Kunst op Zondag | In C

Bent u uiterst goed gestemd vandaag? Mooi, dan staat u in C majeur. Dat wil zeggen: als u in de romantische opvatting gelooft dat aan toonsoorten karaktereigenschappen of gemoedstoestanden kunnen symboliseren.

C majeur, of C groot, staat meestal voor kracht, vreugde, overwinning. C majeur is de lolbroek onder de toonsoorten. Waarschijnlijk ook de meest gespeelde toonsoort, al was dat alleen maar omdat iedereen die muzieklessen neemt als eerste die toonsoort voor zijn kiezen krijgt.

Een misvatting die de wereld niet uit te krijgen is. Iemand die pianoles krijgt zou eerst eens vrij en onbevangen alleen de zwarte toetsen moeten beroeren. Klinkt altijd goed, wat je ook doet. Maar vijf tonen in plaats van de acht die in C majeur zitten. Muziektheoretisch gedacht zit je dan wel in ingewikkelde toonsoorten te vingeren.

Gitaristen zouden in E mineur moeten beginnen. De eerste en laagste snaar is een E en een E mineur akkoord pak je makkelijker dan een C akkoord. Beginnende violisten beginnen het best in A majeur. En sommige blazers worden geleerd misleidend bezig te zijn. Op papier mag er dan een C majeur toonladers staan, in werkelijkheid hoor je een Bes- of een Es toonladder.

Dat is allemaal technische praat. Waarom sfeer, karakter of folkloristisch-psychologische symboliek aan een toonsoort hangen?

Een denkwijze die nog steeds populair is. De Canadese radiozender CBC besteedde er in 2012 en 2013 een hele serie aan en vroeg de luisteraars: welke toonsoort ben jij? De laatste uitzending in de serie ging over C majeur (klik linksboven op de speelknop).

Wat sfeer betreft kun je je er nog iets bij voorstellen als het om het verschil tussen majeur of mineur gaat. Mineur staat meestal voor droevige toestanden. Dat is geen ijzeren wet, want menig klezmermuziekje stemt vrolijk, terwijl dat toch in een mineur toonsoort staat.

Luister eens naar wat bekende wijsjes waarbij de pianist majeur door mineur vervangt en omgekeerd.

De indruk die muziek maakt hangt van meer af dan alleen de toonsoort. Tempo, ritme, hoog of laag, alle parameters dragen bij aan de expressie van een stuk. Daar komt dan de ontvanger (het publiek, de luisteraar) nog bij. Mijn oom Jaap zaliger werd altijd droevig van blaasmuziek, ongeacht wat er werd gespeeld.

Laten we een paar stukken muziek langsgaan die in C staan en zegt u eens: wat doet het u? Herkent u zichzelf er in?

Eerst een licht deuntje: Lilly Wood and the Prick – Prayer in C.

Dan het “grote”werk. Johann Sebastian Bach  Cello Suite No. 3, BWV 1009.

Ludwig van Beethoven  Piano Sonata No. 21, Op. 53 (“Waldstein”)

Schubert, Fantasie C Major D.934.

En tot slot een echt sterke C majeur: In C van Terry Riley.

  1. 2

    Als ik trouwens de verklaring van mijn muziekleraar mag geloven (want natuurlijk heb ik ook de vraag gesteld wat het uberhaupt uitmaakt of iets in C of D staat – relatief toch hetzelfde?) was dat klavieren en dergelijke destijds niet exact wiskundig correct gestemd waren, maar goed ‘op het gehoor’. Dat houdt in dat bv de f iets dichter naar de e getrokken werd dan de exacte halve toonsafstand. En het gevolg daarvan is dus dat bv f-g-a dus werkelijk net iets anders klinkt dan c-d-e, ook al is het allebei do-re-mi.

    Wat betreft gitaar: ik heb destijds heel wat stukken getransponeerd van F naar iets dat ik wel kon spelen. En ook vaak een kwart hoger of lager zodat ik het ook kon zingen.
    En deze KOZ was een inspiratie om weer eens wat op de piano te spelen :)

  2. 3

    @2 gaat om het verschil tussen rein en gelijkzwevend gestemd.

    de gitarist en pianist van hierboven zijn gelijkzwevend gestemd en dan maakt het allemaal niet uit. Strijkers en zangers kunnen inderdaad die emotie meegeven. Blokfluitisten kunnen lekkenvoor hetzelfde effect.

    Wiskundig correct is dus eigenlijk fout. Je past de muziek/stemming aan aan het wiskundig model.

    Een koor dat begekeid wordt door een piano moet dus eigenlijk ‘vals’ zingen

  3. 4

    Lilly Wood & the Prick: gauw uitzetten, irritante stem
    Bach: briljant, goed voor zondagochtend
    Beethoven, Waldstein: briljant goed voor zondagochtend
    Schubert, fantasie : rustgevend bij de psychiater wachtkamermuziek. Heel mooi trouwens.
    Riley : Irritant op zondag bij het ontbijt bij aanvang, na 5 min. wordt het behang en gaat het naar achteren. Ik denk dat ik het wel uithoud. Rustgevend dus.

    Algemeen: wat je zegt. Er zijn meer parameters dan de toonsoort. Maar leuke luisteroefening toch. Die Riley kende ik niet, Lilly ook niet.

    Toch knap om toonsoorten te bespreken en het Wohltemperierte Klavier en meer van dat soort preludes en zo achterwege te laten. Plusje :)

    Mooie site toch van die canadezen.

    Maar stemmingen? Nee!
    Meer mijn stemming die bepaalt of ik muziek wil horen.

  4. 5

    Goed stuk (muziekles)

    @4:
    Wat Schubert betreft, die heb ik inmiddels opgevist uit de kast en gaat zo over de muziekinstallatie i.p.v. het pc geluid.

    Verder hoor ik liever Lilly dan welke uitvoering van het Wilhelmus dan ook; wel een geluk dat er niet bij gezongen werd ;-)

  5. 7

    @6: Ah, maar ik had #2 en #3 nog niet gelezen terwijl ik zat te tikken en doelde zelf niet op de stemming (frequentie) maar op de toonsoorten (gemoedstoestanden) gebruikt in het WTK. Net als de preludes van Chopin en zo…

  6. 10

    @9: Met alle respect, maar eigenlijk heb ik helemaal geen zin in deze discussie. Toonsoort reflecteert geen enkele emotie. Het is een toonhoogte en verder niets.

  7. 12

    Tja, die Chinezen hebben in grote aantallen een absoluut gehoor (komt doordat de taal toonhoogte afhankelijk is). Voor hen is de toonsoorten discussie van een gehele andere lading.
    Voor ons (lees: mij) relatief horenden maakt de grondtoon van de toonsoort niet zo veel meer uit, in gelijkzwevende stemming al helemaal niet.
    Echter, het leuke is dat transpositie tussen de verschillende grondtonen wel degelijk een emotioneel effect heeft. Dat is dan weer een mooie bijkomstigheid van de gelijkzwevende stemming.