    ga straks de straat op, ik besta het, schiet
    me leeg en verf de feeststad groen.

    En nog voor het eind van het festijn
    zal ik de grootste zoekterm zijn.

    Menno Wigman

  4. 6

    Mooie jeugd

    De mond van een meisje dat lang in het riet gelegen had,
    zag er zo afgeknabbeld uit.
    Toen men haar borstkas openbrak, zat haar slokdarm zo vol gaten.
    Tenslotte vond men in een loge onder het middenrif
    een nest met jonge ratten.
    Een tenger zusje had de dood gevonden.
    De rest leefde van lever en nieren,
    dronk het koude bloed en had
    hier een mooie jeugd achter de rug.
    En mooi en snel kwam ook hun dood:
    men wierp ze allemaal het water in.
    Hoe de kleine snuiten piepten!

    -Gottfried Benn-

  5. 7

    De doventolk is wel bezig met een sterke opmars sinds de herdenkingsdienst van Nelson Mandela. Die Wim Emmerik is ook erg sterk.
    Eigenlijk zocht ik een uitvoering van het ‘druppelende druppelgedicht’ van ACG Vianen, want dat is nogal uh, spetterend, mocht je op de eerste rij zitten bij zijn optreden Maar deze is ook al leuk. http://www.youtube.com/watch?v=QXBKK4nJnPY
    En nog een nostalgische klassieker van John Cooper Clark http://www.youtube.com/watch?v=3KgB-sI2H-c

  6. 9

    Nou vooruit, dan ook maar een ‘gevoelig’ vers.

    Kastanjes

    Als we de steen mogen geloven
    Dan rust jij, Wim, vier lentes net,
    Hier haast een halve eeuw al met
    Je broertje Joris, dat van boven

    Boem! op je buikje werd geschoven
    Als veel te groot verjaarspakket –
    Geen toetertje deed rettettet,
    Geen wimpeltje werd rondgewoven.

    Er is sindsdien maar weinig leven
    Behalve soms die doffe ploffen
    Zo’n zes voet boven jullie bol.

    Als jullie samen nu eens even
    Naar buiten kwamen, zou je boffen:
    Kanstanjes, kerels! ’t Ligt hier vol!

    -Hendrik van Teylingen-

  7. 10

    Ik ben
    een boom.
    Van groei
    afaan
    ben ik
    van blad
    tot blad bekeken.
    Toen heeft iemand
    een luis
    ontdekt
    op een
    van mijn bladeren.
    Nu word
    ik omgehakt.

    Jan Arends

  8. 11

    Kan iemand die minnetjes verklaren?
    Ik raak zo verward,
    Ik spin maar garen
    En krab mijn gat.

    Snapt u het nog oh wakkre
    Bent u nog bij?
    Ik krab mijn gat,
    En ben verward.

    (opgedragen aan de minkukel)

  9. 12

    Leuke aflevering van KOZ, behalve dan die voorstelling/voordracht/dans van Alexis Caputo. Daar krijg ik de kriebels van, van zulke aanstelleritis. Zoiets bezorgt de poezie een slechte naam. Mevrouw declameert met veel pathos en met veel gehijg (dan klinkt het gepassioneerder) ‘dat het allemaal over poezie/liefde/jazzzz gaat’. Dan maakt het kennelijk niet uit dat er geen verband tussen zit, het is immers jazz&poetry weetjewel. Ondertussen maken de dansers wat suggestieve moves die goedbeschouwd niks voorstellen. Veel pretentie, weinig wol. Het wordt tijd voor een gedicht.

  10. 13

    @12: Tja, ook vormen van overdrijving zijn aan smaak onderhevig. Het voorbeeld staat erbij om een meer theatralere uitvoering te laten zien. Gedichten laten zich bijkans met alles combineren.

    Suggestieve moves die niks voorstellen: is dat niet iets wat sommigen in alle kunstuitingen waarnemen?

  11. 14

    Er staat me nog een aflevering bij van ‘…. hier is, Adriaan van Dis…’ waarin Van Dis Hugo Claus te gast heeft die net een nieuwe dichtbundel uit heeft. Van Dis stelt op een gegeven plagerig moment voor dat Claus wat gedichten voor leest onder begeleiding van een panfluit. Claus reageert daarop door de bundel van zich af te werpen, tot hilariteit van het publiek: Claus heeft zijn trots. Ik wil maar zeggen: gedichten worden wel erg vaak door de mangel gehaald: op papier, worden ze ineens gecentreerd weergegeven, of cursief, (niet zoals de schrijver het bedoeld had). Of ze worden voorgedragen met inderdaad een panfluitiste of violiste erbij. En in de video van Caputo krijg je die *kuch* dansers erbij.

