Kunst op Zondag | Bah, geëngageerde kunst

In de vorige aflevering (Bah, moderne kunst) ging het over mensen die een hekel hebben aan moderne kunst omdat het hun uitzicht belemmert. Al snel bleek dat niet zozeer de kunst weerstand opriep. Mensen raakten geërgerd omdat lokale overheden geen rekening hield met de wensen van bewoners die geconfronteerd worden met kunst in hun (openbare) buitenruimte. En de schrijvers van de aangehaalde stukjes, meenden dat het logisch is dat arrogantie van één kunstenaar leidt tot een hekel aan zijn moderne kunst.

Het rijk kan achteloos tachtig miljoen uit zijn achterzak trekken voor een Rembrandt, maar als het een tiende van dat bedrag uitgeeft aan een modern Nederlands kunstwerk, dan is de wereld te klein. Moderne kunst moet zich voortdurend bewijzen.

zei dichter, ethicus en filosoof Maarten Doorman in Trouw, naar aanleiding van De navel van Daphne, een studie naar de verhouding tussen hedendaagse kunst en engagement.

Onder de kop ‘Kunst heeft geen engagement nodig’, introduceert Allard Schröder Maarten Doormans boek in het NRC met:

‘Het Rijksmuseum moet dicht.’ (…)Wil hij werkelijk dat het museum sluit? Nee, bij nader inzien blijkt het slechts ontruimd te moeten worden. Wat er nu in tentoongesteld wordt dient plaats te maken voor hedendaagse beeldende kunst.

Niet omdat die werkelijk beter is dan de oude spullen die er nu instaan, schrijft Allard Schröder verder, maar omdat hedendaagse kunst daar meer op zijn plaats zou zijn, aangezien ze over ónze samenleving gaat en niet over die van eeuwen geleden. De Rembrandts en Vermeers moeten daarom maar naar elders verhuizen.

In het interview met Trouw legt Doorman uit dat moderne kunst zijn beste tijd heeft gehad. Dat was in de vorige eeuw wel anders en gold moderne kunst als een teken van geloof in vooruitgang. De Postmodernisten maakten daar een eind aan en het was gedaan met de culturele avant-garde.

“Dus probeerden kunstenaars opnieuw belangrijk te worden. Hoe deden ze dat?”, stelde de interviewster. Maarten Doorman ziet drie verschillende strategieën.1. De kunstenaars die voor het grote geld gaan; 2. Kunstenaars die met schokkende kunst aandacht proberen te krijgen en 3. Kunstenaars die geëngageerde kunst maken. Of zoals Doorman het zegt:

Kunstenaars die vinden dat ze een boodschap hebben aan de wereld. Daar zijn er de laatste jaren heel veel van. Op de Biënnale van Venetië ging het bijvoorbeeld voortdurend over vluchtelingen. Kunstenaars willen steeds vaker laten zien dat ze iets vinden, dat ze politiek stelling nemen.

Geëngageerde kunst levert niet altijd de beste kunst op, vindt Doorman. Wil een kunstenaar een boodschap overbrengen dat moet dat ondubbelzinnig zijn. En dat wringt met de opvatting dat kunst eigenlijk dubbelzinnig moet zijn en ruimte overlaat voor interpretatie van de toeschouwer. In de woorden van Doorman:

Dan zie je op een grote internationale tentoonstelling een kunstwerk van mensen op een vuilnisbelt en dan voel je al aan je water welke kant het opgaat. In de begeleidende gids lees je vervolgens dat er inderdaad arme mensen vuilnis lopen te verzamelen. Oké, denk je dan, dat is zielig voor die mensen. Maar je vraagt je af: wat voegt zo’n kunstwerk toe aan wat iedereen al vindt? Er zit geen raadsel in.

“Geëngageerde kunst is pijnlijk voorspelbaar”, stelde criticus Hans den Hartog Jager in 2014.

Goede kunst toont onverwachte beelden, inzichten, ideeën en emoties toont waarvoor binnen de overige maatschappelijke modellen geen plaats is. Goede kunst zorgt voor vernieuwing, voor ontregeling en onvoorspelbaarheid, voor schoonheid, verrassing.

Hans den Hartog Jager stelde dat ook geëngageerde kunst aan die criteria kan voldoen, maar daar zelden in slaagt en in het oude clichés blijft hangen van ‘linkse’ ideologie die overal ‘tegen is’ en voor individuen en groepen opkomt die in de verdrukking zitten.

Nog zo’n boude stelling van den Hartog Jager:

Als je echt geëngageerd wilt zijn, waarom maak je dan kunst en word je geen actievoerder of politicus?

Awel, het past wel in tijden waarin VOC-mentaliteit toonaangevend geworden is. De grootsheid van Rembrandt, florerende koloniale handel, stereotype indeling van boeren, burgers en buitenlui. Het mag en kan, nee, het móét allemaal weer.

Een geëngageerde kunstenaar is heden ten dage een roepende in de woestijn. Hetgeen me een luxe positie lijkt. Stel je voor: lekker buiten, heerlijk zonnetje en je roept keihard hoe de wereld wel in elkaar zou moeten zitten, zonder dat er meteen een reuze massa bagger en ranzigheid over je heen wordt gestort. Geen bedreigingen, geen stenen door je ruit, geen hordes brulapen die eieren naar je gooien.

Maar ja, er is ook niemand die luistert. Wellicht weinig verschil met de dagelijkse werkelijkheid van de geëngageerde kunstenaars en zo jammer dan dat ze door cultuurbeschouwers als Doorman en den Hartog Jager tamelijk denigrerend worden afgeschreven.

Uit vorige afleveringen van Kunst op Zondag wat engagement.

Jennifer Rubell.

Makode Linde.

Banksy.

Sun Yuan en Peng Yu.

Prettige betrokkenheid verder!

  1. 1

    Dat is een notenkraker. Ik zie er niets méér in. Ook geen symboliek. Het confronteert mij niet. Er is ook geen schaamte of geilheid.
    Gelukkig maar! Die tijd heb ik gehad; dat dit alles moest.
    Ik vind het lollig.