  12. 15

    Over de doventolk gesproken, die volgens een eerdere comment met een sterke opmars bezig is, ben nu bezig in de nieuwste bundel van Alfred Schaffer, ‘Mens dier ding’, waarin de lezer het leven volgt van Sjaka, een Afrikaanse grootheid. Enfin, Sjaka wordt geinterviewd, (blz. 50) een citaatje:
    ‘Een lezersvraag, dit houdt meer mensen bezig. Wat heeft de wereld feitelijk aan jou te danken – oh, Sjaka je mag hier niet roken hoor.’
    ‘Wat staat die man naast mijn stoel te doen?’
    Dat is de doventolk.
    ‘Een doventolk, maar dit is toch voor de krant.’
    Voorzorg.
    ‘U neemt mij in de maling?’
    Hij is een zeer bekwame doventolk.
    ‘O ja? Eens kijken of hij dit gebaren kan!’

  13. 16

    Mooie bijdragen, dank u! Een Sarglijst in het klein. Jammer dat maar weinig lezers melden welke dichter, welk gedicht of welke dichtregel hen heeft verwonderd.

    Hulde aan Rigo Reus met de oudste en meer recente gedichten. Hoewel, het meest actuele gedicht is door reacteur qwerty gemaakt ;-)

    Voor wie het weten wil:

    @6 Mooie jeugd van Gottfried Benn komt uit zijn debuutbundel ‘Morgue und andere Gedichte’ (1912). De dichter heeft ongetwijfeld in zijn ‘snijtafelpoëzie’ zijn ervaringen als arts-assistent pathologie in Berlijn verwerkt. Hij voerde in die functie in minder dan een jaar maar liefst 297 secties op doden uit, waaronder veel slachtoffers van misdrijven.

    @1 Wat ons indirect bij C.B. Vaandrager brengt. Schijnt er wel eens op los geslagen te hebben en een collega-dichter met de dood bedreigd. Hij versloeg, met behulp van schadelijk spul, uiteindelijk zichzelf. Hij stierf als een zwerver. Zijn ’Carpe Diem’ komt vermoedelijk uit één van zijn eerste dichtbundels, ‘Met andere woorden (1962) of ‘Gedichten’ (1967).

    @4 maakt gelukkig ook de bundel en het jaar bekend waar de twee gedichten van Riekus Waskowsky uit stammen: ‘De boeddha met het piepertje’ (Opus 2, 1972)

    @10 ‘Ik ben een boom’ van Jan Arends komt uit ‘Lunchpauzegedichten’ (1974). Op de dag dat zijn bundel Lunchpauzegedichten verscheen, pleegde hij zelfmoord door uit het raam te springen van zijn kamer aan het Roelof Hartplein in Amsterdam.

    @7 Het Evidently Chickentown van ‘punkpoet’ John Cooper Clark was voor het eerst in 1980 te beluisteren op de plaat en casette ‘Sanp, Crackle & Bop’.

    @9 ‘Kastanjes’ van Hendrik van Teylingen verscheen voor het eerst in de bundel ‘Optima 55’ (1997). Van Teylingen dook in 1975 de Hare Krishnabeweging in en stichtte later in India een eigen geloofsgemeenschap.

    @7 ACG Vianen draagt zo te horen iets voor dat wellicht de titel ‘Hoedan’ heeft, in een voordracht uit 2011. Onder die titel is het dan misschien ook de 10e track op de cd Bluntaxe3 Jacques Palinckx & ACG Vianen – Hoembwa! (2012). Raadseltje: als het ‘Hoedan’ heet, heeft het dan iets te maken met Leo van der Zalm, dichter en bekend als Lord Hoedan?

    @5 ‘Herostratos’ van Menno Wigman publiceerde hij in 2013 vlak voor de kroning van W.A. Het gedicht is ook opgenomen in het foto/gedichtenboek De vrede moe, van Diana Scheer en Menno Wigman. Daarin o.a. ‘Dit is mijn dag’, een cyclus van vijf gedichten bij oude politiefoto’s die hij aantrof in het boek Moord in Rotterdam.

    Alsof we zo weer een beetje bij Gottfried Ben terugkomen. Ware het niet dat het meest actuele gedicht van @11 komt. Het ‘Kan iemand die minnetjes verklaren’ is van een compactheid, een gedicht waardig.

  14. 17

    @17.7 Maar dat is een interessante associatie/link, of dat hoedan, misschien verband houdt met Lord Hoedan. Ik denk het eigenlijk niet, vanwege het leeftijdsverschil en de verschillende kringen waarin de dichters verkeerden. Het kan een toevalligheidje zijn. Maar ik denk dat uw mede-redacteur Oud Zeikwijf vast wel iets over deze paradijsvogel zeggen kan. Wie weet kende ze hem wel, chroniqueur van Ruigoordse, Amsterdamse kringen van voorbije tijden. Ik ben benieuwd.

  15. 18

    @17: Tja, hoe krijg je antwoord op zo’n vraag: gewoon de dichter zelf even mailen. ACG Vianen laat weten:

    “Het gedicht wat in deze voordracht wordt vertolkt is inderdaad “Hoedan”
    Naar mijn eigen weten is er geen directe link naar het Ballon Gezelschap. Graag laat ik deze mening over aan de deskundige, critici en recensenten. Een mogelijkheid kan immers zijn dat hier sprake is van onbewuste beïnvloeding.”